Discussiegroep

Onderwerp: Stoplijn op de juiste locatie aangelegd??

» Dit onderwerp is gesloten
Totaal berichten: 7
1.662 keer gelezen
11 reacties
Categorie: Overig Mei 1940
Geachte heren,

Ik lees vaak op dit forum maar ben nog geen flink ervaren historicus op
het punt van de Grebbe en de krijgskunst.
Toch wil ik eens vragen of de stoplijn niet te veel naar achter is geplaatst. Tijdens mijn bezoek op de berg heb ik mij verwonderd waarom er niet veel meer voordeel is opgedaan qua de hoog-laag situatie.
Ik begrijp dat er voorop de berg een aantal kazematten en stekelvarkens zijn geplaatst, maar waarom geen 1ste stoplijn daar?
Waarom lagen daar niet grotere concentraties aan troepen?
Of heeft hier wel degelijk een zwaar bemande linie gelegen.
Uit de berichten kan ik opmaken dat het verzet vanaf het hoornwerk tot aan de stoplijn niet zwaar genoeg was,waardoor de Duitsers zeer spoedig voor de loopgraven stonden.
» Dit bericht is geplaatst op 19 december 2006 16:28
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Een heel goede vraag die u stelt. Ik zal proberen u een helder antwoord te formuleren.

Inderdaad lijkt de keuze voor de stoplijn op de locatie ter hoogte van de berg zelf [noordelijker geldt dit niet] onlogisch. Toch is de locatie verklaarbaar.

De doctrine van een loopgravenstelsel met front- en stoplijn stamt uit de Franse WOI doctrine. Hierbij was kort gezegd het uitgangspunt dat een hoofdweerstandstrook tussen een front- en stoplijn werd ontworpen. Tussen die beide linies diende tenminste een afstand van 300 meter te zitten.

De tegenstander moest bij de frontlijn worden tegengehouden. Dat was een dwingende instructie. Verlies van een deel van de frontlijn betekende dat vanuit de stoplijn direct tegenmaatregelen tot herneming dienden te worden ontplooid. Om te zorgen dat artillerie hierbij kon assisteren was een minimale afstand tussen de beide linies noodzakelijk. Anders was het gevaar van eigen troepen raken te groot. Kortom, de zone tussen frontlijn- en stoplijn [onderdeel van de hoofdweerstandstrook] mocht niet met eigen linies of veldversterkingen worden bezet om het gebied ëigen-artillerie vriendelijk" te houden.

Deze doctrine geprojecteerd op de Grebbelinie ter hoogte van de Grebbeberg, zien we de logische keuze voor de frontlijn bij de oostelijke helling van de Berg. Een natuurlijk bolwerk. Aangezien tenminste driehonderd meter daarachter dan de stoplijn moest komen, zocht men wederom naar een logische locatie. Twee argumenten voor de stoplijn op de uiteindelijke locatie maken die keuze zeer logisch.

1) Allereerst de aansluiting op het noordelijke deel. Zou men veel oostelijker de stoplijn hebben geconstrueerd dan zou men dwars door het bos hebben gebouwd, om vervolgens ten noorden van de berg midden in een boomgaard terecht te komen. Dat kon geen goed verdedigbare linie opleveren. Omdat echter de frontlijn na de Berg oostelijk langs de Grift bleef lopen bouwde men hier wel de zogenaamde tussenverdediging. Die liep van de noordhelling van de berg tot aan de inundatie.

2) Op de Berg zelf was een logische locatie voor een verdedigingslinie, en dat was achter het bekende roggeveld. Aan de oostzijde van dit veld zou immers een linie midden in het bos moeten worden gebouwd. Dit is om vele redenen onaantrekkelijk: een vijand kan in de bomen gaan zitten en vrij in de loopgraaf vuur uitbrengen; artillerievuur dat detoneerde in de bomen veroorzaakte naast de dodelijke lading schroot ook een gevaarlijke lading houtsplinters en tenslotte een vijand kon vrijwel ongezien de loopgraaf naderen [het schootsveld van de verdediging was alles behalve ideaal]. Achter het roggeveld [mits de rogge laag werd gehouden!] moest een vijand een open veld oversteken. Bovendien sloot men dus van achter dit veld met een relatief kleine curve mooi aan op de stoplijnzijde noord van de berg, waar men ook langs de (jonge) bosrand kon ingraven. Alleen het korte stuk ten zuiden van de Grebbeweg tot aan de Rijn zou in iedere uitvoering in het bos gemaakt moeten worden. Vandaar dat hier dan ook een zware dubbele prikkeldraadversperring voor de stoplijn werd geplaatst. Zwaarder dan elders en vrij kort op de loopgraaf.

U trekt een juiste conclusie voor wat betreft de gebrekkige versterking met beton. Het in mei 1940 goedgekeurde betonplan [omvangrijk plan voor betonnering van alle veldleger stellingen] kwam te laat om voldoende maatrgelen in front- en stoplijn te nemen voor schuilplaatsen en wapenopstellingen. Desondanks had de frontlijn een aanzienlijk aantal versterkingen, echter vooral ter hoogte van de Berg was dit verre van optimaal. Dit kwam deels door de gebouwen en private grond [die men niet mocht onteigenen van de Regering] en deels door de lastige infrastructuur. Hoge dijken voorkwamen diepe schootsvelden, en kronkelige wegen en boomgaarden effectieve kruisvuur opstellingen. Men had een veelvoud aan versterkingen nodig gehad om overal effectief kruisvuur te kunnen leggen en een zekere redundantie in vuurpunten te kunnen creeëren. Helaas ontbraken vooral de middelen voor dergelijke maatregelen.

De capaciteit van de stellingen was helaas maar beperkt. De beide linies ontbeerden diepte, en de stellingen zelf boden slechts ruimte aan vrij kleine verbanden. Dat is helaas een gegeven. Op zich was dit geen doodzonde, en volgens de Franse doctrine. Wat echter bij de Nederlandse interpretatie van de Franse loopgravendoctrine opzichtig ontbrak waren twee voorname elementen [en die duidt u terecht aan]: 1) geen verbindingsloopgraven tussen front- en stoplijn waardoor versterkingen over het open beschoten veld moesten, en 2) geen secundaire lijn achter de frontlijn waarin reserve c.q. aanvullingstroepen paraat waren gevallen gaten in de bezetting te dichten. Als dit al op enige wijze invulling had gekregen dan was het bij het Hoornwerk waar achter het Hoornwerk zelf nog enkele loopgraven op de westzijde van de Grift waren gebouwd. Die waren echter open en bloot en zeer kwetsbaar voor artillerie en mortiervuur. Zodoende hebben zij [de bemensing van die loopgraven] hun rol niet kunnen vervullen.

Toen het Hoornwerk eenmaal was gevallen, waren de middelen onvoldoende om oversteek van de Grift te voorkomen. De kazematten op de Berg konden de voet van de Berg niet beschieten, en de twee kazematten aan de voet waren niet in staat enfilerend te vuren langs de oevers van de Grift. Zodoende was infanterie het enige middel maar deze was al snel weggejaagd. Hierna lag de oosthelling van de Berg open, en kon de frontlinie t.h.v. de berg noordelijk snel worden opgerold.

Ik hoop dat ik hiermee een beetje klaarheid heb kunnen scheppen voor u.
» Deze reactie is geplaatst op 19 december 2006 16:53
Totaal berichten: 7
Dat is idd nuttige informatie.

Ik dacht altijd dat de Grebbeberg ook strategisch werd gezien als natuurlijke barriere waarvan gebruik gemaakt werd door de eeuwen heen.
Het leek mij erg voor de hand liggend dat de frontlijn zwaarder bamnd en bewapend zou moeten zijn ,doordat de meeste duitse troepen toch via de Grebbeweg moesten doorbreken. (althans dat neem ik aan)
Was enige vorm van loopgraven niet mogelijk op de helling waardoor velen naar beneden gerichte mitrailleursnesten het erg moeilijk had gemaakt voor de Duitse infanterie/SS op te rukken naar boven?

Het Franse model begrijp ik, maar was er geen betere optie om de frontlijn op te bouwen, hadden de Nederlandse troepen dan wat meer kans gehad op vertraging en de broodnodige versterkingbewegingen?
» Deze reactie is geplaatst op 19 december 2006 17:29
(redactie)
Totaal berichten: 2.201
Ik realiseer me dat het volgende niet helemaal een antwoord op de gestelde vraag is, maar ik geef het toch ter overdenking.
Zoals het er in mei 1940 uitzag vormde de Grebbeberg voor de Duitsers de beste plaats om de Grebbelinie te doorbreken. Het lag relatief dicht bij de grens, er miste een inundatie voor de stelling, de eigenlijke toegang tot de berg werd nauwelijks of in elk geval erg amateuristisch verdedigd en het gebied oost van Wageningen was geschikt voor de inzet van Duitse artillerie.
Zou de Nederlandse legerleiding er in zijn geslaagd van de Grebbeberg inderdaad een onneembare vesting te maken, wat mij betreft op de door jou beschreven manier en/of via een bruikbare inundatie dan zouden de Duitsers gewoon een ander punt in de Grebbelinie op de korrel hebben genomen. Er waren meer relatief geschikte plaatsen voor een aanval. Niet alleen bij Rhenen stonden Duitse troepen. Tegenover het noordelijke deel van de Grebbelinie stond eveneens een complete divisie ( de 227e ), aanvankelijk gesteund door een SS- Standarte.
Realiseer je daarbij dat een doorbraak op welk punt ook meteen het einde van de hele stelling ( van Rhenen tot Spakenburg ) betekende. De planning van de Duitsers was zo dat er altijd een alternatief voor handen was. Lukte het op de ene plaats niet, dan verschoof het zweaartepunt naar een andere plaats. Zelfs de aanval op de Grebbelinie als geheel vormde vooral ook een bruikbaar alternatief op zichzelf in geval van een eventuele mislukking van de aanvallen bij Moerdijk, Dordrecht en Rotterdam, die het hoofdbestand van de Duitse aanvalsopzet vormden.
Kortom: het is buitengewoon onwaarschijnlijk dat het ooit tot zo'n frontale aanval tegen de hoogte op zijn gekomen. En trouwens, die barrage op de helling zelf zou als het in het uiterste geval echt nodig zou zijn geweest door de Luftwaffe zijn weggebombardeerd.
» Deze reactie is geplaatst op 19 december 2006 20:10
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Mag ik nog een belangrijk element toevoegen, wat we niet moeten vergeten als we de sterkte van de defensie ter hoogte van de Grebbeberg "de maat nemen".

Het verdedigingsplan was namelijk niet zo zwak als het schijnbaar was op 10 mei 1940. De bedoeling was namelijk dat het acces bij de Grebbeberg van een kunstmatige inundatie zou worden voorzien. Daartoe werd een bomvrij gemaal gebouwd aan de Grift. Dit zou bij lage waterstanden, zoals in mei het geval was, het water uit de Grift oppompen en in de Nude pompen waar tussen de dijken en de autoweg een inundatie zou ontstaan. Tot de tijd dat die inundatie gesteld kon worden [c.q. tot de tijd dat het gemaal gereed zou zijn] waren er weerstandbiedende voorposten geplaatst in de Nude. Dit op zich versterkte de frontlinie niet, maar indien de inundaties gesteld hadden kunnen worden, was de verdediging van de frontlijn [relatief]aanzienlijk sterker geweest. Het was dan voor de Duitsers zelfs vermoedelijk een schier onneembare positie geworden daar men dan immers op de wegen, dijken en eventueel amfibische acties was aangewezen. Als men de waarde van de frontlijn meet, dan moet dit eerlijkheidshalve [naar de planners van toen] worden meegewogen.
» Deze reactie is geplaatst op 19 december 2006 20:44
Totaal berichten: 21
Dit is een interessante discussie en ik herken veel van de genoemde zaken uit de rondleiding die ik afgelopen nazomer heb meegemaakt. Uiteraard is inmiddels veel van de berg en omgeving verdwenen maar ik voel ook mee met de opmerkingen dat (ondanks hantering van het Franse model) de verdediging zwak en niet erg sterk doordacht overkomt. Ik wil daarbij niet afdoen aan de situatie zoals geschetst door de heren Goossens en Groenman maar nog het volgende inbrengen, nl. de artillerie en de gebrekkige versterking van de toegangsweg tot de berg komende vanuit Wageningen.

In de eerste plaats vernam ik dat de Nederlandse artillerie redelijk afwezig is geweest in de strijd terwijl deze de Duitse opmars tot aan de voorposten sterk had kunnen bemoeilijken. Wellicht dat de slechte verbindingen en informatievoorziening van en naar het front hieraan debet zijn geweest. Ik kan me dat goed voorstellen omdat generaal Harberts van mening was dat het regiment ter plaatse laf was omdat de verdediging naar zijn mening te snel was uitgeschakeld. Slechte informatie speelde bij deze besluitvorming een belangrijke rol. Meer artillerieinzet had de Duitsers veel verliezen en minder bewegingsruimte in het voorgebied opgeleverd.

De gebrekkige verdediging van de toegang tot de berg heeft mij eveneens verbaasd (kazemat naast een woonhuis dat niet gesloopt was, de boomgaarden in het voorgebied niet gerooid en slechts met handwapens bemande loopdraven/voorposten), gelet op de verwachte en reeds bekende stootkracht van de Duitsers. Het bevel had zich kunnen en moeten realiseren dat hier extreme druk zou worden uitgeoefend vanwege de onmiddellijke gevolgen die een doorbraak op de sluis ten gevolg zou hebben. Ik kan hier maar geen verklaring voor vinden, terwijl het evident is dat oprukken en aanvallen met infanterie , gesteund in de lucht en door artillerie, hier op enig moment succes zullen hebben als je je in de voorposten niet gesteund weet door eigen artillerie en zware mitrailleurs (of zelfs luchtsteun). Ik ben benieuwd naar inzichten van de andere deelnemers aan dit forum of ergens duidelijk is geworden dat Winkelman c.s. dit hebben voorzien want matig bewapende infanteristen zonder de genoemde ondersteuning konden dit nooit lang volhouden.

Mijn kernvraag is dus: Waarom heeft het opperbevel geen zwaardere maatregelen genomen om het zwakste access tot de waterlinie te beveiligen met zwaardere stellingen, artillerie en wellicht andere speciale eenheden dan dienstplichtige infanterie-eenheden? Is hier sprake van onderschatting van de Duitse kracht, overschatting van de eigen kracht of beperkend optreden van de overheid die bepaalde maatregelen uit economisch opzicht bezien niet ondersteunde (kappen van boomgaarden en weghalen van bebouwing)?

Hartelijk dank voor de reacties.
» Deze reactie is geplaatst op 21 december 2006 09:23
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Er kunnen vanuit een bepaald perspectief zeker een aantal kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de organisatie van de defensie terplekke, zoals de Enquetecommissie 46-49 ook al deed in haar onderzoeken naar het militair beleid.

Het is echter zaak drie zaken in het achterhoofd te houden als we kritsch kijken naar de defensie van de Grebbeberg op 10 mei 1940.

1) Het defensieplan terplekke was gefundeerd op de aanleg van een bomvrij gemaal dat inundaties zou kunnen stellen in de Nude ondanks lage waterpeilen. Dit gemaal werd louter vanwege civiel-bestuurlijke redenen sterk vertraagd. Daar had defensie grote problemen mee. Als dit gemaal in mei 1940 klaar was geweest [het betonnen casco stond er "al"], dan was een inundatie voor de stelling [en dus geen voorposten meer] een enorme versterking geweest. Zo sterk dat het de vraag was of de Duitsers hun zwaartepunt niet naar Amersfoort en omgeving zouden hebben verlegd.

2) Het betonplan dat in mei 1940 goedgekeurd was door de politiek, en een enorme budget voor betonnering van de hoofdweerstanden beschikbaar stelde, zou een grote impuls hebben gegeven aan de Grebbelinie. Het zou een groot aantal betonnen weerstanden, CP's en schuilplaatsen hebben opgeleverd. Vooral ook in de stoplijn. Hieruit blijkt dat de visie er wel degelijk was, maar dat budgetten vooral parten hadden gespeeld

3) Winkelman besloot pas in maart 1940 dat de Grebbelinie in plaats van een zware voorweerstand, de hoofdweerstand van het Veldleger zou worden. Onder Reynders was dit nog Vesting Holland Oost. Hoewel de Grebbelinie al sinds de mobilisatie in gereedheid werd gebracht kwam een extra kritisch oog pas in maart en april 1940. Overigens was het wel een verwijt aan de Staf Veldleger en het commando 8RI/4.Div dat de Grebbeberg verdediging van de drie kritische accessen in de Grebbelinie, het verste achterlag qua voortgang van de versterking van de verdediging.

De Holle Weg, of toegang van de Grebbeweg, was inderdaad zwak verdedigd. Bij een schouwing vlak voor de inval was nog opgedragen aan Landzaat hier een sectie zware mitrailleurs te plaatsen. Dat was niet gebeurd, hetgeen vrijwel zeker te maken had met de smalle weg en de importantie als civiele verbindingsweg - tot de laatste dag. Echter, projecteert men een inundatie voor de stelling, dan was de tegenstander vrijwel zeker niet tot de Grebbeweg geraakt, en zeker niet met een bataljonsterkte. Kortom - de verdediging aldaar beschouwd op sterkte in een situatie zonder inundatie levert een negatief oordeel op; met inundatie was de sterkte van Hoornwerk en dekkend mitrailleurvuur vanaf de hoogte in de Nude een schier onoverbrugbare hindernis voor een beperkte aanvaller [qua ruimte en infrastructuur].

De Nederlandse artillerie was ruim voldoende vertegenwoordigd. In het smalle vak konden circa 60 vuurmonden vuur uitbrengen. Het schorte aan twee zaken: goed artilleriecommando en goede verbindingen. Subsidiair een gedegen oefening van de officieren in de tactiek van verbonden wapenen. De verbindingen waren echter zeer slecht. Zo werden de voorposten slechts via een twee- of drietal dunne bovengrondse veldlijnen verbonden met de stoplijn, en was slechts een UGK aanwezig zonder reserve batterijen. De eerste Duitse artilleriebeschietingen op 10 mei vernielden reeds de veldtelefoonverbindingen, op 11 mei was de UGK al leeg. Door tevens gebrek aan seinmiddelen kon de artillerie dus onmogelijk steun geven aan de voorposten. Daarbij waren voorbereidde vuren voor de voorposten opvallend weinig voorbereid. Het had in de reden gelegen een groot aantal afsluitingsvuren voor te bereiden wat in de praktijk maar mondjesmaat is gebeurd. Die wel voorbereidde vuren waren dan ook nog eens geconcentreerd op wegen en dijken, terwijl de Duitsers er weinig gebruik van maakten. Weer een erfenis van uitgangspunt "inundaties". Later in de slag kwam hetzelfde euvel tot wasdom. Verbindingen vielen constant uit, en de rigide artillerie commandanten [DAC, LKAC] faalden opzichtig in hun commando's. Munitiespaarziekte en misplaatste angst voor eigen slachtoffers zorgden ervoor dat veel te weinig en veel te kort werd gevuurd. De slag bij Scherpenzeel toonde aan hoe de verbonden wapenen van infanterie en artillerie een sterke tegenstander konden afschrikken - kortom - hoe het wel had gekund.

Het is bekend dat gebrek aan budget en gebrek aan daadkracht bij de civiele autoriteiten voorkwam dat zinvolle schootsveldruimingen konden worden verricht. Dat was geen militaire kwestie. Daarnaast was een ingrijpende sloop van een kapitaal aantal villa's en gebouwen aan de voet van de Grebbeberg wel erg ingrijpend geweest voor een land dat nog steeds massaal vertrouwde op neutraliteit. In retrospect kunnen we alles wel veroordelen, maar de sloop van de gebouwen in de schootsvelden ter plekke van het sluisje vind ik geen reeël verwijt.

De Duitse stootkracht is zeker onderschat, en bepaald niet alleen door de Nederlanders. Niet alleen in Den Haag, maar zeker ook door de Commandant Veldleger. Deze droomde eind 1939 nog van uitvallen richting Duitsland met het Veldleger. Gebrek aan focus op de Duitse tegenstander, waaraan weinig opperofficieren zich onttrokken. Reynders en Best waren schaarse uitzonderingen helaas. Overigens heeft bij de Grebbeberg zeker een rol gespeeld dat de Waffen SS werd ingezet. Hoewel deze troepen op dat moment militair-tactisch nog niet excelleerden, was de slag om de Grebbeberg het summum van praktiseren van hun stoottroeptraining. In het bijzonder hun woeste en doortastende optreden heeft hen geen windeieren gelegd. Als de eerste twee aanvallen [voorposten, frontlijn] door reguliere troepen waren uitgevoerd dan was het sterk de vraag geweest of dezelfde mate van succes was bereikt. De Waffen SS heeft wat dat betreft wellicht onvoldoende credits gekregen.

Als we analyses maken van de sterkte/zwakte van onze defensie en de kracht van de tegenstander, dan is het toch verstandig daar met een contemporaine bril naar te kijken. Vandaag de dag is vrijwel alles onbegrijpelijk, maar in die dagen van een volkomen verpauperd en verwaarloosd leger en een regering die als pure civilisten en centenknijpers omging met de militaire materie is veel wel begrijpelijk. Juist in dat licht is het zo nu en dan verbazingwekkend hoe effectief toch nog gestreden is door vele eenheden en individuen.
» Deze reactie is geplaatst op 21 december 2006 10:27
Totaal berichten: 7
Ik begrijp het verhaal van de inundatie.
Maar in diverse slagen is altijd aangetoont dat het hoogtevoordeel vaak beslissend was (met enige uitzonderingen daar).
Zoals bijvoorbeeld op de Japanse eilanden, de veldslagen om de Vietnamese heuvels, de troepen zaten totaal ingegraven en zoals jullie ook waarschijnlijk weten zijn die genadeloos gebombardeerd door artillerie, wat haast geen effect had. Ze bleven in staat om te verdedigen. Zonder inundatie was de grift de enige waterbarriere.Wat niet weg nam dat de Duitsers alsnog zich over een dunne passage bij het hoornwerk moesten begeven om toegang tot de berg te hebben. De opgang via de holle weg zou zowieso totaal onbegaanbaar gemaakt moeten zijn op de 10e mei lijkt mij, net zoals de andere opgang. Zijn hier op 10 mei nog acties ondernomen? Hoeveel man infanterie lagen er eigenlijk in de frontlinie naast de mitrailleurssecties?
» Deze reactie is geplaatst op 21 december 2006 14:49
(redactie)
Totaal berichten: 2.201
Er zijn echt wel vage voornemens geweest om de toegang van de Berg af te sluiten , b.v via loopgraven en/of pantserdeuren. Maar er is niets gebeurd, ook niet ( en dat was inderdaad de laatste kans geweest ) op de 10e mei. Een " last minute - idee " van kapitein Colette ( commandant 2 - I - 8 RI ) om een extra zware mitrailleur in het talud aan de noordkant van de Holle Weg te plaatsen heeft het ook niet gehaald. Volgens deze officier waren ook de hellingen van de Holle Weg onvoldoende met prikkeldraad beschermd, elders wordt dat weer ontkent.
De frontlijn ( Hoornwerk en gebied meteen zuid en noord daarvan ) werd verder verdedigd door 2 compagnieen ( 1 -1 - 8 RI en 2 - I - 8 RI ). Daarvan stonden slechts enkele secties in het Hoornwerk. Nog noordelijker lagen 2 compagnieen van het IIe bataljon, maar die droegen behalve voor de frontlijn ook zorg voor de tussenverdediging, die daar noodzakelijk was vanwege de daar relatief grote afstand tussen de frontlijn ( de Grift ) en de stoplijn.
Als u een of meer situatieschetsen/kaarten met preciese opgaven wilt hebben, laat het even weten.
Ik heb ze in alle maten en soorten.
Feitelijk met betrekking tot alle fasen van de Slag om de Grebbeberg.
De scanner doet de rest.
» Deze reactie is geplaatst op 21 december 2006 15:27
Totaal berichten: 7
Dat is een erg mooi aanbod. Ben wel benieuwd naar de opbouw van de
frontlijn en ook vooral de bezetting op de oostelijke randen van de berg in de omgeving van de grebbeweg, waar de stekelvarkens gelegen zijn.
Is het niet een grote fout dat daar niet compagnieen gelegerd moesten liggen, maar meer met bataljonformaties?
» Deze reactie is geplaatst op 21 december 2006 16:03
Totaal berichten: 21
De reactie van de heer Goossens op mijn bespiegelingen vinden hun basis in de situatie van die tijd en dat is logisch. Ik ben het ermee eens dat in die dagen een ongelofelijke naïviteit in alle lagen van de bevolking, zelfs bij de verantwoordelijken (misschien wel juist daar) ook samenhangt met de relatieve isolatie die Nederland eigen was in politiek en militair denken. Ondanks de koloniale conflicten was en is Nederland nooit een militaristisch land geweest.

Bovendien bestaat er altijd een behoefte aan stabiliteit, zeker omdat de economische situatie begon te verbeteren, ondanks de oorlogsdreiging. Je merkt dit ook als je spreekt met mensen die dit van nabij hebben meegemaakt, de enorme mentale dreun die uitging van de aanval op 10 mei, de parachutisten (een oom van mijn vrouw heeft zelfs de parachutisten in de tuin van zijn ouders aan de Charloise Lagendijk zien landen, ze werden zelfs uit hun uitrusting geholpen of de weg gewezen, ongelofelijk natuurlijk!) maar ook het ongeloof dat zo iets kon gebeuren in ons land.

Desondanks een kanttekening ten aanzien van deze situatie omdat de feiten deze visie in het voorjaar van 1940 de beleidsbepalers en legerleiding toch wel hadden moeten inhalen. Ik was eerder deze week voor mijn werk in Oslo en heb daar langs de haven/fjord gewandeld waar de Duitsers een maand voor mei 1940 een verrassende en succesvolle overval op de stad hadden gepleegd met o.m. een gecamoufleerd schip. Deze list en het snelle handelen van de Duitsers had de Nederlandse legerleiding toch moeten alarmeren dat indien men tot de aanval tegen Nederland zou overgaan, zeer verrassende zaken zich zouden gaan voordoen.

Het motto "verwacht het onverwachte" mag toch wel verondersteld worden bij het oppperbevel van een leger waarbij ik denk aan het aanleggen van strategische reserves, noodscenario's bij de val van de zuidelijke bruggen in de regio Dordrecht of zelfs een niet verwachte doorbraak in de Grebbelinie. Ik mis in de discussie de hand van de opperbevelhebber Winkelman die toch na een ministeriële affaire met Reijnders was aangetreden en als zodanig de ruimte had om eisen te stellen aan het invullen van de strategie/verdedigingsmaatregelen. Ik kan me niet voorstellen dat er geen kritische geesten met invloed aanwezig waren op ministeries en defensie. De affaire met Dirk Klop aan de grens gaf al aan dat de Duitsers meedogenloos waren en tevens waren er diverse schendingen van ons luchtruim in de mobilisatieperiode.

Heeft iemand meer inzichten in de activiteiten die Winkelman en zijn staf hebben ontplooid sinds zijn aantreden in de winter van 1940 en aansluitend na de overval op Noorwegen (en Denemarken) door Duitsers.

Dank voor alle reacties.
» Deze reactie is geplaatst op 22 december 2006 10:35
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Nederland is inderdaad in haar geschiedenis nooit echt een militaristische natie geweest. Zelfs de enige echte totale oorlog - de 80 jarige oorlog - was een periode waarin de provincieën vooral dat als oorlogsdoel aanwezen dat hun belangen diende, en men soms weigerde bij te dragen aan veldtochten die de belangen van een provincie niet dienden. Nederland heeft alleen een maritieme traditie, maar daar zien we dan ook bijzonder genoeg een ongelofelijke verzameling merites.

Nederland was een van de weinige landen waar men volkomen blue was van en over oorlog. Dat hierdoor een aantal mensen volkomen verkeerd inschatten hoe met de nieuwe situatie om te gaan is dan ook niet verwonderlijk. Met name in de buitengewesten was men a-politiek en zeer geconcentreerd op eigen kring en gemeenschap. De verzuilde kaste samenleving floreerde nog, in en voor zover floreren een passende term in deze is.

U trekt een begrijpelijke maar niet geheel juiste conclusie als u stelt dat de inval in de Scandinavische landen zijn invloed zou moeten hebben gehad in Nederland. U lijkt te denken dat dit niet zo was, maar het tegendeel was waar. Het had juist bijzonder veel invloed. Tussen 10 en 12 april 1940 werd de dislocatie van troepen ingrijpend veranderd. Zo werd het zuidfront Vesting Holland aanzienlijk versterkt, werden troepen bij vliegvelden versterkt en werden maatregelen bevolen voor versperring van wegen in het westen. Voorts werden lokale commandanten veel meer bewust gemaakt van de inzet van vijandelijke valschermtroepen.

Winkelman trad pas in februari 1940 aan, en kon pas in maart 1940 echt zijn stempel gaan drukken op de zaken. Mind you - dat was een paar weken voor de Duitse inval. Winkelman heeft de strategie in die korte tijd op een aantal punten beslist belangrijk aangepast. De rol van het leger in Brabant, de bevestiging dat de Grebbelinie hoofdverdediging zou worden en de verplaatsing van troepen van Oostfront Vesting Holland naar de zuidelijke sector. Het is evident ondenkbaar dat Winkelman en ons militaire apparaat voorts in twee maanden tijd ingrijpende wijzigingen in de aard en kwaliteit van veldversterkingen konden aanbrengen.

Een strategische reserve kon natuurlijk ook niet ineens "gecreeerd" worden. Ons leger had met 280,000 man onder de wapenen al tekort aan manschappen voor een verdediging van het hele land, laat staan dat men strategische reserves kon creëren. Voor zover er al sprake was van een strategische reserve, dan was dit het Eerste Legerkorps. Daarnaast was de Lichte Divisie in het plan van Winkelman een strategische reserve, zij het dat de gebeurtenissen ook dit concept torpedeerden. Sterker, na de Duitse luchtlanding in het westen, en de dreiging van meer, werden zelfs de tactische reserves van veel legerkorpsen naar het westen gestuurd. De prijs voor een veel te klein leger.

De strategische overval op de bruggen tussen Moerdijk en Rotterdam, gecombineerd met de zware Duitse aanval door Brabant, was natuurlijk niet zomaar een-twee-drie te voorzien. De Generaal spelen na de oorlog is makkelijk, maar voor 10 mei 1940 waren parachutisten alleen gebruikt in kleine aantallen in operaties van puur tactische opzet. Nu de luchtlandingstroepen ineens onderdeel werden van de strategie en met 10.000 man tegelijk werden ingezet, op vele verschillende plaatsen, was dit voor de hele wereld een novum. Niemand binnen de legerleiding kan kwalijk genomen worden dat ze geen rekening hadden gehouden met een dergelijk groots opgezette aanval. Dat men vergat de troepen in Vesting Holland in dezelfde paraatheidsgraad te brengen als de overige eenheden - hetgeen te wijten is aan Generaal van Andel - was wel kwalijk. Een grove inschattingsfout van een Generaal [Commandant Vesting Holland] die overigens ook niet zou uitblinken in visie en beleid tijdens de meidagen.

Ik kan u het boek van Teo Middelkoop aanraden over Generaal Winkelman, bv te koop op bol.com. Het geeft een vrij compleet beeld van zijn vele activiteiten tussen februari-mei 1940.
» Deze reactie is geplaatst op 22 december 2006 11:37
» Dit onderwerp is gesloten
2554