Discussiegroep

Onderwerp: Bedrijf Philips inzake de hetze Reynders - Winkelman

Totaal berichten: 169
1.581 keer gelezen
3 reacties
Categorie: Overig Mei 1940
Geachte webredactie,

Ik had gaarne jullie mening omtrent het volgende:

WAT EEN COMMERCIEEL BEDRIJF VOOR COMPETENTIES HEEFT OF VERMAG UITOEFENEN ALS HET GAAT OM KANDIDATEN TE KWALIFICEREN VOOR HET MILITAIRE OPPERBEVELSCHAP?


Subcommissie II Zitting van 25 februari 1948. - Tijdens het verhoor van Jonkheer Willem Röell, oud 74 jaar, wonende te Den Haag, gepensioneerd luitenant-generaal, oud-commandant van het veldleger en van de vesting Holland, voorzitter van de militaire commissie van advies inzake het zuiveringsbeleid 1945, deelde deze na het afleggen van de eed als zijnde getuige en als zijnde getuige het volgende mede inzake de kwestie Reynders - Winkelman:


Röell, heeft zowel generaal Reynders als generaal Winkelman als ondergeschikten gehad.Tijdens het verhoor is Röell overduidelijk in zijn waardering voor de beide generaals. Röell verkiest generaal Reynders verre boven generaal Winkelman.

"Ik stelde de generaal Reynders als troepenaanvoerder en als taktikus zeker boven de generaal Winkelman. Generaal Winkelman was een schitterend wettenmaker, maar een groot taktikus en strateeg was hij mijn inziens niet. Hij is dat nooit geweest ... Hij had dit niet. Hij is dat nooit geweest... Hij had niet in de eerste plaats de taktische knobbel. Die heeft hij nooit gehad en zal hij ook nooit krijgen".

Naar aanleiding hiervan gaat lid van de subcommissie II dhr. Algera verder in op de door dhr. Röell opmerkelijk gemaakte kwalificatie van Winkelman.

"U betreurde het heengaan van generaal Reynders, niet om zijn inzichten, maar omdat hij vervangen werd door iemand, die u minder geschikt achtte"

Dhr. Röell antwoordt hierop bevestigend.

De bemoeiingen van oud-minister van Defensie Adriaan Quirinus Dijxhoorn met het strategisch beleid komen ook nog ter sprake. Röell geeft zich als overtuigd tegenstander van dergelijke bemoeiingen:

"In de toestand van Reynders leek het net alsof hij een bemoeizuchtige schoonmoeder aan het departement van Defensie had zitten".

Als laatste belangrijkste punt komt de benoeming van Winkelman als opvolger van Reynders ter sprake. Röell heeft hierover belangrijke dingen te zeggen:

"In december 1939 was er een soort hetze tegen de generaal Reynders en die kwam uit Eindhoven, van de Philips-fabrieken. Dit is een feit. Ik weet ook - maar ik zeg het liever niet van waar zij kwam.Zeker is, dat de generaal Winkelman de hele mobilisatie van de Philips-fabrieken in orde gemaakt heeft, waarvoor hij buitengewoon geschikt was. De fabriek werd nl. voorbereid voor overbrenging naar de vesting Holland. Toen is daar een soort druk uitgeoefend door de Eindhovense gros bonnets om Winkelman als opperbevelhebber te krijgen".

Röell weigert aanvankelijk om begrijpelijke redenen de naam van de verantwoordelijke mede te delen. In een later stadium noemt hij de naam wel. De commissie houdt de naam echter geheim.

Röell vraagt:
'Had u daarvan nooit gehoord"

De voorzitter Ruys de Beerenbrouck antwoordt:
"Neen"

Lid subcommissie Korthals gaat op de zaak in:
"Op wie is die druk uitgeoefend?"

Röell antwoordt:
"Op iemand van hooggezeten post. Maar ik mag verder hierover niets zeggen"

Korthals wil toch meer weten:
"U kunt ook niet aangeven, wie uit Eindhoven de druk heeft uitgeoefend?"

Röell aarzelt niet:
"Onder meer Ir. Otten".

Algera is meer geïnteresseerd in het motief:
"Om welke reden is die druk uitgeoefend?"

Röell, die verder niets kan bewijzen, houdt zich op de vlakte:
"Omdat men daar de generaal Winkelman zo goed vond, dat men hem als opperbevelhebber wilde hebben".

De commissie zelf dringt hierop voorlopig niet verder aan.

[Bron: Sub-commissie II. Zitting van 25 februari 1948 - verhoor van jonkheer Willem Röell]






* Jonkheer Willem Röell - (1873-1958)

* Ir. Otten - Pieter Franciscus Sylvester (Frans) Otten (Berlijn, 31 december 1895 – Valkenswaard, 4 januari 1969) was president-directeur van Philips van 1939 tot 1961.Frans Otten ging na de HBS in Amsterdam naar de Technische hogeschool te Delft en studeerde daar in 1923 af. In 1924 trad hij in dienst van Philips' Gloeilampenfabriek NV om in 1927 onderdirecteur te worden. Vanaf 1931 was hij acht jaar financieel en administratief directeur en in 1939 werd hij eindverantwoordelijke van Philips, wat hij 22 jaar zou blijven. In 1961 trad hij terug en nam Frits Philips zijn functie over. Otten was schoonzoon van Anton Philips. - broer van oprichter Gerard Philips.



Vr.gr. Jack Huntjens.
» Dit bericht is geplaatst op 18 augustus 2010 01:55
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Oei, ik vrees dat we nu de hele delen 1 en 2 van de PEC te verwerken krijgen de komende tijd.

Je bent nu overigens gestuit op een dossier dat bij mij te boek staat als een echt doofpottendossier. Je wordt dus warm. Ik heb vorig jaar twee artikelen geschreven over Philips voor een boek dat een stichting elders eind dit jaar zal uitgeven. Daarna verschijnen ze ook op Zuidfront. Het ene artikel handelt over de Philips colonnes door zuid Nederland het andere over de schimmige positie van de Philips inlichtingendienst en de vier gedetineerden daarvan bij de 21 man in Fort Ooltgensplaat. Dat laatste raakt sterk aan dit onderwerp dat je aandraagt. Het eerste zijdelings ook want vier man van de Philipsinlichtingendienst zaten bij de 21 gedetineerden.

Philips heeft heel schimmig spel gespeeld gedurende het interbellum. Het had een bedrijfsinlichtingendienst waarvan de latere collaborateur Willem Dijs de chef was. Dijs was een gekend communistenjager en in dienst genomen om Philips verschoond te houden van communisten en overige subversief linkse lieden. Uiteindelijk raakte de Philips inlichtingendienst echter betrokken bij politieke spionage m.b.t. de positie van het bedrijf in dreigend Europa. Dijs en Otten waren spinnen in een intrigeweb waarbij zij even makkelijk met de Abwehr, de Gestapo en de GSIII samenwerkten, alsmede met de Franse en Britse geheime diensten (buitenland). Zo werd bijvoorbeeld Willy Geelen in 1938 in dienst genomen. Eén van de beruchte uit Limburg verbannen Abwehr agenten en bovendien V-Mann.

Boeiend is de matrix. Ir Otten was formeel het hoofd van de Inlichtingendiesnt, maar Dijs was de feitelijke operationele baas. Hij was tevens politieman en had veel macht. Hij kon complete politie razzia's laten houden om ongewenste elementen te laten oppakken, en liet dat diverse malen geschieden. GS-III raakte betrokken doordat de communistenjacht ook hen interesseerde, te meer daar er in Nederland ook enkele activistische communistencellen actief waren, met name in de periode 1936-1938 (wegens de steun aan het verzet tegen Franco). Later kreeg GS-III ook interesse voor de informatie die onder andere Willy Geelen kon geven, hoewel GS-III zich al die tijd bewust was van diens verband met de Abwehr.

Zo ontstond een hechte band tussen Philips en GS-III, waarbij Otten een hoofdrol ging spelen. Otten zat even gemakkelijk bij de Gestapo op de koffie als aan de Lange Voorhout bij generaal van Oorschot. Toch leek GS-III hem te vertrouwen. Philips kreeg defensie [lees; minister Colijn] zelfs zover dat het tot strategisch bedrijf werd benoemd en dus in de defensieplannen werd opgenomen. In dat kader kwam de toenmalige kapitein der Generale Staf Gijsbert Sas (jawel, de Sas van je vorige bericht) in 1937 en 1938 een evacuatieplan [ de Regeling Buitengewoon Vervoer] schrijven in Eindhoven. Eind 1938 volgde de gepensioneerde Winkelman Sas op, die naar Berlijn was teruggekeerd. Dat was geen toeval, dat Winkelman Sas opvolgde. Winkelman was namelijk een oom van Mr. J. Hamming, die door Philips was aangesteld als de hoofdverantwoordelijke voor evacuatie van het bedrijf in geval van oorlog. Overigens was deze opdracht koren op de molen van Winkelman, daar deze juist geroemd werd om zijn planningskwaliteiten.

Philips verzette zich sterk tegen de generaal Reynders. Het was hen bekend dat Reynders de Peel-Raamstelling hardnekkig wilde verdedigen en daarmee vreesde men voor vernieling van de fabrieken bij Eindhoven, die dan binnen bereik van Duitse artillerie zouden komen. Men wilde dus af van Reynders, zo gaat de theorie. Die theorie gaat verder met de suggestie dat generaal Winkelman op deze wijze in beeld is gekomen bij de selectiecommissie voor een nieuwe OLZ, toen Reynders de eer aan zichzelf hield.

Hoewel er in legerkringen niemand met de naam Winkelman op de proppen was gekomen en alom verrassing werd gevoeld toen deze tot nieuwe OLZ werd gekroond, lijkt de theorie dat Philips' voorkeur in deze werd gevolgd erg ver gezocht.

De meest fanatieke complotdenker in deze was de oud generaal Roëll. Overigens een generaal die uitstekend bekend stond en als commandant Veldleger samen met Reynders als chef-staf een groot deel van de modernisatie van de landsdefensie in de tweede helft van de jaren dertig voor zijn rekening nam. Hoewel Reynders en hij best enige frictie kenden, waren beide naar Nederlandse maatstaven prima generaals gebleken. Het is in die zin te betreuren dat deze tandem op 10 mei 1940 niet op de posities zaten waar ze voordien functioneerden. De benoemingen van J. van Voorst tot Voorst en H. Winkelman waren bepaald geen verbeteringen, beleidsmatig.

Roëll echter is niet onverdacht in de kwestie over Philips. Hij was mogelijk zeer gepikeerd dat na het ontslag van Reynders niet hij maar een onbetekenende generaal als Winkelman was gevraagd. Dit kan beslist hebben meegespeeld bij zijn nogal duidelijk suggestie rond Winkelman en Philips. Winkelman immers was er de man niet naar de strategie van de landsdefensie te laten afhangen van een in verhouding volkomen onbetekenende fabriek in Zuid-Nederland, die zelfs bij een niet verdedigde Peel-Raamstelling gewoon verloren zou gaan voor Nederland. Welk doel zou er dan nog gediend worden voor het land, of voor Philips? Winkelman zal immers niet op de hoogte zijn geweest van de dubbelrol van Philips.

De dubbelrol van Philips was namelijk dat men scenario's had voor drie grondgedachten: blijvende neutraliteit, Geallieerde samenwerking en Duitse samenwerking. Zo had Philips een bestuurspoot overgebracht naar Duitsland en naar de VS en een verhuizing voorbereid naar Engeland voor het geval de oorlog zou uitbreken. Trusts waren opgericht in Duitsland, de Antillen, de VS en het VK. Zodoende kon men bestuurlijk vanuit die vier locaties het bedrijf aansturen, ook als het wegens bezetting gesplitst moest worden. Daarbij was een bestuur voorzien voor alle scenario's. Economische samenwerking met zowel de Geallieerden als de Duitsers werd voorbereid, zodat Philips in wezen vooroorlogs al vastlegde dát het met iedere mogendheid zou samenwerken. Een zaak die tijdens de oorlog een onderzoek van een Senaatscommissie in de VS opleverde naar de handel en wandel van Philips. Dat liep voor Philips met een sisser af.

Ondertussen bleef Philips als een spin in het web zitten. Wegens haar strategisch-economische positie kreeg ze enkele officieren toegewezen om de drie Philipstransporten (naar Vesting Holland) te begeleiden in geval van oorlog. Die officieren hadden orders voor derden dat de colonnes voorrang op alles en iedereen hadden en militaire objecten mochten passeren én beveiligd moesten worden indien daartoe noodzaak was. Philips zat tevens in de belkring van GS-III. Iedere waarschuwing voor invallen van Duitsland vanuit Berlijn (Sas) werd direct ook naar Philips doorgespeeld. Daarmee ontstond dus een enorm veiligheidsrisico. Omdat GS-III de dubbelrol van enige Philips agenten wist, konden ze niet weten of de informatie aan Philips de positie van bijvoorbeeld Oster niet in gevaar bracht. Duidelijk is dat de Duitsers beseften dat er een lek was in hun Abwehr apparaat, maar Oster zou daarvan nooit verdacht raken. Gelukkig wist GS-III niet dat Oster de mol was, want GS-III speelde een uiterst riskant spel met Philips.

Vier van de Philips inlichtingenmannen (alleen Geelen was werkelijk in dienst) werden enkele dagen voor de oorlog geinterneerd op Ooltgensplaat. Dat waren P.H.J. van Duynen (Abwehr agent), W.Th.M. Geelen (Abwehr agent en V-Mann), K.H. Thomas (Abwehr agent) en A. Verhoef (Abwehr agent). Het toont wel aan dat GS-III de 'waarde' van deze mensen al langere tijd in de peiling had.

Mijns inziens is er geen aanleiding te denken dat Winkelman geselecteerd werd wegens een Philips aanbeveling. Wel denk ik dat Winkelman op de kaart gezet werd door die aanbeveling. Het is namelijk een feit dat Winkelman bij niemand op het lijstje van kandidaten stond. Toen Dijxhoorn met hem op de proppen kwam, was het een grote verrassing. Vermoedelijk was generaal Fabius, hoofd GS-III, de instigator.

Zekerheid over deze zaken zullen we nooit krijgen, al is het alleen al omdat het gehele GS-III dossier op 14 mei in vlammen opging. Echter, het Philips dossier stinkt van voor naar achter. De meesmuilende houding van de Philipsdirectie naoorlogs met hun zogenaamde heilige smoeltjes was een facade. Philips kende geen enkele loyaliteit behalve naar haar eigen (familie)vermogen.
» Deze reactie is geplaatst op 18 augustus 2010 12:08
Totaal berichten: 169
Beste Allert,

Bedankt voor je antwoord.
In je antwoord vermeldt je:

"De dubbelrol van Philips was namelijk dat men scenario's had voor drie grondgedachten: blijvende neutraliteit, Geallieerde samenwerking en Duitse samenwerking. Zo had Philips een bestuurspoot overgebracht naar Duitsland en naar de VS en een verhuizing voorbereid naar Engeland voor het geval de oorlog zou uitbreken. Trusts waren opgericht in Duitsland, de Antillen, de VS en het VK. Zodoende kon men bestuurlijk vanuit die vier locaties het bedrijf aansturen, ook als het wegens bezetting gesplitst moest worden. Daarbij was een bestuur voorzien voor alle scenario's. Economische samenwerking met zowel de Geallieerden als de Duitsers werd voorbereid, zodat Philips in wezen vooroorlogs al vastlegde dát het met iedere mogendheid zou samenwerken. Een zaak die tijdens de oorlog een onderzoek van een Senaatscommissie in de VS opleverde naar de handel en wandel van Philips. Dat liep voor Philips met een sisser af. "

Het kunnen gebruik maken van verscheidene scenario's bij het bedrijf Philips vertoont dezelfde trekken als die van multi-biljonair staalmagnaat Fritz Thyssen.[The Dutch Connection: how a famous American Family (=Prescott Bush /Herbert Walker) made its fortune from the Nazis by John Loftus].
Zou de werkwijze van Fritz Thyssen model hebben gestaan voor het bedrijf Philips?

Vr.gr. Jack Huntjens.
» Deze reactie is geplaatst op 18 augustus 2010 12:46
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Ik vermoed (!) dat Philips veel afkeek van de migratiepolitiek van de Duitse industrie wegens het Versailles traktaat. De Duitse industrie vertoonde ondernemend meesterschap in het ontduiken van de Versailles bepalingen en het behoud van kennis en ontwikkelen van nieuwe producten buiten de rijksgrenzen van Duitsland gedurende het interbellum. In ons land zagen we daarvan ook talloze exponenten.

Anderzijds was Philips sowieso al spoedig een strategisch sterk bewust opererend bedrijf. Ik denk niet dat er veel Nederlandse bedrijven de sluwheid en het gogme van Philips hadden, wat overigens mede werd veroorzaakt door het al spoedig multinationale opereren van Philips. Onze nationale industrie was in de eerste helf van de 2oe eeuw overigens laagwaardig. We hadden weliswaar een fikse staalverwerkende industrie, met name in de zin van scheepvaart, maar onze technologische en vooral chemische industrie was verwaarloosbaar. Sterker nog, het gros der technologische bedrijven had banden met Duitse concerns. Onze industrie was vooral bestaande uit nijverheid en fijnmetaal naast de scheepsvaartindustrie. Dat was één van de redenen waarom Nederland voor haar defensie producten vrijwel volledig op het buitenland was aangewezen. Vrijwel ieder halffabrikaat of essentieel product (of grondstof) moest van buiten worden gehaald.

Desondanks was vlak voor de oorlog een sterk industriële impuls ontstaan. Zo ontstonden de hoogovens en begon de chemische industrie zich te ontwikkelen. Desalniettemin waren er nauwelijks ondernemingen die in de klasse van Philips opereerden. Philips was toen al één van de belangrijkste, zo niet het belangrijkste bedrijf in Nederland.

Op zich hoef je over een strategisch beleid van een private onderneming geen oordeel te vellen. Ook niet als een bedrijf puur op existentie is georiënteerd. Het enige is dat Philips wel heel erg ver ging in haar operaties. Zij raakten bijzonder politiek betrokken als onderneming. Naar mijn mening gingen ze daarbij over grenzen die je als te billijken zou kunnen definiëren.
» Deze reactie is geplaatst op 18 augustus 2010 14:03

Plaats hier uw reactie

Opgelet: We behouden ons nadrukkelijk het recht voor om nieuwe berichten of reacties die voor de thematiek van onze websites en de discussiegroep irrelevant zijn, onbetamelijk of onbegrijpelijk geformuleerd zijn, ongewenste politieke of commerciële lading hebben of inbreuk maken op de privacy van nog levende personen niet te plaatsen. Uw reactie zal pas na goedkeuring door de beheerders zichtbaar zijn in de discussiegroep.

De inhoud van berichten - en daarin vermeldde gegevens en personalia - wordt na publicatie niet gewijzigd en/of verwijderd, tenzij daarvoor een dwingende aanleiding is. Berichtenschrijvers zijn zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de inhoud van hun berichten voordat deze worden gepost.

Zie voor meer informatie de Gebruiksvoorwaarden. Tevens verzoeken wij u om kennis te nemen van de FAQ (veelgestelde vragen), wellicht dat uw vraag daar al beantwoord wordt.

Wenst u een gescande foto of ander beeldmateriaal op te nemen bij uw bericht, e-mail deze naar info@grebbeberg.nl en wij verzorgen de plaatsing (meestal nog dezelfde dag).

Bericht:   * 
Uw naam:   * 
 
E-mailadres:     * 
Om ongewenste (spam)berichten op onze website te beperken vragen wij u hieronder een eenvoudige controlevraag te beantwoorden. Berichten worden alleen geaccepteerd indien deze vraag correct is beantwoord.
1 + 1 =     * 
*) = verplicht veld  

2554