Discussiegroep

Onderwerp: Opstappen redactieleden Militaire Spectator in augustus 1940

Totaal berichten: 169
2.129 keer gelezen
14 reacties
Categorie: Overig Mei 1940
Geachte Webredactie,

In het september-nummer van de Militaire Spectator jaargang 1940 wordt melding gemaakt van het gelijktijdig opstappen van een tweetal redactieleden uit het redactieteam van de Militaire Spectator.
Zie hiervoor onderstaande passage:

ONZE REDACTIE.
De heeren P. W. PIETERS, Majoor der Huzaren en J. H. COUZY, Kapitein
van den Generalen Staf, zijn in verband met de veranderde omstandigheden uit onze Redactie getreden. Gaarne brengen wij hun dank voor de medewerking,welke zij eenige jaren aan „De Militaire Spectator" verleend hebben.
Tot onze Redactie is opnieuw toegetreden de heer J. J. C. P. WILSON,
Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf, dien wij gaarne weder welkom
heeten.


In augustus 1940 maakten beiden nog deel uit van het redactieteam.
Saillant detail is dat in het september-nummer het artikel: Hoe Majoor W. P. LANDZAAT, commandant van 1—8 R. I., op 13 Mei 1940 op den Grebbeberg sneuvelde, door V. E. NIERSTRASZ.
Het is het eerste artikel van van Nierstrasz na een rustperiode van 3 jaar. Zijn laatste en voorgaande artikel schreef hij in 1937.

Heeft het één met het andere te maken? Ik heb het gevoel dat beide heren (Pieters en Couzy, inderdaad de vader van generaal Couzy) zich niet konden vereenzelvigen met het artikel van van Nierstrasz. Bij deze had ik gaarne geweten wat jullie mening hieromtrent is.

Vr.gr. Jack Huntjens.
» Dit bericht is geplaatst op 5 juli 2010 22:50
Totaal berichten: 169
Geachte webredactie,

Het volgende zou ik nog willen toevoegen aan mijn eerder geplaatst bericht:

P.W. Pieters -
Deze maakte als zijnde ritmeester der huzaren reeds in januari 1932 deel uit van de redactie van de Militaire Spectator.
In de edities van de Militaire Spectator van oktober 1935 t/m oktober 1937 wordt vermeld: P. W. PIETERS, Ritmeester der huzaren, adjudant van den Directeur Hoogere Krijgsschool. In de periode van 1932-1936 was Generaal-Majoor Jonkheer J.T. (Jules Theodore) Alting von Geusau - de directeur van de hogere Krijgsschool.

Vanaf november 1937 t/m april 1938 wordt wederom vermeld: Ritmeester der Huzaren.
Vanaf mei 1938 t/m zijn laatste vermelding in augustus 1940 wordt vermeld: P. W. PIETERS, Majoor der huzaren.


J.H. Couzy -
deze wordt om oktober 1937 voor de 1e keer als redactielid van de Militaire Spectator vermeld:J. H. COUZY, Eerste-luitenant der artillerie, werkzaam bij de II Afd. B. van het Departement van Defensie.In de edities van de Militaire Spectator van mei 1938 t/m december 1938 staat achter zijn naam vermeld: kapitein der artillerie.
In de editie van januari 1939 staat vermeld: J. H. COUZY, Kapitein van den Generalen Staf. Tot en met het augustus-nummer 1940 bleef dit zo vermeld.


N.B. Het redactieteam was weinig tot niet onderhavig aan wisselingen. Getuige de namen die van 1932 t/m 1942 hierin zitting hadden.

J. Moorman - directeur-redacteur - (1931 t/m 1956)
J. J. C. P. WILSON, januari 1932 t/m december 1937
september 1940 t/m maart 1942
A. Q. H. DIJXHOORN, januari 1932 t/m januari 1938
M. R. H. CALMEIJER, januari 1932 t/m maart 1942
A. ETERMAN ,januari 1932 t/m maart 1942
P. W. PIETERS ,januari 1932 t/m augustus 1940
J.H. COUZY ,oktober 1937 t/m augustus 1940
Jhr. J. T. ALTING VON GEUSAU - maart 1938 t/m april 1940 (overleden in maart 1940)


Vr.gr. Jack Huntjens.
» Deze reactie is geplaatst op 8 juli 2010 11:34
Totaal berichten: 169
Geachte webredactie

Het volgende zou ik nog willen toevoegen aan mijn eerder geplaatste berichten:

Bij het afscheid van Luitenant-Generaal Calmeyer vermeldde J. MOORMAN, Directeur-Uitgever van De Militaire Spectator dat hij een 3-tal veranderingen had doorgevoerd.

In 1931 verzocht de Minister van Oorlog, Dr Deckers, mij de uitgave
van De Militaire Spectator, die op de vooravond van zijn WOjarig
bestaan op sterven lag, te kopen, omdat Z. Exc. mij, die zowel uitgever als redacteur en reserve-officier was, daartoe de aangewezen man achtte. Ik heb me daartoe bereid verklaard, maar deelde er bij mee,dat ik veel aan het blad zou moeten veranderen om het blijvend aan zijn doel te doen beantwoorden.
De eerste verandering was, dat ik om eenheid in de militaire vakpers
te verkrijgen, gelijktijdig het Artilleristisch Tijdschrift, het Cavaleristisch Tijdschrift en het Militair Technisch Tijdschrift overnam en verenigde met de Spectator.
De tweede verandering was, dat ik de Spectator, die toen nog vrijwel
uitsluitend het blad van de beroepsofficieren was, mede ging richten
op de in aantal en betekenis toenemende categorie der reserve-officieren.
De derde en voornaamste verandering moest de Redactie betreffen.
Wegens de grote uitbreiding van de militaire vakwetenschap achtte
ik een meerhoofdige redactie nodig en ik vond de toenmalige Kapiteins
van de Generale Staf Wilson en Dijxhoorn, de Eerste-Luitenant der
Infanterie Calmeyer en de Eerste-Luitenant der Artillerie Eterman
bereid om met mij de redactie te voeren.
[Bron: Militaire Spectator 1952; 121;705]

De 3e verandering en voornaamste verandering was de Redactie. Moorman doet een gedetailleerde opsomming van de mensen welke deel uitmaakten van de meerhoofdige redactie sinds het eerste uur.Te weten: Wilson, Dijxhoorn, Eterman, Calmeijer.
Echter hij maakt geen melding van de persoon P.W. Pieters die net als de anderen deel uitmaakte van de meerhoofdige redactie.

P. W. PIETERS , maakte vanaf januari 1932 t/m augustus 1940 deel uit van de redactie Militaire Spectator

Waarom vermeldt J.Moorman niet de naam van P.W. Pieters? P.W. Pieters maakte 2 jaar langer deel uit van de redactie van de Militaire Spectator dan Dijxhoorn.

Conclusie: P.W. Pieters moest doodgezwegen worden. De reden waarom zullen wel zeer zwaarwegend zijn geweest.

Vr.gr.

Jack Huntjens
» Deze reactie is geplaatst op 20 juli 2010 23:28
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Boude conclusie. Is het wellicht bij u opgekomen dat Pieters mogelijk pro-Duits was geworden? Of dat Pieters juist wegens illegaal werk beter geen deel meer van de redactie kon vormen? Zomaar twee mogelijkheden, in de uitersten van het spectrum. Er zijn er nog legio andere te bedenken.

Eerst onderzoeken, dan concluderen.
» Deze reactie is geplaatst op 21 juli 2010 01:44
Totaal berichten: 169
Geachte webredactie / Beste Allert,

Gaarne had ik het volgende nog toegevoegd.
Het volgende vond ik terug op http://www.mei1940.nl/Na-de-oorlog/Slotopmerkingen.htm. Gebeurtenissen Vliegveld Valkenburg Mei 1940.

Overste Buurman werd commandant van het 52e Regiment Infanterie welke werd belast met zaken van het afwikkelingsbureau.
Uit een persoonlijk archief van overste Buurman, wat in het voorjaar van 1996 in een vuilniszak in de kelder van het gemeentelijk havenkantoor te Scheveningen is aangetroffen, blijkt dat overste Buurman in 1940-1941 verschillende initiatieven heeft ondernomen;
• Een gedenkteken of monument opgericht te krijgen voor de gevallenen van het 4R.I.
o Oprichting van een gedenkteken werd middels een brief d.d. 02-05-41 van het Hoofdregelingsbureau van het dep. van defensie verboden.
• De geschiedenis van de strijd van het 4R.I. bij Valkenburg te publiceren.
o Overste Buurman blijkt contact gehad te hebben met overste D.A. van Hilten, lid van de Generale Staf en redactie van de Militaire "Spectator", welke hem schriftelijk meedeelde dat :
"de geschiedenis zoals door hem verwoord zou tendentieus en allesbehalve zakelijk zijn, talrijke onnauwkeurigheden bevatten en in strijd met de waarheid der gebeurtenissen zijn."
Verder deelde hij overste Buurman mee ;
"De officiële geschiedschrijvers zullen de verdere gebeurtenissen te Valkenburg, Haagse Slag en Katwijk voorlopig niet publiceren en wel omdat in waarheid daarvan vrijwel niets goeds is te vertellen en zou een demonstratie worden van rampen van slecht geoefende troep onder onbekwame tactische leiders en zou in geen geval kunnen bijdragen tot verheffing van het moreel van ons volk in deze moeilijke tijden."
o De geschiedenis van 4R.I. tijdens de meidagen van 1940 was in bezit van gen. Kruls, Wilson en van Hilten en Buurman zelf. Later heeft Buurman een burger uitgever gezocht om het te publiceren. Iets wat klaarblijkelijk niet gelukt is.
[Bron:] http://www.mei1940.nl/Na-de-oorlog/Slotopmerkingen.htm


Inzake de geschiedschrijving van de nederlandse krijgsverrichtingen in de Militaire Spectator in de periode 1940-1941 door de officiële geschiedschrijvers (waaronder Wilson, Nierstrasz) wilde ik de bovenstaande passage van Luitenant-kolonel H.D. Buurman - C-4 Regiment Infanterie aanhalen. Hierin wordt overste Buurman door overste D.A. van Hilten, lid van de Generale Staf en redactie van de Militaire Spectator schriftelijk medegedeeld c.q. gesommeerd:

"de geschiedenis zoals door hem [= Buurman] verwoord zou tendentieus en allesbehalve zakelijk zijn, talrijke onnauwkeurigheden bevatten en in strijd met de waarheid der gebeurtenissen zijn."

Verder deelde D.A. van Hilten overste Buurman mee ;

"De officiële geschiedschrijvers zullen de verdere gebeurtenissen te Valkenburg, Haagse Slag en Katwijk voorlopig niet publiceren en wel omdat in waarheid daarvan vrijwel niets goeds is te vertellen en zou een demonstratie worden van rampen van slecht geoefende troep onder onbekwame tactische leiders en zou in geen geval kunnen bijdragen tot verheffing van het moreel van ons volk in deze moeilijke tijden."

Inzake de laatste opmerking van D.A. van Hilten betreffende officiële geschiedschrijvers hebben we hier te maken met een op zich zelf staand geval binnen de Nederlandse Krijgsgeschiedenis?
Allert was is jouw mening hieromtrent?

Vr.gr. Jack Huntjens.
» Deze reactie is geplaatst op 22 juli 2010 23:49
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Van Hilten, Wilson en Nierstrasz deden alles behalve onbevooroordeeld hun onderzoekswerk. Ze hebben deels onbewust, maar ook beslist bewust, gestuurd in de formulering van de krijgsgeschiedenis. Dat gold niet alleen inzake deelonderzoeken maar tevens inzake de publicaties die middels de Groene Serie het daglicht zagen. Daarbij dient echter te worden aangetekend dat zij de krijgsverrichtingen op hoofdlijnen wel degelijk betrouwbaar reproduceerden. Het was vooral een kwestie van analytische armoede of onjuistheid als het aankwam op beschouwingen van toegepaste operationele, tactische en zeker strategische zaken. Vooral de strategisch uiterst zwak opererende legerleiding en het volkomen falende krijgsbeleid van bijvoorbeeld generaal Jan van Andel [C-VH] komt nauwelijks aan bod. Dat krijg je ervan als de slager eigen vlees moet keuren.

Veel kwalijker is dat naoorlogse historici - ook niet-militaire historici - lange tijd de Groene Serie klakkeloos hebben nagepraat, of hun eigen tendentieuze slinger aan de zaak gaven. In die zin ondersteun(de) ik ook de zogenaamde ontmythologisering van Kamphuis en Amersfoort, tot ik helaas moest vaststellen dat de heren net zo goed de kool en geit spaarden en er analytisch niets van gebakken hebben. Nog los van hun eigen geschapen mythes.

Kortom, zoals veel huidige buitenlandse historici van naam in hun recente werken alom debiteren 'er valt over WOII nog veel uit te zoeken en vooral veel recht te zetten.'

Overigens verwijs ik daarbij niet naar complotten of aanverwante zaken. Ik verwijs naar fundamentele zaken in de geschiedschrijving en herstellen van traditionele en tendentieuze onzuiverheden in de krijgsgeschiedenis.
» Deze reactie is geplaatst op 23 juli 2010 01:06
Totaal berichten: 169
Allert,

Bedankt voor je oprechte mening.Van begin tot einde ben ik het eens met wat je stelt. Zeer treffend heb je het geformuleerd.

'er valt over WOII nog veel uit te zoeken en vooral veel recht te zetten.'

Ik ben van mening wanneer men de krijgsgeschiedenis van begin af aan recht had aangedaan, menige complottheorie niet was ontstaan.


Vr.gr. Jack Huntjens.
» Deze reactie is geplaatst op 23 juli 2010 01:28
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Het is bijna onnatuurlijk om van meet af aan krijgsgeschiedenis recht te doen Jack. Oorlog bij uitstek brengt de uiterste emoties en daden bij mensen los. Er ontstaat een - al dan niet georganiseerde vorm van - anarchie, waarbij de slechtste elementen komen bovendrijven en waarin wegens een fenomeen als de Lex Belli doden opeens mag, moet zelfs. Iedere belligerent wordt daarbij getart, winnaar of verliezer. Er ontstaat vanaf dat moment haat, rancune, en al wat dies meer zij. Dat geldt de opponent, maar net zo goed het 'eigen team'. Oorlog is een wedstrijd waarin niet alleen de belligerenten zich jegens elkaar doen gelden, maar waar binnen legers, eenheden en groepen het kaf van het koren wordt gescheiden. Ineens zijn afkomst, opleiding en beschavingseigenschappen ondergeschikt aan krijgskunsten in de letterlijke zin. Rauwe moed, onverschrokkenheid, tactisch gogme en hardheid brengen de mensen ineens vanuit de beschaving terug in het primitieve overlevingsinstinct.

Nadat 'de vrede' is getekend is altijd een transitieperiode noodzakelijk. In die eerste periode wordt de basis voor het krijgskundige gelegd. Vraag een voetballer na een verloren wedstrijd wat hij van de scheidsrechter, tegenstander en de wedstrijd vond en hij zal een heel weinig genuanceerd verhaal vertellen. Vraag hem hetzelfde nadat hij dagen later de wedstrijd nog eens bekeek en hij zal veel meer nuance aanbrengen en inzien dat hij niet verloor wegens een fout fluitsignaal of een gelukje van de tegenstander, maar dat die laatste gewoon over 90 minuten verdiend heeft gewonnen.

Is een wedstrijdverslag nog eenvoudig te nuanceren na enige dagen of weken, een krijgskundige verhaal is dat veel minder. In 1941 begon Nederland al de basis te leggen voor de krijgsverslagen over mei 1940. Men wist hoegenaamd nog niets. Er was geen Duitser naast Nierstrasz gaan zitten met de KTB's van de Duitse eenheden die opereerden, de 'Grand Strategy' voor de Westfeldzug voor zich en een duidelijke vergelijkende staat van de belligerenten. In tegendeel. Men wist nog niets van elkaar. Zo kon het gebeuren dat Montgomery heel dom de Duitse luchtlanding aan het Zuidfront VH nabootste toen hij Market Garden 'ontwierp'. De 'airbornes' deden de Duitse luchtlandingstroepen na, XXX.Corps deed 18.Armeekorps na. Het was zoals de Engelsen dat zo mooi noemden 'a spitting image'. Dat terwijl Student in de corridor een bevel voerde en zijn eigen strategie tegen zich gebruikt kreeg. Geen wonder dat de Geallieerden een pak op de broek kregen. Drie maanden later bleken ze ook al niets van de Panzergruppe Kleist manoeuvres uit mei 1940 geleerd te hebben, toen de staf van Eisenhower niet verwachtte dat de Duitsers door de Ardennen zouden komen in een strenge winter. De Geallieerde bezetting aldaar was dus flinterdun, het dispositief haast uitnodigend slecht. Prompt vond de herhaling van mei 1940 plaats. Men had in Londen en Washington het verlies van mei en juni 1940 louter opgehangen aan een superieur Duits leger, en daarvan was volgens hen in 1944 geen sprake meer. Geen aanleiding, zo dacht men, de vijand nog te overschatten. Als men geweten had dat de crux in mei / juni 1940 niet de sterkte, maar het gogme en de tactische bevelvoering was geweest, had men die fout vast niet gemaakt.

Kort na de oorlog was er sprake van een zuiver binaire benadering van zaken. Het was goed of fout. Er bestond geen grijs, maar alleen zwart of wit. Een militair die tijdens de oorlog zich voor de Duitse strijd bleek te hebben geleend, kon in mei 1940 niet hebben gepresteerd. Er was geen mogelijkheid dat de legerleiding gefaald had, er was sprake geweest van overmacht en Geallieerde desinteresse. Voor het overige was men 'over-classed' en was de tegenstander verradelijk en brutaal opgetreden. Verklaringen voor verlies waren eenvoudig en geen vrucht van juiste analyse.

Maar wat wist men? Het gros van de Duitse archieven was (tijdelijk) verloren gegaan. De Geallieerden hadden alles geconfisceerd, een aanzienlijk deel belande zelfs in het oosten. Pas nadat de Geallieerde onderzoekers er klaar mee waren, mochten de kleine belligerenten ook nog eens. Over compleetheid en archiefinventarissen wist men niets. Men moest het doen met anderhalf Duits verslag of een handvol ooggetuigen. Op basis van een eenzijdige eigen perceptie, een sterke gekleurdheid geboren uit het vijandschap en een vrijwel ontbrekend gedocumenteerd beeld bij Duitse percepties vormde men de basis voor onderzoeken. Die basis was op hoofdlijnen wat eigen (feitelijk) handelen betreft niet eens slecht te noemen. Op hoofdlijnen wellicht zelfs - gegeven het tijdsgewricht - goed. Men miste echter de juiste perspectieven, te meer daar alles wat Duits was qua bron a priori verdacht was. Zo werd een gemutileerde basis gelegd voor de krijgsgeschiedenis, waarvan men maar moeilijk afscheid kon nemen.

Tot op de dag van vandaag zijn er veteranen die overtuigd zijn van zand in de munitiekist, gesaboteerde granaten en massaal verraad. Het eerste is klinkklare nonsense, het tweede verklaarbaar uit oude voorraden die het slecht deden en het derde absoluut onwaar. Maar zoals menig historicus dezer dagen verzucht, is de zo sterk verankerde 'eerste perceptie' nauwelijks uit overlevering en geest te verdrijven. Hoe overtuigend men ook betoogt en bewijst, het worden eerder als misdadig gezien een episode qua beschrijving te kantelen dan juist de mythes en onzuiverheden kritiekloos te preserveren.

Complotten daarentegen zijn willens en wetens (welbewust) gefabriceerde constructies om iets of iemand te beschadigen of geen recht te doen. Complotten zijn fabrikaten om zaken welbewust volledig verkeerd voor te stellen. Een complot in de geschiedschrijving is - zeker in de moderne tijd - geen lang leven beschoren. Complotten onderscheiden zich echter van de 'reguliere' onzuiverheden in de krijgsgeschiedenis omdat ze een weloverwogen vooraf ingebouwde strategische component hebben. Ik ben ze op macro en meso niveau in onze meidagen geschiedenis nog nooit tegen gekomen. Op micro en pico niveau zouden ze wel kunnen bestaan, maar in de meeste gevallen is er sprake van hardnekkige mythes in plaats van complotten. De samenzweerderigheid van een complot heb ik in feite nog nergens in herkend, hoewel je bepaalde zeer tendentieuze analyses van met name personen soms haast wel als complot zou kunnen beschouwen, zij het niet dat de entrourage rond de beeldvorming er toentertijd vaak wel degelijk in geloofde. Dan kun je in feite dus niet meer van een complot spreken.

Doofpotten zijn er genoeg.Zou je dat als complot willen bestempelen, dan kan ik daar met enige flexibiliteit in meegaan. Ieder volk kent zijn doofpotten. Ook wij. Het grotere plaatje van onze nationale krijgsgeschiedenis in mei 1940 kent echter n.m.m. vooral onzuiverheden. Dat biedt enerzijds de uitdaging aan nationale historici daarin te duiken, zoals onze Stichting doet, maar anderzijds ook de moeilijkheid onbevangen een zaak te heronderzoeken. Dat is een grote uitdaging, in veel opzichten.
» Deze reactie is geplaatst op 23 juli 2010 10:51
Totaal berichten: 169
Beste Allert,

Wederom bedankt voor je uitvoerige uiteenzetting en nuancering inzake complotten en doofpotten.
Hetgeen je zelf stelt in de laatste alinea van je antwoord, dient er gesproken te worden over doofpotten. Hiermee kan ik me vereenzelvigen.

"Doofpotten zijn er genoeg.Zou je dat als complot willen bestempelen, dan kan ik daar met enige flexibiliteit in meegaan. Ieder volk kent zijn doofpotten. Ook wij. Het grotere plaatje van onze nationale krijgsgeschiedenis in mei 1940 kent echter n.m.m. vooral onzuiverheden. Dat biedt enerzijds de uitdaging aan nationale historici daarin te duiken, zoals onze Stichting doet, maar anderzijds ook de moeilijkheid onbevangen een zaak te her onderzoeken. Dat is een grote uitdaging, in veel opzichten."

Het blijft natuurlijk de vraag of nationale historici bereid zijn om deze uitdaging aan te gaan om menige doofpot te willen openen.
En tevens, zoals je het al zelf stelt, blijft er de moeilijkheid / blijven er hindernissen om onbevangen een zaak te her onderzoeken.

In ieder geval is het een toejuiching dat jullie als Stichting deze uitdaging wel willen aangrijpen.

Allert, welke moeilijkheden en hindernissen voorzie jij in een heronderzoek van onzuiverheden in de nationale krijgsgeschiedenis van mei 1940?

Vr.gr. Jack Huntjens.
» Deze reactie is geplaatst op 23 juli 2010 12:45
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Bij iedere kanteling is de uitdaging de verankerde perceptie los te krijgen en mee te doen laten redeneren. Ga maar na, vrijwel alle 'cliché's' van vlak na de strijd en oorlog leven nu nog hardnekkig onder de bevolking.

Historici hebben de interesse voor de Meidagen allang verloren. Op het NIMH sprak ik recent nog een historicus die klakkeloos melde dat de geschiedenis van Mei 1940 met 'hun' standaardwerk (Mei 1940 - strijd op ...) wel geschreven was. Hun focus lag bij modernere conflicten. Enerzijds begrijpelijk, anderzijds historisch gezien een gotspe. In het academische werk is een ingelezen en goed onderlegde historicus over mei 1940 met een vergrootglas slechts te vinden. De meeste historici die deze episode bespraken zijn of lopen tegen hun emeritaat aan. Niet voor niets is Herman Amersfoort een hinderlijke telkens terugkerende verschijning in de commissies rond promovendi. Niet voor niets is zijn toonzetting monistisch, terwijl zijn werkelijke interesse helemaal niet naar Mei 1940 uitgaat. Zijn kennis ervan is navenant; goed, maar bepaald niet degelijk.

Waar loop je dus tegenaan? De smalte van Nederland, om het maar eens in slecht Nederlands uit te drukken. En dat heeft niet alleen te maken met een smalle academische vleugel aangaande dit onderwerp, maar - tegenwoordig steeds meer - de slechte verkoopbaarheid van nieuw werk. Het onderwijs draait immers allang niet meer louter om de geneugten van kennis (verwerving), maar vooral om geld, om fondsen en om verkoopbaarheid. De marketing-achtige uitventerij van (semi)wetenschappelijke vruchten tegenwoordig, zoals onder meer in gang gezet door Amersfoort en gelijkgestemden ('de mythe doorbroken', 'een mythe aan scherven'), werkt zeer inflatoir op de werkelijke vruchten. Dat betreur ik zeer. Anderzijds aanvaard ik het schoorvoetend als een zeker gegeven dat ik als eenling, of wij als Stichting, echt niet ten goede kunnen keren en in kruistochten geloof ik niet.

Overigens kan ik anderzijds wel aantekenen dat de werkzaamheden van onze Stichting of mij als persoon de laatste jaren wel een duidelijker breed gehoor en erkenning hebben gekregen. Niet alleen vanuit de 'leisure' hoek der lezers, maar ook uit academische en historische hoeken. Onze serieuze onderzoeken en open zoektochten naar verbeterde inzichten en bronwerk worden breed gedragen. Dat is iets dat ik zelf onderschat had. Ik had nooit verwacht dat er zoveel waardering en vooral ondersteuning zou komen, ook vanuit professionele kringen. Het door Amersfoort maar al te vaak gebezigde 'amateurs' jegens onze Stichtingen wordt door anderen helemaal niet gedragen. Hoewel, sec genomen zijn en blijven we natuurlijk in zekere zin amateurs, maar dan wellicht zonder de nare diskwalificerende intonatie die Amersfoort er aan meegeeft.
» Deze reactie is geplaatst op 23 juli 2010 13:33
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Nog eens even in mijn boeken gedoken. Er is geen enkele aanwijzing voor verdachtmakingen in de richting van de officieren Pieters en Couzy. De majoor Pieters was een goede vriend van Calemeijer en zelfs lange tijd diens 'slapie' in Stanislau. J.H. Couzy maakte het tot directeur HKS en als Legerkorpscommandant 1956-1959 luitenant-generaal (en VVD parlementslid). Bleef ook een vriend van Calmeijer.

Wat ik wel bij Jean Couzy [1902-1973] vond was dat diens vader NSB sympathieën had. In hoeverre dat een gevolg heeft gehad voor zijn MS redactie aanstelling, kan ik niet inschatten. Zijn eigen staat van dienst is onberispelijk. Hij werd op 1 mei 1938 kapitein, in november 1945 tot majoor bevorderd, in mei 1946 tot overste en in november 1949 tot kolonel. In 1952 generaal-majoor en tenslotte in 1956 luitenant-generaal.

Van majoor der huzaren Pieters bezit ik geen curriculum.
» Deze reactie is geplaatst op 25 juli 2010 11:29
Totaal berichten: 169
Beste Allert,

Goed om te horen dat er inzake Pieters en Couzy geen verdachtmakingen zijn. Dit in ogenschouw nemend, wat zouden "de veranderde omstandigheden" dan wel kunnen zijn waardoor Pieters en Couzy uit de Redactie van de Militaire Spectator zijn getreden?
Na de oorlog zal Jean Hubert Couzy weer met artikelen verschijnen in de Militaire Spectator.
Van Pieters is weinig bekend. Wel heb ik nog een foto van hem teruggevonden op de website Het Geheugen van Nederland.Periode mobilisatietijd Eerste Wereldoorlog.
Verder wordt hij vermeldt op http://www.englandspiel.eu/doc-tna-2001/HS7-161-020.jpg. Tijdens een interview van Koppers (codenaam Sergeant) door het S.O.E. vermeldt Koppers dat Kapitein Pieters geen hoge dunk had van Kolonel L.B. Koppert. Indirect verwijten beiden dat luitenant-kolonel L.B. Koppert (Commandant 3e Regiment en o.a. tot mei 1941 verbonden aan het Afwikkelingsbureau als zijnde het hoofd van dit bureau)connecties had met de duitse bezetter.
Koppers was eveneens tot mei 1941 werkzaam bij het Afwikkelingsbureau. Direct onder leiding van L.B. Koppert.

"At the end of 1941, all Dutch officers who had not given up their commissions under the Queen, were sent as prisoners of war to Germany. Among those sent to Nurenberg at this time was the Colonel but after about five months - around april 1942 - he came back to Holland in charge of a party of repatriated sick officers. Apparently he was selected by the Germans themselves to take charge of the party, on the grounds that he had done more than any other officer for his fellow prisoners: the prisoners themselves would certainly not have selected him, as he was extremely unpopular. This story was confirmed by the wife of Captain Pieters, one of the officers still in Germany, who showed Source [= Koppers alias Sergeant] her husband's letter on the subject.

L.B. Koppert had dubieuze contacten met o.a. Majoor Ehrhardt - de adjudant van Generaal Christiansen. Verder werd L.B. Koppert na zijn terugkomst in Nederland na zijn gevangenschap directeur van N.V. Kermopa geworden. Kermopa produceerde 'collars', pulovers etc.'.
N.V. Kermopa behoorde toe tot Luitenant Weinberg / Wijnberg en een joodse burger.Luitenant Weinberg werd in juni 1943 oorlogsgevangene in Duitsland.

"It's [=N.V. Kermopa] now running under the name of Wolzak and Hueting, the Colonel [=L.B. Knoppert] being a director. Wolzak, an estate agent, is the father of Doddy Wolzak, who is Weinberg's sister-in-law, and Hueting the chief accountant of one of the big Dutch banks. The factory makes collars, pulovers, etc.]

Inzake de namen Wolzak en Hueting. Zouden dit dezelfde personen kunnen zijn welke zijn vermoord in het Oranjehotel in de periode 1941-1942.De Hueting die in het Oranjehotel is vermoord is Abraham Hueting, de schrijver van het rapport Hueting

Allert, verder nog een vraagje. Heb jij enige informatie inzake ene persoon genaamd Poortvliet. Deze was eveneens werkzaam geweest bij het Afwikkelingsbureau. Poortvliet was verder secretaris (secretary) van een Rode Kruis Divisie in Den Haag, met 20 mensen die onder hem werkten. Volgens Knoppers had Poortvliet diepgaande connecties met L.B. Koppert.

Vr.gr. Jack Huntjens.
» Deze reactie is geplaatst op 26 juli 2010 01:44
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Jack, ik ontwaar nu een nieuwe exegese die wel erg sterk begint af te wijken van het thema van de website, Mei 1940. Laten we daarvoor waken.

De veranderde omstandigheden waardoor de redactie werd afgeslankt lijken me voor de hand liggend. De bezetting was ingetreden ...
» Deze reactie is geplaatst op 26 juli 2010 03:08
Totaal berichten: 169
Beste Allert,

Hoe je het zelf al heb gezegd in eerder antwoorden: 'Er valt over WOII nog veel uit te zoeken en vooral veel recht te zetten.' Echter de historici hebben de interesse voor de Meidagen allang verloren.

Vr.gr. Jack Huntjens
» Deze reactie is geplaatst op 26 juli 2010 23:54
Totaal berichten: 1
Ik proef bij de heer Huntjens een zekere achterdocht jegens elites, met name generaals en (academische) historici. Hebben de historici geen interesse meer in de meidagen van 1940? Dat is zeker een terechte vraag, die schijver deze zonder meer zou willen onderschrijven. En als het een terechte vraag is, zoals hier wordt gesteld, dan is het een ieder vrij om de kwestie opnieuw voor het voetlicht te brengen, De vraag is alleen, wat het juiste medium is. Internet leent zich daar wel degelijk voor en schrijver deze zou dan ook zeker iedere betrokkene willen uitdgaen om de daad bij het woord te voegen. Want wat hebben academische historici, behalve hun titel (die overigens de laatste jaren behoorlijk aan inflatie onderhevig is, zelfs aan de titel van professor kleeft, dankzij de vele merkwaardige epistels van een H. Amersfoort, inmiddels een minder welriekende geur) nu voor op de zgn. amateur, die vele jaren ervaring met onderzoek heeft en een evenzo kritische geest?
» Deze reactie is geplaatst op 10 augustus 2010 12:36

Plaats hier uw reactie

Opgelet: We behouden ons nadrukkelijk het recht voor om nieuwe berichten of reacties die voor de thematiek van onze websites en de discussiegroep irrelevant zijn, onbetamelijk of onbegrijpelijk geformuleerd zijn, ongewenste politieke of commerciële lading hebben of inbreuk maken op de privacy van nog levende personen niet te plaatsen. Uw reactie zal pas na goedkeuring door de beheerders zichtbaar zijn in de discussiegroep.

De inhoud van berichten - en daarin vermeldde gegevens en personalia - wordt na publicatie niet gewijzigd en/of verwijderd, tenzij daarvoor een dwingende aanleiding is. Berichtenschrijvers zijn zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de inhoud van hun berichten voordat deze worden gepost.

Zie voor meer informatie de Gebruiksvoorwaarden. Tevens verzoeken wij u om kennis te nemen van de FAQ (veelgestelde vragen), wellicht dat uw vraag daar al beantwoord wordt.

Wenst u een gescande foto of ander beeldmateriaal op te nemen bij uw bericht, e-mail deze naar info@grebbeberg.nl en wij verzorgen de plaatsing (meestal nog dezelfde dag).

Bericht:   * 
Uw naam:   * 
 
E-mailadres:     * 
Om ongewenste (spam)berichten op onze website te beperken vragen wij u hieronder een eenvoudige controlevraag te beantwoorden. Berichten worden alleen geaccepteerd indien deze vraag correct is beantwoord.
1 + 1 =     * 
*) = verplicht veld  

2554