Discussiegroep

Onderwerp: Defensiebeleid jaren '20 en '30

Totaal berichten: 94
1.733 keer gelezen
8 reacties
Categorie: Overig Mei 1940
Ik vermoed dat ik op dit forum, met mijn 34 lentes, tot de 'jongeren' hoor. Ik verdiep me pas sinds enkele jaren specifiek in de meidagen van 1940, de mobilisatietijd en het interbellum (mijn 'algemene' WO-II fascinatie is al veel ouder) en beschouw mezelf hooguit als een 'kenner-in-wording', maar inmiddels heb ik er wel zo veel over gelezen dat zich langzaamaan mijn eerste 'zelfstandige' meningen beginnen te vormen, die soms afwijken van de zienswijzen van gevestigde auteurs op dit vlak.

Over één van die zaken open ik deze discussie: de analyse die veel erkende mei '40-deskundigen maken van het regeringsbeleid met betrekking tot Defensie in het interbellum.

Eerste punt. Waar geschreven wordt over de achteraf funeste bezuinigingen op Defensie (1920-1935), kun je er donder op zeggen dat je een paar zinnen verderop de woorden 'gebroken geweertje' aantreft. "In Nederland heerste de geest van het 'gebroken geweertje'". Zonder een politieke 'links-rechts' discussie te willen aanzwengele, vind ik het bijzonder curieus om de neiging tot bezuinigen op Defensie toe te schrijven aan een pacifistische, anti-militaire stroming die op zichzelf wel bestond, maar absoluut nooit wortel heeft geschoten in de regeringen uit die tijd. Nederland heeft altijd confessionele, conservatieve regeringen gehad, met Colijn in veel van die jaren als boegbeeld. Is de 'geest van het gebroken geweertje' schuldig aan het 'kapotbezuinigen' van Defensie? Dan toch zeker alleen voor zover die 'geest' ook Colijn en de overige rechtse (regerings)partijen in de greep had gekregen!

Ter vergelijking (nogmaals: NIET om een politieke discussie te ontlokken, want daar gaat het hier niet om): wie vindt dat Nederland te veel immigranten binnenlaat, kan onmogelijk beweren dat GroenLinks en de SP daarvoor de schuld dragen, om de doodeenvoudige reden dat die partijen nooit hebben geregeerd. Of GroenLinks en de SP de poorten nog veel wijder hadden open gegooid, en of ze groei vertoonden en dus een sterker oppositieblok gingen vormen, doet niet ter zake. De regering vertegenwoordigt meer dan 50% van de Kamer. Voor kritiek op het regeringsbeleid moet je bij de regeringspartijen zijn.

Veel boeken over mei 1940 zijn geschreven door auteurs met een duidelijk militair/nationale (en dus vermoedelijk rechts/conservatieve) kijk op de zaken. Ik constateer (geheel los van mijn eigen politieke kleur) dat sommige van die auteurs nogal gemakkelijk wijzen naar 'pacifistische stromen' in de samenleving, terwijl die nooit enige invloed op het Defensiebudget hebben kunnen uitoefenen. Het Nederlandse leger is door conservatieve, confessionele partijen uitgekleed. Dat de linkse partijen nooit de kans hebben gekregen om er nog verder in te gaan, is een ander verhaal. Het 'gebroken geweertje' had alleen invloed voor zo ver een man als Colijn er óók van in de ban raakte.

In dit kader is het wel aardig dat Nederland, voor zover ik weet, pas een week of twee voor de algemene mobilisatie voor het eerst een regering kreeg waarin twee sociliasten zitting hadden, met een 'softe' (zo je wilt: anti-militaristische) premier aan het hoofd. Het eerste besluit van betekenis dat die regering nam, was het besluit tot algemene mobilisatie.

Tweede punt. Als zelfs de conservatief-rechtse regeringen van de jaren '20 en '30 al zo hard het mes zetten in het Defensiebudget, dringt zich automatisch de vraag op of er destijds überhaupt wel een ander optie was. En of er DESTIJDS (want achteraf praten is altijd makkelijk) wel een stroming van enige betekenis was die het anders had gewild.

Nederland had zich aangesloten bij de Volkenbond en maakte, voor wat betreft Defensie, een periode door die met enige fantasie wel wat weg hebben van de jaren '90 en het huidige decennium: geen acute oorlogsdreiging, aansluiting bij de Volkenbond en dus een geleidelijke omvorming van kader-militieleger naar een professioneler, kleiner leger, primair bestemd voor bijdragen aan missies in Volkenbond-verband. Daar kwam (het lijkt het heden wel!) een economische crisis overheen. Er dreigden banken om te vallen, de gulden stond op knappen, de werkloosheid gierde de pan uit... Hoe verantwoord was het in pakweg 1931 of 1932 geweest om veel meer geld aan Defensie uit te geven? Er waren wel nijpender problemen op te lossen. En nogmaals: dat vonden zélfs de rechtse regeringspartijen?

Toen het geloof in de werking van de Volkenbond begon af te nemen, Hitler aan de macht kwam en de lucht boven Europa weer grauwer werd, is niet meteen, maar toch wel vrij snel besloten de dienstplicht-lichtingen weer fors te vergroten, is de duur van de eerste oefening verlengd, is er begonnen met de aanleg van kazematten en het bestellen van modern materiaal uit een voor die tijd behoorlijk fors Defensiebudget (1935).

Het was 'too little, too late', dat hebben de meidagen van 1940 wel duidelijk gemaakt. Maar hoe verwijtbaar waren de poltieke (begrotings)prioriteiten van de jaren '20 en '30 nu werkelijk? Was het, anno 2008, te verkopen geweest om ING en Fortis te laten 'omvallen', en de pensioenfondsen te laten imploderen, omdat al die miljarden in de Joint Strike Fighter en andere Defensie-projecten moesten worden gepompt? Het zou domweg wanbeleid zijn geweest - en ook volslagen in strijd met de wens van de kiezer.

Ik chargeer hier uiteraard enigszins. Natuurlijk had het allemaal beter en slagvaardiger gekund. Dan had ons leger er in mei 1940 wellicht beter voorgestaan. Maar was het (op het totale palet van politieke vraagstukken) verantwoord geweest om heel veel eerder heel veel meer geld naar Defensie te sluizen?

Mijn indruk is dat er - waar het deze vraag betreft - achteraf nogal makkelijk en onredelijk hard over het beleid van die tijd geoordeeld wordt, zeker in boeken over mei 1940 van de hand van auteurs met een militaire achtergrond.

En laat dat 'gebroken geweertje' er buiten, zou ik zeggen. Het was een maatschappelijke stroming die die tijd kleurde, maar in een mei 1940-discussie met de beschuldigende vinger naar de vredesbeweging van rond 1930 wijzen, is net zoiets als Schiphol dat Greenpeace de schuld geeft van de milieubelastingen en -heffingen. Kom op. Greenpeace zit niet in de regering.

Benieuw naar uw aller gedachten over deze materie.
» Dit bericht is geplaatst op 11 maart 2009 11:13
Totaal berichten: 94
Overigens weet ik dat Kamphuis en Amersfoort en mei 1940 ook al de vraag stelden in hoeverre er in redelijkheid wel een alternatief was voor het gevoerde defensiebeleid. Hun werk ken ik, uiteraard.

Niettemin valt me bij veel andere mei '40-auteurs op dat er erg vanuit de belangen van defensie geredeneerd wordt ("we hadden meer geld moeten krijgen!"), terwijl dat historisch/wetenschappelijk gezien niet altijd de juiste analyse is, en niet altijd hout snijdt. Het wijzen op 'de geest van het gebroken geweertje' komt me op verschillende plaatsen zelfs krom en potsierlijk voor.
» Deze reactie is geplaatst op 11 maart 2009 11:56
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Menno. Compliment voor je analyse. Er zitten waardevolle beschouwingen bij denk ik.

Ik wil toch eerst met je vaststellen dat de gearriveerde en bekende auteurs volgens mij niet gewezen hebben op een deel van het politieke spectrum dat voor de onderbesteding van defensie verantwoordelijk zou zijn geweest. Niemand kan immers de feiten ontkennen dat men van links tot rechts defensie een lage prioriteit gaf.

Ik ga met je mee dat pacifisme geen hoofdmoot was in beleid. Pacifisten streven naar totale ontwapening, en daarvan was geen sprake. Wel was het evangelie van president Wilson van de VS bij Nederland goed aangeslagen. De volkenbond als waakhond over stabiliteit in Europa met name, en ter voorkoming van machtsblokvorming. In 1919 leek Europa werkelijk lamgeslagen door de verschrikkingen van WOI (en de Spaanse griep) en leek bovendien een dreiging binnen Europa ver weg. Nederland was bijkans bankroet als gevolg van de blokkade van haar wateren en de exportstagnatie en kwam dus straatarm uit de wereldoorlog. Voornaam was voorts dat Nederland nadien ook een veel mindere economische groei kende dan veel andere naties. Tot de crisis in 1927/1929 bouwden we dus ook veel minder op. Tenslotte hadden wij in tegenstelling tot vrijwel alle Europese landen slechts een zeer beperkte legerimpuls gekend tijdens de oorlog. Ons vertrekpunt was dus materieel al duidelijk achtergesteld bij ons omringende landen én we konden onvoldoende financiële armslag creëren in het decennium dat er op volgde. Rationeel gezien dus alle reden om andere departementen - zo als dat in politiek jargon zo mooi heet - te 'prioriteren'.

Neemt niet weg dat de anti militaristische traditie van ons volk zich voortzette en ten opzichte van ons omringende landen opvallend bleef. Pacifisme mag dan een misplaatste term zijn (waar iedereen het wel over eens is) maar anti-militarisme beslist niet. Het leger had een bijzonder laag aanzien. Een beroepsofficier van hogere rang was weliswaar wel een man van enig aanzien, maar haalde het niet bij maatschappelijk gelijken. Het dienen in het leger werd niet gezien als een voorname taak waarbij men met enige trots 's lands wapenrok aantrok en zijn nationale plicht deed, maar een zaak die 'nu eenmaal moest', maar waar men 'sans gene' onderuit probeerde te komen als de gelegenheid daar was. Een moraal die de nationale geschiedenis tooit in alle eeuwen dat ons land in ontwikkeling was, in de late middeleeuwen en het era nadien. Zo was aan het eind van onze Gouden Eeuw het leger en de vloot totaal verwaarloosd. De gebroeders de Wit, later daarvoor verguisd en gelyncht, hadden prioriteit aan andere zaken dan het leger gegeven en zo ontstond het rampjaar 1672. Ternauwernood kon het tij worden gekeerd in het opvolgende jaar.

In 1795 was ons leger wederom volkomen verwaarloosd. Het was geen partij voor de Fransen en we werden ingelijfd. In die periode kende het leger wederom een grote bloei onder Frans bewind. Napoleon legde Nederland per decreet op dat het een groot aantal militairen moest leveren en daaraan werd voldaan. Spoedig zouden onze militairen zich onderscheiden en bleken uitstekende formaties te kunnen leveren. Nadat in 1813 de jassen de kleur van de Pruisisch-Britse zijde hadden gekregen, wisten Nederlandse eenheden zich in het Geallieerde leger bij vooral Quatre Bras en in het centrum van de Geallieerde legermacht bij Waterloo te onderscheiden. Het kón dus wel.

Nadien trad wederom verval in. Koning Willem I had de grootste moeite in 1830 een goed leger bijeen te krijgen om de opstandige Belgen onder de duim te houden. Tijdens de periode van 1830-1839 hield Nederland een groot leger onder de wapenen. Na de formele overdracht van België aan de Belgen, was Nederland bijkans failliet. De mobilisatie had bakken geld gekost en de schuld die de staat van de failliete VOC had overgenomen drukte ook op de begroting.

Pas in de periode na 1871 kreeg het leger weer impulsen. Dat kwam enerzijds door de 'nieuwe' oorlog, die met name het Pruisische leger tentoonspreidde, maar evenzo door de industriële revolutie. De wapens ontwikkelden zich snel en maakten oude wapenen volkomen onbruikbaar. De stap naar bronze achterladers betekende dat de artillerie geheel moest worden vervangen en binnen een decennium herhaalde zich dit toen men naar staal overstapte. Drijfstoffen werden van zwart kruit tot rookzwak kruit en gedurende de komende decennia bleven de nieuwe samenstellingen van drijfstoffen nopen tot vervanging van voorraden en munities. Geweren ontwikkelden zich, eenheidspatronen kwamen in zwang in combinatie met repeteermechanismen. En begin 20ste eeuw was tenslotte de invoering van de mitrailleur onontbeerlijk. De in de periode 1870-1900 sterk ontwikkelde kracht en macht van de artillerie dwong bovendien tot massale aanpassing van forten en versterkingen naar de nieuwste beschermingsmaatregelen, zoals beton en staal. Kortom, noodzakelijke investeringen in het leger.

Die investeringen waren groots geweest, ook voor Nederland. Bij de marine had men eenzelfde cyclus doorlopen. Monitors en pantserschepen waren in de 19e eeuw de alom gebruikte ruggegraat van de marine, maar evenzo moest de marine mee met de artilleristische ontwikkelingen. Daarnaast ontstond de fase die men als pre-Dreadnought en de Dreadnought fase kenmerkte. Iedere zichzelf respecterende marine moest ineens schepen hebben met zwaar verdragend geschut, die bovendien (in tegenstelling tot monitors en pantserschepen) hoog op het water lagen en die snel waren.

Aan de vooravond van WOI had Nederland - vooral door de wapenrevolutie gedwongen - een relatief modern leger. Er was modern geschut, er waren mitrailleurs, er was een modern geweer en de fortificatieën hadden redelijk efficiënte moderniseringslagen doorgemaakt. Alleen de marine liep nog achter. Noodzaak was de drijfveer geweest, want het geld was er niet geweest.

Nederland was na WOI een industriele en economische dwerg. Het gemak waarmee de Nederlander vandaag de dag aanvaardt dat ons land relatief gezien de 14e economie van de wereld heeft is onwerkelijk. Na de Gouden Eeuw, in het bijzonder de eerste helft daarvan, zou Nederland in wezen economisch niet veel meer voorstellen tot aan de jaren 70 van de vorige eeuw. Gedurende het interbellum was er dus geen sprake van vermogen om het leger massaal te moderniseren en uitbreiden. Maar dat was in België, Tsjechië en een heleboel andere landen ook niet het geval. Desondanks was Nederland na Polen en Griekenland gedurende het interbellum naar ratio van het percentage BNP de slechtste investeerder in Defensie. En daar komt dat nog bij dat Polen relatief gezien meer investeerde dan Nederland.

Een lang verhaal om aan te geven dat er twee sporen leiden tot de conclusie dat er weliswaar geen sprake van pacifisme was, maar dat er wel een moraal was om defensie te verwaarlozen, als eerste bezuiningsdoel aan te wijzen, als de nood niet werkelijk aan de man was. Dat deze moraal zich niet liet vangen door één helft van het politieke spectrum is een feit. Sterker nog, tot na WOII werd Nederland in feite door centrum of centrum-rechtse kabinetten geleid.

Er zijn echter twee vragen die mogelijk relevanter zijn (dan afvragen of pacifisme aan de basis van verwaarlozing stond). 1) Was ons leger wel zo archaisch als vaak gemeld en 2) was het materiële aspect wel zo gewichtig?

Op de eerste vraag kan ik antwoorden dat de materiële staat van ons leger vooral standaard door auteurs wordt overdreven, schromelijk overdreven. Het Nederlandse leger was in Europa beslist niet de materiële dissonant die vele auteurs er van maken. Het Belgische leger was niet beter uitgerust en nauwelijks beter opgeleid, wel groter. Het Franse en Duitse leger kenden beide een uitstekende kopgroep, circa 10% van de totale legermacht die ze in mei 1940 te velde konden brengen. De bulk was echter net zo goed / net zo slecht uitgerust als het Nederlandse leger. In Nederland zette Duitsland vrijwel alleen maar 3e en 4e Welle divisies in. Die waren niet gemotoriseerd, hadden verkenningseenheden te paard of te fiets, hadden de M.08/15 als standaard zware mitrailleur en de MG.13 vaak als standaard lichte mitrailleur. Hun gemiddelde leeftijd lag op 27-30 jaar en de helft van de eenheden werd gevormd door eenheden van de tweede reserve of zelfs de Landwehr. De Fransen stuurden in mei 1940 onder meer de 60e en 68e infanteriedivisies naar Nederland. B-type divisies, net zo matig bewapend als de Nederlandse hoogste regimenten. Er liepen luitenants rond die 50 jaar oud waren. Lichtingen tot en met 1918 waren opgeroepen. De benenwagen was voor alle Franse divisies het vervoermiddel, met uitzondering van de Divisions Active, de toplaag. Zo kunnen we nog uren doorgaan.

Auteurs hebben het over ons oude geweer, de Steyr. Het geweer dateerde qua ontwerp uit 1895. Was uiterst betrouwbaar en zuiver en was slechts 3 jaar ouder dan het standaard Duitse geweer Mauser K-98 of de Franse Fusil. Ons antitank geschut was zeer modern, uitstekende vuurmond. Onze zware mitrailleurs waren geen gram zwaarder dan de Duitse tegenhanger. Die woog met zware lafette zelfs meer dan de Schwarzlose en beduidend meer dan de Vickers. Diezelfde Vickers werd in het Britse leger tot aan de jaren zestig gebruikt. Hoe archaisch was dat wapen dus nu eigenlijk? De vuurkracht van de MG-34 werd tot mythische proporties aangeduid als doorslaggevend, maar de Geallieerde en Sovjet legers zouden tijdens de gehele oorlog vechten met mitrailleurs met een vuurkracht van 500-600 schoten per minuut. Een fractie hoger dan onze mitrailleurs anno 1940. Nee, de bekende Nederlandse auteurs hebben vooral gezocht naar argumenten waarom onze militairen zo kansloos waren.

Dat brengt me op een antwoord op vraag 2. Was de materiele kwestie doorslaggevend. Ik zeg 'neen'. De historie bewijst dat ook. In de Finse-Sovjet oorlog waren de slimme Finnen in staat de Sovjets - die materieel verre superieur waren - ongehoord lang te weerstaan. In Vietnam was een materieel beduidend onderliggende tegenstander in staat de verbonden Amerikaanse Zuid-Vietnamese legermacht te verslaan. Zomaar twee voorbeelden. Maar het gaat verder. Het Duitse aanvalsleger in mei 1940 was minder groot, had minder tanks en veel minder geschut dan de verbonden tegenstanders. Het sneed echter als een warm mes door de boter.

Duitsland won tot en met 1942 vrijwel alle veldslagen en veldtochten omdat het een superieure tactiek had, die bovendien waar gemaakt kon worden doordat het gehele leger - van hoog tot laag - in dezelfde doctrine, dezelfde operationele pragmatiek en dezelfde tactische toepassingen werd onderricht. Nog belangrijker was wellicht dat de bedenkers van de moderne bewegingsoorlog zelf aan het stuurwiel stonden. Want wie gaven in mei en juni 1940 de doorslag in de strijd met de westelijke geallieerden? Dat waren de generaals aan het front, niet de generaals in de hoofdkwartieren. De mannen met de neus op de strijd, met de neus op de opportuniteiten die in hun microfoon slechts 'immer weiter' schreeuwden en op momenten zelfs met de legertop in het achterland in strijd kwamen en toch doordrukten. Als het aan Franz Halder - chef staf landmacht - had gelegen was men niet op 16 mei uit de pocket bij Sedan gebroken, maar had men daar eerst gehergroepeerd. Heinz Guderian was echter Oostindisch doof en brak uit. Hij geloofde heilig in de tomeloze gepantserde opmars, die men in retrospect de Blitzkrieg zou gaan noemen. het waren mannen als Guderian en von Manstein die bedenkers én uitvoerders waren van de moderne krijgsopvattingen. De Fransen werden misleid door een fossiel in het bos te Versailles, die zich consequent liet leiden door verstofte oude doctrines. Hij vocht de oorlog van 1918 nog eens. Onderwijl de wel verstandige generaals als Georges en Giraud, niet te vergeten kolonel de Gaulle, volkomen passerend.

Het Nederlandse leger - om daar naar terug te keren - verloor niet kansloos wegens een materieel verschil, maar omdat het de meest basale operationele kennis ontbeerde. Onze militairen te velden ontplooiden zich nog net zo als ze in 1899 te Atjeh hadden gedaan. Duitse militaire verslagen spreken hun verbazing uit over verplaatsende Nederlandse militairen in oorlogsgebied 'alsof ze op oefening zijn'. Aanvallen die werden ontworpen met militairen op linie, passief ingeleid door een barrage op een niet waargenomen vijand. Volkomen achterhaalde operationele tactiek werd geëtaleerd. Nederlandse officieren en onderofficieren hadden nog niet de meest basale kennis van tactiek, laat staan opereren in verband met aanleunende eenheden of andere wapenen. Een Nederlands bevel was een gedicteerd bevel. Chapter and verse. Geen autonomie, geen ruimte voor initiatief en vooral geen besef van de intenties en (hogere) doelstellingen. Een Duits bevel was een doelmatig bevel. Verover heuvel A, dit zijn je middelen, dit is je ruimte, dit is je tijdspad en dit is het tactische doel van je missie. Realiseer het. De Nederlander die op zijn gedicteerde pad een obstructie tegenkwam, keerde met de staart tussen de benen terug. De Duitser die een obstructie tegenkwam improviseerde. Adapt, improvise and overcome. Dat adagium van de Amerikanen is van Duitse origine. Auftragstaktik. Die Auftragstaktik en het feit dat het gehele Duitse leger was onderricht, ja ingepeperd, dat die heilig was, leverde het klasseverschil op tussen de Duitse formatie en willekeurig welke Geallieerde formatie.

Amerikaanse onderzoekers hebben recent eens een mathematisch model opgezet waarin zijn getracht hebben de effectiviteit van de militaire formaties van de belligerenten gelijk te richten en te indexeren. Zelfs in de slotfase van WOII kwamen zij tot de conclusie dat de gemiddelde Duitse militair 30% (!) effectiever was dan de beste Geallieerde militair. Dat was aan het eind van de oorlog. Ik kan hun wetenschappelijke route niet beoordelen, maar het lijkt een veelzeggende conclusie. Het zal niet voor niets zijn dat de Amerikanen na de oorlog veel van de Duitse militaire opleiding adopteerden. Buitengewoon veel zaken in het huidige Amerikaanse leger zijn afgeleiden van het Duitse leger anno 1935-1945.

Menno, om een lang antwoord af te sluiten. Zoals je kunt lezen deel ik je beleving grotendeels. Ik vind wel dat je zou moeten kunnen vaststellen dat een zekere mate van anti-militarisme beslist mede debet is geweest aan verwaarlozing van het leger. Materieel, maar vooral ook immaterieel. De opleiding van onze officieren was lachwekkend, met uitzondering van de technische opleidingen (die waren eerder uitmuntend). De beroepsofficieren werden totaal niet opgeleid op het gewenste niveau. Onderofficieren idem dito. En zij waren het die reservekader en soldaten opleiden moesten. Evident stelde dat niets voor. Maar opleiding in de militaire basisprincipes is niet zo buitengewoon belangrijk. Een uur oorlog leert een militair meer in dergelijke basale bewegingen en handelingen. Nee, het gemis aan tactisch operationele kennis en kunde, de strikte hiërarchie en de doctrine van gedicteerde bevelen waren funest. Ons leger was totaal, maar dan ook totaal niet in staat tot de driewerf: Adapt, improvise and overcome. Om daarvan tenslotte een laatste typerend voorbeeld te geven:

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 kreeg een 1e luitenant opdracht om de onbezette brug bij Barendrecht te bezetten. Hij diende deze te beveiligen tegen Duits gebruik. De Duitsers waren er nog niet in de buurt. Een brug als object beveiligen doet een formatie - rationeel gezien - door beide landhoofden te bezetten en de zijde richting vijand vooreerst af te sluiten met aan de andere zijde een afsluiting die een onverhoopte vijandelijke doorbraak direct moet parereren. Onze luitenant besloot echter de 500 meter lange brug slechts aan de achterzijde te bezetten. Overtuigd van zijn juiste handelen schreef hij vol trots in zijn krijgsverslag aan de noordelijke zijde met betonnen rioolringen de brug te hebben afgesloten en aan de zuidzijde zijn mitrailleurs en manschappen op te hebben gesteld. Een luister- en waarnemingspost van een onderofficier (!) werd aan de noordzijde geplaatst. Uren later kwamen de Duitsers, de sergeant kwam terug en nog een uur later hadden de Duitsers de noordelijke oever vast in bezit. De brug zelf - op dat moment operationeel nog geen werkelijk boeiend oversteekpunt - was echter verloren gegaan. Twaalf uur later moest 3.GB de brug oversteken richting Waalhaven. Dat mislukte. Een aanval een halve dag later werd bloedig afgeslagen door de Duitsers. Duidelijk is dat de 1e luitenant totaal niet was geleerd dat een brug beveiligen betekent dat je de gehele constructie beheerst, niet alleen een oversteek van de vijand voorkomt. Dit geval typeert zo duidelijk hoe het tactisch en operationeel vernuft van de Nederlandse officier ver, heel ver beneden de maat 1940 was.

Daarom, Menno, verdedig ik de stelling dat het materiële aspect slechts een beperkt deel van de verklaring voor de snelle nederlaag was. Voor Frankrijk gold het niet eens als excuus. De hoofdzaak, zo acht ik, was de 'mental and operational fitness' van het Duitse leger. Het hele portfolio aan kennis, kunde, gogme en doctrine en het feit dat het Duitse leger, zowel materieel als qua militairen, volkomen geoutilleerd was die doctrine om te zetten in krachtdadig realiseren van die doctrine.
» Deze reactie is geplaatst op 11 maart 2009 13:20
Totaal berichten: 94
Allert, bedankt voor je uitgebreide en bijzonder uitgebreide antwoord.

Ik heb met bijzonder veel genoegen 'De sterke arm, de zachte hand' van Paul Moeyes gelezen. Dankzij dat boek heb ik een goed beeld gekregen van de in het gunstigste geval wat schouderophalende en in het meest extreme geval ronduit vijandige houding van 'de Nederlander' jegens de krijgsmacht. Na 1831 moest Nederland zich er definitief bij neerleggen dat het voortaan niet eens meer een middelgrote macht was, maar een ronduit kleine, die - ingeklemd tussen grootmachten - eigenlijk alleen nog maar hoopte met rust gelaten te worden. Uitbreiding was definitief ondenkbaar; handhaving van wat we hadden het hoogst haalbare; nog meer kwijtraken een serieus gevaar. In zo'n cultuur wordt een leger bijna synoniem aan 'narigheid': het kon vrijwel per definitie niets meer winnen, alleen nog iets verliezen. We werden in die jaren ook een wat provinciaal landje, dat zich het liefst zo weinig bemoeide met de grote bewegingen op het wereldtoneel. "Laat ons maar liever met rust." Het buitenland was ver weg en we hadden er weinig belangstelling voor: Nederland voelde zich eigenlijk geen deel van de grote ontwikkelingen, zogezegd.

Wat ik een bijzonder sterke analyse van Moeyes vond, was dat de gewapende neitraliteitspolitiek eigenlijk per definitie strijdig is met de Nederlandse volksaard: we zijn een handeldrijvend volk en vinden dus dat je investeert om winst te maken. De paradox van de gewapende neutraliteit is dat je je krijgsmacht zó sterk moet maken (er dus zo veel in moet investeren) dat je haar - idealiter - niet hoeft te gebruiken. In de 'Hollandse' visie: zo veel geld in je leger pompen dat het (hopelijk) achteraf weggegooid geld zal blijken te zijn. Gevolg (gechargeerd gezegd): we vinden het geldverspilling, omdat je er niet direct 'winst' voor terugkrijgt.

Ik wilde ook niet beweren dat mei '40-auteurs 'de pacifisten' de schuld gaven voor de gebrekkige staat waarin ons leger verkeerde. Maar de woorden 'gebroken geweertje' worden er door auteurs als Wilson en Brongers wel steeds bijgehaald, op een ietwat vage wijze: zonder er heel direct iets over te beweren, maar wel altijd met een soort voelbare irritatie. En: nooit expliciet gevolgd door de relevante vraag of het eigenlijk wel wezenlijk anders had gekund. Bij het lezen van die passages lees je tussen de regels een vreemd soort particuliere woede ("we hadden meer geld voor goede wapens moeten krijgen!"), die me wat onwetenschappelijk voorkomt, niet geheel terecht is - en (jouw punt) ook niet zo veel verschil zou hebben gemaakt.
» Deze reactie is geplaatst op 11 maart 2009 14:38
Totaal berichten: 94
Ik blijf berichten afvuren... (excuus voor mijn 'salvo').

Van mijn ontdekkingsreis door de literatuur over mei 1940 vind ik de 'meta-studie' misschien wel het interessantst. Toen ik me in mei '40 begon te verdiepen, ging het me om de feiten: wat is er precies gebeurd? Toen ik die eenmaal kende, kon ik gaan kijken welke fasen de geschiedschrijving over de meidagen heeft doorgemaakt. Dat is pas écht interessant en in sommige gevallen (niet oneerbiedig bedoeld) voer voor psychologen.

Het is razend boeiend om te zien hoe we vijftig jaar lang hebben toegewerkt naar het moment waarop voor het eerst een analyse konden maken die vrij was van pijn, emotie en trauma. Daarvoor moesten we eerst door wat fasen heen die tot op de dag van vandaag veel 'ruis' veroorzaken. Officieren die tekeer gaan over laffe militairen, die ('gebroken geweertje' op het uniform gespeld) zomaar de handen pmhoog staken of het hazenpad kozen. Historici die vol emotie betogen dat het allemaal aan de politiek lag, die het leger had kapotbezuinigd. De mythe van de 'gigantische overmacht'. En zo verder.

Het is echt heel fascinerend om te zien hoe de geschiedschrijving langzaam tot bedaren is gekomen (wat dan weer niet per definitie betekent dat 'analyses op kalme, wetenschappelijke toon' de plank niet mis kunnen slaan, maar da's een ander verhaal).
» Deze reactie is geplaatst op 11 maart 2009 14:51
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Om op je laatste alinea nog even te reflecteren.

Amersfoort komt ook tot de conclusie dat een grotere investering niet zo veel zin had gehad. Die conclusie deel ik niet onvoorwaardelijk, zoals ik betoogd heb. Bovendien is Amersfoort zijn benadering [kort en goed gezegd: 'het maakte niets uit wat we investeerden'] veel te simplistisch en bovendien wetenschappelijk nauwelijks houdbaar. Ik sorteer dat in dezelfde categorie bureauwijsheden als van hen die stellen dat Nederland het Deense voorbeeld had moeten volgen. Populistisch simplisme.

Een klein land zonder unieke geografische voordelen (zoals Zwitserland) heeft ook in de oudheid altijd gediend als wisseltrofee. Dat is een gegeven. Allianties worden daarom ook gesmeed om schaalnadelen in schaalvoordelen om te zetten. Verbondenheid maakt - in theorie - sterk. In theorie, want een verbondenheid zonder eensgezindheid is nog niets waard, zoals wel bleek uit het wankele Frans-Britse-Belgische verbond in mei en juni 1940. Men vocht wel zij aan zij, maar ieder met andere motivaties en uitgangspunten. Dat versterkt elkaar nauwelijks. Een voetbalelftal van elf toppers is in de regel minder effectief dan het elftal met elf teamspelers van een iets lagere garnituur. De synergie ontstaat pas door oprechte vervlechting en samenwerking. Een modus waarvoor de NATO nadrukkelijk koos, maar die voor de eerste jaren van WOII bepaald niet gold voor de verbonden landen aan Geallieerde zijde.

Dat Nederland zelfstandig dus nooit een voldoende investering zou kunnen hebben gepleegd om voldoende afschrikking te creëren is een open deur. Dat was (dus) al eeuwen zo. Nederland in de casus isoleren, wat Amersfoort in zijn werk nadrukkelijk doet, is bovendien onwerkelijk. En juist die modus operandi - de isolatie van het Nederlandse geval en de Nederlandse strijd - is waarin alle auteurs de mist in gaan. Zij passen een isolatie doctrine toe die het geval onrecht aandoet. Het geval dient in de context en het integrale plaatje van Europa anno 1933-1940 te worden gezien en beschouwd.

Als men dat doet, en men overweegt dat het Nederlandse handelen niet op zich stond, maar in de naburige landen evenzo aan de orde was, dan zou men juist tot de conclusie moeten komen dat als West Europa zich kundig op een oorlog had voorbereid, of nog beter, zich eerder openlijk verbonden had, de debacle van mei en juni 1940 mogelijk helemaal niet aan de orde was geweest. Een derde wereldoorlog brak (tot op heden) nooit uit, omdat de beide pacten elkaar zodanig in evenwicht hielden, dat er niets te winnen was. Ergo, si vic pacem, para bellum. Ofwel, wie vrede nastreeft, bereide zich voor op oorlog. Dat Amersfoort die wijsheid met een paar pennenstreken denkt te kunnen ontkrachten devalueert zijn hele betoog, zo heb ik in reactie op de tweede druk van Mei 1940 al eens aangegeven.

Natuurlijk had het dus geholpen als Nederland en België moderne strijdmachten hadden gehad die wel goed opgeleid waren geweest. Met name het degelijk opleiden van die strijdmachten was geen onmogelijke ambitie geweest. Het substantieel beter bewapenen was gegeven de financiële mogelijkheden wellicht wel te ambitieus geweest. Als Frankrijk beter had geluisterd naar mensen als De Gaulle ['Vers l'armee ...'] en Engeland zich van de in-house kennis van Fuller en Lidell-Hart meer had aangetrokken, hadden ook zij de gemechaniseerde legervoorhoedes gehad. Dat zijn allemaal 'what-ifs', maar niet van een niveau waarbij realiseerbaarheid ervan schier onmogelijk was geweest. Welnee. Zoals nu landen massaal miljarden pompen in de economie zonder dat er vaak ook maar een fractie bewijs is van de duurzaamheid en doelmatigheid ervan, zo werd in het interbellum ontzettend veel geld gestopt in passieve verdedigingen. Had men die fondsen anders aangewend, dan hadden er anno 1940 wellicht veel betere legers gestaan. Men overwoog anders. Nederland stelde zich op de achterhand op, en volgde vooral de Fransen. Zij zagen de Fransen zich ook concentreren op het passiveren van een voornaam grond- en frontdeel [Maginotlinie] en slechts de beperkte focus op een dynamisch element. Verhoudingsgewijs gelijk aan onze enige lichte divisie en onze huzaren. We hebben dus vooral op het verkeerde paard gewed.

Het 'gebroken geweertje' is een zeer globale verwijzing. Brongers en anderen mogen dan overdreven hebben ingezet op de materiële wanverhoudingen en niet hebben geschroomd die bij gelegenheid actief en passief schromelijk te overdrijven, maar het gebroken geweertje verwijst óók naar een ondermaatse opleiding van onze militairen, alsmede een ondermaatse dienstperiode voor de eerste oefening. En daarin zijn de auteurs in kwestie natuurlijk volledig gerechtigd en doen zij de werkelijkheid alles behalve geweld aan.

In tegenstelling tot de bekende auteurs vind ik dat het gebrek veel meer in opleiding, kennis en kunde zat dan in wapens. Wapens scheppen maar ten dele de voorwaarden voor een goed leger, maar het gaat om de bediening en toepassing ervan dat het grote verschil maakt. Een geweer anno 1895 schoot net zo goed als een geweer anno 1940. De schutter bepaalt de doeltreffendheid door zijn positiekeuze, zijn behendigheid met het wapen, en de samenwerking met andere bedieners van gelijke en ondersteunende wapens. Om dat met een sprekend voorbeeld te schetsen. De Duitse militair was ingepeperd om vanuit een defensie of hinderlaag pas binnen 100 meter of zelfs minder het vuur te openen. Dat leverde niet alleen het meeste effect op qua vuureffectiviteit, maar de tegenstander kreeg ook niet ruim vooraf kennis over de locatie van vuurpunten. De Nederlander opende in de regel het vuur al op 300 of 400 meter. Tegenstander kon zich zo uitstekend instellen op de vuurpunten en een tegenmaatregel voorbereiden. Aantal slachtoffers was vaak verwaarloosbaar. Met dezelfde wapens dus een totaal verschillend effect. Kortom, de aard van het wapen maakt minder uit, het is de toepassing en bediening ervan dat de doorslag geeft. Uiteraard discimineer ik dan de situatie waarbij pure wanverhouding ontstaat. Maar die zagen we in Nederland niet, buiten de voorverdediging. Bovendien, in het westen van Nederland waren wij het met de meeste en zwaarste wapens en verreweg de meeste mensen. Een Duitse legermacht van 10,000 man para's en luchtlandingstroepen die door circa 50,000 man met meer dan 200 stukken geschut was omsingeld. En welk resultaat behaalde het in materieel en mensen superieure Nederlandse leger? Met uitzondering van hernemen van de vliegvelden rond Den Haag, helemaal niets.

Het gebroken geweertje als absoluut excuus gebruiken is natuurlijk onzuiver. Zoals ik eerder betoogde waren het heel andere zaken. Net als elders in Europa op dat moment. Zoals de Duitse spionnen hadden vastgesteld was het Nederlandse en Belgische leger 'Moralisch unterlegend'. En dat was - samen met de waardeloze opleiding en kennis - de hoofdzaak waarom de Westfeldzug 1940 een Blitzfeldzug werd ....
» Deze reactie is geplaatst op 11 maart 2009 15:14
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Qua ontwikkeling van de geschiedschrijving herken je terecht een volwassenwording. Dat is niet ongebruikelijk natuurlijk. De WOII geschiedenis wordt in essentie pas de laatste tien jaar werkelijk beter beschreven. Want naast de argumenten die jij al aanstipt en die tot gekleurde verslaggeving leidden, was er ook nog het politieke argument van de machtsverhoudingen na 1945. Een nieuw vijandbeeld. Dat nieuwe beeld betekende dat de immense verdiensten van de Sovjet Unie om het Duitse rijk op de knieeën te krijgen hartelijk gediscrimineerd werden.

Die volwassen-wording is natuurlijk elders net zo waarneembaar. Sinds de laatste tien jaar is in het VK ook een substantiële ontmythologisering gaande, waarbij nieuwe auteurs niet schuwen de zwaar overdreven Britse krijgsgeschiedenisverdiensten eens wat te temperen en tot menselijke proporties terug te brengen. Stiekem begint het VK zich te realiseren dat hun rol wellicht wat minder 'paramount' was dan altijd gepretendeerd.

In Duitsland - dat met heel andere zorgen worstelt - zien we schrijvers opstaan die inmiddels het zelfkastijdingsproces ontworsteld zijn en voorzichtig ook wat positief kritischer durven te kijken naar de oorlog. Want linksom of rechtsom, wat het Duitse leger gepresteerd heeft verhoudt zich - krijgstechnisch - tot historische grootheden als Willem de Veroveraar, Alexander de Grote en Hannibal. En heel schuchter begint men in Duitsland weer iets van het oude Pruisische zelfvertrouwen terug te winnen. Ik voorspel dat juist uit Duitse hoek nog de meest spraakmakende geschriften gaan komen in de komende decennia.

In Nederland is er traditioneel weinig aandacht voor de strijd in mei 1940. Het aantal auteurs dat zich daaraan gewaagd heeft is bij een ieder bekend. En in feite heeft men in de periode 1945-1990 nauwelijks vooruitgang geboekt. Hoewel Brongers de onweerlegbare verdienste heeft aanzienlijk onderzoek te hebben verricht en de oorlog in de huiskamer te hebben gebracht door zijn stijl, is krijgshistorisch (sociaal-wetenschappelijk) de vooruitgang minimaal geweest. Amersfoort en Kamphuis brachten in 1990 hun eerste druk uit en hebben daarbij veel heilige huisjes terecht omgeschopt. Andere nieuwe heilige huisjes werden echter gebouwd, een en ander genoegzaam bekend bij de frequente bezoeker alhier.

Helaas is daarom het werk van beide heren voor vele mensen een nieuw informeel standaardwerk geworden. Ik constateer met grote droevenis dat dit op wikipedia bijvoorbeeld een waar slagveld aan onwaarheden en onzuiverheden heeft aangericht. Want hoewel de voornoemde auteurs, geassisteerd bij Jan en Cees Schulten, vd Doel en Koster, een deels voorname ontmythologiserend werk hebben gepresenteerd, barst hun werkstuk van de feitelijke fouten en aantoonbaar onjuiste of onzuivere analyses. Maar helaas is dat werk wel het beste wat Nederland te bieden heeft als het de zakelijke beschouwing van mei 1940 betreft. Ergo, mijn poging voor bijvoorbeeld het zuidfront dat werkelijk wetenschappelijk anders te willen doen en alle beschikbare en nieuwe bronnen uitgebreid te bestuderen. Dus terug naar de bron in plaats van oude wijn in nieuwe zakken. Grondig onderzoek, zo onpartijdig en onbevooroordeeld mogelijk. En vooral - verder kijken dan de Nederlandse neus lang is.

Kortom, we hebben nog een prachtige uitdaging voor ons liggen. Nieuwe auteurs en onderzoekers zijn van harte gewenst en niet vanuit de school van Blom, Amersfoort en Kamphuis, maar onderzoekers en auteurs die zelfstandig durven denken MET oog voor een wetenschappelijke benadering. Geen mythes aan scherven willen schieten en naam willen maken, maar gewoon kwaliteit leveren door de materie eigen te maken, grondig te onderzoeken en je laten bijstaan en adviseren door mensen met een kritische kijk.
» Deze reactie is geplaatst op 11 maart 2009 15:35
Totaal berichten: 49
Genieten weer van deze uitwisseling en ik reageer nog even op de behoefte van nieuwe auteurs met nogmaals te benadrukken dat ik graag Allerts digitale bijdragen aangepast in boekvorm zou willen zien verschijnen ondanks het feit dat daarmee de meningsvorming (op papier) vast komt te liggen of eigenlijk juist daarom want er is behoefte aan nieuwe auteurs die een statement durven neer te leggen en dat met kennis van zaken en literatuur verwijzingen
» Deze reactie is geplaatst op 12 maart 2009 14:31
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Epi, ik volg je wel in dat verzoek of die ambitie. Ik heb echter bewust gekozen voor publiceren middels dit nieuwe medium internet. Ik kwam er al spoedig achter dat hoe meer je onderzoekt, hoe breder je onderzoekt, hoe meer zaken in een fractioneel (soms substantieel) andere context komen te staan. Inmiddels sta ik daarin niet meer alleen.

Ik heb de laatste twee jaar erg veel contact met de Duitse auteur en Oberst a.D. Karl-Heinz Golla. Oud parachutist en oud stafofficier bij de NATO. Hij doet al geruime tijd veel onderzoek naar de inzet van de Duitse parachutisten en publiceerde daarover enkele jaren geleden het onvolprezen werk 'Die Deutsche Fallschirmtruppe 1939-1941'. Ik heb naar aanleiding van dat werk contact met hem gezocht. Spoedig kregen wij een interessante uitwisseling. In het begin hield hij ten aanzien van details de boot af, omdat hij stelde ervoor te kiezen op meso-niveau te blijven. Inmiddels is het net zo micro gegaan als ik. Omdat ik hem heb kunnen aantonen dat bijvoorbeeld de strijd in West Nederland slechts goed te reconstrueren en beschouwen is, als je op microniveau gaat zoeken. Resultaat daarvan is velerlei geweest, maar meest aansprekende zaken:

- Vaststelling dat niet de Pontonniers maar de Spoorwegtroepen de 3e Compagnie van Fallschirmjägerregiment 1 de weg blokkeerden en de zwaarste verliezen toebrachten [Dordrecht, 10 mei vroege ochtend].
- Vaststelling dat het aantal gelande parachutisten substantieel lager lag dan altijd aangenomen, waaronder de 1e Compagnie die nooit ingezet werd in Nederland [samenstelling en sterkte FJR1].
- Vaststelling dat er sprake was van een grote mate van verkeerd gedropte eenheden, waardoor bijvoorbeeld een bus met parachutisten van het 2e bataljon die geland waren in de sector van het 1e bataljon ineens te Moerdijk kon verschijnen [Eiland van Dordrecht].
- De landing bij de Rotterdamse bruggen niet met geheel 11./IR.16 geschiedde, maar slechts met twee pelotons, vier pioniers en een compagnietroep van 3 man. Bij elkaar maximaal 90 man en niet de 120-150 van de gangbare auteurs.
- De gelande totale hoeveelheid parachutisten en luchtlandingstroepen niet meer is geweest dan circa 10,500 man.

En zo nog veel meer zaken. Dat deze zaken bepaalde gebeurtenissen in een beduidend ander licht zetten dan tot op heden aangenomen, is evident.

Mijn argument om de nieuwe media te gebruiken is echter vooral dat ik nieuwe feiten (of zeer aannemelijke inzichten) niet meer kan verwerken als ik tot druk over zou gaan. Bovendien zou druk me beperken in omvang en aard van het werk. Gedrukt zou het inmiddels weer gedateerd zijn.

Ik besef terdege dat niet tot druk overgaan betekent dat mij daardoor slechts een beperkt 'gezag' of áanzien' wordt gegund. Want wie een boek uitgeeft verwerft nu eenmaal makkelijker een platform of een bepaald aanzien. Het is me echter vooral te doen om zaken te blijven opdiepen, nader te bestuderen en dus continue te blijven publiceren. In beweging te blijven dus. Want naast dat ik zelf nieuwe zaken opdiep, heb ik inmiddels een aanzienlijke schare (oneerbiedig gezegd) aangevers die mij nieuwe informatie aanreiken of mij van (soms pittige) kritiek voorzien. Ik blijk dan ook nogal eens zaken te moeten aanpassen of mijn werk te moeten corrigeren. Daarvoor is dit nieuwe medium excellent. Druk zou betekenen het uitgeven van errata of een herziene druk. In landen als het VK, Duitsland of de VS geen enkel bezwaar omdat de lezersschare groot is. In Nederland is die zeer beperkt.

Ik kies er dus voor, voor wat betreft de Nederlandse lezers, op internet te blijven publiceren. Ten aanzien van de Engelstalige site - http://www.waroverholland.nl - heb ik inmiddels aanbiedingen gekregen om tot publicatie over te gaan in druk. Ik heb dat nog in beraad. De kans dat ik dat op korte termijn werkelijk ga doen acht ik niet zo groot. Maar het zal - als het tot druk moet komen - een veelvoud sneller gelden voor een Engelstalig publiek dan voor het Nederlandstalige deel dat bovendien ziet op een veel gedetailleerdere materie.

Hopelijk heb ik hiermee je verzoek/ambitie/vraag een beetje naar bevrediging beantwoord, Epi.
» Deze reactie is geplaatst op 12 maart 2009 15:06

Plaats hier uw reactie

Opgelet: We behouden ons nadrukkelijk het recht voor om nieuwe berichten of reacties die voor de thematiek van onze websites en de discussiegroep irrelevant zijn, onbetamelijk of onbegrijpelijk geformuleerd zijn, ongewenste politieke of commerciële lading hebben of inbreuk maken op de privacy van nog levende personen niet te plaatsen. Uw reactie zal pas na goedkeuring door de beheerders zichtbaar zijn in de discussiegroep.

De inhoud van berichten - en daarin vermeldde gegevens en personalia - wordt na publicatie niet gewijzigd en/of verwijderd, tenzij daarvoor een dwingende aanleiding is. Berichtenschrijvers zijn zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de inhoud van hun berichten voordat deze worden gepost.

Zie voor meer informatie de Gebruiksvoorwaarden. Tevens verzoeken wij u om kennis te nemen van de FAQ (veelgestelde vragen), wellicht dat uw vraag daar al beantwoord wordt.

Wenst u een gescande foto of ander beeldmateriaal op te nemen bij uw bericht, e-mail deze naar info@grebbeberg.nl en wij verzorgen de plaatsing (meestal nog dezelfde dag).

Bericht:   * 
Uw naam:   * 
 
E-mailadres:     * 
Om ongewenste (spam)berichten op onze website te beperken vragen wij u hieronder een eenvoudige controlevraag te beantwoorden. Berichten worden alleen geaccepteerd indien deze vraag correct is beantwoord.
1 + 1 =     * 
*) = verplicht veld  

2554