Discussiegroep

Onderwerp: Bevelen

Totaal berichten: 1
2.365 keer gelezen
15 reacties
Categorie: Slag om de Grebbeberg en Betuwestelling / Herdenkingen, monumenten en evenementen
Als infanterieofficier buiten dienst verzorg ik gevechtsveldrondleidingen voor onder meer de Vereniging voor Infanterie Officieren (VIO) en curussen tactiek van de Koninklijke Landmacht. Twee jaar geleden organiseerde ik voor de VIO een gevechtsveldrondleiding op en in de omgeving van de Grebbeberg onder het motto : “Leiding geven met een offensieve geest." Doel van deze gevechtveldrondleiding was om vast te stellen welke lessen uit de offensieve gevechtsacties - waarmee de Nederlandse commandanten op compagnies en bataljonsniveau hebben getracht het initiatief te hernemen - kunnen worden getrokken voor de huidige tactiek. Ik stuitte echter bij de voorbereiding op een probleem: het ontbreken van schriftelijke vastlegging van de besluitvorming (plannen) en de bevelvoering (bevelen)op regimentsniveau en lager uit de voorbereidinsgperiode van het verdedigend gevecht van 8RI. Dat e.e.a tijdens de gevechten verloren zal zijn geraakt begrijp ik. Maar er moet toch uit de voorbereidingsperiode van de verdediging van 8RI en haar subeenheden nog ergens relevante documentatie aanwezig zijn? Ik heb ze niet kunnen vinden. Misschien weet u/iemand een ingang.
Bij voorbaat dank
» Dit bericht is geplaatst op 24 februari 2008 21:19
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Ik ben bang dat voor wat betreft de tegenstoten [t/m compagniesniveau] er geen geschreven bevelen voorhanden zijn. Als u de handelingen volgt dan wordt denk ik al snel duidelijk dat er constant sprake was van enorme ad hoc besluiten, vanuit diverse bevelsniveau's. De legerkorps commandant was betrokken bij een geval, terwijl de beide tegenstoten op 12 mei op typerende wijze tot stand kwamen: ad hoc besluiten door twee onafhankelijk opererende bataljonscommandanten [Jacometti, Landzaat]. Slechts de tegenaanval bij Achterberg op de 13e is in enige mate gedocumenteerd geweest, en dan vooral op hoger niveau. Tactische uitwerking werd telkens volledig aan de uitvoerend bevelhebber overgelaten, en die kwamen helaas niet verder dan de oude instructies uit de stoffige instructieboeken voor de veldofficier infanterie te volgen.

Als u praat over het verdedigingsplan voor de 4e Divisie dan ben ik ook bang dat men de theorie van de jaren twintig nog fervent hanteerde. De bekende geschriften uit de standaardinstructies over vuurpunten, stormvuren, etc. Er is mij geen enkel integraal stuk bekend dat hogere infanteriecommandanten een doorwrocht verdedigingsplan bood. Men hield slechts vast aan algemene doctrine dat de linies niet mochten worden opgegeven. Als men studie maakt van bijvoorbeeld de artillerie inzet, dan wordt direct duidelijk dat van een doorwrocht verdedigingsplan geen kennis was. Aarzelende artillerievuren, veel te korte artillerievuren, weigering van de artillerie op de frontlijn vuur te geven [er konden nog eigen troepen zitten!]. Vrijwel alleen voorbereide artillerievuren vóór de hoofdweerstand. Kortom, men kon in geen geval terugvallen op een verdedigingsplan met geintegreerd voorbereid artillerievuur NADAT de frontlijn was gevallen. Het duidt aan dat zuiver ad hoc was gepland.

Ook de uitvoeringen van de tegenstoten zelf toont aan dat er absoluut geen sprake was van structuur, laat staan van kennis en inzicht bij de leidinggevende officieren op bataljons- en compagniesniveau. Jaccometti is een sprekend voorbeeld. De man regelde geen ondersteunend vuur [althans, hij wachtte er niet op tot het georganiseerd was], stemde niet af met aanleunende onderdelen, had absoluut geen getoetst vijandbeeld, gebruikte voor de rol ongeoefende troepen en ging ouderwets als bataljonscommandant vooruit. Zelfs onderweg liet hij op zijn beide flanken geen vuurpunten inrichten die enerzijds zijn kwetsbare flanken en anderzijds de tegenstoot zelf met mitrailleurvuur konden dekken. De majoor waande zich nog in gevecht met enkele moedige stamleden in de bushbush van Borneo ... De andere tegenstoot aan de zuidkant van de weg, onder Brittijn [meen ik], was helemaal een bizarre vertoning. Ook daar - zonder enig betrouwbaar vijandbeeld - werd lineair opgetrokken zonder enige vuursteun, zonder enige artilleristische voorbereiding, in de wetenschap dat men nog door een zware versperring heen moest en als klap op de vuurpijl, door een dicht bos met zicht van 15-20 meter. Andere nóg minder georganiseerde tegenstoten kwamen niet eens van de grond, maar smoorden bij voorbaat in chaotische planning, gebrek aan afstemming,etc.

Meer indicaties kan ik niet bedenken dat e.e.a. niet ontsproot uit een weldoorwrocht defensieplan, maar dat vertrouwd werd (!) op de kennis, kunde en inzicht van de 'goefende' subalterne officieren. Een gotspe natuurlijk ...
» Deze reactie is geplaatst op 25 februari 2008 09:57
Totaal berichten: 1
Geachte Allert Goossens
Hartelijk dank voor uw reactie. Ik wil op de eerste plaats een omissie mijnerzijds in mijn vorige verzoek herstellen. Mijn complimenten voor uw professionele site. Professioneel qua opzet, inhoud en gebruikersvriendelijkheid.

Dat de tegenstoten geen toonbeeld waren van tactische planning, coördinatie en uitvoering is ruimschoots bekend. Toch wil ik hierbij van de gelegenheid gebruik maken om iets recht te zetten over de leiding aan deze offensieve gevechtsacties. M.u.v. C-2-19RI hebben op de Grebbeberg en in de Ruglijn alle overige commandanten getracht met voorbeeldgedrag leiding te geven aan de uitvoering van in totaal vier offensieve gevechtsacties op 12 en 13 mei (de tegenaanval op 13 mei niet inbegrepen). En dat vaak tegen de verdrukking in en met troepen die daar moreel en qua training niet op waren voorbereid. Daar waar het dagboek van de 207e Infanteriedivisie op 12 mei vermeldt: “Der Holländer kämpft zäh und greift vortwährend an”, laten Nederlanders zich in woord en geschrift vaak denigrerend uit over de verdediging van de Grebbeberg. En dat is niet terecht!

Wat mij n.a.v. uw reactie over het verdedigingsplan van C-IV Divisie bevreemd is dat in de mobilisatieperiode - en zeker nadat werd besloten om in de Grebbelinie hardnekkig te verdedigen - van alle verdedigingsvoorbereidingen niets is terug te vinden, ofschoon men toentertijd uitermate procedure en procesgericht tewerk ging. En dat gold in het bijzonder voor de bevelvoering. Het Voorschrift Velddienst deel I (vastgesteld door de Minister van Defensie op 18 juni 1934) vermeldt in hoofdstuk 1 deel E punt 14: ‘Bevelen worden in beginsel schriftelijk gegeven. Voor korte bevelen waarvan slechts enkele exemplaren noodig zijn, kan gebruik worden gemaakt van telegram – of doordrukboekjes of rapportkaarten met enveloppen.’ Daarnaast geeft het Infanterie-Reglement Deel II Het Gevecht onderdeel A aan in paragraaf 89: ’De commandant van een infanterie-eenheid verkent zoo enigszins mogelijk het hem toegewezen terreingedeelte...Vervolgens ontwerpt hij een verdedigingsplan…’
Tevens blijft het mij bevreemden dat er niets is terug te vinden over bijvoorbeeld:
 Het tactisch volslagen onjuiste besluit om de kazematten pal aan de Grift op te stellen in plaats van enkele honderden meters erachter om de hinderniswaarde met mitrailleurvuur te kunnen uitbuiten (Zoals het Infanterie-Reglement II-A dit voorschrijft)
 Het besluit over het vaststellen van het vuurplan als grondslag voor het verdedigingsplan voor regiment, bataljon en compagnie.
 Verslagen van terreinverkenningen en oefeningen op de kaart met commandanten die moeten zijn gehouden
Ik hou mij aanbevolen voor ieder advies.
» Deze reactie is geplaatst op 25 februari 2008 13:50
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Heer Pollaert, dat zijn zaken die wij ons indertijd ook met groeiende verbazing hebben afgevraagd. Overigens ging ik in eerste instantie in op uw vraag naar aanleiding van offensieve verdediging, en dus niet de verdedigingsplannen vanuit de voorbereide stelling. Dat onderscheid is van belang, omdat vuurplannen evident wel waren voorbereid. Ook de voorbereide artillerievuren – legio in het voorterrein en vlak voor de hoofdweerstand – zijn daarvan een toonbeeld. Hierbij maakte men gebruik van de oude infanterie handboeken …

De verdedigingsplannen sloten aan bij de basisstrategie. Beiden waren qua statische oorlogsvoering behoorlijk doordacht en inderdaad werd daar vooroorlogs behoorlijk formalistisch mee omgegaan. Overigens helaas met de verkeerde oorlog voor ogen, maar dat is een andere kwestie.

Als we eens kijken naar de statische verdediging en statische vuurpunten dan is mijn conclusie al lang geleden geweest dat er droevig slecht is gekeken naar de verstandige locaties voor het bouwen van permanente versterkingen. De gehele strook ter hoogte van de berg zelf was armzalig slecht ter verdediging ingericht. Het Hoornwerk was in feite de frontlijn component in deze zone. Dat was echter een zeer kwetsbaar ouderwets bolwerk, dat met enkele kazematten van weerstandsklasse 120-150 was versterkt, maar doorsneden werd door twee wegen en nauwelijks opnamecapaciteit had. Er was nauwelijks sprake van overlappende vuursectoren, en bovendien hadden de permanente vuurpunten matige tot slechte schootsvelden. Ze stonden immers boven maaiveld, en vaak met behoorlijke diepte in de stelling. Om nog niet te spreken van de vele zicht- en schootsveldobstakels. Achter het Hoorwerk was …. niets dat een tegenstander nog kon weerhouden de berg op te snellen, zelfs geen primitieve versperring van enige importantie.

Zuid van de weg was de frontlijn sterk afhankelijk van de vier koepels op de berg. Maar deze hadden helemaal een beroerde positie. Ze waren weliswaar hoog geplaatst waardoor observatie goed was, maar dieptewerking van deze diagonaal op het voorterrein geplaatste vuurpunten kon men uit de aard der zaak niet verwachten. Bovendien was door matige declinatie van de pantsermantel vuur in het Hoornwerk – laat staan west daarvan – onmogelijk.

Het uitnemen van een vuurpunt (der permanente vuurpunten) betekende direct een gat in de verdediging. Helaas was geen sprake van overlappende vuurpunten, zoals zo dringend gewenst is bij een doorwrocht vuurplan. Bij een dubbele redundantie in een vuurplan kan natuurlijk telkens een vuurpunt (tijdelijk) verloren gaan en deze sector door een aanleunend vuurpunt (tijdelijk) worden overgenomen. Daarvoor hadden we echter kennelijk geen geld. Daarbij waren vele permanente vuurpunten niet voorzien van semipermanente versterkingen met infanterie, met name in de sector tussen sluis en de oostelijke bocht in de Grift. Zodanig geïsoleerd is een kazemat een zeer kwetsbaar object, zeker als het schootsveld van een dergelijk bouwwerk beperkt is en op veel punten geen sprake was van flankdekking of kruisvuur mogelijkheid.

Uiteraard was ook de lineaire opstelling, zonder flankerende B-kazematten in de diepte, rampzalig. Dat behoeft geen nader betoog.

Waarom men de kazematten aan de Grift opstelde is denk ik eenvoudig. Men had de frontlijn in grote lijnen ook direct achter deze natuurlijke hindernis [en tankgracht] ingericht. Op zich was de combinatie infanterie en kazematten natuurlijk een juiste en goede beslissing. Ik vermoed dat met name de belemmering van oversteken van de smalle Grift en tankgracht de reden was de kazematten aan de waterlijn te plaatsen. Dat was elders net zo. En komt me ook niet onlogisch over. Te meer daar op diverse locaties een diepere bouw door private kavels en opstallen niet mogelijk was. Bekijkt u de foto’s maar eens van de omgeving van het sluisje. Het toont aan waarom men niet tot een beter (permanente) versterking is gekomen. De prijs wilde men eenvoudigweg niet (in geld) betalen.

Ik ben het eens dat compagnies- en bataljoncommandanten met voorbeeldgedrag getracht hebben leiding te geven aan de tegenstoten. Dat gegeven siert hen beslist, maar wordt door Engelsen heel aardig als ‘bold’ gedrag getypeerd. Moed, grenzend aan roekeloosheid. De Duitsers maakten ook lange tijd gebruik van de ‘Der Chef nach’ aanvalsdoctrine, maar toen in 1941/1942 ongeveer iedere ervaren officier een wit kruis boven zijn hoofd had, kwam men daar aardig van terug. Er is nogal een verschil tussen de commandant die zich in tweede aanvalslijn met de troepen naar voren begeeft, en dus voeling houdt met de manoeuvre en overzicht kan bewaren, of de klassieke roekeloze officier die vooraan de charge zich in moordend vuur stort en zodoende overzicht mist en kansen op overleving minimaliseert. Daarbij moet worden gezegd dat alleen Jacometti werkelijk dit opofferingsgedrag tijdens zo’n charge vertoonde. De andere bevelhebbers deden dit niet.

Daarbij is het niet de insteek moed te evalueren, maar vooral beleid. Dat laatste was er nauwelijks, hoe graag we het ook zouden willen ontdekken. In mijn studies van de Nederlandse acties kom ik ook vaak Duits ontzag tegen, maar dan vooral voor de roekeloosheid van Nederlandse militairen. Hoe vaak men zich niet verbaast – in Duitse verslagen – over de naïeve Nederlandse verplaatsingen! Die gebeurden vaak model, in gelid, zelfs als dit op de fiets of paard aan de orde was. Het omzichtig optreden in vijandelijk gebied met een dekkende en optrekkende component, was nauwelijks aan de orde. Daar waar het wél aan de orde was, zoals bijvoorbeeld bij de kapitein Boers van 11.GB, zagen we direct resultaat. En laat u nu niet in de luren leggen door kwalificaties als ‘zähe wiederstand’. Dat soort ophemelend gedrag is natuurlijk voor de Duitsers een promotie van eigen prestaties, maar laten we eerlijk zijn. Als de slag degelijk wordt geëvalueerd, was de tegenstand niet zo taai. Als we zien dat het Hoornwerk in feite in 30 minuten valt, en de voorposten door de Duitsers zelf zeer omzichtig worden uitgeschakeld, maar dat op de eerste twee dagen slechts (relatief) een handvol Duitsers sneuvelt bij die veroveringen, dan was die tegenstand niet zo taai. De onervaren Duitsers ondervonden vooral problemen met hun eigen operationele vaardigheden. Alleen de strijd op 13 mei zou men als taai mogen beschrijven rond de stoplijn. Daarbij werd dan ook aan Duitse kant met afstand de hoogste prijs van die drie dagen betaald. Overigens mag men daarbij aantekenen dat die hoge prijs weer vooral werd betaald door de roekeloze en zeer onprofessionele offensieve acties van IR.322.

Geweldig typerend voor de naïviteit was ook de vaak door een trompet aangekondigde offensieve stoot. Op de Greb, maar ook elders. Duitsers verbaasden zich over deze slagveldromantiek. Tegelijkertijd bood de prettige aankondiging hen kansen zich direct gereed te houden voor de Nederlandse actie.

Zoals gezegd, de oefening in offensieve acties was ons leger zo goed als vreemd. En daar waar ze geschiedde was ze volmaakt uit de tijd. Veel verder dan ‘voorwaarts’ kwam men niet. Fenomenen als onderdrukkend vuur op de tegenstander leggen en geëchelonneerd met strikte taken vooruit werken waren volmaakt onbekend. Het gros der reserveofficieren had nauwelijks enige offensieve actie geoefend. En daar waar die werd geoefend kwam men niet veel verder dan met complete secties sprongsgewijs – lineair – op te trekken. Liggen, opstaan, verplaatsen, liggen, opstaan, verplaatsen.

De voorschriften boden natuurlijk geweldige richtlijnen voor vredestijd, maar in oorlogstijd was er geen sprake van schriftelijke bevelen voor snelle actie. Jacometti gaat gewoon op pad en regelt vuursteun en troepen ‘al doende’. Beveluitgifte geschiedde onprofessioneel als het al geschiedde. Het prachtige Duitse ‘Autrag Prinzip’ was totaal niet bij onze troepen aan de orde. Militairen werden op ‘need to know’ basis geïnformeerd, en die ‘need’ was volkomen tot het minimum teruggebracht.

Onze militairen waren goeddeels onbekend met hun stellingen, en beslist onbekend met het algemeen verdedigingsplan en belendende stellingen. Men was strikt verticaal hiërarchisch georganiseerd. Voorterreinverkenningen waren nauwelijks aan de orde, en meestal voorbehouden aan de hoogste bevelhebbers. De militairen zelf kwamen in mei 1940 grotendeels in voor hen onbekend terrein. Slechts de directe omgeving van de stelling was bekend, maar ook niet altijd. Dat gold helemaal voor 11.RI, 20.RI, 24.RI en 29.RI. Zij werden ingezet in terrein waarvan ze het meest basale kenmerk niet kenden, als ze überhaupt al de beschikking over stafkaarten hadden.

Ten aanzien van de drie punten.

- Het tactisch plan voor de inrichting van de stellingen ontsproot vooral uit de burelen van de Staf Veldleger. Dat betrof de keuze voor de locatie der verdedigingslijnen, de hoofdweerstand en de permanente veldversterkingen. Op lokaal niveau konden semipermanente versterkingen wel worden bijgesteld. Dat is ook een aantal maal geschied, zoals in de voorpostenstrook.
- De vuurplannen en het tactisch plan voor inrichting van de stellingen was evident deels sterk gekoppeld. Voor de vuurplannen van de lichte mitrailleurs buiten de permanente opstellingen om, alsmede de infanteriegeschut, PAG en mortieren, is volgens mij lokaal – dat wil zeggen door de divisie en regiment – sturend opgetreden. Zeker is ook dat de vuurplannen werden getoetst en dat de linie enkele keren is geschouwd door opperofficieren en stafofficieren. Vlak voor de inval is hiervan nog een verklaring bekend van majoor Landzaat, die daarbij instructie ontving een zMG positie op de Holle weg te plaatsen (hetgeen helaas nooit tot wasdom is gekomen)
- Oefeningen met de kaart zullen er beslist zijn geweest. De verbanden zelf hebben niet of nauwelijks in het terrein geoefend. Dat is zeker. Terreinverkenningen zijn wel verricht door de bataljonscommandanten en hoger. Uit dergelijke verkenningen kwamen legio verzoeken tot schootsveldruimingen. Ik vermoed dat dergelijke rekwesten vooral met de papieren van IV.LK in vlammen zijn opgegaan.

Tenslotte nog een belangrijke voetnoot. Indien het bomvrije gemaal tijdig gereed was geweest en de Nude was geïnundeerd geweest, dan hadden de frontlijnstellingen evident een veelvoud aan waarde gewonnen. Ze waren op basis van dat uitgangspunt grotendeels ontworpen. Men kan dus vooral kritiek leveren op het feit dat men (kennelijk) zo sterk heeft vertrouwd op het tijdig gereed komen van het gemaal. Want voor een normale benadering van de frontlijn was deze evident veel te zwak versterkt en ingericht.
» Deze reactie is geplaatst op 25 februari 2008 15:31
Totaal berichten: 191
Het opstellen van de kazematten pal langs de Grift was inderdaad tactisch onjuist en niet overeenkomstig het voorschrift. Dat was van militaire zijde ook onderkend. In het Stafwerk ‘De operatiën van het Veldleger en het Oostrfront van de Vesting Holland’ kan men er o.m. het volgende over lezen (pag.14):
“Zo werd b.v. ten N. van de Grebbeberg de uit de Grift gegraven grond als een dijk opgezet tegen dit riviertje aan, met het gevolg dat later de frontlijn aan die dijk moest worden gekozen, in plaat van op zodanige afstand er achter, dat vuur op de hindernis kon worden uitgebracht. Het ware noodzakelijk geweest, de uitgebaggerde grond naar achteren te verplaatsen, doch dit kostte te veel geld.”
Op de volgende pagina’s gaat het Stafwerk op meerdere gebreken in. M.b.t. de opruimingen b.v.: “Ondanks de door de hoogste legerautoriteiten uitgeoefende aandrang heeft de Regering niet willen goedkeuren, dat buiten de te inunderen terreinen de nodige opruimingen voor het verkrijgen van schootsvelden vóór en in de stellingen werden uitgevoerd. Al moge het waar zijn, dat door die opruimingen zeer veel nadeel en dikwijls in een groot aantal jaren niet te herstellen schade zou worden toegebracht, wat heeft men aan stellingen, wanneer de daarin geplaatste vuurorganen niet kunnen functionneren. De soldaten in de voorposten-opstellingen en in de frontlijn en stoplijn van 8 R.I. hebben ervaren, wat het betekende, te moeten strijden in opstellingen zonder voldoende uitzicht, waarin zij werden omtrokken en in de rug aangevallen, zonder zich daartegen te kunnen verweren.”

De strijd om het Hoornwerk heeft geen 30 minuten doch aanzienlijk langer geduurd. Een eerste Duitse poging in de avond van 11 mei, eerst m.b.v. pantserwagens en later met infiltranten werd afgeslagen. Het ( te) vele schieten veroorzaakte op de volgende morgen reeds munitiegebrek. En voorgenomen Duitse nachtaanval werd daarna afgelast. Op de volgende dag begon een zware Duitse artilleriebeschieting die grote verwoestingen aanrichtte. De gevechten hebben tot ongeveer 12.30 uur geduurd, waarna de Duitsers het nagenoeg totaal vernielde Hoornwerk konden binnendringen en bezetten. Daarbij ondervonden ze geen weerstand meer. (Zie o.m. ‘Grebbelinie 1940’, de pagina’s 92-93 en 114-116)

Kantekeningen moeten worden gezet bij de stelling dat IR 322 bij de aanval op 13 mei onprofessioneel optrad. Het had daar slechts één -weinig aantrekkelijke- mogelijkheid: de frontale aanval. Het regiment had al oorlogservaring opgedaan bij de veldtocht tegen Polen, toen het reeds deel uitmaakte van de 207.Infanterie Division. Men was daarbij succesvol opgetreden en had roem geoogst bij de afsnijden van de bekende Poolse Corridor.
» Deze reactie is geplaatst op 26 februari 2008 13:08
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
De betrokkenheid van 207.ID bij de strijd om de Poolse corridor was inderdaad aan de orde. Ik duidde eerder op de onervaren manschappen van Der Führer, die de hoofdmoot van de Duitse acties voor hun rekening namen. Wat 207.ID betreft was er wel sprake van enige ervaring.

Aanvankelijk begon 207.ID als reserve eenheid vanuit een bewakingsrol tijdens Fall Weiss. Kort na de inval echter werd 207.ID bij de actieve eenheden ingedeeld en werd strijd geleverd met Poolse gardetroepen. 207.ID opereerde ook daar onwennig en leed aanvankelijk zware verliezen. Nadien werden slechts incidenteel gevechten geleverd met minderwaardige Poolse eenheden waaronder marinetroepen en stellingtroepen, waarna op 19 sept een tegenaanval mede door 207.ID werd afgeslagen. Nadien ging 207.ID (weer) in de reserverol. Dat de eenheid zich onderscheiden heeft is mij onbekend. Ik ben benieuwd welke bron hierover spreekt. Na de Polen inzet werden de gelederen van nieuwe reservisten voorzien.

IR.322 maakte er in de avond van 12 op 13 mei een potje van. Het eerste bataljon kreeg opdracht de posities van de SS op de Berg over te nemen, en gaat in het duister op weg. I./RI.322 raakte echter de weg kwijt richting Grebbebebrg (!) en kwam niet opdagen. Uiterst pijnlijk, want daardoor was na de aanval van Wäckerle het grootste deel van de oostelijke berg urenlang nauwelijks bezet.

In de vroege morgen van de 13e wordt door IR.322 een massale aanval uitgevoerd op het noordelijke deel van de stoplijn. Deze aanval verloopt a-synchroon met de geplande aanval op het zuidelijke stoplijn gedeelte. De eerste aanval loopt volkomen vast, maar heeft een klein lokaal succes aan de noordelijke zijde. De tweede aanval geschiedt weer frontaal op grote delen van de linie. Hierbij wordt alles behalve verstandig geopereerd. In tegenstelling tot de Waffen SS, die een vuurcontact onderhielden in front van een stelling terwijl een ander deel de stelling omvatte en met handgranaten en MP's in de rug aanviel, bestormde de manschappen van IR.322 telkens de stelling van alle kanten, waarmee ze zichzelf niet alleen de kans ontnamen handgranaten en MP vuur te gebruiken, maar eveneens zware verliezen leden door hun kwetsbaarheid. Menig maal spreken NL rapporten van onhandige man tot man gevechten - die bij de SS methoden niet of nauwelijks nodig bleken - en manschappen die gewoon door stellingen heenzakten en zo de dood vonden. Ook verzuimt IR.322 nadrukkelijk om lokaal succes direct uit te buiten en de Nederlandse cordonstelling simpel noord-zuid op te rollen.

Nadat het IR.322 zodoende uren had gekost de stoplijn op te rollen, kostte het hen opnieuw uren de rest van het bos te zuiveren, hoewel er nauwelijks nog een weerbare Nederlandse soldaat in te vinden was. Als klap op de vuurpijl meldde IR.322 de ruglijn zwaar bezet, en trok zich terug voor hergroepering. Die ruglijn, zo weten we allemaal, was rond 1400 uur zo goed als verlaten. Om 1600 uur was hij dat helemaal. Het waren tenslotte de SS’ers vanuit Achterberg die rond 2000 uur ontdekten dat de ruglijn en Rhenen verlaten waren.

IR.322 leed in die paar uur dat ze in strijd was met de Nederlandse troepen in de stoplijn meer verliezen dan de Waffen SS in drie volle oorlogsdagen op en voor de berg. Dat terwijl de SS op 10 en 11 mei de voorposten en de zwaarste verdedigingslinie [frontlijn] geheel zelfstandig nam, en op 13 mei met een halve compagnie deelnam aan de strijd om de stoplijn op de berg en met twee bataljons de tegenaanval van de Nederlanders smoorde bij Achterberg. Alleen al uit deze harde feiten mag toch blijken dat IR.322 een weinig professionele indruk achter liet.

Wat betreft de opstelling van de kazematten aan de Grift mag dan in het Stafwerk een reden worden opgehangen van de verplaatste grond t.h.v. de tankgracht, maar dat ging elders niet op, en ook daar werd direct aan de waterzijde stelling gekozen. Zo was het deel tussen de bocht in de Grift en het sluisje ook voorzien van kazematten pal aan het water. Daarbij bevreemd mij überhaupt de opmerking in het Stafwerk, daar overal elders de linies aan waterpartijen kazematten direct op inundatie, kanaal of rivier werden gebouwd. Bij rivieren kan men de dijken als reden aanvoeren, maar bij kanalen en inundaties gaat dat niet op. Zeker bij de inundaties en de Peel-Raamstelling had men ruimschoots keuze dat niet te doen. Overigens was er bij die laatste stelling natuurlijk sprake van een hoofdweerstand die dieper lag, terwijl dat elders niet het geval was. Bovendien acht ik de werkelijke zwakte van de linies het feit dat achter de eerste lijn kazematten geen flankerende kazematten waren gebouwd – zoals elders in de Grebbelinie vaak wel – en het feit dat er op veel locaties geen sprake was van overlappende vuurpunten.

Over de inname van het Hoornwerk blijven de heer Brongers en ik van mening verschillen. De eerste werkelijke Duitse aanval op het Hoornwerk geschiedde in de vroege middag van 12 mei, en dit resulteerde binnen een tijdsbestek van 30 minuten in het volkomen oprollen van de positie. Een uur later zat de SS op de oosthelling van de Grebbeberg. De voorafgaande artilleriebarrage richtte aan de kazematten en de wapens nauwelijks schade aan, hetgeen ook wel blijkt uit de Nederlandse verslagen. Een aanval in de avond van 11 mei is mij onbekend. Wel is mij bekend dat men een aanval in de nacht had gepland, maar die werd wegens NL artillerievuur afgeblazen. Het kwam niet verder dan gereedstelling. Het lijkt me dan ook een verantwoorde conclusie te stellen dat het Hoornwerk in no time viel en aangezien zij de toegang tot de berg betekende een relatief onbetekenende verdediging kende voor zo’n belangrijke positie.
» Deze reactie is geplaatst op 26 februari 2008 17:12
Totaal berichten: 49
Peel en Raamstelling daar waren de kazematten aan het defensiekanaal de voorposten zo heb ik altijd begrepen.
Het lijkt erop alsof bij de Grift bij de Grebbeberg de kazematten gepland waren met de inundatie reeds in gedachten zodat de watervlakte voor de Grift en niet de Griftt zelf bestreken kon worden. Bij Amersfoort was de inundatie zo breed dat de kazematten zelfs ten dele aan de oostzijde van het riviertje de Eem gebouwd zijn. Desalniettemin is het vreemd dat er geen flankerende kazematten in het vuurplan waren opgenomen bij de Grebbeberg achter de Grift.
Interessante discussie over of de drie dagen van de Grebbeberg nu door de taaihied van de Nederlandse verdediging veroorzaakt werd of door de onwennigheid van de Wehrmacht met steeds weer hergroeperen en een fout aanvalsplan. Ik was er altijd trots op dat het Nederlandse leger het wel drie dagen had uitgehouden, maar door de jaren heen, mede door dit forum, lijkt het me steeds duidelijker dat het zo lang geduurd heeft door falen aan Duitse zijde en daarbi alle respect houdend voor het Nederlandse leger ter plekke die daar toch maar stand heeft gehouden en het falen duidelijk gemaakt heeft
» Deze reactie is geplaatst op 26 februari 2008 23:32
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Epi, de Peel-Raamstelling was in die zin afwijkend van de Grebbelinie dat een veel steviger en gunstiger stoplijn achter de frontlijn was geconstrueerd, en dat over een grote lengte B-kazematten achter de frontlinie waren gebouwd. Men kende er bovendien in verhouding tot de Grebbelinie nauwelijks schootsveldbelemmeringen. Bovendien was de frontlijn en de stoplijn met enige diepte gebouwd. De Peel-Raamstelling werd dan ook niet voor niets onze 'beste' veldstelling genoemd.

De kazemattenlinie die langs het defensiekanaal / Zuid Willemsvaart was gebouwd vormde overigens de voorzijde van de diepe frontlijn, niet de voorpostenstrook.

De bouw van kazematten aan de rand van waterobstructies was - zoals gezegd - elders in Nederland ook het geval. Bij mijn beste weten werd nergens de kazemattenbouw met enige afstand van het water toegepast. Overigens gold hetzelfde voor de Belgen, die ook hun kazematten in de weerstandlinies aan Maas en Albertkanaal pal op de westelijke oever bouwden. Ik vind de logica daarvan wel begrijpelijk, omdat namelijk met dergelijke bouw juist de oversteek - het kwetsbare moment voor de aanvaller - effectief kon worden bestreden. Dat de houdbaarheid van zo'n linie vooral bepaald wordt door diepte van de stelling en de aanleunende infanterie zij gezegd.
» Deze reactie is geplaatst op 27 februari 2008 13:02
Totaal berichten: 191
Een korte reactie op het commentaar van de heer Goossens.
- De artilleriebarrage op het Hoornwerk richtte aan de kazematten en de wapens nauwelijks schade aan?
Zoiets beweren schaadt het vertrouwen in de onderzoeker. Het Hoornwerk was na afloop van de strijd één grote ruïne. Zie de talrijke foto’s van de verwoeste loopgraven en de drie aanwezige S-kazematten (die thans nog te zien zijn). Buitengewoon zwaar getroffen werd kazemat S13, waar de voorzijde praktisch geheel werd vernield, o.m. door schietgattreffers. Ook de achterzijde had talrijke treffers. Foto’s o.m. in de Militaire Spectator van juni 1940, pags 264 en 265 of op de pags 257 en 258 van het betreffende Stafwerk. Ook de pagkazemat P.11 werd zwaar beschadigd (pag 261). Foto’s van verwoeste stellingen/loopgraven in het Hoorwerk in het Stafwerk pag.258 en in ‘Grebbelinie 1940’, pag 118. Het is aan te bevelen zich tevoren goed op de hoogte te stellen om onjuistheden te vermijden
- Nauwelijks schade aan de wapens?
Pag 260 van het Stafwerk is hier duidelijk genoeg. Het zegt dat in het zuidelijk deel van de stelling veel schade was aangericht, ‘terwijl de vuurwapens nagenoeg alle buiten gevecht waren gesteld.’ In het noordelijk deel had men toen nog ‘twee lichte mitrailleurs en voor elk twee trommels à 97 patronen.’
- Een aanval op het Hoornwerk in de avond van 11 mei onbekend?
Toch staat dit zeer duidelijk vermeld in het Stafwerk (pag.201,midden). In ‘Grebbelinie-1940’is dat nog verduidelijkt aan de hand van het verslag van vaandrig De Ridder (pag. 93), waar ik tevoren reeds naar verwees.
- IR 322 leed op 13 mei meer verliezen dan de SS in 3 volle oorlogsdagen? Ook dat is niet juist. De SS Standarte Der Führer verloor vanaf 11 mei 1940 voor en op de Grebbeberg 119 gesneuvelden of aan hun verwondingen overleden militairen.. Van IR 322 sneuvelden op 13 mei 92 man (op 12 mei waren 4 man van IR322 gesneuveld door Nederlands vuur op Wageningen en Bennekom; gegevens okt ‘07).
- Dat I/IR 322 niet kwam opdagen is niet juist. Het had het noordelijk deel van de aanval van IR 322. Ook het negatief gekleurde optreden van IR322 wordt allerminst gesteund door de hieromtrent bestaande documentatie. Er is meer, doch ik moet het door tijdgebrek voorlopig hierbij laten. Overigens is het bovenstaande opbouwend bedoeld en doet niets af aan mijn waardering voor de ontembare werklust en het enthousiasme van de heer Goossens.
» Deze reactie is geplaatst op 28 februari 2008 11:11
(redactie)
Totaal berichten: 2.201
Het is maar hoe je het wilt zien.
Het verschil van mening bestaat duidelijk hieruit dat Allert hier puur en alleen praat over de beslissende Duitse stormloop, die begon om 12.40 op de 12e mei. Dat kom je inderdaad op een half uur strijd of daaromtrent. Niet meegeteld worden dan inderdaad de uren durende artilleriebarrage en de prikacties in de avond en nacht van de 11e op de 12e. De laatste zullen toch meer bedoeld zijn als een aftasten en uitputten van de Nederlandse verdediging en hadden toch minder het karakter van een aanval. Wel zijn de acties van voor 12.40 natuurlijk niet los te zien van de komende aanval, ze vormden de voorbereiding daarop. Toen die beslissende aanval loskwam ( het had dus ook al in de avond van de 11e kunnen gebeuren, maar toen werd een en ander dus afgelast )had de Nederlandse verdediging er inderdaad geen afdoend antwoord meer op.
» Deze reactie is geplaatst op 28 februari 2008 13:18
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Inderdaad Hajo, het doet me goed dat je een zorgvuldig lezer bent.

Ik kan werkelijk ieder punt dat de heer Brongers thans aanvoert met feiten of nuchtere nuanceringen weerleggen, maar ik laat dat na. Eerdere ervaringen hebben me wijs gemaakt.
» Deze reactie is geplaatst op 28 februari 2008 13:28
Totaal berichten: 191
Is dat geen zwaktebod door het vermijden van een verantwoording? In dit geval ook weinig moedig. Ik heb niet zomaar iets beweerd doch dit steeds verantwoord en o.m. verwezen naar het Stafwerk. Met de bedoeling opbouwend te werken. Als die punten weerlegd kunnen worden, hoor ik dat, puntsgewijs, bijzonder graag. Het zou o.m. betekenen dat het betreffende Stafwerk niet altijd deskundig is geweest en tal van fouten heeft gemaakt. Ook dat ik mijn werk "Grebbelinie 1940" moet aanpassen. Daar sta ik overigens positief tegenover en heb dat in het verleden ook wel gedaan. Ook de foto's van b.v. het kazematten en loopgraven in het Hoornwerk zijn dan in strijd met wat de heer Goossens stelt, evenals de aantallen in databank gesneuvelde Duitse militairen die ik beschikbaar heb gesteld. Als men niet kan of wil verantwoorden wat men stelt, heeft verdere medewerking geen zin meer en zal ik mij verder onthouden van commentaar.
» Deze reactie is geplaatst op 28 februari 2008 16:04
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Ik kies ervoor deze discussie niet aan te gaan, om de eerder opgegeven reden.

Mocht een van de lezers geinteresseerd zijn dan wil ik gaarne in een e-mail bericht mijn argumenten met feiten en nuances onderbouwen. U stuurt mij dan een mailtje aan ag@grebbeberg.nl.
» Deze reactie is geplaatst op 28 februari 2008 17:55
(redactie)
Totaal berichten: 2.201
Wat betreft de vernielingen op het Hoornwerk het volgende:

De beschadigingen van de kazematten door direct vuur van o.a infanteriegeschut en mitrailleurs zijn natuurlijk een gegeven. Dat er door allerlei oorzaken een groot aantal wapens is uitgevallen eveneens.

Ik heb aan de andere kant echter wel het idee dat in elk geval de artilleriebarrage betrekkelijk weinig schade heeft aangericht.
Ik wijs daarbij b.v op Harberts die na de strijd ( ik las dit ergens in de verslagen van de Enquetecommissie ) een bezoek aan het Hoornwerk brengt en daar constateert dat er maar weinig treffers waren, eigenijk maar een (1) voltreffer op een schuilplaats, die ( volgens hem ) het einde betekende van iedereen die erin zat. Op zichzelf twijfel ik overigens wel aan dat laatste, want ik ken geen enkele bron die vertelt over een groot aantal doden in een schuilplaats.
Ik snap wel dat dit artillerievuur, ook al waren er misschien weinig treffers, veel heeft gevraagd van het moreel en het incasseringsvermogen van deze volkomen onervaren verdedigers van het Hoornwerk.
Ik wijs er ook nog op dat een deel van de verwoestingen in het Hoornwerk ( en dan vooral het noordelijk deel, het zuidelijk deel lijkt op de foto's relatief ongeschonden ) ongetwijfeld ook is aangericht door Nederlands vuur. Zowel op 12 als op 13 mei zijn ( o.m door 1 - 8 RA, III - 8 RA en I - 15 RA ) afsluitingsvuren afgegeven bij ( en zonder twijfel ook op ) het Hoornwerk. Het Hoornwerk is ook met mortieren bestookt.
Op een tijdstip dat de Nederlanders daar al weg waren.
» Deze reactie is geplaatst op 29 februari 2008 08:55
Totaal berichten: 191
Een reactie op het gestelde door de heer Groenman:
Uit de verslagen van I-15 RA , I en III-8 RA, het Stafwerk en de Eindstudie Algemene Militaire Wetenschappen van de (toenmalige) Cadet-sergeant der Artillerie W. Berghuis, getiteld “De Nederlandse Artillerie in de Meidagen van 1940” blijkt het volgende.
Het enige Nederlandse vuur op het Hoornwerk en de Grebbesluis werd op 12 mei door I-15 RA werd afgegeven 16.16 – 16.45 en van 16.52 -17.30 uur.
I- en III-8RA hebben op andere plaatsen, doch niet op het Hoornwerk zelf geschoten. Ook op de 13e mei is op het Hoornwerk geen Nederlands vuur gelegd. Uit het gevechtsverslag van de 8e Compagnie Mortieren blijkt dat deze evenmin op het Hoornwerk hebben gevuurd. Ik citeer: “Op 12 mei bleef de aangevraagde munitie uit en de verbindingen waren zo abominabel dat niet om vuursteun van mortieren kon worden gevraagd”. Ook op 13 mei is dat niet gebeurd. Een andere bron hiervan is het lezenswaardige artikel van Majoor M. Smeenk, getiteld “Mortier van 8” in het blad Ons Leger van oktober 1980.
Aan Duitse zijde is het noordelijk deel van het Hoornwerk langdurig onder vuur genomen door III-AR 207 en III-AR 311 en het zuidelijk deel door II-SS AR en IV-AR 256. Het is duidelijk dat de eventuele schade door I-15 RA (gedurende beperkte tijd) in het niet valt bij dat van vier afdelingen Duitse artillerie. De Duitsers melden “Nur verhältnismässig schwaches feindliches Art.-Feuer”.
Overigens is het correct dat nu wordt teruggekomen op de aanvankelijk bewering dat aan de kazematten en de wapens nauwelijks schade was aangericht. De foto’s logenstraften dit reeds.
Als dit ook nog geschiedt t.a.v. de andere door mij genoemde punten, zoals o.m. de uit de lucht gegrepen vermelding van zwaardere verliezen dan de SS bij IR 322, komen we wat dichter bij een correcte beschrijving.
» Deze reactie is geplaatst op 29 februari 2008 16:29
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Waar het in feite op neerkwam is het volgende. Zoals het Duitse artillerieverslag duidelijk meldt:

- III/207 und III/311 [totaal 20 stukken 10,5]: Befestigungen nördlich Strasse Rhenen mit II./SS
- IV/256 [8 st 15 cm] und II./SS AR [12 st 10,5 cm] Befestigungen südlich Strasse Rhenen mit III./SS

In klare taal was het zo dat drie afdelingen 10,5 cm de opdracht kregen de bosrand en de posities langs de Grift te beschieten, en de twee batterijen 15 cm specifiek het Hoornwerk. De eerste twee afdelingen deden dit in het vak van II./SS, noordelijk van de Grebbeweg, en de andere twee afdelingen in het vak van III./SS.

Voor vaststelling van de totale schade aan de drie Hoornwerken voor de Grebbeberg verwijs ik gaarne naar bijvoorbeeld de foto’s op onze site. Dan kan een ieder zelf vaststellen of er sprake is van zware schade of gewoon de lichte schade die ik kan vaststellen.

Overigens werd van alle kazematten slechts de S-14 zwaar getroffen. Niet door artillerievuur maar door vlakbaangeschut, direct vuur. De overige kazematten waren zo goed als onbeschadigd. Zelfs de zeer lichte PAG kazematten werden niet uitgeschakeld, edoch uiteindelijk verlaten door het personeel [bij het sluisje door gevangenname]. Vandaag de dag zijn nog enkele kazematten goed zichtbaar. Een ieder kan waarnemen dat zelfs kogelinslagen moeilijk waar te nemen zijn.

Het noordelijke van de drie Hoornwerken kreeg het meest te verduren, overigens vooral ook van Nederlands 15 cm geschut. De andere twee bleven volkomen intact. Ondersteunende verklaringen van naoorlogse [mei 1940] schouwingen te over. Overigens kan een ieder op basis van bovengenoemde foto's zelf zijn inschatting maken. Dat lijkt in deze armoedige wellus-nietus situatie ook het meest verstandig.
» Deze reactie is geplaatst op 29 februari 2008 17:20

Plaats hier uw reactie

Opgelet: We behouden ons nadrukkelijk het recht voor om nieuwe berichten of reacties die voor de thematiek van onze websites en de discussiegroep irrelevant zijn, onbetamelijk of onbegrijpelijk geformuleerd zijn, ongewenste politieke of commerciële lading hebben of inbreuk maken op de privacy van nog levende personen niet te plaatsen. Uw reactie zal pas na goedkeuring door de beheerders zichtbaar zijn in de discussiegroep.

De inhoud van berichten - en daarin vermeldde gegevens en personalia - wordt na publicatie niet gewijzigd en/of verwijderd, tenzij daarvoor een dwingende aanleiding is. Berichtenschrijvers zijn zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de inhoud van hun berichten voordat deze worden gepost.

Zie voor meer informatie de Gebruiksvoorwaarden. Tevens verzoeken wij u om kennis te nemen van de FAQ (veelgestelde vragen), wellicht dat uw vraag daar al beantwoord wordt.

Wenst u een gescande foto of ander beeldmateriaal op te nemen bij uw bericht, e-mail deze naar info@grebbeberg.nl en wij verzorgen de plaatsing (meestal nog dezelfde dag).

Bericht:   * 
Uw naam:   * 
 
E-mailadres:     * 
Om ongewenste (spam)berichten op onze website te beperken vragen wij u hieronder een eenvoudige controlevraag te beantwoorden. Berichten worden alleen geaccepteerd indien deze vraag correct is beantwoord.
1 + 1 =     * 
*) = verplicht veld  

2554