Discussiegroep

Onderwerp: Kolonel P.W. Scharroo [1883-1963]

» Dit onderwerp is gesloten
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
6.562 keer gelezen
46 reacties
Categorie: Zuidfront Vesting-Holland en Rotterdam / Familie- en veteranenzaken
Tijdens mijn studie naar de operaties in het zuidfront Vesting Holland, zocht ik recent eens naar de antecedenten van kolonel Scharroo. Ik kwam tot verbazingwekkende ontdekkingen. Die wil ik hier toch even delen.

Kolonel [der Genie] Pieter Wilhelmus Scharroo was de garnizoenscommandant van Rotterdam in mei 1940. Hij had deze positie in maart 1940 gekregen, mede vanwege het feit dat de genietroepen in Rotterdam een groot depot hadden. Scharroo was al een bekende Nederlander. Hij was betrokken geweest bij de bouw van het Olympisch Stadion en zat in het organisatiecommitee voor de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Hij was daarnaast van 1915 tot en met 1929 lid van het NOC, en van 1924 tot en met 1957 (!) lid van het IOC. Daarnaast was hij een gerespecteerd bouwkundige, met specialiteit in de betonbouw.

Scharroo werd op 10 mei 1940 in de vroege ochtend - als commandant van het garnizoen in Rotterdam [circa 7,000 man, waarvan het gros depottroepen] - direct geconfronteerd met een vlam in de pan. Zonder dat hij een veldcommando had, en zonder een behoorlijke staf, werd hij plotseling geacht de plotseling in het hart van zijn stad gelandde Duitsers met zijn grosso modo ongetrainde gevechtstroepen te bestrijden en het gepentreerde zuidfront te behouden. Climax van dit alles kwam natuurlijk op 14 mei 1940, toen de Duitse Luftwaffe Rotterdam bombardeerde terwijl Scharroo de onderhandelingen over capitulatie nog voerde. Hij voelde zich evident medeverantwoordelijk voor het inferno dat de stad, en de ellende die haar bewoners, trof.

Scharroo werd door vriend en vijand geroemd voor zijn optreden. Zonder de opleiding te hebben genoten voor een infanterie veldcommando, wist hij op bekwame wijze vijf dagen lang de strijd in Rotterdam te leiden.

Het verwondert enorm, ja het stelt diep teleur, dat de lange lijst met onderscheidingen die Scharroo ten deel vielen, geheel bestaat uit civiele orden die zijn gerelateerd aan zijn jarenlange verbondenheid met de sport en het nationaal en internationaal Olympisch Commitee. Het is een grove schande - zo mogen we toch wel stellen - dat deze zeer capabele officier geen enkele militaire onderscheiding ontving voor zijn optreden tijdens de meidagen van 1940. Als enige van alle troepencommandanten in ons leger was hij van de eerste tot de laatste minuut in een strijd gewikkeld met de vijand, en onderscheidde hij zich door leiderschap en beleid. Hij stond in het epicentrum van een gebeurtenis die ons heden ten dagen nog allen bijstaat, en die nog steeds aanleiding geeft tot discussie en publicatie: het bombardement van Rotterdam. Er zijn honderden Nederlandse militairen in mei 1940 [naoorlogs] onderscheiden voor veel mindere prestaties dan die van kolonel Scharroo. Zonder aan andere decorandi op enige wijze afbreuk te willen doen, is dit voor mij niet te plaatsen.

Het is weer eens zo'n onbegrijpelijk geval van een falende legerleiding en een falende politiek als we vaststellen dat dit soort markante militairen een decoratie ontberen die hen zo ontegenzeglijk toekomt. Scharroo is beslist de enige militair niet die onterecht niet werd gedecoreerd. Het is echter een kwestie die mij persoonlijk bijzonder raakt, als men de prestaties van deze man, onder de moeilijkst denkbare omstandigheden eens indenkt. Wat zou het toch mooi zijn als we ook deze officier postuum, en lang na dato, alsnog succesvol zouden kunnen voordragen voor een militaire dapperheidsonderscheiding ...
» Dit bericht is geplaatst op 1 juli 2006 20:34
Totaal berichten: 49
Mee eens

Wellicht kan E Brongers daar een rol in vervullen?
» Deze reactie is geplaatst op 1 juli 2006 22:37
(redactie)
Totaal berichten: 2.200
Zijn er eigenlijk wel onderscheidingen uitgereikt aan hoge militairen die een rol hebben gespeeld bij de organisatie van de verdediging van Den Haag op 10 mei?
Dit lijkt me het enige geval dat nog enigszins met Rotterdam te vergelijken is. Ook ( de buitenrand van ) Den Haag was meteen in de vroege morgen van de 10e frontgebied. Ook daar waren veel depottroepen, zij het naar verhouding veel minder dan in het geval - Rotterdam.
Wanneer ( wat ik op dit moment niet weet ) er wat betreft Den Haag wel hoge onderscheidingen zijn uitgereikt maakt dat de zaak van Scharroo nog schrijnender.
» Deze reactie is geplaatst op 1 juli 2006 23:56
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Hajo, ik vind eerlijk gezegd dat geen enkele locatie vergelijkbaar is met Rotterdam.

In Den Haag is eigenlijk maar een dag paniek geweest, en dat was de 10de. Daarna was de vijand de duinen in gedreven en bij Rijswijk richting Rotterdam verjaagd. De Vijfde Colonne was daarna de grootste zorg. Ook was er geen sprake van een last op slechts een paar schouders. Het was gedeelde smart. De vijand was beduidend minder sterk, en het "front" was overzichtelijk EN relatief toegankelijk. Daarbij waren alle staven in Den Haag vertegenwoordigd.

Rotterdam daarentegen had geen gevechtsstaf en geen garnizoenscommandant die opgeleid was in een van de actieve wapenvakken. Hij was techneut, genist. Daarbij had hij, zeker op de 10de amper geoefende gevechtseenheden. Naast het feit dat het strategische EN tactische plaatje volkomen onduidelijk was, was Rotterdam vanaf de eerste tot de laatste minuut van de vijfdaagse oorlog in strijd. Er is feitelijk maar een plek dat qua intensiteit [niet qua duur] van de strijd een vergelijking kan doorstaan, en dat is de Grebbeberg. Maar hier gold dat geoefende gevechtstroepen en staven de strijd hebben gevoerd; het veldleger.

Kortom, een vergelijk zoeken met Rotterdam is eigenlijk niet mogelijk. Het kwam allemaal op Scharroo met zijn kleine staf aan, dat pas na dagen steun ontving vanuit Den Haag in de vorm van Overste Wilson.
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 01:07
(redactie)
Totaal berichten: 2.200
Ik ben ook niet verder gegaan dan " enigszins ", d.w.z in enkele opzichten.
Feit is wel dat de uitgangspunten rond Den Haag betrekkelijk veel gunstiger waren, maar ook daar was het gevaar van het ene op het andere moment imminent en moest er onmiddelljk worden gehandeld.
Maar hiermee is de vraag die ik stelde nog niet beantwoord.
Namelijk zijn er i.v.m Den Haag onderscheidingen aan hoge militairen uitgedeeld? Immers: zo ja en hoe groter het verschil met Rotterdam, des te onbegrijpelijker dan dat Scharroo niet werd gedecoreerd.

Overigens: qua intensiteit van de strijd zou ik ook Dordrecht en omgeving meerekenen. Eigenlijk denk ik dat de strijd daar zelfs nog meer intens was dan in het geval van Rotterdam.
Denk aan de straatgevechten in centrum en buitenwijken van de stad Dordrecht zelf en aan de ( mislukte ) aanvallende operaties met grotere verbanden op het Eiland van Dordrecht.In Rotterdam werden de combattanten, op enkele directe contactpunten bij de bruggehoofden na, feitelijk 5 dagen lang door de Maas van elkaar gescheiden gehouden. Gevechten op echt grote schaal hebben daar niet plaats gevonden.Ik geloof zelfs dat Mill Rotterdam puur qua intensiteit van de strijd niet eens zoveel nastaat.
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 09:49
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Ik denk niet dat de slag om het Eiland van Dordt vergelijkbaar is in die zin Hajo. Dat lijkt wellicht op het eerste gezicht zo, maar is niet juist.

Allereerst moeten we ons realiseren dat Rotterdam - nog veel meer dan Dordt - een strategisch sleutelpunt was. Rotterdam MOCHT niet verloren gaan, terwijl dit voor Dordt minder dramatisch was [men kon immers nog afgrendelen langs de Merwede en de Maas]. Daarnaast was Rotterdam een staf van 700,000 inwoners, terwijl Dordt hoogstens 40,000 inwoners had. De verantwoordelijkheid van de commandant was dus veel groter. Zeker als we overwegen dat Rotterdam constant te lijden had onder bombardementen, terwijl op Dordt - op een enkele tactische aanval na - geen bom gevallen is.

Denk eraan dat Scharroo van 100355 tot 141600 er als commandant helemaal alleen voor stond in Rotterdam, en pas laat enige steun ontving van het AHK door het versterken van de staf met overste Wilson. En we hebben het over de commandovoering. Scharroo had de eerste dag amper geoefende eenheden tot zijn beschikking, en kreeg later versterking van surplus elders. Hij had geen gevechtsstaf, had vrijwel geen zwaardere infanteriewapens en slechts twee batterijen artillerie die hem zo nu en dan ter beschikking stonden [10-veld]. Daarnaast had hij langs het gehele Maasfront contact met Duitse eenheden, hoewel de focus duidelijk rond het Noordereiland lag. De dreiging uit het noorden werd in feite pas op 12 mei reeël [Overschie].

In de strijd om het Eiland van Dordt was sprake van vele commandanten. In Dordt zelf was het Mussert, buiten Dordt vd Bijl en de troepen van Groep Kil onder (kolonel) van Andel. Het geheel werd indirect telkens aangestuurd door de Cmdt VH. Daarnaast bestond de Groep Kil uit circa 7,000 man, de contingenten van de Lichte Divisie in de Alblasserwaard en Dordt ook een dergelijk getal en was de bezetting van het Eiland zelf ook circa 2,000 man. Op de kantonnementsbezetting na waren dit grotendeels geoefende eenheden met een (voor Nederlandse begrippen) overdosis aan vuurmonden [meer dan 100 artilleriestukken). Het gros van de tijd werd tegen een Duitse minderheid gevochten. Nederlandse eenheden konden - in tegenstelling tot Rotteram - veel vrijer opereren en vaak het initiatief zoeken.

De Duitsers hadden hun focus heel duidelijk op Rotterdam liggen. De Luftwaffe was - in tegenstelling tot Dordt - constant actief boven de binnenstad. In en om Dordt trad de Luftwaffe pas actief op toen de 9.PD was gearriveerd. Daarvoor had hun focus op Rotterdam, Alblasserwaard en Hoekse Waard gelegen.

De strijd om het Noordereiland was zeer intensief. Lange tijd hadden de Duitsers meer dan 1,000 man op dit eiland gelegerd die constant de Nederlandse troepen bestookten. DE hele crux van de strijd in Rotterdam hing om de beschikbaarheid van de vier bruggen van en naar het Noordereiland. De strijd was in dat opzicht meer vergelijkbaar met de acties van John Frost in Arnhem, dan met het Eiland van Dordt. Hoewel de Nederlanders natuurlijk niet omsingeld waren. Op 10 mei werd ook elders in de stad flink gevochten. Later kwam er de uitdaging bij van de Duitse troepen die ten noorden van de stad aandrongen, ook circa 1,000 man.

Heel belangrijk vind ik het verschil dat op en om het Eiland van Dordt wij kansen misten, terwijl we die beslist hebben gehad. Dat was in Rotterdam vrijwel niet het geval. We hebben daar geen opzichtige kansen gemist. Er was eerst de noodzaak van afgrendeling van het Duitse bruggenhoofd, vervolgens van het aanvoeren van versterkingen aan onze zijde, en daarna van hopeloze aanvallen op de bruggen.

En dan is het meest majeure verschil natuurlijk de aankomst van 9.PD en de daarop volgende gebeurtenissen. Het ultimatum, de overwegingen die de staf moest maken zonder rechtstreeks contact met het AHK en de morele en feitelijke last van het bombardement. Scharroo besefte niet alleen - als geen ander - dat Rotterdam strategisch van cruciaal belang was, maar tevens dat hij de verantwoordelijkheid had voor zo'n 500,000 mensen ten noorden van de rivier. Met een dergelijke verantwoordelijkheid was niemand in Nederland op zo'n directe en indringende wijze geconfronteerd.

Het is uiteraard bekend dat de heroveraars van de vliegvelden Ypenburg en Valkenburg - van hoog tot laag - werden onderscheiden. De hoeveelheden dapperheidsonderscheidingen rondom Valkenburg en Ypenburg is groot. Begrijpelijk op het eerste gezicht, want hier werden successen geboekt en dat noopt vaker tot erkenning. Verliezen zonder gezichtsverlies wordt veel minder gewaardeerd. Als men over Rotterdam spreekt, spreekt men vrijwel altijd over de mariniers. Zij zouden zich bovenmatig hebben onderscheiden. En hoewel zij dit in zekere zin ook deden, zijn anderen hierbij altijd vergeten.
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 10:47
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Ik werd net gebeld door de heer Brongers, en die informeerde mij (wat ik niet wist) dat Scharroo indertijd betrokken is geweest bij de oprichting van de NSB. Scharroo is echter nooit lid geweest van de NSB en heeft de partij al in 1935 verlaten. Overigens stond Scharroo bekend als een (erkend) anti-fascist en is uit zijn handelen ook wel gebleken dat hij geen enkele pro-Duitse sympathie had. Het is bijzonder treurig als dit de aanleiding is geweest voor zijn uitblijvende decoratie. De NSB stond tot en met 1936 beslist niet als een nationaal-socialistische partij naar Duits model bekend, en kreeg niet voor niets in die periode een aanzienlijke aanhang en sympathie. Overigens vooral van conservatieven, mensen die voor herstel van de orde waren. Pas met de hagenpreken van Van Geelkerken en consorten, die zich na 1936 ook zeer anti-semitisch gingen uitlaten, werd de ware aard van het nieuwe kader van de NSB duidelijk. Dat betekende dan ook de kentering in hun populariteit. Scharroo was toen al een jaar niet meer betrokken bij de partij.

Het is bekend - en de heer Brongers onderstreepte dat nog maar eens naar me - dat Nederlandse militairen van volkomen onbesproken gedrag moesten zijn wilden ze in aanmerking komen voor een militaire onderscheiding. Voor mij is telkens de vraag hoe benoeming in een verantwoorde positie enerzijds, en weging achteraf van iemands prestaties anderzijds zich dan tot elkaar verhield. Kennelijk kreeg men vooraf wel de gelegenheid een verantwoordelijke positie te vervullen, maar achteraf niet de eer en erkenning als men dat onverhoopt goed invulde.

De heer Brongers noemde me ook het voorbeeld van de majoor Antheunissen die zich nadrukkelijk onderscheidde bij de herovering van Ockenburg. Ook deze bataljonscommandant werd niet onderscheiden, en het vermoeden bestaat dat dit te maken had met het feit dat hij zich na de capitulatie direct bij de Arbeidsdienst meldde. Kennelijk was hem dat kwalijk genomen, omdat deze dienst later nazificeerde. Toen was Antheunissen er overigens allang weer uit.

Helaas is er weinig veranderd. Tijdens de veteranendag van 2005 kregen enkele Nederlandse militairen die zich bijzonder hadden onderscheidden in de strijd rond Srebrenica pas vele jaren na dato een dapperheidsonderscheiding. Dat terwijl hun Britse collegae - met wie ze direct ter plekke samenwerkten [ik meen dat het een FAC positie was] - al direct bij thuiskomst waren onderscheiden. Na een uitvoerige lobby werden de Nederlanders tenslotte ook (kennelijk schoorvoetend) erkend met een onderscheiding. Jaren later ...
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 11:40
Totaal berichten: 6
Het al of niet toetreden tot de Arbeidsdienst heeft in ieder geval bij majoor J. Mallinckrodt (C.-III-4R.I.) geen belet gehad bij het ontvangen van zijn MWO.
Deze officier werd commandant van het 13e korps der opbouwdienst, of hij vóór de nazificering zich daaruit heeft teruggetrokken is mij niet bekend, ik neem aan van wel.
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 12:10
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Kun je nagaan. Overigens kan ook hebben meegespeeld dat Antheunissen naar verluid zijn soldaat-oppasser na de strijd verzocht een goed woordje voor hem te doen als het op onderscheidingen aankwam. Het zou typisch Nederlands zijn dat als pure diskwalificatie te aanvaarden.
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 19:03
Totaal berichten: 18
= = = Ik kwam tot verbazingwekkende ontdekkingen.= = =

Dat lijkt me nu sterk. Gelet op uw kennis van zaken moet dit feitelijk de zoveelste bevestiging zijn van de schofterige wijze waarop de Nederlandse overheid menigmaal met zijn meest toegewijde personen omgaat, met name met zijn soldaten.

Ik zal u de voorbeelden besparen, die weten we allemaal wel bij bosjes op te noemen, en zoals ik zag heeft u er al een aantal aangehaald.

Waar een klein land groot in kan zijn.........
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 23:09
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Toen ik eerder zei dat drie commando's voor hun FAC optreden in Srebrenica werden onderscheiden in 2005 was ik onzorgvuldig. Jan Schoeman van het Veteraneninstituut wees me daarop per mail. Er waren er drie voorgedragen [in 2000 al], maar omdat slechts twee erkenning zouden krijgen en alleen de derde [Erkelens] een onderscheiding, weigerde de laatste. Zodoende werden alleen de twee genomineerde Irak-gangers gedecoreerd. Overigens versterkt dit natuurlijk het verhaal wellicht nog meer. De drie voorgedragen commando's zaten alle drie in dezelfde gevaarlijke positie, waar zij onder vuur de twee F-16's leidden. Hun Britse collegae kregen allen de MC. De drie commando's - verkenners in oorsprong - voerden hun FAC rol uit omdat de infanteristen van 13 luchtmobiel dit om hen moverende redenen niet deden. De commando's namen de klus waar. Dat men in Nederland beschikte dat slechts een commando - na lang aandringen en tweemaal aanvragen vanuit het Korps Commando Troepen - een onderscheiding kreeg, is een gospe. Het past in een lange rij schandalige flaters van opperofficieren, kapittels en ministers die weigeren persoonlijke moed te erkennen vanwege prevalerende politieke zaken. Ik noem dat "ziek", een ander woord heb ik er niet voor. Zeker daar Srebrenica niet een militaire maar een politieke uitglijder was. Maar het verbaast niet ...
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 23:18
Totaal berichten: 2
Hugo - met de verbazingwekkende ontdekkingen verwees ik ook naar de enorme verdiensten van Scharroo in het NOC en IOC. Je hebt gelijk als het uitblijven van militaire erkenning voor zijn daden in mei 1940 eigenlijk niet mag verbazen. Toch verbaast me dat keer op keer. Ik kan daar niets aan doen.
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2006 23:21
Totaal berichten: 21
Kan iemand wat foto materiaal op sturen van kolonel scharroo ik heb er nl. slechts een kunnen vinden.
bij voorbaat dank
» Deze reactie is geplaatst op 18 februari 2007 12:25
Totaal berichten: 19
In het - naar m.i. goed gedocumenteerde - boek Rotterdam mei '40 van Aad Wagenaar staat een foto van Pieter Wilhelmus Scharroo (de in deze log aangehaalde kantonnementscommandant van Rotterdam in de meidagen). Ik zou deze foto kunnen scannen en mailen wanneer deze nog niet in bezit is.
Daarnaast bevat dit boek ook meerdere foto's van de (resultaten van de) activiteiten in mei '40. Ook de beroemde hoofdrolspelers van Duitse zijde zijn afgebeeld (inclusief portretten uit medio jaren 60 toen deze hoofdrolspelers werden geÏnterviewd door Wagenaar; zoals Kurt Student en Schulz).
Ik heb dit boek pas aangeschaft via een tweedehandsboekhandel en ik moet zeggen dat ik - opnieuw - redelijk onder de indruk ben van de prestaties van de Nederlanders in Rotterdam e.o. gedurende de periode 10-14 mei.
» Deze reactie is geplaatst op 18 februari 2007 14:13
(redactie)
Totaal berichten: 2.200
Helaas, de foto die Rick noemt, is ook de enige die ik zo een-twee-drie zou kunnen ophoesten.
Dus ook weer Aad Wagenaar
» Deze reactie is geplaatst op 18 februari 2007 17:15
Totaal berichten: 19
Er bestaan ook filmbeelden van kolonel Scharroo, gemaakt na het bombardement op 14 mei; hierop is te zien hoe hij de Willemsbrug oploopt, in noordelijke richting, na op het Noordereiland of in Zuid de overgave van de stad te hebben aangeboden. Dramatische beelden, gemaakt door een Duitser en vertoond in een van de UFA Wochenschau journaals. Scharroo rookt een sigaret, draagt overjas en helm, en wordt links geflankeerd door een Duitse (onder)officier en rechts door een mij onbekende Nederlandse militair, nogal eens ten onrechte aangeduid als sergeant-majoor van Ommering. Misschien is het Kapitein Duhoux, de adjudant van Scharroo (maar eigenlijk ziet hij er meer uit als een Huzaren Motorrijder, met zijn leren jas).

Een beeldje uit deze film is als foto opgenomen op p. 219 van het voortreffelijke boek "Als de dag van Gisteren" van K. Mallan (Weesp 1985). Verder staan er in dit boek nog twee of drie foto's waarop Scharroo te zien is.

Overigens ben ik wel benieuwd naar enige concrete voorbeelden van Scharroo's "bekwame optreden" (bevelen, tactische beslissingen oid). Mijn indruk is dat de verdediging van Rotterdam een grote improvisatie was, waarop Scharroo haast per definitie weinig controle of zelfs zicht had. De Nederlandse onderdelen langs het Maasfront (een ratjetoe aan landmacht- en marineonderdelen) waren spoedig danig door elkaar geraakt, wat bevelvoering niet zal hebben vergemakkelijkt. Het feit dat Winkelman het nodig vond om luitenant-kolonel Wilson aan Scharroo toe te voegen zegt mischien ook iets.

De "succesvolle" Nederlandse verdediging lijkt vooral te danken aan het kordate en moedige optreden op lager niveau, in eenheden van Landmacht en Korps Mariniers. Zoals ook op andere fronten is gebleken was het Nederlandse leger niet of nauwelijks in staat effectieve acties boven compagniesniveau uit te voeren. De mislukte aanval van de Mariniers in de ochtend van 13 mei is daar ook een voorbeeld van. Slecht gepland en voorbereid, onvoldoende doorgesproken en niet of nauwelijks gecoordineerd.
» Deze reactie is geplaatst op 18 februari 2007 20:07
(redactie)
Totaal berichten: 2.200
Scharroo was in elk geval gehandicapt doordat hij de eerste dagen een Staf miste die voor operatief werk geschikt was. Bovendien had hij niet het directe bevel over de marinetroepen, die zich op allerlei plaatsen tussen de andere onderdelen in bevonden.
De veronderstelling dat overste Wilson ( hoofd sectie Operatien van het Algemeen Hoofdkwartier ) door Winkelman naar Rotterdam werd gestuurd om voor meer coordinatie te zorgen lijkt niet te gewaagd, temeer daar die maatregel al op de 12e mei genomen werd. Een andere reden lijkt me op dat tijdstip moeilijk te ontdekken.
Mijn woorden moeten niet zo worden uitgelegd, als zou ik menen dat Scharroo slecht opereerde, wel dat hij problemen ( zie boven ) ondervond.
» Deze reactie is geplaatst op 18 februari 2007 21:37
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Heer Boersma. In antwoord op uw indirecte vraag, wellicht eerst een nuancering van "bekwaam optreden". Als we kijken naar de tragiek van de modus ten aanzien van aanstelling van kantonnementscommandanten, dan zien we dat in Dordrecht en Rotterdam de hoogste depotcommandant automatisch kantonnementscommandant is. En beide depots waren van de technische dienstvakken, en daarmee was evident de commandanten geen ervaren troepencommandant. Hun tactische scholing, anders dan zuiver vakmatig, was daardoor uiterst beperkt. Zeker viel het leiden van grotere verbanden niet onder hun kerncompetenties. Als we dan de maatstaf van bekwaam beleid daarnaast leggen, kent deze een andere schaal dan wanneer we bijvoorbeeld een infanterie officier "de maat nemen".

Uw specifieke vraag "door welke bevelen of tactische beslissingen van Scharroo viel deze dan positief op" vind ik uit de aard van deze kwestie enigszins curieus. De feiten spreken al voor zich zou ik haast zeggen.

De valse start – het kantonnement ontving geen paraatheidswaarschuwing van de C-VH – had Scharroo alvast te pakken. Een van de gevolgen was onder meer dat hij niet op zijn hoofdkwartier aanwezig was bij de inval. Daarnaast ontving men slechts fragmentarische berichten in de ochtend over de feitelijke toestand, hetgeen logisch maar evident buitengewoon bezwaarlijk was. Dat effect werd nog eens versterkt doordat tenminste drie lokale commandanten verantwoordelijkheid hadden in Rotterdam, en nieuws dus niet automatisch de K-Cdt bereikte.

De eerste maatregelen die vanuit het kantonnement werden genomen was ter afgrendeling van de sector rond de bruggen naar aanleiding van rapporten dat de Duitsers de bruggen en noordelijke posities hadden ingenomen; een verstandige maatregel. Hierbij werd direct samengewerkt met de commandant maritieme middelen. Deze afgrendeling van het noordelijke Duitse bruggenhoofd heeft – getuige de spoedig Duitse hergroepering bij de Willemsbrug ten koste van meer noordelijke posities – onmiddellijk effect gesorteerd. Ook een noordoostelijke penetratie werd door deze tegenmaatregelen voorkomen. Een derde bevel tot bezetting van het Noordereiland was minder gelukkig, maar men was nog niet op de hoogte van het bezetten van dit Eiland door de Duitsers. Overigens zij opgemerkt dat de eerste tegenmaatregelen door lokale commandanten werden genomen, ruim voordat Scharroo zelfs maar van iets wist. Hij formaliseerde de bevelen deels later. Maar hij breidde de bevelen uit, en formeerde zodanig een constructieve afgrendeling.

Scharroo nam direct maatregelen tot herneming van de bruggen toen de berichten van vaste bezetting van vijandelijke troepen hem duidelijk werden. Hij had daartoe echter feitelijk alleen maar genie depottroepen ter beschikking. De troepen waren ter plaatse aangewezen op improvisatie en onderlinge afstemming. Een gedegen leiding ontbeerde men, en staven waren al helemaal niet aanwezig. Zodoende kwamen offensieve acties niet tot wasdom, maar de defensieve afgrendeling kwam effectief tot stand.

De vele lokale [rondom de bruggen] offensieve acties hadden vooral een geïmproviseerd karakter. Hetgeen logisch was wegens omissie van verbindingen, en ongewisheid op het K-HK van de feitelijke status quo. Scharroo stuurde daarom meerdere verkenningsgroepen op pad om hem tenminste een status te kunnen bezorgen. Deels konden zij hem telefonisch [burgerhuizen] op de hoogte brengen van de vordering en toestand. Rond 1100 uur moet Scharroo de situatie rondom de bruggen redelijk in kaart hebben gehad. Desondanks bereikte hem onjuiste berichten omtrent Duitse vorderingen elders en berichten over massale landingen rondom Rotterdam. Tussentijds gaf Scharroo bevelen de stad in alle windstreken ter verdediging in te richten. Hij verordonneerde 100% controles op de uitvalswegen en liet brede straten barricaderen. Omdat de troepen amper voor handen waren werden de meest exotische eenheden door Scharroo verzameld om deze taken uit te voeren, waaronder diverse burgerwacht collectieven en marine depoteenheden. Voorts liet Scharroo maatregelen nemen ter voorkoming van oversteekpogingen van de Nieuwe Maas.

Scharroo slaagde erin in de loop van de middag [10 mei] een aaneengesloten verdediging langs de Maas te organiseren, de vijandelijke penetratie/bruggenhoofd af te grendelen en de stad rondom bij de invalswegen af te sluiten. Hij deed dat met vrijwel alleen maar tweedelijns eenheden, rekruten, een handvol reguliere infanteristen en een paar honderd mariniers [die alleen indirect onder zijn bevel stonden]. Deze prestatie – die deels ook door lokale commandanten van belangrijke bijdrage werd voorzien – was beslist goed te noemen. Dit acht ik een van de meest voorname prestaties van het Kantonnement, mede vormgegeven door een zeer coöperatieve houding van de commandant maritieme middelen.

Scharroo had de eerste tweeënhalve dag nauwelijks een staf, laat staan een gevechtsstaf. Zijn kapitein-adjudant fungeerde als chef-staf. Dat moet voor iedere beroepsmilitair een argument zijn om de daadkracht van Scharroo en zijn handvol officieren te erkennen als uitzonderlijk. In feite had men vanaf 11 mei de beschikking over circa 10,000 man troepen, zonder dat men de daarbij behorende divisiestaf ook maar in enige mate had. Daarbij was het gros der troepen maar half zoveel waard als zij op papier leken. De zeven bataljons versterking hadden een dagmars achter de rug, en hadden veel zwaardere bewapening achtergelaten. Veldgeschut was er nauwelijks, maar wellicht ook minder geschikt. Mortieren en infanteriegeschut ontbrak bijna geheel. Desondanks onmisbare hulpmiddelen voor offensief opereren tegen een tegenstander die zich op strategische punten had vastgezet.

Toen Wilson door Winkelman werd aangewezen naar Rotterdam te vertrekken had dat vooral twee goede redenen. Uit angst voor verbreking van de verbindingen wilde Winkelman een ervaren stafofficier van de Generale Staf detacheren met mandaat van de OLZ zelf. Daarnaast wilde hij een ervaren chef-staf toevoegen aan Scharroo zijn staf die een dergelijke functionaris ontbeerde. Zou Winkelman maar enigszins hebben getwijfeld aan het leiderschap van Scharroo dan was Wilson zonder enige twijfel plaatsvervanger geworden van de kantonnementscommandant. De noodzaak van Wilson zijn aanwezigheid werd spoedig duidelijk, toen het drama van Rotterdam zich begon te ontvouwen. Een causaal verband leggen tussen mogelijk wankel beleid van Scharroo en de detachering van Wilson vind ik nogal gezocht [hoewel me ook andere kwalificaties binnenvallen]. Rotterdam was van groot strategisch belang, wat alleen al bleek uit de gigantische organisatorische effort die het AHK oplegde aan het Veldleger om een volledig regiment uit de Grebbelinie te halen terwijl men daar strategische reserves al ontbeerde. De ernst van de situatie in Rotterdam was op 10 mei al glashelder. Nadat Scharroo een verband van ruim 10,000 man onder zich had gekregen lijkt er geen enkele neiging vanuit het AHK te zijn geweest om hem te vervangen, slechts te ondersteunen. En die ondersteuning mag men minimaal noemen, zeker als men Scharroo onvoldoende geschikt zou achten. Een stafofficier was alles wat men hem zond! Daarbij verzuimde het AHK Scharroo toch algemeen commandant te verklaren, eenzelfde flater als men maakte op het Eiland van Dordt en met de Groep Kil. Zodoende had Scharroo nimmer bevel over de marine eenheden en de luchtmachtdepot troepen, en was het de uitstekende samenwerking met de commandant maritieme middelen die de grootste problemen verhielp. Desondanks zouden de eenheden langs de Maas nimmer onder een bevel vallen.

Men zou in het nadeel van Scharroo kunnen opvoeren dat hij wellicht onterecht te weinig energie heeft gestoken in het verkrijgen van het algeheel commando vanuit Den Haag. Ik ken onvoldoende de uitwisselingen per telefoon en telex met Den Haag om te weten of hij hierop voldoende heeft aangedrongen. Zeker is dat Scharroo zelf geen verregaand initiatief richting de troepen heeft ontwikkeld om het algeheel commando [per decreet] op zich te nemen. Hij heeft wat dat betreft [wellicht] veel vertrouwd op de collegiale samenwerking tussen de eenheden. Feit is dat dit nimmer goed tot stand is gekomen, en dat zulks logischerwijs nooit tactisch tot een gedegen bevelvoering had kunnen leiden. Hoewel ter verzachting kan worden aangevoerd dat Scharroo al overvoerd was – tevens in gedachten nemende dat burgerzaken hem ook als feitelijk hoogste autoriteit deels opslokten – kan hem [met de beperkte kennis terzake van ondergetekende] dat wellicht deels worden aangerekend.

Vanaf de middag van 13 mei loopt Scharroo achter de feiten aan. Nadat de 9.PD aansluiting heeft gemaakt met de luchtlandingstroepen, is een offensieve actie kansloos. Hoewel de noodzaak voor herneming van de bruggen in feite niet aanwezig was, kan wel worden gesteld dat de Nederlanders mogelijkheden hadden moeten kunnen ontwikkelen om met de veel grotere troepenmacht in het noorden een kansrijke aanval te ontwikkelen. De grote offensieve actie die men ontwikkelt, waarbij steun van 10RA batterijen zou worden gegeven, wordt echter een fiasco. Dat fiasco had vele lokale oorzaken alsmede de hoofdoorzaak van eenvoudigweg ontbrekende verbindingen. Scharroo treft amper verwijten in die kwestie, hoewel hij wellicht teveel vertrouwde op de capaciteiten van lokale commandanten. Op zich niet vreemd wetende dat inmiddels infanterie en artillerieofficieren – tenminste in enige mate geoefend in de materie – de touwtjes lokaal in handen hadden.

De gehele kwestie rond het bombardement kunnen we denk ik onbesproken laten. Scharroo heeft hierin een standvastige rol gespeeld en is net als vele soldaten en Rotterdammers slachtoffer geworden van Duitse kwaadaardigheid.

Als men Scharroo zijn optreden afzet tegen vele veld- en overige commandanten van gelijk of vergelijkbaar niveau elders, dan steekt Scharroo bepaald niet bleekjes af tegen hen. Men kan de redenatie zelfs omdraaien. Scharroo viel geen moment op door bizarre bevelen of bevelen die van weinig inzicht getuigden, en hij viel ook niet op door afwachtendheid. Dit gold bepaald niet voor anderen. De commandant Groep Kil – kolonel van Andel – excelleerde bepaald niet in coördinatieve acties, ondanks het feit dat zijn voornaamste strijdgebied [Eiland van Dordt, Kiloevers] tot de middag van de 13de een rechtstreekse verbinding met zijn HK behield. Mussert maakte er tactisch een volkomen puinhoop van, in Zeeland constateren we een zeer chaotisch commando en als we naar bijvoorbeeld overste Buurman kijken van 4RI [Valkenburg, duingebied] dan worden we ook niet vrolijk van de coördinatieve prestaties. Daar waar lokaal wel leidinggevende prestaties werden geleverd kwam het initiatief vaak van bataljonscommandanten.

Scharroo was een hoofdofficier van een technisch dienstvak, had hoegenaamd geen tactische scholing, ontbeerde een staf en was als kantonnementscommandant ook nog eens de hoogste militaire autoriteit [en gezien de Staat van Beleg dus het hoogste regeringsgezag]. Hij had in zijn kantonnement tevens een aanzienlijk contingent marinetroepen en luchtmacht depottroepen die niet onder zijn bevel vielen, alsmede vele kleinere eenheden die niet onder hem vielen. Wel werden uit schaarste van aanwezige troepen deze eenheden dwingend ingezet voor de verdediging. Dat schepte een organisatorisch probleem, om niet te spreken van een tactische obstructie. Het kantonnement was abusievelijk niet geïnformeerd omtrent de dreiging en bevond zich vanaf het eerste uur midden in de frontlijn, waarbij de gehele stad geconfronteerd werd met luchtaanvallen en parachutistenlandingen rondom. Zonder enige staande organisatie, laat staan een staf, alsmede een onvolledig commando diende Scharroo vanaf moment een de juiste beslissingen te nemen. Zijn beslissingen waren direct juist, door onmiddellijk te kiezen voor afgrendeling van de Maas en de uitvalswegen alsmede bezetting van kritische en strategische objecten. Nadat hem op de tweede oorlogsdag verse troepen waren aangereikt, die overigens zonder uitzondering amper gevechtswaardig waren door hun mate van uitputting en minderwaardige bewapening, kon hij slechts volstaan met versterking van de ijle verdedigingslinies. Reserves hield hij niet over. De mariniersacties tegen de Willemsbruggen waren vooral een autonome operatie van de CMM, waarbij wel steun van ter plekke aanwezige reguliere militairen werd gekregen. Scharroo had hier amper wat mee van doen. De door hem bevolen grote offensieve actie kende een minder gelukkig gesternte, onder meer door de zwakke coördinatie tussen infanterie, artillerie en mortieren. Dit had echter vooral de tragische component van ontbrekende of trage verbindingen en gebrek aan kennis bij de lokale commandanten terzake het organiseren en coördineren van een offensieve actie [en gecombineerde wapenen]. Daarnaast de tragiek van onbekendheid met het terrein, dat inmiddels voor de Duitsers niet meer gold. Overigens zij opgemerkt dat zelfs een goed gecoördineerde aanval in feite alleen kans van slagen had gehad als en indien men de noordzijde van het Noordereiland volkomen in puin had kunnen schieten. Los van het feit dat deze nietsontziende moraal onze onervaren troepen nog niet eigen was, was het bezwaarlijke aspect van Nederlandse burgers op het Noordereiland ook van belang. Bovendien had een offensieve actie over de smalle bruggen beslist een enorme tol aan mensenlevens geëist.

Als men zich een oordeel aanmeet over de mate waarin Scharroo presteerde tijdens de meidagen, waarbij hij vijf dagen onafgebroken op zijn post zat, en tenslotte het juk van het bombardement als toegift kreeg, dan moet men rekening houden met de achtergrond van zijn handelen. Tegen die achtergrond, die ik heb getracht te schetsen, kan men mijns inziens slechts tot de conclusie komen dat deze hoofdofficier bijzonder goed gefunctioneerd heeft. Te vaak zijn critici – mijns inziens – geneigd met de kennis van vandaag oordelen te geven die slecht houdbaar zijn als zij eerlijk op het moment zelve geprojecteerd zouden worden. Men dient zich daarvoor te hoeden, denk ik.
» Deze reactie is geplaatst op 18 februari 2007 23:33
Totaal berichten: 19
Dank voor uw uitgebreide antwoord... De meer "publieke" boeken over Rotterdam 1940 melden weinig, te weinig lijkt mij nu, over Scharroo's concrete handelen, waardoor bij mij in ieder geval de indruk is ontstaan dat zijn rol totaan het bombardement van beperkt belang is geweest. Ik vermoed dat de zgn. groene serie van Nierstraz c.s. meer bijzonderheden geeft, en dat uw uiteenzetting (mede) hierop stoelt?

Ik heb overigens niet willen suggereren dat Scharroo's optreden onder de maat was; ik vroeg mij echter af of er redenen waren om zijn optreden als bovengemiddeld of uitmuntend te kenschetsen. U weet er dus wel een paar te noemen.

Wat de aanval van de Mariniers betreft heb ik begrepen (Mallan e.a.) dat het niet de bedoeling was de bruggen te heroveren, doch slechts het noordelijk bruggehoofd (o.a. met het oog op het aanbrengen van springladingen). De mariniers die de actie uitvoerden (met veel moed en doorzettingsvermogen) verkeerden echter in de veronderstelling dat de brug heroverd moest worden.

Over dit soort zaken lezend bekruipt mij vaak de gedachte dat de regering eigenlijk volstrekt onverantwoord heeft gehandeld door op 10 mei de strijd te willen aangaan, gezien het feit dat de krijgsmacht eigenlijk in geen enkel opzicht op haar taak berekend was. Ik denk hierbij niet aan de geleverde prestaties maar uitsluitend aan de verantwoordelijkheid jegens de mensen die onder de wapenen waren. Ik vraag me af of de parlementaire enquetecommissie over deze fundamentele vraag een uitspraak heeft gedaan.
» Deze reactie is geplaatst op 19 februari 2007 13:14
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Voor details over bevelvoering moeten we ons vrijwel altijd verdiepen in de voor de gemiddelde geinteresseerde minder toegankelijke documentatie. Het stafwerkdeel Rotterdam is een begin, maar is eigenlijk ook nog veel te weinig beschouwend op dit vlak. Typerend is dat bijvoorbeeld het deel Zuidfront, dat ik ondanks zijn gedateerdheid thans voor mijn studie Zuidfront veel gebruik als referentiekader, zeer gedetailleerd is, ook over de bevelstructuren. Logisch, want het is geschreven door voormalig chef-staf Groep Kil (toen kapitein) Calmeijer en slechts geredigeerd door Nierstrasz. Calmeijer was hoofdrolspeler en daardoor droeg hij veel kennis van zaken, hoewel dit andere vragen oproept over mogelijke belangenverstrengeling [bij officiele geschiedschrijving zoals het Stafwerk beoogde]. Het stafwerkdeel Rotterdam is heel afstandelijk en weinig gedetailleerd geschreven. Over Scharroo vinden we eigenlijk ook (te) weinig details.

Mijn typering van Kolonel Scharroo is vooral opgesteld uit een omgekeerde redenatie. Afgezet tegen zijn gelijken [bij benadering: qua rang en verantwoordelijkheid] springt hij er positief uit.

Zijn eerste handelingen als K-cmdt op 10 mei waren op het eerste oog volmaakt logische elementaire tactische ingrepen. Iedere officier leerde immers dat een vijandelijk bruggenhoofd, zeker als dit een saillant vormde, onmiddellijk en vooreerst diende te worden afgegrendeld. De doctrine ging zelfs uit van eerst afgrendelen en dan pas offensieve tegenmaatregelen nemen. Scharroo hield zich daar niet aan, en dat vind ik in casu een pre. De lichte luchtlandingstroepen waren immers de eerste uren slechts met 120 man, hoewel 50 para's van het Feyenoord terrein spoedig ter versterking kwamen. Desalniettemin miste men zware wapens, en was een directe tegenactie [die Scharroo kennelijk - volgens het stafwerk - heeft gebaseerd op inderdaad meldingen van lichte troepen die geland waren] door de Nederlanders een verstandige [ter vergelijking: toen Vd Bijl op 10 mei de brug bij Alblasserdam nauwelijks bezet vond door Duitsers, wachtte hij desondanks tot de volgende ochtend met een offensieve actie; conform opleiding werd een offensieve actie goed voorbereid en dat kostte tijd]. Hoewel ik geen analyse kan maken van Scharroo zijn overwegingen [het kan immers puur een opportuniteit zijn geweest], komt zijn bevel tot directe tegenactie voordat de afgrendeling gereed gemeld is mij over als daadkrachtig en verstandig. Opvallend, als we kijken naar veel hoofdofficieren elders die veel behoudener zijn, en zich terughoudend opstellen in hun tegenmaatregelen. Snelle tegenacties die door lokale veldcommandanten werden ontwikkeld leverden echter veelal positieve resultaten op, vooral rondom Den Haag. Maar ook in Dordrecht zien we dit fenomeen, waarbij een Duitse compagnie direct onschadelijk wordt gemaakt door lokaal adequaat handelen.

Scharroo is op zijn niveau echter een uitzondering. Hoewel de uitzondering ook opgaat voor het falen van de snelle offensieve tegenactie [die immers elders - Ockenburg, Ypenburg, Valkenburg direct positief resultaat opleverden]. Alhoewel, de actie faalde vooral doordat de eerste slachtoffers zo zwaar wogen en men spoedig opgaf. Op zich overigens best begrijpelijk.

In de periode 11-14 mei ['s morgens] speelt Scharroo in principe geen opvallende rol. Hij onderscheid zich niet door bijzonder goede, maar vooral niet door bijzonder slechte of onbegrijpelijke besluiten. Wederom constateren we elders opvallend genoeg wel deze onnavolgbaarheid in bepaalde beslissingen. We zien bijvoorbeeld een Van der Bijl bij de Lichte Divisie opvallend initiatiefloos opereren [ook na Alblasserdam], Mussert opzichtig falen, zeer matig leidende Van Loon bij de 4e Divisie, en een matige en traag coordinerende Buurman bij 4RI. Deze negatieve aspecten elders stralen positief af op Scharroo die ondanks zijn vele omstandige handicaps verantwoord bezig lijkt te blijven.

Uw laatste alinea plaatst mij voor een nieuwe puzzel. Ik heb altijd wat moeite met die eigentijdse benadering. Immers, als we het resultaat kennen kunnen we onze inzet en strategie altijd eenvoudig bepalen. Ik denk dat met een contemporain oog u deze bekruiping nooit eigen zou hebben gemaakt. Immers "its easy to play the General after the war". Waarbij ik overigens tegelijkertijd constateer dat u het wellicht als een zuivere hypothese poneert.

Ik wil er kort op ingaan. Allereerst was er natuurlijk de niet geheel ijdele hoop op Geallieerde steun. Onze neutraliteit was immers bij schending door Duitsland gegarandeerd door Frankrijk en Engeland. Algemeen leefde in Europa, zelfs bij de Duitsers zelf, de perceptie dat Frankrijk het sterktste leger van Europa had. Die macht als bondgenoot, tesamen met de Britse vloot en legermacht, moet comfortscheppend gevoeld hebben. Laten we eerlijk zijn. Niet alleen de kwaliteit van het Duitse leger verbaasde velen, maar vooral ook de strategie. De tactiek was wellicht minder verrassend, hoewel de luchtlandingen alhier [gemakshalve tot tactische component gebombardeerd als het Rotterdam betreft] uiteraard wel volslagen als verrassing kwamen. Daarnaast denk ik dat het eigen besef van non-kwaliteit onvoldoende aanwezig was in Den Haag. Een Van Voorst tot Voorst dacht dat we weken de weerstand aan de Grebbelinie konden volhouden, iets wat Reijnders ook dacht. Winkelman week in die gedachten niet zoveel af, hoewel hij wel een duidelijk beeld had bij de wissel die op zijn zeer kleine leger zou worden getrokken. Desondanks werd het haalbaar geacht tenminste een maand de strijd vol te kunnen houden. Onze generaals waren geen fantasten, hoewel ik wat dat betreft de commandant Veldleger nog het meest surreeël acht in enkele van zijn percepties [zoals zijn m.i. ridicule suggestie dat de Grebbelinie de beste hoofdverdediging zou zijn OMDAT men van daaruit beter offensief tegen de Duitsers zou kunnen optreden ...]. Generaals als Best en Reynders hadden zelfs bijzonder verstandige ideeën en toonden vaak aan tactisch bijzonder goed op de hoogte te zijn van de mogelijkheden en modus operandi van de Duitse tegenstander.

Daarbij ben ik de mening toegedaan dat militairen oefenen in zekere zin natuurlijk noodzakelijk is, zeker wat betreft de basale vakmatige militaire kennis, maar dat de gemiddelde militair in een week oorlog meer leert dan in twee jaar intensieve oefening. De sleutel voor het gebrek aan slagkracht en organisatie in ons leger lag [de bewapening voor het argument even gediscrimineerd] vooral bij het kader, en in veel mindere mate bij de minderen. Dat is meerdere malen op het slagveld bewezen in mei 1940. Daar waar goede leiding werd gegeven werd regelmatig excellent opgetreden, en werden successen geboekt tegen prima geoefende en vaak numeriek overwichtige tegenstander.

Naast al deze argumenten waren er nog twee voorname politieke argumenten.

Nederland had na de Franse revolutie de kolonieën zomaar van de Britten teruggekregen. Een waarlijk vriendelijke geste van onze geboren tegenstrevers. Als Nederland zich direct had overgegeven aan Duitsland, en dus regeringscapitulatie had gepleegd, hadden de Britten vrijwel zeker de Koloniën weer bezet. Een verre van wenselijke gedachte, zeker na de Boerenoorlog. Daarnaast had Nederland een rol in (het later in 1941 geformaliseerde) ABDA commando in de oost. Wij werkten nauw samen met de Amerikanen, Britten en Australiërs om de Japanse dreiging te managen. Nederland wilde in dat samenwerkingsverband een prominente rol blijven spelen. Dat zou kansloos zijn geworden indien onze regering in Nederland zou hebben gecapituleerd, maar zelfs een [onmiddellijke] zuiver militaire capitulatie had de Nederlandse positie in de Geallieerde samenwerking in de Oost bezoedeld. We zouden [nog meer dan we uiteindelijk al waren] een pion zijn geworden in een bij voorbaat verloren spel om onze o zo kostbare kolonieën.

Op uw vraag of het zinvol was de strijd aan te gaan zeg ik dus volmondig "ja". Zoals onze voorzitter wel eens (m.i. heel terecht) heeft gesteld: "het Duitse Rijk moest steen voor steen worden afgebroken, en wij hebben ons steentje bijgedragen." En om het wederom in omgekeerde trant te beantwoorden: stel dat alle landen het Deens model hadden gekozen, dan was Hitlers leger ongeschonden de Slag om Engeland ingegaan. Nu deed hij dat bijvoorbeeld 1,500 vliegtuigen lichter. De helft van de Luftwaffe, waarvan in de zomer 1940, nog 400 vliegtuigen door ons toedoen waren uitgeschakeld. Daarbij, het Deense model was logisch. De Denen hadden 15,000 man onder de wapenen, en de Duitsers zaten twee uur na de inval bij de Koning op de thee. Dat model wordt te vaak misbruikt om Nederland op te projecteren. Niet erg zinvol vind ik, en vooral, onvergelijkbaar.
» Deze reactie is geplaatst op 19 februari 2007 14:43
Totaal berichten: 4
Geachte heer Goossens,

Ik kom niet zo vaak op uw site en weet derhalve ook niet of ik zonder kennis van zaken zoals u overduidelijk bezit mag meediscusieren. Zo niet vast mijn welgemeende excuses.
Echter (overdreven) kritisch door uw betogen gaande vallen mij twee zaken bijzonder op, te weten:
In uw originele betoog stelt u dat Scharroo vijf dagen lang op bekwame wijze de stijd in Rotterdam heeft geleid. Echter in uw bijdrage van 19/02/2007 stelt u dat hij van 11 - 14 mei ('s morgens) geen opvallende rol heeft gespeeld. Nu komt het mij evident voor dat een (weliswaar positieve) opvallende rol juist vereist is voor een bekwaam de stijd leiden.
Verder vindt ik de redenering dat een onderscheiding op zijn plaats is omdat zoveel anderen ondermaats of zelfs slecht presteren een wel heel zwakke argumentatie. In mijn leken-optiek dient een onderscheiding te worden gegeven aan iemand die uitmuntend presteert, ongeacht en onafhankelijkvan de prestaties van anderen.
Uit uw betogen komt bij mij het beeld naar voren van iemand die wordt geleid door deels de omstandigheden (wat u verwoord met "formaliseert") en naderzijds iemand die (ja, zonder de juiste informatie) orders geeft die niet of in ieder geval niet zonder de noodzakelijke coordinatie zijn uit te voeren.
Voor alle zekerheid: Ik heb geen eigen oordeel over de kolonel Scharroo, maar uit hetgeen ik nu van u lees krijg ik eigenlijk meer de indruk dat hij een triest slachtoffers is van tijd en omstandigheden. Zo u dat wenselijk acht voor eventuele verdere discussie wil ik graag wat meer te weten komen over Scharroo en Rotterdam als u mij daartoe aanwijzingen zou willen geven.
» Deze reactie is geplaatst op 19 februari 2007 18:45
Totaal berichten: 19
Dank opnieuw voor uw uiteenzetting, al bestaat de tweede helft uit een reactie op iets dat ik niet heb gesteld of gevraagd:

"Ik denk hierbij niet aan de geleverde prestaties maar uitsluitend aan de verantwoordelijkheid jegens de mensen die onder de wapenen waren."

Uitsluitend, dus. Ik schaar mij geheel achter die mooie "steen voor steen" vergelijking.

Met andere woorden: hoe kan een regering van een militair verlangen dat hij zijn leven in de waagschaal stelt wanneer die regering niet de middelen verschaft die bij die taak horen...
» Deze reactie is geplaatst op 19 februari 2007 19:26
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Ik volg uw redenatie wel heer Coenen, zeker als u deze baseert op mijn laatste bijdrage. Ik denk dat het inderdaad ook zaak is veel te weten van deze kwestie om er een gewogen oordeel over te kunnen vellen.

In een eerdere bijdrage heb ik getracht aan te geven hoe men "bekwaam leiderschap" zou kunnen typeren. Dit is namelijk niet te vatten onder een simpele definitie. Omstandigheden spelen een rol, iemands eigen kennis en kunde alsmede zijn geoefendheid en rol. Zo gaf ik aan dat een infanterie officier bijvoorbeeld opgeleid en geoefend werd [zij het in die tijd ondermaats] in bijvoorbeeld de kunst van gecombineerde wapenen [samenwerking meerder wapenen, zoals bijvoorbeeld infanterie/artillerie]; een genie officier als Scharroo nauwelijks. Daarnaast wordt een soldaat anders beoordeeld door een kapittel dan een officier, en een subalterne officier weer anders dan bijvoorbeeld een hoofdofficier zoals Scharroo.

Hoewel u stelt dat een onderscheiding zou moeten worden gegeven voor een excellente prestatie gaat dit maar ten dele op. Ik volg uw redenatie wederom, maar stel vast dat als een kapittel besluit dat een bepaalde mate van prestatie voldoende is voor een onderscheiding dit een bepaalde maat zet, een norm stelt. Uiteraard maken kapittels ook denk- en weegfouten, en ken ik enige voorbeelden van gedecoreerde militairen die wellicht overdadig zijn beloond. Desalniettemin wordt een norm gezet als bepaalde bevelhebbers een onderscheiding ontvangen voor hun beleid, terwijl anderen die minstens zo goed presteerden dit niet kregen. Daarbij speelt dan ook nog eens de kwestie, zeker voor officieren, dat men van onbesproken gedrag diende te zijn. En "onbesproken" werd zeer eng uitgelegd!

Eerder kwalificeerde ik de prestatie van Scharroo als bekwame leiding gedurende de vijf dagen dat deze man (feitelijk) hoofdverantwoordelijke was voor het zuidfront bij Rotterdam. Rotterdam - een cruciale locatie voor de Nederlandse verdediging, crucialer zelfs nog dan de Grebbeberg, omdat de Grebbelinie nog een half voorbereidde linie achter zich had in het Oostfront Vesting Holland. De Duitsers over de Maas geraakt zijnde vonden een open Vesting waar alleen provisorisch een soort linie rondom Den Haag en Leiden werd geconstrueerd toen de frontlijn bij Rotterdam onder grote spanning stond.

Scharroo heeft op 10 mei zeer wijze besluiten genomen [en evident - het geldt voor iedere hogere bevelhebber - speelt de kwaliteit van de lagere bevelhebbers een rol in de slagingskans]. Op 11 mei heeft hij zijn verdediging verder ontwikkeld. Tussen 11 en 14 mei kon Scharroo weinig anders dan reactief omgaan met de situatie. Anders gezegd, hij had niet de middelen een grootscheeps offensief tegen de Duitsers te ontwikkelen. Hij nam echter ook geen slechte beslissingen, of maakte geen opzichtige fouten, zoals elders anderen wel deden. Met de middelen die hem ter beschikking stonden bleek hij een kundig officier en leider.

Scharroo was daarbij totaal niet voorzien van een staf. Als u nagaat dat een staf van een divisie uit circa 150 man bestond, en wetende dat Scharroo niet meer dan een handvol mensen [twee officieren om precies te zijn, een kapitein-adjudant en een luitenant; hierbij werd kapitein Backer later toegevoegd] om zich heen had, die bovendien de diverse stafsecties totaal niet konden bemannen [qua aantal, kennis en kunde], dan geef ik u graag een beknopt beeld van de chaos die dan ontstaat op een divisiestaf.

Vergeet u niet dat de coordinatie van een legermacht een enorme organisatie is. Alle mutaties dienen te worden verwerkt en geplot, er dient te worden gescheiden tussen waarheid en fictie, er dient zorg te zijn voor uitgaande en inkomende bevelen, coordinatie plaats te vinden, logistiek te worden verzorgd, enzovoort enzovoort. Een stafkwartier van een divisie - en dat was de sterkte waar Scharroo over ging - is een mierenhoop tijdens de strijd. Zeker een strijd waar het initiatief vooral bij de tegenstander ligt, en waar het overzicht nauwelijks aanwezig is. Scharroo en zijn mensen waren hierin niet getraind, en waren zwaar onderbezet. Daarnaast werd de Vijfde Colonne paniek een belangrijke aandachttrekker, ook in Rotterdam. Bovendien was Scharroo wegens de Staat van Beleg tevens feitelijk burgemeester van Rotterdam. Burgemeester Oud viel onder zijn gezag, en ook dat vergde (veel) tijd. Zeker de moreel zware beslissingen over burgerwelzijn in een stad onder beleg. Men kan zich vermoedelijk - als men de materie niet echt tot zich neemt - geen voorstelling maken van de veelheid aan verantwoordelijkheid die mannen als Scharroo ten deel viel. Een stad van 700,000 inwoners en een legermacht van ruim 10,000 man verspreid over het hele gebied rondom het noorden, westen en oosten van Rotterdam. Bovendien - en dat was hij zich zeer bewust - een cruciaal front.

Als klap op de vuurpijl kreeg Scharroo te maken met de complexe situatie van een tegenstander die hem op 14 mei met iets confronteerde waar hij al helemaal niet in onderricht was. Het fenomeen van een vaag ultimatum, dat die naam eigenlijk niet eens mocht dragen, en wat tekstueel met vernietiging van de gehele stad dreigde. De rechterhand van Scharroo, kapitein Backer, fungeerde in deze als liaisson. Tussen de coordinatie van de gevechten door, hing het spreekwoordelijke zwaard van Damocles boven de stad, en diende Scharroo militaire, civiele en morele overwegingen te maken. Me dunkt. Een taak die niemand van ons stuurlui licht zou zijn gevallen. De man droeg die taak met verantwoordelijkheid en waardigheid, en nadat ook hij door de misdadigheid van Kesselring en Göring was getroffen middels het bombardement, de loden last van (functionele) hoofdverantwoordelijkheid voor dat inferno aan onze zijde. Dan vraag ik de legitieme vraag aan u, heer Coenen, en anderen die vragen hebben bij de mate waarin Scharroo presteerde: vindt u oprecht dat deze officier slechts zijn werk heeft gedaan zoals ieder ander dat had gedaan in die dagen, of heeft deze officier in feite bijzonder koelbloedig en evenwichtig zijn leiderschap gedragen? Voor mij is dat geen vraag meer.

Ik begrijp heel goed dat om dit soort kwesties goed te kunnen wegen heel veel kennis van de gebeurtenissen noodzakelijk is. Zaken goed in perspectief te zetten en vooral een contemporain oog te houden. En wellicht ben ook ik nog onvoldoende van de kleine details op de hoogte. Ik weet wel dat met de kennis en informatie voorhanden, en zeker afgezet tegen menig andere militair die veel lichtvaardiger een decoratie ontving, het een gospe is dat Scharroo nog niet de minste erkenning heeft ontvangen voor zijn prestatie. Dat terwijl zijn tegenstander zelfs alle lof had voor zijn prestatie en houding. En die lof ging verder dan reguliere hoffelijkheid. Scharroo ontving oprecht aanzien van de Duitsers.

Vergeef mij overigens enige bevlogenheid bij de "verdediging" van Scharroo. Dat doet soms wellicht de indruk ontstaan alsof ik hem aangevallen waan door kritische bezoekers. Ik probeer echter mijn persoonlijke verontwaardiging om te zetten in een vurige pleidooi zonder dat ik daarbij de waarheid geweld wil aandoen. Voor zover dat binnen mijn macht en kennis ligt uiteraard.
» Deze reactie is geplaatst op 19 februari 2007 19:31
Totaal berichten: 4
In reactie op uw betoog van 19/02/2007 19:31 uur wil ik nogmaals aangeven dat ik kolonel Scharroo juist niet be- of veroordeel. Zeker gezien hetgeen u aan het eind schildert zou ik zeer beslist niet in zijn schoenen willen staan. Ik weet er gewoonweg niet meer vanaf dan hetgeen u schrijft. Wat ik heb willen aangeven is dat ik vind dat u, zeer gepassioneerd, de man een onderscheiding wil geven. Uw gedrevenheid en kennis van zaken maakt dat die poging naar alle waarschijnlijkheid terecht zal zijn. Echter ben ik van mening dat u dat niet met negatieve argumenten (alle anderen hebben hem wel gekregen of er zijn officieren die overdadig zijn beloond)zou moeten doen. Als iedereen een onderscheiding krijgt heeft deze geen waarde! En/of zoals de Engelsen stellen "two wrongs dont make one right".
Ik denk dat u dit met positieve argumenten zou moeten doen, zoals in de op twee na laatste alinea, waar u verhaalt over de schier onmogelijke beslissing die hij te nemen heeft en daar het morele aspect laat zegevieren. Dat is mijns inziens een voorbeeld van moedig gedrag en van een beleid dat boven puur militair leiderschap uitgaat (in ieder geval gelukkig in Nederland!!). Het misdadig handelen van de duitse luchtmacht maakt het dan wel uitermate wrang, maar zijn besluit niet minder dapper.
Zou u mij nog willen laten weten waar iets meer te vinden is over deze man?
» Deze reactie is geplaatst op 19 februari 2007 21:15
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Mijn insteek is beslist niet om Scharroo zijn daden middels zwakheid elders toen doen uitlichten, maar om - met de eerder onder woorden gebrachte maatstaf voor onderscheidingen voor anderen - mijn betoog kracht bij te zetten dat het des te uitzonderlijker is DAT Scharroo niet is gedecoreerd. U ziet in mijn besprekingen hier denk ik terug dat ik zijn prestaties ruimschoots bespreek.

Ik kan u slechts verwijzen naar het Rijksarchief of het Nederlands Instituut Militaire Historie te Den Haag als u werkelijk op zoek bent naar de details terzake Scharroo. In het Stafwerkdeel Rotterdam wordt hij beperkt beschouwd, en ook in het meest recente werk over Rotterdam [vd Pauw] wordt geen nieuws gebracht. Scharroo figureerde in alle werken tegen de achtergrond van de strijd en het bombardement. Helaas, maar geen toeval denk ik.

Over zijn civiele prestaties bij NOC/IOC is wel vrij veel op het internet te vinden. Maar ik neem aan dat u daar minder belangstelling voor hebt.
» Deze reactie is geplaatst op 19 februari 2007 21:57
Totaal berichten: 19
Heer Goossens, zou u kunnen aangeven waaruit deze lof van Duitse zijde bestond, en door wie die werd geuit? Ik ben daar wel benieuwd naar.

Ook raak ik benieuwd naar zijn wedervaren na de capitulatie. Ik naam aan dat hij op zeker moment in krijgsgevangenschap is afgevoerd? Een interessante figuur, Scharroo. Wanneer zijn handel & wandel in de meidagen wat meer in detail te reconstreren is zou een biografie wel eens de moeite waard kunnen zijn.

Op een wat curieuze plaats op het www kwam ik nog een foto tegen van Scharroo in zijn jonge jaren:
http://www.old-picture.com/american-history-1900-1930s/Scharroo-Capt-PW.htm
» Deze reactie is geplaatst op 19 februari 2007 22:02
Totaal berichten: 3
Allert,

Hear, hear!
» Deze reactie is geplaatst op 20 februari 2007 08:32
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Het grootste compliment dat Scharroo eigenlijk ten deel viel kwam expliciet. Tot drie maal toe werd Oberstleutnant v Coltitz [commandant van de Duitse troepen op het Noordereiland, en later bekend als "de redder van Parijs"] opgedragen het Noordereiland te ontruimen vanwege de Nederlandse tegenstand. Maar Scharroo zijn tegenstrever was van minstens hetzelfde kaliber, en besloot tot het laatst vol te houden. Uit Duitse verslagen is gebleken dat "tot het laatst" inderdaad bereikt werd op een aantal momenten maar dat de Duitsers steeds net door gebeurtenissen de reddende hand werd toegestoken. Desalniettemin was het feit dat Student zijn lokale commandant driemaal opdracht gaf te hergroeperen ten zuiden van het Noordereiland een indicatie dat de Nederlandse weerstand hem te gortig werd. Een mooi compliment aan de verdedigers aan Nederlandse zijde, en hun commandant Scharroo. Overigens is het antwoord dat Von Coltitz de derde keer aan Student geeft typerend voor de realiteitszin bij de Duitser, maar ook munitie tegen diegene aan Nederlandse zijde die roept [niet op dit forum] dat we die bruggen gewoon hadden moeten hernemen. Hij zei: "Ich kann dem Befehl nicht gehorschen, es steht zu viel auf dem Spiel. Fliegt die Brücke in die Luft, dann muss ein neuer Flussübergang organisiert und der Durchbruch unter unendlichen Opfern erkämpft werden." En zo was het!

De Duitse complimenten kwamen van Von Coltitz, Student en Schmidt. Vooral de eerste twee hadden recht van spreken omdat zij vijf dagen lang de tegenstander waren geweest. Student had veel respect voor de Nederlandse weerstand in Rotterdam en sprak dat ter meerdere gelegenheid uit. Ik zal dit binnenkort eens opzoeken, want een en ander wordt ook nog in de memoires van Gorzel [Student kronieker] beschreven. Maar die liggen bij mij thans met veel aantekeningen door elkaar, en moet ik eerst verder ordenen. Ik beloof dat ik erop terugkom.

Over Scharroo zijn persoonlijke wederwaardigheden na 15 mei is mij weinig bekend.
» Deze reactie is geplaatst op 20 februari 2007 09:15
(redactie)
Totaal berichten: 2.200
Veel aardige, persoonlijke informatie over Scharroo is te vinden bij Aad Wagenaar ( Rotterdam, mei 1940, blz. 50 t/m 54 ).

Ook in dit boek vertelt kapitein Duhoux ( adjudant van Scharroo ) dat Scharroo al voor de oorlog uitbrak geregeld bij het Algemeen Hoofdkwartier in Den Haag kwam waarschuwen dat Rotterdam heel spoedig in het centrum der gebeurtenissen zou komen te liggen en dat hij daarom betere, geoefende troepen nodig had voor zijn garnizoen. Daarmee had hij weinig succes, men vond daar juist dat de stad zo ongeveer de veiligste plek van Nederland was. Uiteindelijk werd hem de laatste keer ( enkele dagen voor de 10e mei ) dat hij in Den Haag opdook door de commandant van de vesting Holland ( luitenant - generaal Van Andel ) dan toch nog verteld dat hij, mocht Rotterdam bij de strijd betrokken raken, waarschijnlijk zou kunnen beschikken over I - 10 RA ( een moderne afdeling 10 veld, gelegerd in Hillegersberg ).

Duhoux was trouwens de ( 34 jarige ) officier die in de vroege morgen van de 10e mei de eerste maatregelen ter vorming van een Maasfront nam tot het moment dat Scharroo op de Veemarkt ( waar het Rotterdamse commando was gelegerd ) was gearriveerd.
» Deze reactie is geplaatst op 21 februari 2007 10:01
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Om Hajo zijn zinvolle aanvulling nog enigszins te completeren: de eerste bevelen tot tegenactie werden gegeven door (inderdaad) kapitein Duhoux (die als eerste op het kantonnementskantoor was), kapitein Dijxhoorn (familie van ...) van het Vaartuigendepot Rotterdam en kapitein Gaillard [EVD].

De staf van Scharroo zag er als volgt uit:

Kapitein-adj Duhoux
1e lt der Genie de Ridder
2e lt Mr. Schoolland

Aangevuld met [ad hoc]:

Kapitein der Genie Backer
Kapitein der Genie vd Sluijs [uitgeschakeld door verwonding 10 mei]
Kapitein der Genie van Mill

Aangevuld vanuit de Generale Staf op 12 mei:

Lt-Kol der Generale Staf Wilson [werd chef-staf ipv Backer]
Kapt der Generale Staf Paters [liaison officier]
Ritm van het KNIL Buiskool [toegevoegd aan Wilson]

Bij deze staf waren een handvol onderofficieren en minderen toegevoegd. Een totaal van bij benadering 30 officieren en minderen. Daarnaast beschikte Scharroo niet over een eigen verbindingsgroep, maar werd wel de militaire centrale te Rotterdam onder hem gebracht. Die werd echter op eigen initiatief van de bemanning spoedig vernield ...

Ter vergelijking: een Veldleger divisiestaf bestond in de regel uit zo'n 120 officieren en minderen, met daarbij een divisie verbindingsafdeling van circa 170 man. Onder de 120 man viel wel een beveiligingsgroep van circa 30 man die men in feite niet moet meerekenen.

In een divisiestaf zaten tenminste 20 officieren, waaronder naast de commandant bijvoorbeeld 1 chef-staf, 3 stafofficieren op de sectie 1 [operaties], artillerie officier, gasofficier, verbindingsofficier, hoofd verbindingsdienst, ordonnansofficier, pionier- en genie officier, commandant staftroepen, officier administratie, etc. Daarnaast had een divisie een aantal aparte commando's zoals de DAC [Divisie Artillerie Commandant] die veel werk uit handen namen.

Uit deze vergelijking wordt helder dat Scharroo de circa 10,000 man - dus gelijk een divisie in het Veldleger - [direct en indirect vallend onder hem] binnen zijn gezagsgebied diende te leiden met een volstrekt ongeschikt apparaat aan staf en ondersteunende diensten.

Ter versterking van deze tragiek wordt voorts opgemerkt dat een Veldleger divisie normaliter opereerde in een sector met een frontbreedte van maximaal 10 km. Stelregel was 1 km per bataljon [zes bataljons per divisie], maar in de praktijk was dit meestal een kleinere dichtheid waardoor de frontbreedte toenam. Scharroo zijn gecommandeerde frontlengte langs de Maas en de stadgrenzen west/noord/oost bedroeg circa 35 km.
» Deze reactie is geplaatst op 21 februari 2007 13:49
Totaal berichten: 23
Over overste Scharroo is inderdaad op indernet veel te vinden. Hier nog niet genoemd werd zijn politieke loopbaan in een paar splinterpartijen met rechtse signatuur in de jaren twintig. In 1930 won Scharroo een prijsvraag uitgeschreven door de afdeling Krijgswetenschap met als vraagstelling hoe de dienstplicht het best gebruikt kon worden ter versterking van de 'volksopvoeding' en 'de volkskracht'. Uit een samenvatting van het betoog van Scharroo viel me vooral op de nadruk op de rol van de officier als opvoeder. Ik weet niets van officiersopleidingen, maar deze invulling lijkt me vervuld van het gemeenschapsdenken, een pijler van de tijdgeest van het interbellum. Ook in universitaire en literaire kringen. Deze opvatting van Scharroo lijkt op die van de kapitein J. Breunese en zijn passie voor sport en gemeenschapszin, waaruit de Vierdaagse van Nijmegen is voortgekomen. Breunese's gemeenschapszin leidde ook tot de oprichting van de Opbouwdienst, later de Nederlandse Arbeidsdienst.
Voor zover ik zie ontmoette Scharroo de ingenieur Mussert op een bijeenkomst van het Stichtse Waterschap op 2 oktober 1931. Het onderwerp was de problematische waterhuishouding in de Gelderse Vallei. Dat Scharroo "bij de oprichting van de NSB betrokken" zou zijn is in deze woorden ook elders op internet te vinden, maar zonder bewijsplaats of toelichting. De heer Brongers, die hier met dit bericht kwam, had hier wat duidelijker moeten zijn, want zulke suggesties gaan snel een onweerspreekbaar eigen leven leiden.
» Deze reactie is geplaatst op 30 april 2007 00:36
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Tja, er waren veel officieren die zich aangetrokken voelden tot de meer nationalistische partijen die in de loop van de dertiger jaren opkwamen. Overigens was daarbij Mussolini wellicht een groter voorbeeld als het iets latere Duitse nationaal-socialistische model. Bij die meer nationalistische inslag paste in Nederland lange tijd het fenomeen fascisme nog helemaal niet, ook niet bij Mussert. Het was inderdaad [zoals u zegt] typerend voor de politieke ontwikkelingen gedurende het interbellum, die op zich al een buitengewoon boeiende geschiedenis vormen.

De partij waar u op duidde was de Staatspartij voor de Volkswelvaart, die bestond tussen 1921 en 1924. Scharroo was kandidaat tweede kamer. De partij stond voor behoud van waarden en streefde naar beperking van staatsbemoeienis en ontplooiing van het particulier initiatief met extra nadruk op tucht en moraal. Dat staat voor conservatief liberaal. In feite was de eerste ambitie van de vroege NSB enigszins overlappend, hoewel de NSB in feite wel spoedig fascistische ambities nastreefde, waarbij het streven naar een sterke nationalistische staat alles behalve liberaal genoemd mag worden. Echter oude normen en waarden bewaren en tucht en moraal pasten wel duidelijk in de NSB ambities.

Van en over Scharroo is me nog veel onduidelijk. Zo heb ik ook ergens gelezen dat zijn zoon - reserve 1e luitenant - tijdens de oorlog door het verzet zou zijn geliquideerd. Voorts dat zijn vrouw met een Duitser een affaire zou hebben gehad. Ik heb deze "weetjes" nog niet kunnen staven, wat het weer lastig maakt deze gebeurtenissen te kwalificeren. Toch kunnen deze zaken - mochten ze waar zijn - zeker hebben meegespeeld bij de bepaling of de man gedecoreerd mocht worden. Een kwestie die immers vooral na de oorlog werd bepaald, en waarbij de oorlogsjaren dus meegewogen werden. Zeker als het aankomt op het blazoen van de kandidaat decorandus.
» Deze reactie is geplaatst op 30 april 2007 11:36
Totaal berichten: 23
Beste Goossens,
Mij intrigeert het ontbreken van een onderscheiding voor Scharroo ook. Op de achtergond schemert een hiërarchische kwestie met brede vertakkingen. Ik geef een paar ideeën. Scharroo was als kantonnementscommandant Rotterdam niet erg hooggeplaatst. Als ik de geschiedenis goed begrepen heb kreeg hij op 10 mei een verantwoordelijkheid die zijn rang ver te boven ging. Een overste die ad hoc de functie van een legercommandant kreeg, kwam daardoor nog niet automatisch in aanmerking voor een onderscheiding die boven de rang uitging. Werd men niet eerder naar rang gedecoreerd, dan naar functioneren? Scharroo had belangrijke contacten in het bedrijfsleven en in bestuurlijke organen, veel meer dan velen van zijn collega's. Ik kan me voorstellen dat hij daarom een outsider in het officierscorps was. Maar zoals je terecht opmerkt was hij niet de enige die het militaire systeem ook voor andere doelen dan defensie wilde gebruiken: sport, volksopvoeding, karaktervorming en andere desiderata die wij doorgaans bij maatschappelijke organisaties en politieke partijen aantreffen. Zagen de uitreikers van onderscheidingen dat in 1946 anders? Had het Nederlands leger toen een geheel andere mentaliteit??
» Deze reactie is geplaatst op 1 mei 2007 00:37
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Ik kan niet helemaal volgen wat u met diverse (deel)vragen bedoelt. Ik zal trachten te antwoorden naar wat ik uit uw vraagstelling begrijp.

Scharroo was niet hooggeplaatst als kantonnementscommandant zegt u. Ik denk dat dit wellicht een onderschatting is. Kolonel was een relatief hogere functie in 1940 dan in het huidige leger. Door ontbreken van bijvoorbeeld de brigade-generaal rang en een smalle legertop, was een kolonel een rang die men vandaag de dag het beste met brigade-generaal zou kunnen vergelijken. Zeker als men nagaat dat een divisie - die inmiddels niet meer bestaat - naoorlogs door een generaal-majoor [twee sterren generaal] geleid werd, en in WOII [toen een getalsmatig kleiner verband] door een kolonel. De rang van Scharroo was dus hoog. Daarnaast bestond zijn kantonnement uit zo'n 6,000 troepen die in geval van oorlog onder zijn commando zouden vallen. Daarmee had hij een van de grootste kantonnementen onder zijn bevel.

De verantwoordelijkheid die hij op 10 mei kreeg ging niet zo zeer rangmatig boven zijn niveau maar wel functiematig. Scharroo stamde van het dienstvak genie, in de regel geen wapenvak maar een ondersteunende legerdienst. Zijn militaire opleiding en loopbaan waren dus vooral technisch en minder militair gevormd. Tactisch zal hij beslist onvoldoende geschoold zijn geweest in het leiden van strijdende verbanden. Het ligt en lag in de reden dergelijke functies - van een groter strijdend verband - bij officieren van wapens als infanterie, cavalerie of artillerie neer te leggen.

Ik zie geen direct verband tussen onderscheidingen en rangen, hoewel in de regel officieren wel sneller hogere onderscheidingen ontvingen. Er zijn relatief veel officieren op bataljonsniveau onderscheiden voor excellent optreden, maar daarbij dient opgemerkt dat zij hun verbanden vaak zelf bijzonder goed hebben geleid en dus ook zelf onderscheidelijk optraden. Het is niet zozeer een kwestie van een prestatie van een verband dat afstraalde op hun chef, maar vaak juist het effect van de chef op het verband. Een fenomeen als een onderscheiding die boven een rang uitging - met uitzondering van de MWO3 - ken ik niet. In andere landen zoals Engeland waren wel speciaal voor officieren te verdienen medailles, maar in Nederland was dit voor dapperheidsonderscheidingen niet aan de orde.

Ik denk dat u niet geheel juist concludeert dat Scharroo opvallend veel civiele contacten en functies had. Hogere officieren hadden vooroorlogs veel meer notabele functies dan naoorlogs. Veel officieren toonden zich ook politiek betrokken, wat begin jaren dertig overigens bij wet verboden werd. Het leger was veel meer deel van het establishment dan het nu is. Ik denk ook niet dat Scharroo in dat opzicht een buitenbeentje was, hoewel hij wel een zeer hoge functie bekleedde bij het NOC.

De kapittels hebben op bijzondere wijze geopereerd naoorlogs. Een aantal onderscheidingen zal al tijdens de oorlog zijn toegekend; zeker geldt dit voor die welke in Engeland werden uitgereikt aan geëvacueerde militairen. Maar algemeen kan men stellen dat de wat starre en conservatieve legermores van voor de oorlog overleefde in de sfeer waarbinnen de kapittels de dapperheidsonderscheidingen toewezen. En dat gold voor zowel de kapittels als de officieren die voordrachten verzorgden [want een militair moest vooreerst door zijn superieur worden voorgedragen; gebeurde dat niet dan kwam men niet in aanmerking. Onderdelen waarvan het kader was omgekomen - en dat waren er best veel - waren dus bij voorbaat in het nadeel].

Er waren vier dapperheidsonderscheidingen waar iedere militair voor in aanmerking kon komen. Van laag naar hoog: het kruis van verdienste/vliegerkruis, bronzen kruis, bronzen leeuw en militaire willemsorder 4e klasse. De MWO3 was uitzonderlijk hoog en is bij mijn beste weten tijdens WOII alleen aan Karel Doorman en Wilhelmina toegekend.

Als men de individuele gevallen bekijkt dan kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat hier en daar te snel een hoge onderscheiding is uitgereikt, met een zekere voorkeur voor de successen van eenheden c.q. de romantiek van de locatie/gebeurtenis, en anderzijds dat opvallend veel mensen zijn overgeslagen voor zelfs de laagste onderscheiding [kruis van verdienste]. Dat afgezet tegen de lintjesregen die de LVA te beurt viel [zo kreeg vrijwel iedere gesneuvelde vlieger tenminste een vliegerkruis], dan lijkt de landmacht schril af te steken tegen hun vliegende strijdmakkers. De LVA werd immers geroemd en bewonderd om haar heroiek, en maar deels terecht. Maar dit lijkt toch sterk met een soort oorlogsromantiek te zijn omkleed, terwijl de zure nasmaak van een desastreus verlopen landstrijd evident omgekeerd negatief uitpakte voor veel militairen die zich behoorlijk hadden onderscheiden. De Duitsers bijvoorbeeld waren een stuk scheutiger met ijzeren kruizen, hun laagste onderscheiding. Hier erkende men veel sneller de prestaties van militairen onder vuur.

Maar ook in dit aspect zal gebrek aan ervaring met een eerdere oorlog in de laatste eeuw hebben meegespeeld. In het verleden werden veel frequenter militairen onderscheiden, maar WOII was een weinig "beloonde" strijd voor onze landmacht. Onterecht naar mijn mening, te meer daar een aantal zeer hoge onderscheidingen [34 x MWO4 in totaal, plus 1 voor de gehele LVA] naar mijn mening te makkelijk is gegeven. Het is uitzonderlijk dat een land dat enerzijds maar een fractie van haar militairen onderscheidt, tegelijkertijd de hoogste medaille [MWO] zomaar 34 keer uitdeelt [zeker afgezet tegen dergelijke hoge onderscheidingen in het buitenland die bij hoge uitzondering en vrijwel altijd postuum werden en worden toegekend]. Daarin is m.i. een merkwaardige tegenstelling te ontdekken. Immers, door enerzijds niet bepaald scheutig te zijn met "normale" dapperheidsonderscheidingen en anderzijds relatief grootmoedig de hoogste dapperheidsonderscheiding uit te reiken - die vooral bij enkele onderdelen vielen - zegt een kapittel impliciet "de rest heeft maximaal gewoon aan de plicht voldaan". Als men dan kijkt naar de locaties waar de MWO's vielen, dan zijn Rotterdam, Dordrecht, Rhenen en Den Haag ongeveer alle locaties waar het betrekking op heeft. Slechts een enkele viel aan de Maaslinie. Beziet men echter de prestaties van vele soldaten aan bijvoorbeeld de Maaslinie, de IJssellinie en de Peel-Raamstelling en vergelijkt men die met gedecoreerden in het westen of de Grebbeberg, dan kan de conclusie heel snel worden getrokken dat bij de beoordeling de heroiek van het gevecht - of de mate waarin de veldslag tot de verbeelding sprak - behoorlijk zwaar in het voordeel heeft mee gewogen van de gedecoreerden. Anders gezegd, de militair die op een [populair gezegd] minder sexy locatie eenzelfde buitengewone inzet pleegde lijkt nadrukkelijk gediscrimineerd.

Ik begeef mij op glad ijs door een voorbeeld te noemen. Migchelbrink werd met de MWO4 onderscheiden voor welgeteld een uur strijd. Een relatief kort gevecht waarin hij zich onderscheidde door vastberadenheid. Maar deze soldaat werd wel symbool van de strijd in de voorhoede van de Grebbeberg. Hier lijkt de man extra te worden beloond voor het feit dat om hem heen - naar veler mening op dat moment - anderen het er juist behoorlijk bij lieten zitten. Echter zijn prestatie kan men nauwelijks zo uitzonderlijk noemen dat hij voor het korte gevecht waar hij aan deel nam direct de hoogste onderscheiding diende te krijgen; zelfs niet omdat hij jammerlijk sneuvelde, wat immers 419 van zijn collegae ter plekker ook deden. Veel militairen in hun "menschenfallen" [kazematjes] aan de IJssel en Maas vochten minstens zo heroisch, vaak ook met dood of zware verwonding tot gevolg, en vaak met veel aansprekender resultaten dan de groep van Migchelbrink. Maar de strijd bij een gehucht aan de Maas - in de periferie van de grote strijd om Vesting Holland - viel al snel in het niet bij de veldslagen die tot de verbeelding spraken. Geen mens die het over de strijd aan de Maas had; nee de Residentie, Rotterdam en de Grebbeberg waren "de" slagvelden van mei 1940 ...

Ter nuancering dient natuurlijk altijd mee te wegen dat het toekennen van onderscheiding in de aard al een subjectieve kwestie is. Waar en hoe worden criteria gesteld? Maar bovendien, welke directe invloeden gelden? Dat begint bij de bevelvoerder ter plaatse. Een moedige en formalistische officier zal lang dunken dat een bijzonder moedig vechtende militair gewoon zijn taak vervult, terwijl de wat bangige en minder conservatieve reserve officier vermoedelijk sneller onder de indruk raakt van de militair die hem qua moed en inzet lijkt te overtreffen. Daarna volgt een kapittel. Een voordragend officier die als goed en betrouwbaar te boek staat zal zijn voordracht eerder gehonoreerd zien, dan de officier die net nauwelijks door een kritische naoorlogse schifting is gekomen qua prestatie in de meidagen. Kortom, de voordrager kan zelf zorg dragen voor een dubbel inflatoir of deflatoir effect op de voordracht. Zo menselijk is het systeem dan ook weer.

En dan was er natuurlijk nog het correcte personeelsdossier. Men moest van volkomen, maar dan ook volkomen, onbesproken gedrag zijn wilde men in aanmerking komen voor een onderscheiding. Dat betekende dat men zowel militair, politiek als maatschappelijk getoetst werd. En ook hier geldt dat velen de toets der kritiek niet konden doorstaan ...
» Deze reactie is geplaatst op 1 mei 2007 01:43
Totaal berichten: 23
Dank voor uw uitvoerig antwoord heer Goossens. Bijzonder interessant. Wat Scharroo betreft viel het me in online-krantenarchieven op dat hij regelmatig bij niet-militaire bijeenkomsten, begrafenissen e.d. wordt genoemd. Mogelijk was hij daar dan als lid van het NOC, maar die vermelding trof ik dan niet aan. Ik las ook nog dat hij in maart 1940 in Rotterdam een lezing over onze defensie hield, voor een volksuniversiteit. Hij verklaarde de defensie als uitstekend op haar taak berekend, wat ik opmerkelijk vind. Als ik u goed begrijp kan het niet-onderscheiden van Scharroo gezocht worden op twee niveaus: zijn wijze van bevelvoeren in 1940 en zijn politieke antecedenten, de NSB dus?
» Deze reactie is geplaatst op 2 mei 2007 12:33
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Het mag wellicht tegenstrijdig klinken, maar onze "technische militairen" waren bijzonder goed opgeleide techneuten, en niet zelden autoriteiten op hun vakgebied. Dat geldt bijvoorbeeld zeker voor de authentieke genisten.

Ook in de oudheid was de civiele techniek nauw verbonden met het militaire vak, denkt u maar aan Menno van Coehoorn en onze Stedendwinger Frederik-Hendrik. Oorlogvoeren en civiele techniek gingen hand in hand. Gedurende het interbellum zien we veel technische militairen ook participeren in vele civiele processen, zoals uitwisseling van informatie met scholen en universiteiten alsmede andere wetenschappelijke instellingen. Daarnaast was Scharroo sportief een veel gezien persoon, zoals uit zijn waslijst aan civiele orden wel blijkt. Zo was overste Mussert ook een hoog aangeschreven genist, overigens net als zijn broer Anton, die afgekeurd werd voor de officiersopleiding [lang voordat de NSB in beeld kwam].

Tja, ik denk dat het evident zo is dat in maart 1940 een militair praatje doorspekt was van propagandistische retoriek. Al midden jaren dertig maakte ons leger propagandafilms. Meestal zag met dan onze Lichte Brigade aan het werk, alsmede het neusje van de zalm van de afdeling Ponten en Veeren. De beelden tonen altijd de schaarse stukken 10-veld, en een peloton M.36 pantserwagens. Alsof ons leger louter uit dergelijke eenheden bestond. Internationale waarnemers werden uitgenodigd dergelijke manoeuvres bij te wonen als een show van vermogen van onze krijgsmacht. Uiteraard stonk niemand daarin, maar het was beslist niet zo dat de top van ons leger onze kracht schromelijk overschatte. Licht overschatte zeker, maar men onderschatte met name de (aanstaande) tegenstander vaak.

Het niet-onderscheiden van Scharroo acht ik vooral een kwestie van zijn personeelsdossier: in de jaren dertig werd hij gewaarschuwd voor zijn drankgebruik. Daarnaast denk ik inderdaad dat zijn politieke engagement een rol zal hebben gespeeld. Bovendien schijnt de man tamelijk non-conformistisch te zijn geweest in zijn algemene houding. Ik vind het echter moeilijk een vastomlijnd idee te vormen bij de motivering. Ik heb te weinig inzage in stukken om echt een beeld te vormen van de oorzaken voor zijn non-decoratie.
» Deze reactie is geplaatst op 2 mei 2007 15:53
Totaal berichten: 23
Nog even dat positieve beeld dat Scharroo van onze defensie gaf. Ik begrijp de promotie van het krachtig imago in de jaren dertig niet goed. Was de landmacht daarin anders dan de marine, die voor zover mij bekend helemaal niet tevreden was met de defensie-inspanningen? In maart 1940 moet Scharroo zeer goed op de hoogte geweest zijn van de onmacht van het Poolse leger tegen tankdivisies. Ik kan me niet voorstellen dat hij niet beseft heeft dat ook Nederland daartegen geen verweer zou hebben. Mogelijk wel aan de Grebbeberg, maar toch niet met de kazematten aan de Maas en in de Peel. Scharroo's geruststellend beeld op de rand van de ondergang herinnert aan Colijns raad aan de bevolking om maar rustig te gaan slapen, geen paniek. Aan het Poolse voorbeeld herinnerde burgemeester Oud hem zelfs nog toen het Duits ultimatum was binnengekomen: "Denkt u er wel aan wat Warschau is overkomen?" Ik weet niet wat Scharroo toen dacht, maar hij aarzelde om zelfstandig op te treden en sleepte Winkelman mee (of: kreeg hem aan zijn zijde) in de rampzalige beslissing om de formaliteiten m.b.t. het ultimatum de voorrang te geven. Toch een onderschatting van de tegenstander? Gebrek aan zin voor realiteit en actualiteit?
» Deze reactie is geplaatst op 2 mei 2007 17:46
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
De marine is een geheel andere kwestie. Tot aan de periode 1900-1910 hadden wij een (relatief) prima uitgeruste marine, waarin we zelfs in een periode eind negentiende eeuw de meest moderne pantserschepen en monitoren [zwaar bewapende schepen met laag profiel, voorloper van de kruiser] bezaten. Daarna raakten we snel achter. De hele HMS Dreadnought revolutie ging bijkant aan ons land voorbij, en vanaf dat moment verhield de sterkte van onze marine zich steeds verder omgekeerd evenredig met de grote van ons Rijk. In de jaren twintig was daarom het ambitieuze Nederlandse vlootplan wereldnieuws, hoewel er uiteindelijk niets van overbleef. Daarna volgde nog allerhande voorstellen om de marine met grote oppervlakte eenheden uit te rusten, lange tijd zonder enig succes. Gedurende het interbellum werden wel enkele kleine moderne oppervlakte eenheden aangeschaft, maar de grote bleven uit. Vlak voor WOII gaven we - nota bene aan Duitsland - opdracht voor ontwerp van drie slagkruisers. Dat zouden voor het eerst eenheden worden die respectabel van formaat en (gevechts)kracht zouden zijn. 10 Mei 1940 moesten we het doen met vier lichte kruisers, een handvol moderne jagers en enkele moderne onderzeeërs. Daar was geen camouflage tegen opgewassen ... Overigens zij ter nuancering opgemerkt dat in de strijd tegen Duitsland de marine natuurlijk niet van belang was - des te meer tegen de derde marine van de wereld, de Japanse.

De landmacht was totaal niet tevreden met de inspanningen van defensie. Maar bij een landmacht geldt nog steeds dat kwaliteit van manschappen of vernuft heel veel kan compenseren. Alleen al door te wijzen op de Finse prestatie in de oorlog tegen de Russen wordt dat bewezen. Beroemde strategen wijzen er ook op dat een moderne uitrusting en quantiteit niet per definitie de doorslag geven.

Natuurlijk was ook Scharroo zich in grote mate bewust van de zwakte van ons landleger. Ik betwijfel echter of Scharroo - en met hem veel hoge officieren - wel bekend waren met de kracht van de komende tegenstander. Ik denk het niet. Polen was wel een eye-opener in de zin van de massaliteit, snelheid en vernietigingskracht van de moderne oorlog, maar ik betwijfel of dit echt doordrong in onze militaire samenleving. Ik denk dat ten aanzien van Polen twee dingen opvielen: de snelheid van de oorlog, en de verwoesting van Warschau. Veel van de tactische en strategische aspecten van de Duitse overwinning zal niet zijn uitgelekt.

Polen was bij uitstek een prachtig gebied voor tankoperaties, net als de Russische vlaktes dat later waren. Nederland is en was bij uitstek een theater dat NIET geschikt was voor tanks. Dat zouden de tanks van 9.PD bewijzen, die meer werden opgehouden door het landschap en de smalle wegen dan enige tegenstand [die ze immers niet kregen tot aan Dordrecht]. Het kostte de divisie maar liefst twee-en-halve dag van hun vertrekpunt in het westen van Duitsland naar Moerdijk. Vier jaar later toonde XXX.Corps aan dat ook voor hen Nederland een grote tankval was. Smalle wegen en dijken, zompige land eromheen, en heel veel water. Een brede aanvalsformatie kan men niet vormen. De Nederlanders waren zich vooroorlogs al heel bewust van de uitdagingen die een tankleger zou hebben om ons land binnen te dringen. De massale inzet van Polen was hier uitgesloten. Wel waren wij overtuigd van de massale inzet van de Duitse luchtmacht, zelfs van tactisch gebruik van parachutisten. Kortom, volkomen blue was de legertop bepaald niet. Maar het (latere) Deense model was niet aan de orde. Gestreden zou er worden, al was het alleen al in de hoop op Geallieerde steun. En daar ging ons strategisch denken beslist vanuit.

Het laatste deel van uw bijdrage begrijp ik niet goed. Ik vind de stelling "Ik weet niet wat Scharroo toen dacht, maar hij aarzelde om zelfstandig op te treden en sleepte Winkelman mee (of: kreeg hem aan zijn zijde) in de rampzalige beslissing om de formaliteiten m.b.t. het ultimatum de voorrang te geven. Toch een onderschatting van de tegenstander? Gebrek aan zin voor realiteit en actualiteit?" heel erg suggestief, en dat zou bepaald niet mijn formulering zijn.

Scharroo sleepte helemaal niemand mee. Sterker, Wilson was aan zijn staf toegevoegd om het mandaat van de opperbevelhebber ter plaatse vertegenwoordigd te hebben. De beslissing over de capitulatie van Rotterdam ging boven de competentie van Scharroo als kantonnementscommandant. Sterker, je kunt de legitieme vraag stellen waarom Winkelman Scharroo als genieofficier tot het einde toe acterend commandant van Rotterdam liet blijven!

Zoals hierboven al aangegeven sleept Scharroo niemand mee. Zijn mandaat was in het gedrang en daarom was Wilson aanwezig ter vertegenwoordiging van het AHK. Bovendien was het verlies van Rotterdam strategisch een ramp, en is het niet meer dan logisch dat Scharroo zich verhield met de opperbevelhebber over de grotere betekenis van een eventuele capitulatie van de stad.

Het gesteggel over formaliteiten vind ik al helemaal niet bijzonder. Iedere militair kan een vodje aanleveren met eisen en zo de blufkaart spelen. De legitimatie van dat ultimatum - als die kwalificatie al passend is - is evident voor iedere bevelhebber van belang. Scharroo verzocht om een betere identificatie van de scribant in kwestie. Het kostte deskundigen na de oorlog lange studies en ingewikkelde discussies om te komen tot het oordeel dat het "waarschijnlijk" onterecht was dat Scharroo het ultimatum niet direct als authentiek aanvaardde. Kortom, dat wat vele terzake deskundige lange tijd kostte naoorlogs, had Scharroo uiteraard niet ineens (kennismatig) paraat hoeven hebben op die 14de mei 1940.

Onderschatting van de tegenstander zal niet aan de orde zijn geweest, wat ook bleek uit het feit dat het volgende ultimatum wel in overweging werd genomen. Ook het gebrek aan zin voor realiteit en actualiteit lijkt me niet aan de orde. De actie van de Duitsers die volgde was perfide tot in de basis. Dat is dus geen Nederlandse officier kwalijk te nemen. Er is maar een partij verwijtbaar te stellen dat Rotterdam na het middaguur werd gebombardeerd en dat was nazi-Duitsland. Niemand anders. Scharroo treft hierin naar mijn mening absoluut geen enkele blaam.
» Deze reactie is geplaatst op 2 mei 2007 20:32
Totaal berichten: 23
Dat de marine 'een andere kwestie' was in de defensiepolitiek, is niet zonder meer geloofwaardig, maar wel interessant om eens na te gaan waarin het belang van de verdediging van het vaderland verschilde van dat van Nederlands-Indië. Ten tijde van de Atjeh-oorlogen kreeg Indië nog de volle aandacht. Dit voert ons ver van Scharroo, maar ik heb daar geen moeite mee en veronderstel dat dit forum zulke sprongen kan toestaan.

Scharroo zou niet tevreden zijn met de staat van de landsverdediging, schrijft u, maar in zijn toespraak van 6 maart 1940 is hij er wel zeer tervreden over. Wij moeten ons m.i. hier niet verdiepen in een welles-nietes debat, maar in de vraag wat een belangrijk officier bewoog om tegen beter weten in een standpunt uit te dragen waar hij niet achter stond.

Wat Polen - 1939 betreft: uit de kolommen van dagblad Het Vaderland van die dagen blijkt voldoende dat een overmacht aan tanks en vliegtuigen de snelle Duitse overwinning hebben gerealiseerd. Ook de taktiek is dan al publiekelijk bekend: vooruitsnellende tankcolonnes zonder voldoende ondersteuning van de infanterie behalen de successen. We kunnen het ontbreken van deze kennis aan Scharroo niet persoonlijk aanrekenen, maar veronderstel dat deze informatie bij de legerleiding toch voor enige verontrusting geleid zal hebben. Ze hadden nog een half jaar om maatregelen te nemen.

Mijn opmerking over het gesprek tussen burgemeester Oud en Scharroo is geen stelling zoals u aangeeft, eerder een poging tot inleving in de situatie, een veronderstelling dus, met alle twijfel die in het begrip veronderstelling is ingebouwd.

Ik vind het ook van belang vast te stellen dat mijn twijfel over Scharroo's beoordeling van het eerste Duitse ultimatum, niet inhoudt dat ik Scharroo de schuld van het bombardement in de schoenen schuif. Ik ben het met u eens dat het een perfide Duits initiatief was. Maar waarom rekende Scharroo op dat moment nog op een tegenstander die alle conventies der oorlogsvoering in acht zou nemen, hij kon er in de krant over gelezen hebben. Ook dit is geen stelling, maar een vraag.
» Deze reactie is geplaatst op 2 mei 2007 23:27
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
De verdediging van de belangen in Nederlands-Indië, alsmede de verdediging van de kolonie zelf, was wel degelijk een fundamenteel andere kwestie dan de landsverdediging van het moederland. Politiek gezien was de verdediging van de kolonie immers al vastgeklonken in het Ministerie van Koloniën, dat in feite een autonomie binnen het kabinet vormde. De Minister van Koloniën was eigenlijk de politiek chef van de westelijke en oostelijke Indiën.

Daarnaast werd de marine in het bijzonder gevormd rond de behoefte die bestond in de Indische wateren, en dat was nogal een Archipel. Naast de kleine oppervlakte eenheden voor de beperkte taak in het moederland, werden met name de verdedigingstaken gediend [of niet] die in de kolonie lagen. Dat was in het verleden zo, en dat bleef zo tot aan de tweede wereldoorlog.

Bovendien was de Nederlandse politieke aandacht voor de potentiële agressie van Japan reeds aanwezig vanaf de stoutmoedige Japanse actie tegen de Russische vloot in 1904. Japan toonde toen voor het eerst heel openlijk en onverbloemd haar ambitie tot invloeduitbreiding in Azië. Eind jaren twintig werden die ambities alleen maar duidelijker. Ondertussen was de achterdocht die jegens Japan ontstond een van de voorname redenen voor de indiening van een groots opgezet vlootplan. De aandacht voor Japans expansiedrift - duidelijk ook geënt op de rijkdommen van Nederlands-Indië - speelde gedurende het interbellum een grote rol. De marine was het meest prominent in beeld om de Japanse dreiging tegen te gaan. Daarom ook staat de marine echt los van de overige defensiepolitiek.

Tja, ik begrijp wel wat u wilt zeggen als u duidt op Scharroo zijn propaganda praatje over ons leger, maar hebt u werkelijk de gedachte dat anno winter 1940 een hoog officier van ons leger de macht en kracht van ons leger zou devalueren voor een openbaar gehoor? Ik kan me dat niet voorstellen. Daarvoor lijken uw vragen me te intellectueel.

De headlines van de Poolse campagne waren natuurlijk wel bekend, maar even bekend was het dat de Polen met traditionele cavalerie tanks bestreden. Dat het Poolse leger de laagste investering van geheel Europa had gekend, en volkomen, maar dan ook volkomen verouderd was met een zeer kleine moderne kern. En zoals gezegd, een schier onverdedigbaar land. Als Scharroo zich in detail heeft verdiept in die veldtocht - wat ik sterk betwijfel - dan is dat op eigen initiatief geweest. Hij was een techneut, geen tacticus. Op het AHK is wel degelijk kritisch gekeken naar de Poolse campagne, evenzo als naar de ontwikkelingen even later in Noorwegen en Denemarken. Daarvan is ook geleerd, zo bleek wel door de versterking van de vliegveldbezettingen, versperring van autowegen en de alertheid van de LVA.

Akkoord, u bedoelde het niet als stelling [kwestie Oud/Scharroo], maar vergeeft u mij dat ik het wel zo las. Ik denk dat we deze kwestie verder moeten laten rusten. Hij kent veel te veel nuances om daar in twee, drie zinnen het naadje van de kous over te presenteren. Nog los van het feit dat de gebeurtenissen altijd opening geven voor debat.

Ik wil wel opmerken dat iedere officier in die dagen uitging van hoffelijk gedrag door de tegenstander, en eerbiediging van het oorlogsrecht. Los van excessen is dat ook niet onterecht gebleken. Ik vind dat Scharroo alle reden had uit te gaan van de betrouwbaarheid van Schmidt zijn ultimatum en oprechte bedoelingen. Uit de analyses van na de oorlog - die van Loek Elffrich daar gelaten - blijkt ook wel dat niet de lokale bevelhebbers verantwoordelijk waren voor het wederrechterlijk handelen van de Luftwaffe, maar de hoogste bevelhebbers in Duitsland: Kesselring en Göring.

Daarbij overigens ben ik benieuwd waar u op doelt als u zegt "hij kon er in de krant over gelezen hebben". Ik neem aan dat u dan doelt op Guernica en Warschau? Guernica was nauwelijks geanalyseerd in detail, te meer omdat door Franco daar uiteraard geen openheid over werd gegeven. Warschau was net als Rotterdam een belegerde en verdedigde stad. Hoewel de verschrikkingen van de bombardementen uiteraard via de pers waren overgekomen, was er geen sprake van helderheid over wederrechterlijk handelen. Wel was het duidelijk dat de totale oorlog - waarvoor door vele strategen al lang geleden was gewaarschuwd - door de Duitsers was geintroduceerd. Maar u meent toch niet dat u Scharroo in de wetenschap achtte van onbetrouwbare Duitse ultimatums op 14 mei 1940? Wel verkeerde Scharroo duidelijk in de wetenschap dat de Duitsers niet zouden schromen Rotterdam plat te gooien; dat stond hem helder voor de geest.

Overigens vind ik de introductie van Oud zijn bemoeienis niet gelukkig. Los van het feit dat Scharroo door de staat van beleg, en feitelijke staat van oorlog, de hoogste militaire EN civiele autoriteit in de stad was op 14 mei, had Oud duidelijk een andere rol en vooral een ander belang dan Scharroo. Dat Oud vanuit die rol zijn bezorgdheid toonde is verklaarbaar; hij deed dit ook richting Winkelman. Scharroo echter diende vooreerst het belang van de nationale defensie, daarin gesteund door de gemandateerde Wilson. Hij diende dat belang en had EN nam de volle verantwoordelijkheid, waarop Wilson deze min of meer overnam door te stellen dat Scharroo zijn besluit door hem werd gefiatteerd. Ik hoop oprecht dat u met mij zich ten volle bewust bent van de onmetelijke last die dit alles op Scharroo zijn schouders laadde. Ik geeft het ons beiden te doen, zo'n morele last te torsen. Daarmee wil ik hem niet bij voorbaat zuiveren van iedere blaam, maar ik hoed me vooral de man kennis toe te dichten die hij redelijkerwijs niet kan of zal hebben gedragen. Dat is in dit soort kwesties bijzonder belangrijk; en tegelijkertijd bijzonder complicerend bij een analyse achteraf ...
» Deze reactie is geplaatst op 3 mei 2007 00:50
Totaal berichten: 23
Vandaag las ik de ultimatumkwestie nog eens door op een website 'Tweede wereldoorlog' geschreven door "dhr. de Bruin". U zult het stuk wel kennen. De kwestie is inderdaad ingewikkeld en ik doe er goed aan mij heel bescheiden op te stellen aangezien ik de literatuur over het onderwerp niet beheers. Winkelman lijkt mij uiteindelijk de sleutelfiguur voor de Nederlandse stappen in deze kwestie. Niet Scharroo.

In dagblad Het Vaderland (1937 en 1939) is wel materiaal te vinden over het omstreden zijn van de bombardementen op Guernica en Warschau. Guernica bracht een discussie voort over het bombarderen van 'open steden' en de Amerikaanse gezant in Warschau rapporteerde in september '39 een paar keer over het bombarderen, door de Duitsers, van steden die geen militaire waarde hadden en hun gebrek aan onderscheid tussen civiele en militaire doelen. Warschau werd overigens ook al gebombardeerd lang voor de Wehrmacht daar aangekomen was. Volgens de latere definitie zijn dat terreurbombardementen geweest. De krant meldt uit Duitse bron dat een ultimatum voor de overgave van Warschau niet beantwoord werd.

Burgemeester Oud - ik kan het ook niet helpen dat hij met Scharroo over het ultimatum sprak - verwachtte volgens mij dat het Rotterdam zou vergaan net als Warschau als er niet op het ultimatum ingegaan werd. Maar hij had er beter met Winkelman over kunnen telefoneren. Het risico naar het voorbeeld Warschau was in Nederland in ieder geval bekend.
» Deze reactie is geplaatst op 3 mei 2007 17:24
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Tja, er zijn vele eigen(aardige) visies op het gebeuren in Rotterdam. De heer de Bruijn is een "volgeling" van Loek Elffrich, die een heel bijzondere kijk op het Rotterdamse gebeuren had. Daarbij lijkt de merkwaardige getuigenis van kapitein Backer ook debet te zijn geweest. Persoonlijk hecht ik niet veel waarde aan de Elffrich visie, hoewel ik niets zomaar uit zou durven sluiten. Maar door de tamelijk onwaarachtige andere details in het werk van Elffrich ben ik geneigd de zaken die specifiek over de ondehandelingen gaan ook met een dosis scepsis te lezen.

Uiteraard was er aandacht besteed in de pers inzake de bombardementen in Spanje en Polen. Maar de aanpak van civiele gebieden was al tijdens WOI aan de orde. Vele strategen, trouwens Clausewitz al, spraken reeds van de totale oorlog. En daarmee bedoelden zij niet alleen dat een oorlog voortaan het totale land en de totale economie zou betrekken bij de strijd, maar ook dat onderscheid tussen burger en militair zou wegvallen. Ook Italië toonde in Ethiopië al aan dat het nergens voor terugschrok. Het was meer dat duidelijk werd dat een komende oorlog allesomvattend zou zijn, dan dat nu aandacht werd besteed aan terreur en wederrechterlijk handelen. In mei 1940 bleek dan ook dat zowel AHK als Scharroo duidelijk rekening hielden met het feit dat Rotterdam zou worden gebombardeerd. Geen rekening hield men met de verradelijke wijze van "onderhandelen". En begrijpelijk. Die nuance moet u wel aanbrengen.

Oud verwachtte inderdaad dat het lot van Warschau zou worden gedeeld, en hij heeft ook met Winkelman getelefoneerd. Overigens tot irritatie van Winkelman, en begrijpelijk. Ook Scharroo hield duidelijk rekening met een Duits bombardement, maar niet alvorens hij een legitiem ultimatum had afgewezen. Daar komt bij dat Schmidt ook reageerde op zijn eerste afwijzing, en deze (kennelijk) als begrijpelijk kwalificeerde. Schmidt heeft immers het tweede ultimatum duidelijker gesteld, met een kwalificatie ten aanzien van zijn functie. Kortom, vriend en vijand waren het eens over de onderhandelingsmethodiek. Op afstand in Duitsland beschikte men anders, en de helderziende die dat had voorzien moet nog opstaan.
» Deze reactie is geplaatst op 3 mei 2007 18:13
Totaal berichten: 23
Accoord wat je conclusie betreft. Over het niet-decoreren van Scharroo zijn we dus niet verder gekomen. Over zijn rol bij de NSB vind je een paar opmerkingen in de Mussert-biografie van Jan Meyers, maar met zo weinig achtergrond dat het maar de vraag is of hij wel lid van de partij is geweest en zijn aandeel zich beperkte tot instemming met het aanvankelijk traditioneel conservatief-nationalistisch gedachtengoed van Mussert.
» Deze reactie is geplaatst op 3 mei 2007 22:35
Totaal berichten: 2
Ik moet zeggen het doet me goed dat jullie zo'n discussie hebben over mijn opa, waar ik bijzonder trots op ben.
Waarvoor dank.
Ik heb niet alles gelezen maar weten jullie dat er een standbeeld van hem staat in Rotterdam?

groetjes
Jolanda Scharroo
» Deze reactie is geplaatst op 14 april 2008 08:50
(redactie)
Totaal berichten: 2.200
Leuk, zo'n persoonlijke reactie van een familielid.
We hebben uw adres intussen genoteerd en komen misschien nog eens bij u terug.
Waar staat overigens dat bewuste standbeeld precies?
» Deze reactie is geplaatst op 14 april 2008 09:33
Totaal berichten: 2
Hallo,
Je vroeg waar dat standbeeld staat,dat staat op de
Statenweg 147 daar waar in de oorlog de commandopost was
gevestigd.Hij was een broer van de vader van mijn Opa Scharroo.
Dat waren allemaal mensen die in het leger zaten.
De vader van Opa Scharroo b.v. voer en daar is hij ook bij
verdronken,hij was ook een officier.
Toen dat gebeurde was mijn Opa Scharroo 8 jaar met nog twee
jongere broertjes. Zij zijn toen alle 3 over familie verspreid.
En mijn Opa Scharroo heeft in Nederlands Indie gevochten.
Van 1946 tot 1949.
Ik ben nu zelf 30 jaar. Heb 10 jaar bij de politie Rotterdam gewerkt en nu werk ik als handhaver bij een Milieudienst. Het zit een beetje in de genen zal ik maar zeggen haha
Groetjes
Jolanda
[EDIT: enkele kleine aanpassingen voor leesbaarheid ingepast ...]
» Deze reactie is geplaatst op 18 april 2008 15:09
Totaal berichten: 19
Tegenover het pand Statenweg 147 staat geen standbeeld van kolonel Scharroo maar een gedenkteken dat ultimatum, bombardement en capitulatie herdenkt.

Zie http://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/monument-detail/_rp_main_elementId/1_13884

Als ik het wel heb is de tekst op het monument van Loek Elferich.

Het citaat van Erasmus, "de onrechtvaardigste vrede is beter dan de rechtvaardigste oorlog" heb ik, op dit monument, altijd wat eigenaardig gevonden. Het citaat zal de overwegingen aan Nederlandse zijde uit die dagen bedoelen weer te geven. Hoewel het een tekst is die ook vandaag de dag weer tot nadenken stemt, is pacifistische strekking wat mij betreft moeilijk te rijmen met het herdenken en vieren van respectievelijk bezetting en bevrijding.
» Deze reactie is geplaatst op 19 april 2008 19:50
» Dit onderwerp is gesloten
2554