Discussiegroep

Onderwerp: Bombardement van Galen

» Dit onderwerp is gesloten
Totaal berichten: 21
1.599 keer gelezen
14 reacties
Categorie: Zuidfront Vesting-Holland en Rotterdam / Tactiek en strategie
Meneer Goosens,

In uw verhandeling over de gedoemde tocht van de Van Galen (3e Fase Maasbruggen) bekritiseert u de tactiek van de Luftwaffe die de aanvallen in de lengterichting van het schip uitvoert. Dit lijkt mij onterecht, omdat dit juist de beste hoek geeft om een schip aan te vallen. Een korte en zeer duidelijke omschrijving van dit probleem wordt gegeven door Sandy Woodward in zijn memoires "One Hundred Days", waarin hij een boeiende en treffende blik geeft op zijn commando tijdens de Falkland Oorlog. Binnen het kader van de bom op de HMS Glasgow geeft hij een korte samenvatting van de tactiek die een schip moet volgen waarneer het wordt bloodgesteld aan een bombardement. Cursief benadrukt hij hierin zelfs dat de contra-instinctieve keuze om de flank naar de vijand te keren cruciaal is. Hoewel de flank op het eerste gezicht een groter doel lijkt. Om hem direct aan het woord te laten:
" Everyone's thoughts began to lock on the many drills perfected for dealing with a very low-level bomb attack, of which one of the most fundamental was, always swing your ship to take the attack on the (cursief) beam-never turn your bow towards incoming raiders (eind cursief).It is, of course, a nearly overwhelming instinct to present your enemy with what you think of as the smallest possible target, like your bow or your stern. But you have to remember that bombs from a very low aircraft, doing four or five hundred knots, do not 'fall', they 'come in' on a very shallow angle, almost like a missile, and may even bounce on the water. The pilot finds it relatively easy to line his aircraft up on the ship target; his harder task is to judge the precise split second at which to release his bombs. If the ship target is end-on, he has at least three times as long to judge it."
Hoewel dit geschreven is met het oog op Skyhawks en Mirages, zijn behalve de snelheid van de gebruikte vliegtuigen er geen principiele verschillen met de meidagen van 1940.
Op zich maakt dit de actie van de Van Galen alleen maar heroischer, hoewel misschien ook overmoediger aan de hand van de Marineleiding. Ik moet u trouwens feliciteren met uw genadeloze precisie en feitenkennis. Het schokkende verhaal over de defectieve Pom-Poms was voor mij nieuw en pijnlijk. Dat na 12 jaar dit betrekkelijk goedkoop te verhelpen probleem niet was opgelost is ontstellend.

FM
» Dit bericht is geplaatst op 26 september 2010 11:05
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Zeer interessante bespiegeling, heer Mertens.

Er is overigens wellicht een aspect dat u over het hoofd hebt gezien. De beschrijving die u geeft - het citaat - gaat over vliegtuigen die in scheervlucht hun bommen lossen, zodat deze - zoals u ook aangeeft - als ware het kruisvlucht wapens (luchttorpedo's) invliegen op het doel. De toestellen die de Van Galen aanvielen waren echter duikbommenwerpers. Daar waar een torpedovliegtuig een min of meer horizontale (glijdende) vector aanhoudt, houdt een duikbommenwerper juist een verticale (gehoekte) vector aan. Er is dus wel degelijk een aanzienlijk verschil tussen beide casussen.

Omdat de Van Galen niet kon manoeuvreren en geen hoge vaart kon maken (kanaal) was zij een eenvoudig doel. Aangezien de duikbommenwerpers in een hoek van 50 tot 60 graden hun doel aanduiken, betekent het dat een diagonaal aangevlogen doelwit een grotere trefkans biedt dan een 90 graden aangevlogen doel. In het laatste geval moet men immers volledig en exact mikken voor een treffer (of dodelijke 'near miss') terwijl bij een licht diagonale vector een zekere marge extra geldt wegens de diagonale aanvlieghoek van de bom die de opbouwhoogte van het schip (bovenwaterschip) als 'extra' marge biedt over de volle lengte van het schip. De kans op een treffer neemt daarom in absolute zin toe, zeker op een niet manoeuvrerend doel. Bent u deze voorstelling van zaken met mij eens?
» Deze reactie is geplaatst op 26 september 2010 11:57
Totaal berichten: 21
Niet volledig ben ik bang. Woodward schrijft inderdaad met laagvliegende jachtbommenwerpers in het achterhoofd, maar het principe gaat ook voor duikbommenwerpers op. Elke bom die door een vliegtuig wordt losgelaten heeft een traject dat (naast zaken als luchtweerstand, vochtigheid, wind en alles waar moderne systemen rekening mee weten te houden) voornamelijk door de voorwaarste snelheid van het vliegtuig en de zwaartekracht bepaald wordt, waardoor het traject de vorm van een curve zal vertonen. Ik heb ook duikbommenwerpers in het achterhoofd gehouden (weten we trouwens of het JU87's of JU88's waren...HE111's zie ik het niet in duikvlucht doen), maar zoals u zegt, ook een duikbommenwerper heeft nog altijd een voorwaartse beweging als hij met 50 tot 60 graden duikt. Ook met een meer verticale baan lijkt mij een aanval over de lengteas van het schip een grotere trefkans te bieden.
Daarnaast is er nog een tweede aspect, namelijk de eenvoud waarmee de Van Galen te identificeren is als de Maas gevolgd wordt. Ik kan me niet exact voor de geest halen hoe dicht bebouwd de omgeving op dat moment was, maar de rivier volgen tot je bij het schip uitkomt is aanzienlijk eenvoudiger dan pogen het snel varende schip overland in de flank te treffen. En hoe eenvoudiger, hoe beter, zeker als frictie om de hoek komt kijken.

FM
» Deze reactie is geplaatst op 26 september 2010 17:29
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Het waren vermoedelijk Ju-87 van IV./LG.1 die de aanval uitvoerden. Werkelijke duikbommenwerpers dus, overigens net als de Ju-88.

Ik ben bang dat u een denkfout maakt. Als u een voorwaarts varend, niet of nauwelijks manoeuvrerend schip in een kanaal aanvalt als duikbommenwerper(piloot) dan is een licht zijwaartse 'approach' een grotere garantie voor een 'hit' dan een strikt boeg gericht aanvliegpatroon. Gaat u maar na, wiskundig. Bij een strikte boeg aanvliegactie telt slechts het oppervlak van het dek als raakvlak, terwijl bij een hoek van bijvoorbeeld 20 graden op de boeg ook het oppervlak van de opbouw gaat meetellen. Uw object neemt dus relatief in oppervlakte toe. Een diagonale aanval is daarmee beduidend kansrijker, omdat ook een fractie te lang geworpen bom de opbouw zou kunnen raken terwijl deze bij een strikt over de lengte afgeworpen bom over het doel zou zeilen.
» Deze reactie is geplaatst op 26 september 2010 19:05
Totaal berichten: 21
Ik ben geen wiskundige, maar zal kijken of ik er een weet te strikken om een berekening te maken, omdat juist dat lange oppervlakte van het dek me zo'n perfect doel lijkt te zijn voor een (duik)bommenwerper.Maar het lijkt mij een vrij theoretische excercitie, omdat het bereiken van een ideale hoek op een bewegend doel zonder nauwkeurige coordinatie een vrij kansloze opgave lijkt. Nee, als ik mijn luchtsteun zou moeten aansturen om een torpedobootjager op een rivier te raken zou ik vliegtuigen de rivier laten volgen, je vindt het schip vanzelf wel. Eenvoudig, en trefzeker.
In ieder geval denk ik dat we het eens kunnen zijn dat de opgave waarvoor de Van Galen gesteld was feitelijk hopeloos was. Het schip was, van welke aanvliegroute ook, een 'sitting duck'. Aan een kant begrijpelijk dat de marineleiding na het succes van de Z5 en de TM51 het schip gestuurd heeft. Maar aan de andere kant kan men zich ook afvragen of dit besluit niet enigzins overmoedig was. Vanzelfsprekend hebben wij het comfortabele probleem van 'hindsight', maar ik kan me eigenlijk niet direct een ander actie van torpedobootjagers op een smalle rivier voor de geest halen. Zelfs niet aan het Oostfront, waar er wel een traditie was van gespecialiseerde rivierschepen. Maar een volwaardige diepliggende torpedobootjager...niet naar ik nu weet.
» Deze reactie is geplaatst op 26 september 2010 21:31
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Een zeer rank schip als een jager blijft een lastig doel, dus je zou eerder de breedte willen vergroten dan de lengte lijkt me. Bij een breed schip zoals een kruiser zou het als profiel ongetwijfeld voldoen.

We hebben het hier wel over een aanvalsrun en niet over het opsporen van het doelwit. U rept nu over het vinden van een doelwit, maar dat is hier niet ter discussie.

Het sturen van de Van Galen was een blunder. Zelfs de aanval op de Z5 door een Ju-88 voordien toonde al aan dat in dat ondiepe water een near miss een enorme ontzettende capaciteit had door de blastwave van de detonatie. Een grote oppervlakte eenheid een smal kanaal opsturen was een faux pas. Oorspronkelijk was het ook nog eens de bedoeling de Van Galen vanaf de Waterweg Waalhaven te laten beschieten. Ook dat was getuigende van weinig praktisch inzicht bij de Marinestaf, omdat het zware geschut met haar impact schokbuis zonder hoek (immers, zeer korte afstand) geen effect kon hebben. De granaat zou immers vrijwel in vlakke baan landen, waardoor de contactdruk zou ontbreken als geen obstakel werd geraakt. Bovendien zou zulk vuur, met de boven Waalhaven zeer actieve Luftwaffe, onmiddellijk tot reactie leiden. Het was een typisch voorbeeld van een groene Marinestaf, hoewel men zich in goede moede zou kunnen afvragen of zelfs een niet oorlogservaren Marinestaf zulke fouten wel mocht maken ...

Dit soort acties kwamen later in de oorlog nog wel eens voor. Met name raids op Franse havens en Noorse fjorden, hoewel deze al beduidend meer ruimte boden dan de smalle Waterweg en in de regel 's nachts werden uitgevoerd. Men kwam er snel van terug.
» Deze reactie is geplaatst op 26 september 2010 22:06
Totaal berichten: 21
Ik heb het ook over een aanvalsrun. Het voordeel van de rivier volgen is dat het de eenvoud zelve is om jezelf in een lijn met het schip op een rivier te krijgen. Zelfs een moderne FAC zal gebruik maken van eenvoudig te onderscheiden elementen in het landschap om een doel duidelijk te maken.
Interessant verhaal over die schokbuizen trouwens, alhoewel ik vermoed dat direct vuur op geparkeerde JU52's wel voor aardig wat ravage had kunnen zorgen.

Fjorden....veel meer manoeuvreruimte, veel dieper. Groot genoeg om de Warspite in te sturen. Nog altijd zeer gevaarlijk, hoewel de hoge flanken waarschijnlijk ook voor vliegtuigen moeilijkheden opleveren. Zeker niet de normale habitat voor grote schepen, maar toch een graad of wat minder erg dan een zeegaand schip in een smalle rivier een direct gevecht met de tegenstander aan te laten gaan.

Verscheidene acties van de marine in te Tweede Wereldoorlog doen mij denken aan Cunninghams inzet van de Britse marine rond Griekenland en Kreta in 1941. Ik geloof dat het iets was als 'It takes the navy 5 years to build a ship, 500 years to build a tradition'. En, wetende dat zijn cruciale vloot eigenlijk de verliezen niet kon dragen, stuurde hij hem toch er op uit om het Britse leger van weer een continentaal avontuur te redden. Een navy toast uit die moeilijke periode luidde 'To the Royal Navy, to the Royal Advertisement Federation and to the Evacuees'.
Er is zeker iets voor deze houding te zeggen, maar de balans is vanzelfsprekend belangrijk. En het redden van een expeditionair korps is zeker de moeite waard. Of die balans bij Waalhaven aanwezig was lijkt mij ook aan zeer grote twijfel onderhevig.
Maar goed, waar ik niets wil afdoen aan de werkelijke dapperheid die de marine tijdens de Tweede Wereldoorlog getoond heeft, moet ik toch zeggen dat zij na de oorlog zeer goed deze dapperheid heeft weten te etaleren. Zo goed dat de kritische houding die het Nederlandse leger te beurt valt soms bij de marine lijkt te ontbreken. Zelfs een heroisch debacle als de slag in de Javazee heeft een mythische saus gekregen waardoor vragen soms bijna als ontstellend worden ervaren. Niet binnen de academische wereld, maar zeker nog voor de rest van Nederland, waar uberhaupt de kennis over de meidagen vrij summier is.

FM
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 09:57
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
De Koninklijke Marine heeft als enige legeronderdeel in ons land een reputatie. En een zelfverdiende reputatie. Dat deze reputatie van 300 jaar beheersing van de wereldzeëen haar anno 1940/1941 parten speelde, bleek wel. Maritiem tactisch klopte er weinig van. De Slag in de Javazee, een eufemisme in zichzelf, mag dan heroische trekken hebben, mijns inziens was het een zelfmoordmissie van ongekende proportie. Als je vooraf weet dat je vloot geen luchtdekking heeft en op één kruiser na absoluut niet het bereik van de tegenstander zijn geschut zal kunnen evenaren, dan ben je niet wijs om je vloot in te zetten. Helfrich deed dit wel. Ik acht dat tot op de dag van vandaag, naar onze maatstaven van oorlog, nog steeds misdadig. Het heeft niets te maken met eervol ten onder gaan, maar met een overantwoorde bevelvoering. De periode van onze heroische zeeslagen betekende nog dat zeiltechniek, tactiek en sluwheid een kwalitatief verschil konden compenseren. Anno 1940/1941 was de kwaliteit van materieel zodanig doorslaggevend dat de Slag in de Javazee wat mij betreft een archaïsche exponent was van een Marine wiens traditie werkelijkheidszin enorm in de weg zat. Maargoed, binnen marinekringen is het een faux-pas om de Javazee als zodanig te afficheren. Tant pis.

Cunningham was natuurlijk in de val getrapt van Duinkerken. Dat Duinkerken slaagde was niet zo zeer een verdienste van de Britten (van een mirakel was geen sprake), maar een blunder van Hitler in eigen persoon. Het deed de Britten geloven dat de marine 'elusive' was en daardoor dacht Cunningham vermoedelijk ermee weg te komen. En ten dele deed hij dit in feite ook. Hoe verleidelijk het is om in dergelijke vallen te trappen, bleek wel toen Hitler als gevolg van het onverwachte succes tijdens de Westfeldzug zichzelf en zijn pantserlegers tot superieur uitriep. Hij realiseerde zich niet dat de Westfeldzug successen vooral het falen van de Fransen als onderliggende oorzaak hadden. Zo kon het zijn dat de grootse problemen die de Duitsers in feite ondervonden in operationele zin (onwerkelijk opgerekte linies, logistieke chaos, uiterst slechts samenwerking van wapenen in het dynamische spectrum) niet werden (h)erkend door de legerleiding. Het resulteerde in de veel te optimistische overval op de Sovjets. Hoogmoed komt voor de val.

Wat betreft de Nederlandse marineleiding hebben we met uitzondering van de strijd in de Oost in december 1941 - maart 1942 natuurlijk niets meer teruggezien. We werden operationeel ingedeeld bij de Geallieerde staven en hadden niets meer te vertellen. Logisch. Als we ons maritiem ergens op konden laten voorstaan tijdens WOII dan was het de moed van onze zeelieden (zowel marine als koopvaardij) en met name de effectiviteit van onze onderzeëers. Juist bij dit laatste wapen konden we onze maritieme kunde gecombineerd met zeemansmoed uitstekend combineren tot een deugd. Voor het overige is mijn mening dat we als krijgsmaritieme natie in de 20e eeuw operationeel en strategisch niets meer voorstelden. We hadden immers de marine niet om in die zin nog te kunnen aanhaken. En onze marineleiding anno 1940 had geen benul van de moderne oorlog. Dat laatste was niet alleen de reden voor bijzonder slecht op de moderne oorlog voorbereide oppervlakte eenheden (geen veegcapaciteit voor magnetische mijnen door schepen of vliegtuigen, nauwelijks degauss capaciteit, slechte SA beveiliging oppervlakte eenheden) maar tevens voor een aantal gevaarlijke opdrachten, waarvan het gevaar dat men liep totaal niet opwoog tegen de steun die men kon geven. Het bevel op 10 mei aan drie grote oppervlakte eenheden zich gereed te houden (de Van Galen om het de waterweg op te varen) om zich op binnenwateren te begeven om zo de grondstrijd bij Waalhaven en de Willemsbrug te steunen, was absurd. Het was een 'wij van de Koninklijke Marine zullen jullie landrotten wel even tonen hoe je dat varkentje wast' houding van de Marinestaf. Dat terwijl zeker een bombardement van Waalhaven uitstekend vanaf zee had kunnen worden verricht. De Marinestaf verkeerde echter in de veronderstelling dat Michiel de Ruyter over hen schouders meekeek en dat van hen een naar zijn traditie riekende prestatie werd verlangd. Zo kan traditie buitengewoon verraderlijk werken ...
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 10:55
Totaal berichten: 21
300 jaar beheersing van de Wereldzeeen lijkt me nog wat eufemistisch. Na 1715 was de positie van de Republiek al een schaduw van haar eerdere macht, wat in de 4e Engelse oorlog maar al te duidelijk bevestigd werd. Het is interessant om te zien hoe er binnen de Nederlandse marine een tendens is gebleven om toch bij de eersterangs mogendheden aan te haken. Neem het slagkruiserplan. Mooie schepen, krachtige schepen, en schepen die als ze bij de Javazee hadden gevaren al het verschil hadden kunnen maken....maar witte olifanten, die een onverantwoord groot gedeelte van het defensiebudget zouden hebben opgeslokt voor twijfelachtig nut. Als de marine ze zelfs had kunnen bemannen. Ik heb me altijd afgevraagd hoe de marine het zichzelf kon verantwoorden om 'big-gun'schepen te willen bouwen die totaal geen kans zouden hebben tegen soortgenoten. Ja, zoals hierboven gezegd, de slagkruisers zouden de Japanse zware kruisers voor grote problemen hebben gesteld. Maar een gemoderniseerde Kongo zou met zijn 14 inch geschut al teveel van het goede zijn geweest, om over de nieuwe Japanse generatie maar te zwijgen. En om het maar helemaal niet te hebben over het feit dat het slagkruiserplan totaal geen rekening hield met het belang van luchtdekking. Slagschepen zonder vliegdekschepen, wel, we hebben gezien wat er met de Prince of Wales en Repulse gebeurd is.
Wat betreft Cunningham. Hij heeft waarschijnlijk de capaciteit van zijn schepen om het overdag binnen bereik van de Luftwaffe te overleven overschat. Maar het evacueren van de expeditionaire troepen in Griekenland en later Kreta was niet alleen militair van belang. Gezien het grote aantal Australische en Nieuw-Zeelandse troepen was het voor Groot-Brittanie binnen het Commonwealth onmogelijk om niet alles te doen om een zo groot mogelijk gedeelte te evacueren. Hoe zouden deze twee naties gereageerd hebben als de Britten binnen de schaduw van Gallipoli al hun vrijwilligers door de Duitsers krijgsgevangen hadden laten maken zonder een uiterste poging tot evacuatie? Nee, Cunningham heeft de balans zorgvuldig gewogen en ondanks de risico's besloten om de Royal Navy alles te laten doen wat ze kon doen.

FM
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 12:09
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Eens wat betreft Cunningham zijn besluit 'in te varen', waarbij hij ook onder druk van de 'Kerkheuvel' stond natuurlijk. ;)

Tegenover de 'boldness' van Cunningham stond aan Duitse kant de debacle Kreta, wat Kurt Student zijn verdere carriere kostte, en naoorlogs tot hoon zou leiden. Student stond al niet te boek als een sterke bevelhebber, wel als een sterke veldcommandant. Na Kreta had hij alle krediet als strateeg verloren. Krediet dat hij overigens slechts bij Hitler had gehad voordien, want hij werd door de legerleiding niet erkend als strateeg. Dat bleek ook wel in de aanloop naar Kreta, waarbij Student totaal buiten de 'loop' bleef.

Toen Student dan alsnog in beeld kwam, nam hij een onwerkelijke gok met zijn Kreta actie. Zoals hij tijdens de gevechten in Nederland al een aantal onwerkelijke risico's nam, maar daar door een uiterst zwakke tegenstander niet voor werd gestraft. Student opteerde voor Kreta in plaats van Malta en bereidde vervolgens de aanval op Kreta in minder dan een week voor. Echter, niet Kreta maar Malta had het doelwit moeten zijn en bovendien was de aanval qua tactische uitwerking een grote gok. De uiterst zwakke logistieke mogelijkheden van de Luftwaffe en de verspreiding van de krachten betekenden in de praktijk bijna een fiasco. Het was dat men een nog (relatief) zwakke tegenstander trof, die niet op de steun van een sterke luchtmacht kon rekenen, anders was het Student geweest die verloren had op Kreta. Het werd wel de zwanenzang voor de Fallschirmjäger en Luftlandetruppen als tactisch wapen. Ze zouden nadien geen grote inzet meer zien. Ze waren verkeerd gebruikt door een romanticus als Student, waardoor het geloof van de legerleiding in dit middel totaal verdween.
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 12:27
Totaal berichten: 21
Kreta is pijnlijk. De 'parachute maffia' heeft Student een aureool gegeven dat hem niet toekomt. Ongetwijfeld heeft zijn inzet voor de Fallschirmjaeger ertoe bijgedragen dat dit wapen in '40 en '41 als werkelijke parachutisten ingezet kon worden, maar dit lijkt ons soms de ogen te doen sluiten voor de fouten die Student gemaakt heeft.
Mijns inziens is Students grootste theoretische fout dat hij het effect van luchtlandingen op het moreel van een tegenstander overschat heeft. Hij ging er te veel van uit dat de ontwrichting die een driedimensionale aanval en bedreiging met zich mee zou brengen de materiele en numerieke inferioriteit van parachutisten zou neutraliseren. Ik denk dat dit bij de operaties in Nederland zeker voor een gedeelte opging. Maar als je met een tegenstander te maken krijgt die zichzelf niet laat overbluffen (waarbij kennis over de mogelijkheden van de tegenstander enorm veel helpt; op Kreta wisten de geallieerden zowel dat er FJ's waren en hadden ze Ultra), gaat de vlieger niet op.
Nee, parachutisten zijn een wapen als een ander en moeten net als andere wapens een Schwerpunkt zoeken. Lohr's plan om de volledige capaciteit in het Westen te concentreren was veel realistischer. Als dit was uitgevoerd was Kreta waarschijnlijk niet zo'n Pyrrhus overwinning geworden.

Wel kunnen we stellen dat Student het in het veld goed deed. Zowel in mei '40 als in de herfst van '44 heeft hij zich een zeer capabele veldcommandant getoond. Het blijft verbazingwekkend hoe het Duitse leger hierin lijkt te grossieren. Ik zou hem graag met van der Bijl ingeruild hebben. Dan hadden we een goede kans gemaakt om het de 7e Flieger echt lastig te maken.

FM
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 13:11
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Ik begrijp niet erg goed wie u aanduidt met de parachute-maffia.

Student was als veldcommandant ook niet erg kundig. Hij was als troepenofficier wél erg gezien. Een typische Duitse officiereneigenschap om zich aan het front tussen 'de mannen' te melden, was zeker bij Student aan de orde. Hij deed niet anders. Dergelijke generaals, waarvan de Duitsers er lang niet zoveel hadden als de annalen willen doen geloven, werden snel tot epische helden opgehemeld. De vraag is of dat altijd 'helpt'.

Student was niet zo populair bij de landmachtgeneraals. Ten eerste niet als Luftwaffe 'landstrijdkrachten' bevelhebber tussen 'echte' Heermänner en vooral niet omdat Student de hogere krijgsvormingleergangen aan de HKS in Berlijn helemaal niet had gevolgd. Na zijn academiejaren had hij de reguliere gestaffelde modules aan de HKS niet gevolgd, wat voor gewone legerofficieren wel een vereiste was. Hij kreeg desondanks zijn bevorderingen, hoewel hij wel aan de eisen moest voldoen voor veldcommando's (voor iedere bevordering binnen de subalterne en hoofdofficieren categorie gold een minimale periode voor een actief veldcommando).

In de aanloop naar de Westfeldzug werd Student ook al niet voor vol aangezien door de landmachtstaf. Daar was inmiddels het gegeven bijgekomen, dat Student door Hitler persoonlijk in een belangrijke rol was gemanoeuvreerd, die de landmachtstaf niet aanstond. Zo kreeg Student uiteindelijk onder de vleugels van Göring en de Luftflotte 2 een 'eigen oorlogje' in het grote Westfeldzug plan. Immers, de gehele luchtlanding in het westen van Nederland stond onder rechtstreekse Luftwaffe leiding, daar waar de rest van de veldtocht onder Halder bleef. Hoe Halder daar over dacht bleek wel toen hij een 'Erfahrungsbericht' over de inzet in Nederland van lt-gen Graf von Sponeck [Kdr 22.ID, LL] toegestuurd kreeg in de zomer van 1940 en dit terugstuurde met de boodschap dat hij dit aan het verkeerde adres had gestuurd: het betrof immers een Luftwaffe aangelegenheid!

Student bleek in Nederland uiteindelijk helemaal niet de geslaagde veldcommandant. Hem viel al direct nadien kritiek ten deel wegens het feit dat hij als opperbevelhebber niet boven maar tussen de eenheden had geopereerd. Dat hij daardoor voor de actie rond Den Haag geen enkele rol kon spelen en de logistiek aan een andere staf in Duitsland moest overlaten. Dat hij als opperbevelhebber geen rechtstreekse leiding kon geven, maar zich ook niet inspande dat te doen, omdat hij het operationele werk zo boeiend vond.

Daarnaast was hij te betrappen geweest op zuiver gokwerk. Dat pakte allemaal weliswaar goed uit - omdat de Nederlanders en Fransen er waarlijk niets van bakten - maar dat neemt niet weg dat Student bijvoorbeeld met zijn eigen gevechtsstaf tijdens de meidagen zwaar overhoop lag. Zo was hij met zijn chefstaf Trettner en zijn 1a staf flink gebotst in de avond van 10 mei en op 11 mei. Zijn gevechtsstaf vond dat de generaal onverantwoorde risico's nam. En in feite was dat ook zo. Zo werd IJsselmonde langs de gehele zuid en westzijde zeer slecht verdedigd en zou een Nederlandse oversteek van de Oude Maas aldaar Student enorm in verlegenheid hebben gebracht omdat hij nog geen peloton in reserve had ten westen van Hordijk. Zouden de Nederlanders Student concentrisch hebben aangevallen op zijn bruggenhoofd, dan was de kans niet onaanzienlijk geweest dat het lot van de Fall Festung Süd operatie hetzelfde als van Nord was geworden. Het was dus vooral zo dat Student zijn overwinning in de schoot geworpen kreeg, met een vleugje chauvinisme gesteld 'afdwong', maar beslist niet wegens operationeel gogme en bevelhebberschap erg veel respect kreeg.

Ook het veldcommando in Kreta stuit op veel kritiek. Veel meer dan de veel minder significante proefoperatie in Nederland, die immers ook na een mislukking spoedig tot een Duitse overwinning via de landstrijdkrachten had geleid. Dat gold niet voor Kreta. Bovendien voelde zowel de Luftwaffe als de legerleiding zich door de verliesrijke operatie rond Kreta 'genomen' omdat Kreta een strategisch niemendalletje was en de kosten direct effect op de Operatie Barbarossa hadden. De toch al niet populaire Student werd daarom nadien geparkeerd. Slechts door toeval raakte hij weer in de frontlijn, zoals als gevolg van de landing in Normandië en later de verdediging van Nederland bij de operatie Market Garden.

Dat laatste was natuurlijk curieus. Student moet verbaasd zijn geweest dat copy-cat Montgomery exact zijn operatie van mei 1940 naäapte en hij nu aan het ontvangende einde zat, met uiteraard uitstekende vaardigheden en kennis om precies te weten wat te doen tegen lichte troepen. De cirkel was rond. Ook al omdat de Geallieerden bleken in de propaganda van de Duitsers te zijn gestonken en de merites van de operatie in mei 1940 totaal niet bleken te kennen. Een zaak die in internationale publicaties over mei 1940 in Nederland trouwens onveranderd bleef.
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 13:55
Totaal berichten: 21
De 'parachute-maffia'is een Amerikaanse term, die gebruikt wordt voor het grote aantal parachutisten officieren die na WO II binnen de VS hoge rangen wisten te bereiken. Dit riep vanzelfsprekend wel wat gevoelens op in de rest van het leger. Fascinerend is dat binnen de Amerikaanse para's een groot respect bestaat voor Student.
De wrevel en de matige beoordeling van Student door Heeres officieren is vanzelfsprekend ook getekend door Goering's pogingen om zijn eigen leger op te richten en Students rol daarin.

De operaties in mei '40 dragen in ieder geval in zijn geheel het karakter van gokwerk. De inzet van de 22eLL is voor mij altijd een vraagstuk geweest. Een coup de main uitsmeren over twee dagen binnen direct bereik van een Legerkorps? Dit klinkt niet meer zozeer als gedurfd, maar als waanzin. Zeker omdat de doelen (regering, legerleiding en koninklijk huis) inherent mobiel waren en doordat ze niet direct werden aangevallen hadden ze als ze werkelijk bedreigd waren geweest een zeer goede kans gehad om nog the ontsnappen ook.
De 7e Flieger had in ieder geval degelijke militaire doelen als missie, en zorgde er terecht voor dat elk doel direct werd aangevallen en bezet. Toch draagt ook deze operatie voor mij het karakter van een enorme gok. Het aantal troepen wat Student ter beschikking stond om 3 bruggen en een vliegveld in handen te krijgen en om het verhoudingsgewijs enorme gebied er tussen in (met een grote en een middelgrote stad om het nog even te compliceren) was ongelooflijk klein. Als we de perimeter van het te verdedigen gebied bekijken zelfs bijna lachwekkend.
Binnen deze twee operaties heeft Student als korpscommandant gefaald. Hij maakte dezelfde fout als Browning in '44, gedeeltelijk bezield door de wil om niet meer vanuit verre Chateaux manschappen de dood in te sturen. Maar hij had meer kunnen bereiken vanuit Duitsland, omdat hij op de grond enkel als divisiecommandant kon functioneren. Deze les was in Kreta wel geleerd, maar het debacle van de meeste landingen betkende dat het korpsniveau eigenlijk onbespeeld bleef en de praktische leiding van de gevechten vanaf Maleme naar het Oosten vooral in de handen van Ringel en zijn 5 Geb.Div. lag.

In het veld vindt ik het hem eerlijk gezegd ook in mei '40 helemaal niet zo slecht doen. Toegegeven, hij nam grote risico's bij de verdediging van het veroverde gebied en hij heeft gegokt. Maar hoe was het gebied zonder risico's te verdedigen geweest en zijn gokjes waren wel juist gegokt. Een capabele tegenstander had hier gebruik van kunnen maken. Hier ontbrak het echter aan.

FM
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 15:21
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
In antwoord op uw deskundige theses preludeer ik enigszins op wat ter zijner tijd op Zuidfront in een eindbeschouwing uitgebreid aan bod zal komen. De enorme operationele risico's die Student nam en het geluk dat hem toelachtte.

Student kende in feite nauwelijks verdedigende uitdagingen. Dat is overigens kennis achteraf. Maar zijn kennis van het moment was juist aanleiding zijn beleid te bekritiseren. Zijn ambivalentie was namelijk opvallend. Enerzijds machtigde hij reeds in de avond van 10 mei de commandant van III./IR.16 (Choltitz) om het Noordereiland te ontruimen als daartoe operationeel aanleiding zou ontstaan, maar anderzijds liet hij de ook voor hem essentiële Moerdijkbruggen zwak verdedigd. Dat terwijl juist daar - ook al in de krijgsspellen in maart en april 1940 - de Frans/Britse tegenmanoeuvres werden verwacht. Von Bock verwachtte vijf tot zes Anglo-Franse divisies ten noorden en noordoosten van Antwerpen. Op 11 mei werden door luchtverkenners de eerste grote Entente colonnes waargenomen richting West Brabant, wat zelfs aanleiding voor Von Bock was het 9e Legerkorps staande-bij te houden om de rechterflank van het 6e Leger los te laten en richting Tilburg-Breda door te stoten. Daar kwam het uiteindelijk niet van, maar deze tamelijk dramatische aanpassingsoptie toonde de intrinsieke angst bij de Duitsers voor een sterke linker Entente vleugel die juist de zwakke Duitse rechtervleugel zou kunnen bedreigen. Intensief kwam daarmee in beeld dat de omgeving Moerdijk door die Entente eenheden eerder bereikt zou kunnen worden dan door 26.AK. Juist dat was het scharnierpunt in de Duitse operatie van 18.Armee, maar subsidiair ook van grote invloed op de 6e Armee die immers haar focus om Gembloux wilde richten en niet op Antwerpen-Breda. Het was exact deze beweging van de Entente die tijdens de krijgsspellen de nadruk had gekregen en de kritische tijdspaden voor ontwikkeling van het dispositief in Brabant had bepaald. En juist daarom moest 26.AK op de derde dag Moerdijk zien te bereiken.

Student leek daarop nauwelijks te anticiperen. De bezetting van het zuidelijke Moerdijkse bruggenhoofd was ronduit zwak en volledig afhankelijk van Luftwaffe grondsteun. Men ontbeerde zware wapens. Er waren twee lichte houwitsers en een peloton PAK. Voor het overige zonder mortieren uitgeruste parachutisten, hoewel ze op 11 mei in de avond 12./FJR.1 met enkele mortieren als steun kregen. Tegen 1.DLM waren zij echter - normaal gesproken - kansloos geweest. Die kennis moet Student gedragen hebben, want Von Bock was uitgegaan van één of twee gemechaniseerde Entente divisies en de overige gemotoriseerde divisies (Von Bock overschatte de BEF schromelijk).

Daarnaast was wellicht nog opvallender dat Student zo zwaar inzette op het bezit van Dordrecht. Het bruggenhoofd aldaar was in eerste instantie wankel, maar nadat III./FJR.1 was toegevoegd aan het regiment en een Nederlandse tegenactie was verijdeld, was er nauwelijks aanleiding een werkelijke bedreiging van het bruggenhoofd aldaar te verwachten. Dat deden Trettner en de andere twee 1a officieren dan ook niet. Student wel. Student had gelijk, maar besefte dat niet. De reden waarom Trettner tegen het toevoeren van III./FJR.1 (en nadien I./IR.72) was, was dat de Lichte Divisie aan de deur klopte bij Alblasserdam. Juist toen dat aan de orde was, besloot Student zijn enige operationele reserve van formaat - III./FJR.1 - van het eiland IJsselmonde af te leiden naar Dordrecht. Dat was logischer geweest als III./FJR.1 vervolgens doorgeleid zou zijn naar Moerdijk, maar dat was niet het geval. Pas nadat het bruggenhoofd was gestabiliseerd werd het bataljon verdeeld over het noorden en zuiden van het Eiland van Dordrecht. Onderwijl lag IJsselmonde wijd open!

De Duitse perceptie was dat de Lichte Divisie met haar hoofdmacht de Noord wilde oversteken. Daartoe had Student twee compagnieën langs de Noord verspreid, rechts aangeleund door een derde compagnie dat de verbinding tussen Zwijndrecht en Hendrik Ido Ambacht moest maken. Dat was een erg dun scherm over zo'n zeven kilometer frontlijn. Daarachter lagen bij Hordijk nog slechts snippers, vooral van enkele fracties van IR.47 en IR.65, enkele PAK's en een bescheiden operationele reactiereserve van I./IR.16 bedoeld om overal op het Eiland snel te kunnen ingrijpen. Als het Nederlandse operatieplan van de avond van 10 mei wel tot wasdom was gekomen (en daar was alle kans toe geweest), en 3.GB was de Oude Maas overgetrokken en de Lichte Divisie had wel doortastend haar succesvolle oversteken uitgebouwd, dan had Student helemaal niets gehad om dit te pareren, behalve de Luftwaffe. Hij schatte in dat de Nederlanders niets waar zouden kunnen maken, maar dat was een grote gok. Een gok dus die Trettner verafschuwde, maar die Student nam. Die gok pakte excellent uit. Want de LD verplaatste zich naar het Eiland van Dordrecht en 3.GB liet zich tijdens haar ontbijt in het veld terugjagen naar de Hoekse Waard. Uiteindelijk was het zelfs een meesterzet van Student, omdat zijn verplaatsing van III./FJR.1 per ongeluk Ravelli in de wielen reed en zijn actie I./IR.72 in te zetten om het oosten van Dordrecht te omvatten per ongeluk een wig die gedreven werd in het offensieve plan van de Lichte Divisie om het Eiland agressief over te steken. Meesterzetten dus, maar niet door voorbedachte rade maar door toeval. Dat een goed bevelhebber ook een zekere mate van onzekerheid, van kansen benutten of zoeken in zijn modus operandi opneemt, is een gegeven. Maar risico's nemen is wat anders dan gokken. Student gokte zwaar en had alle geluk van de wereld dat dit goed uitpakte.

Napoleon mag dan de mythische eigenschap hebben gehad zijn generaals op hun geluksfactor te hebben geselecteerd, maar Student had over geluk niet te klagen, zonder dat dit nu vooraf de opzet was. En achteraf heeft de overwinnaar gelijk. Hoe funest het kan zijn niet gestraft te worden voor feitelijk onjuist handelen, toonde de overmoed die het Duitse leger in 1941 en 1942 ontwikkelde. Ze waren in hun eigen suprematie gaan geloven.

U zult het wel niet zo bedoelen, maar ik acht het feitelijk onjuist te stellen dat 'Student dezelfde fout maakte als Browning in 1944'. Student onderschatte weliswaar de weerkracht van het Nederlandse leger, maar bepaald niet in de mate waarin Montgomery / Browning dat in 1944 deden. Het verrassingseffect op een onvoorbereid en slecht geoefend leger was m.i. niet onterecht meegewogen door Student. Dat effect was er in 1944 totaal niet. Voorts had Student in 1940 niet te rekenen met frontervaren eenheden, laat staan gepantserde eenheden. Dat had Monty wel. Dat Student ervoor koos opperbevelhebber te zijn vanuit het theater zelf, acht ik een blunder. Hoewel de verbindingen veel te wensen overlieten hadden de beide operaties Süd en Nord absoluut vanuit Duitsland gestuurd moeten worden. Uiteindelijk gebeurde dat overigens ook en niet alleen op 14 mei.
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 16:01
Totaal berichten: 21
Zeer interessant, uw informatie over het hoofdkwartier van de 7e Flieger. Uit de resultaten was redelijkerwijs wel af te leiden dat Student zijn Schwerpunkt goed wist te kiezen, maar het enorme gelukseffect is absoluut niet te ontkennen. Ik kijk uit naar uw toekomstige verhandelingen over dit onderwerp.
Met de fout van Browning bedoel ik specifiek het met de eerste golf mee landen, in plaats van het korps op afstand leiden. Browning had als Korpscommandant feitelijk weinig meer te doen dan verzekeren dat hij als eerste Britse officier op Duitse bodem kon pissen (als ik Cornelius Ryan mag geloven). Voor de rest zat hij eigenlijk met zijn duimen te draaien. Terwijl hij in Engeland een cruciale rol had kunnen spelen en de lift capaciteit die voor zijn HQ nodig was had voor nuttiger zaken gebruikt kunnen worden.
Student kon door zijn aanwezigheid op de grond feitelijk nauwelijks leiding geven aan het korps, maar alleen aan de 7e Flieger. Zoals ik heb aangegeven hadden de Duitsers bij Kreta hun les geleerd en bleef het hoofdkwartier in Griekenland, waaruit meer invloed uitgeoefend kon worden. Door het debacle is dit feitelijk niet veel meer geweest dan de beslissing om toch alles op Maleme te concentreren..maar dat was al een meer dan voldoende reden, zonder die beslissing was het een dramatische nederlaag geworden.

FM
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2010 19:54
» Dit onderwerp is gesloten
2554