Discussiegroep

Onderwerp: Recht, be- en ver-oordeling na capatulatie..

» Dit onderwerp is gesloten
Totaal berichten: 40
2.725 keer gelezen
22 reacties
Categorie: Overig Mei 1940
Na lezen van diverse verklaringen kan de inzet,leiderschap, volharding of moed van de meeste officieren als goed gekwalificeerd worden ,maar van sommige (onder)officieren - al of niet terecht -in twijfel worden getrokken.

Diversen hebben - na de capitulatie - verantwoording voor de krijgsraad moeten afleggen .
Anderen hebben jaren later nog veel moeite moeten doen om zich van - weer al dan niet terechte - aantijgingen te ontdoen of zich te rehabiliteren.
bv - nog in 1950 - divisie.cmd van Loon : http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=schrijven-van-kolonel-a-m-m-van-loon

Andere Voorbeelden zijn Kapt van Heyst en Bückert van 24RI : u kunt er in het verslag van ltn. van Lingen
in zijn laatse alinea's over lezen in http://www.grebbeberg.nl/bibliotheek/data/art00066.html of onderzoek voor krijgsraad
kapt. van Rangelrooy : http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=onderzoek-naar-gedragingen-van-reserve-kapitein-g-j-van-rangelrooy

Dat er door de rechtspraak (en opinie) in die tijd - door allerlei omstandigheden - fouten zijn gemaakt denk ik ook wel.
Mijn vraag is dan ook : waren dit uitzonderingen of zijn er ook sanctie's (bv oneervol ontslag ) of zelfs veroordelingen bekend van Ned. (onder-) officieren over hun krijgs handelingen ?
(Over Sgt.Meijer is reeds veel geschreven dus die laten we buiten beschouwing!)
Zijn er gevallen bekend dat men negatieve gevolgen hiervan ondervond in het opvolgende burgerbestaan ???
En wat is uw mening over de toenmalige rechtspraak/krijgsraad en hoe werd er mee omgegaan onder het wakend oog van de bezetter???
» Dit bericht is geplaatst op 26 december 2003 11:39
(redactie)
Totaal berichten: 629
Er waren meer van dit soort gevallen. B.v dat van kapitein Zwarts van 3 - III - 8 RI. Ook hier kwam het, zoals meestal, uiteindelijk niet tot een verwijzing naar de Krijgsraad.
Er schiet mij op dit moment geen enkel geval ( ik beperk mij tot de gebeurtenissen op en rond de Grebbeberg ) te binnen, dat echt tot heel vervelende gevolgen voor de betrokkene heeft geleid.
Mijn indruk is dat vrijwel alles met de mantel der liefde is bedekt. Dat is ook niet zo onbegrijpelijk. Onze militairen werden door de oorlog overvallen en hebben nauwelijks de tijd gekregen zich daarop echt in te stellen.
Men heeft waarschijnlijk ook niet te streng willen vervolgen, wetende dat waar sommigen zouden worden gestraft, anderen buiten schot zouden blijven, die feitelijk niet zo heel anders hadden gehandeld.
» Deze reactie is geplaatst op 26 december 2003 12:44
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Laat ik eerst zeggen dat ik het een bijzonder interessante en leuke vraag vindt die u stelt.

Als u stelt dat de inzet, leiderschap, etc. van de meeste officieren als goed gekwalificeerd wordt dan moet ik u daarin tegenspreken. Tijdens de verhoren van de Enquetecommissie (over het militair beleid mei 1940) werd juist vastgesteld dat teveel leidinggevenden hebben gefaald. Dat werd vooral (door de verhoorde personen) geweten aan de gebrekkige opleiding van met name het reservekader. Of dit terecht was is een tweede, ik vind van niet. Ik denk dat vooral de selectie van leidinggevende op verkeerde gronden plaatsvond, maar dat was vanzelfsprekend ingegeven door een verzuilde, gelaagde samenleving, waarin afkomst prevaleerde boven kunde. Veel officieren waren van adel, vooral bij de Huzaren (waar echter de leidinggevenden juist weer boven de middelmaat uitstaken), of van andere hogere klassen.

Als je de verslagen leest, en niet alleen die van de Grebbeberg, dan blijkt dat raar genoeg vooral de kapiteins (cc's) in grote mate faalden. Op de Grebbeberg is er vrijwel geen compagniescommandant die voldeed. Als we de Grebbeberg als voorbeeld nemen dan zie je dat daar op vele niveaus leidinggevend is gefaald. Met uitzondering van de majoors Landzaat en Jacometti, wellicht overste Hennink, heeft vrijwel geen hogere officier zich weten te kwalificeren. Sommige lagere officieren en vaandrigs onderscheiden zich wel, een Van de Boom, Verberne (met ?), Londo, Kranenburg, In den Bosch, Everts, Donselaar. Nemen we de hoger leidinggevenden, dan zien we (m.i.) opzichtig falen van met name Voigt, Van Apeldoorn, Van Loon, Van Marees van Swinderen en Van de Ploeg. Voorts ook veel van de cc's, als Franssen, Zwarts, Maas, Hakkert, Collette, Brittijn en Rangelrooij.

Dit opzichtig falen van met name de compganies commandanten is mijns inziens lastig te verklaren. Een deel van de waarheid zal liggen in de veel te beperkte opleiding en het gebrek aan vertrouwen in de stelling. Echter, als we kijken naar prestaties elders in het land, dan kunnen we vaststellen dat bijvoorbeeld aan de Maaslinie en de Peel-Raamstelling veel staaltjes van uitzonderlijke leiding van officieren in de rang van kapitein en lager juist het argument van gebrek aan vertrouwen wegvagen. Het eigen initiatief ontbrak vooral bij de officieren en sommige onderofficieren (mensen als smi van der Pas) terwijl eigen initiatief elders juist de bijzondere prestaties verklaart van vele militairen (kijk eens naar de slag om Ypenburg, Valkenburg, Ockenburg).

Maar werden de officieren op de Grebbeberg goed voorbereid op hun taak, konden ze hun taak naar behoren uitvoeren? Ik denk dat de hogere legerleiding, met name ook de commandant Veldleger, te verwijten valt dat de verbindingen op de Berg absurd slecht waren. Het is onvergefelijk dat verbindingslijnen in bomen waren opgehangen en open sleuven, terwijl de legerleiding overtuigd was van massale bombardementen door met name artillerie. Voorst was de opstelling der troepen in verhouding tot de afstand van de commandoposten vaak waardeloos. Niet alleen de verbindingen waren waardeloos, ook de verbindingsloopgraven waren afwezig of ondiep. Hierdoor werd het alternatief voor radioverkeer, ordonnansen, heroisch van karakter, en zo kon de regimentscommandant amper enige leiding geven vanaf 12 mei 's middags. De horizontale communicatie (van cc tot cc) was belabberd. Men keek alleen verticaal (cc-bc-rc-dc-lc) en stemde daardoor slecht af. De staven waren te klein, zodat verliezen aan leidinggevenden door lagere rangen moesten worden opgevangen. En natuurlijk de opleiding - deze was waardeloos. Officieren werden getraind in standaard situaties, en vooral in het gevecht op onderdeelsniveau. Op basis van achterhaalde tactiek - zo werd de Nederlandse officier geleerd dat het gebruik maken van mortieren alleen dan moest gebeuren als de gewone infanteriewapens als mitrailleurs door hoogteverschillen onvoldoende effectief vuur konden geven. Alleen bij het afgeven van een stormvuur werd geadviseerd mortieren te combineren met de infanteriewapens! Opmerking in het instructieboek van de officier (veldoefeiningen): denk aan het feit dat mortieren snel door de munitie heenraken en dat daardoor selectief gebruik moet worden gemaakt van hun vuursteun! Welnu, de mortier was HET wapen voor de Grebbeberg. Het feit dat onze mortieren slechts 800 granaten per vuurmond hadden, en dat er slechts 12 op de Berg aanwezig waren zegt voldoende!

Kortom, we kunnen vaststellen dat weinig officieren v.a. de rang van kapitein hun taak verstonden. Zijn ze daar op afgerekend? Ik geloof dat bijzonder weinig officieren zijn afgerekend op hun opzichtig of minder opzichtig falen. Ook de opperofficieren zijn massaal de dans ontsprongen. Maar deze kwamen niet terug in militaire dienst na de oorlog. De enige zuivering die echt plaatsvond was die van officieren die gedurende de bezetting zich in enige mate loyaal hadden opgesteld aan de vijand. Na de oorlog werden 805 officieren en onderofficieren ontslagen wegens voornoemde reden. Mij is geen cijfer bekend van militairen die wegens opzichtig falen gedurende de meidagen zijn ontslagen, al hoewel het er best enkele zullen zijn geweest (op basis van het oordeel van de Commissie Beoordeling Officieren Bezet Gebied). Feit is wel dat de informatie voorhanden beperkt was, en dat wat we nu weten toen geen algemene kennis was. Vooral het stafwerk van Van Nierstraz en Wilson is onderlegger geweest voor de enquetecommissie, en die commissie legde zich vooral toe op het hogere krijgsbeleid. Uitzonderingen worden gemaakt voor enkele gevallen van dubieus handelen bij diverse bruggen (zoals de brug bij Gennep, die bepalend was voor de snelle doorbraak bij Mill) en belangrijke slagen. De Grebbeberg wordt bijvoorbeeld redelijk detaillistisch behandeld. Maar het falen der kaders wordt erg in het algemene getrokken. Daar worden vragen gesteld aan beroepsofficieren over het functioneren van de reserve-officieren. Enigszins curieus. Het veldleger was echter voor 75% afhankelijk van reserveofficieren en onderofficieren, dus een vergelijk tussen beroeps en reservepersoneel gaat daarop al snel mank.

Mij is tenslotte niets bekend over krijgsgerechten tijdens de oorlog. Ik denk dat de Duitsers dit wel zouden hebben toegestaan. Men liet immers het leger en haar structuur in eerste instantie ook bestaan. Voorts is bekend dat in andere landen zoals Frankrijk wel krijgsraden zijn gehouden na de capitulatie en dat dit, inclusief executies, door de Duitsers werd toegestaan. Men kreeg zelfs wapens en munitie van hen om de executies uit te voeren.
» Deze reactie is geplaatst op 26 december 2003 13:53
Totaal berichten: 698
tja ...blijft moeilijk wie wel .wie niet ....op stand der gezagsgetrouwen ,boek van BEN KAAM ...VERKLAART OOK EEN HOOP ....IN DUITS NOEMEN ZE DAT SCHREIB TISCHE TATER ...achter de buro tafel iemand doden ,op het laatst konden ze de processen niet aan de gevangenissen raakte te vol dus ...maar afgedaan met een paar jaar zitten !!
» Deze reactie is geplaatst op 27 december 2003 13:49
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Rob, we praten niet over landverraders maar of functioneren van (onder)officieren in actieve dienst gedurende de meidagen. Dat heeft weinig tot niets uit te staan met straffen anders dan (on)eervol ontslag uit de militaire dienst, zoals enkelen is overkomen (bekend geval is de kapitein Zwarts, zoals Hajo al meldde).
» Deze reactie is geplaatst op 27 december 2003 14:21
Totaal berichten: 698
sorry ...ik wil hier iets aangeven dat sommige een mildere straf heeft ondergaan voor het zelfde vergrijp dan de ander ,dat heb ik er mee willen aangeven verder heb je gelijk ..dat dit niet het thema was
» Deze reactie is geplaatst op 27 december 2003 16:36
Totaal berichten: 40
Bedankt heren voor uw bijdrage / antwoord tot zover.

Ik heb me voorzichtig opgesteld met het kwalificeren van officieren
omdat door het lezenvan verslagen soms een verkeerde indruk verkregen kan worden en in aanmerking genomen het vele reserve personeel onder
de officieren. Ook het tekort aan officieren en daardoor (onterechte?)
bevoorderingen moeten een rol hebben gespeeld.
Ik kan me best vinden in uw redenatie's en denk dat we bewust moeten zijn van de geest van die tijd.
Zou e.e.a in deze tijd beoordeeld zijn ( met de kennis van nu ) zal
de conclusie vaak anders geweest zijn.
Wat mij verder opviel in verslagen was dat manschappen toch wel erg
opkeken tegen hun commandanten (kapt. xx was erg flink!) ongeacht hun prestatie's terwijl hogere of gelijke in rang een andere mening waren toegedaan . Blijkbaar werd er nog erg opgekeken tegen de notabelen van die tijd...
Ook kan ik me goed voorstellen de algemene opinie bij de bevolking , het waren immers "onze mannen " !!
Velen kaderleden moeten zich toch wel onbegrepen hebben gevonden of
tekort gedaan , waarschijnlijk zelf in de verondersyelling "het beste te hebben gegeven"
Ik las soms ook verontwaardiging : een Luit. die 6 jaar na de mobilisatie in een brief aan zijn commandant het verwijt liet horen
nog steeds zonder werk (onderwijzer) te zijn , en blijkbaar op een voorkeurs positie had gehoopt of verwacht ; "hij had immers aan den
oorlog deel genomen.."
» Deze reactie is geplaatst op 27 december 2003 17:15
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Ik denk dat de bevorderingen juist veel te traag verliepen. Als jij kijkt naar de leeftijd van veldcommandanten, luitenants en kapiteins, dan kun je vaststellen dat deze veel te oud waren. Een kapitein was niet zelden midden veertig, begin vijftig! Luitenant was je vaak tot eind twintig, begin dertig. Het nadeel hieraan is het minder energieke wat een "oudere man" heeft ten opzichte van een veel jongere man. Dit gold voor zowel beroeps als reservekader.

Daarnaast, u schetst het zelf al, was er in Nederland voor de oorlog nog een duidelijk gelaagde samenleving, zeg maar kastesysteem. Inderdaad was de officier vaak "een gentleman", een heer van stand, niet zelden ook in de burgermaatschappij. De afstand tussen de eenvoudige burger en de notabele was nog enorm groot, vooral buiten de grote stad.

Het fenomeen van "denken het beste te hebben gegeven" kan je in die tijdgeest plaatsen, maar ik denk dat het meer een Nederlandse karaktertrek is die vandaag de dag nog herkenbaar is. Wij hebben heel snel het gevoel "het beste te hebben gegeven". Het is mij opgevallen dat officieren die opzichtig faalden, ook deze indruk bij henzelf ontwikkelden van dit "beste hebben gegeven". Ik denk dat dat toen en nu onterecht was. Ook naar de maatstaven van toen presteerden zij vaak slecht, en dit is niet geheel en alleen te wijten aan gebrek aan opleiding en de tijdsgeest. Daarvoor zijn te veel voorbeelden van officieren en onderofficieren, alsmede minderen, die wel bijzonder aan hun plicht voldeden en meer dan dat. Ik denk dat juist het idee van de beschermde hoge maatschappelijke positie die officieren vaak hadden in het burgerleven hen het "mea culpa" ontnam of althans erg zwaar viel. Falen werd toen nog niet zo open toegegeven of open afgerekend als vandaag de dag.

Ik denk dat het grootste deel van het belangrijk falen van het kader lag in de selectiecriteria en de opleiding. De te automatische selectie op afkomst en opleiding voor het hoger kader is volkomen verkeerd geweest, verkeerd omdat wij in tegenstelling tot de Pruisen in hogere kringen veel minder militaire traditie kenden. In het Pruisische leger (de grote tegenstanders van Hitler in het begin, maar tevens de grootste strategen) bleek afkomst en kunde wel samen te kunnen. Echter, de militaire traditie ruimde in hun samenleving veel meer plaats in dan hier in den lande.

Wat tenslotte een rol heeft gespeeld denk ik, en wat aansluit op het eerdere standenverschil, is het feit dat de beroepsofficier vaak niet veel moest hebben van de reserve officier, en dat hoger kader slecht communiceerde met lager kader. Zo bleek tijdens de meidagen de volkomen omissie van kennis van het Duitse leger (toch al een jaar lang vrijwel zeker de tegenstander) bij het lagere officierskader, kende men niets van strategie ten aanzien van de landsverdediging en bleek een veel te apatische, eenzijdige communicatie met de hogere commandant. De eerste de beste ontsnapping die een bevel van hoger hand gaf om terug te trekken werd vaak aangegrepen. Een bevel als "als u het niet meer kunt houden, kunt u de troepen terugnemen" werd onmiddellijk omgezet in terugtrekken - omdat de interpretatie opeens bij de lagere commandant lag op basis van een bevel van hoger kan eenvoudiger worden gehandeld naar eigen inzicht. Landzaat stelde echter eenvoudig weg "achter de puinhopen stand houden". Terugtrekken werd daar dus verboden en maakte de kans op terugtrekken minder groot, omdat het bevel van boven geen ruimte daarvoor liet.

Al met al een lastige materie. Maar in welke tijdgeest we dit ook plaatsen, het gemiddeld optreden van het kader, op met name de Grebbeberg, was ondermaats. Dit kan toeval zijn geweest, omdat elders in het land juist onverschrokken optreden zulke enorme successen heeft uitgelokt. We zien dit overal waar is gevochten. Op de Grebbeberg lijkt echter met name door de compagnie-commandanten opzichtig te zijn gefaald. Dit heeft zonder enige twijfel effect gehad op de prestaties. Daarentegen hebben twee bataljonscommandanten uitzonderlijk gepresteerd ten aanzien van moed en trouw. Beleid vind ik een tweede, maar die discussie zal ik hier niet (her)openen. Beleid heeft mijns inziens in de gehele meioorlog vrijwel overal ontbroken, waarbij belkeid gemakshalve even wat breder is getrokken dan op onderdeelsniveau. Zoals ik eerder zei, de horizontale afstemming ontbrak vrijwel overal. Dat is iets wat wel met name tot training en oefening is terug te brengen. Ook toen al waren Nederlanders hokjesdenkers ...
» Deze reactie is geplaatst op 27 december 2003 17:48
Totaal berichten: 191
Vele van de hier vermelde zaken betreffen gemakkelijke, soms zelfs laffe kritiek, 'vanachter de comfortabele bureautafel', met de kennis van thans, zonder zich in de toen bestaande situatie in te leven. Ook de kritiek op de C Veldleger m.b.t. de verbindingen op de Grebbeberg is zeer onterecht. Dat die verbindingen en de middelen daartoe zeer onvoldoende waren, werd van hoog tot laag maar al te goed beseft.Er is bij herhaling op gewezen, zonder veel succes. Oorzaak: geen geld of te laat met bestellingen. Hetzelfde geldt voor b.v. schootsvelden, voorbereidingen van inundaties enz. Men moest echter gehoorzamen en trachten er het beste van te maken. De schuldigen dienen uitsluitend bij kortzichtige politici te worden gezocht. Het officierskorps als geheel heeft zich, gezien de omstandigheden, uitstekend gedragen, zeker in vergelijking met landen als Frankrijk, Belgie en Engeland. Naar verhouding had het Nederlandse officierskorps ook de meeste gesneuvelden. De nieuwe Blitzkriegtactiek, het meedogenloos optreden van de SS waren o.m.zaken die toen nog vrijwel onbekend waren en niet alleen ons verrasten. De afwezigheid van paragnostische gaven kan men moeilijk verwijtbaar maken. Het succes op het strategisch niet slim opgestelde Poolse leger leek verklaarbaar, de Fins-Russische oorlog scheen de kracht van de verdediging te bevestigen. Dat falen van commandanten (die hier soms geen middelen hadden om zich effectief in het gevecht te laten gelden)-zoals in elk leger- ook voorkwam wordt uiteraard niet ontkend. Het aantal van die gevallen was echter gering.
» Deze reactie is geplaatst op 28 december 2003 11:58
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Ik begrijp de reactie van overste Brongers heel goed. Vanzelfsprekend moeten we niet generaliseren, en het is helemaal juist dat evaluatie vanachter een vredig bureau (van iemand die geen oorlog heeft meegemaakt) eenvoudig is. Ik denk dat er altijd spanning zal blijven bestaan tussen meningen over het functioneren van het Nederlands Leger in de meidagen. Om dat heel objectief te meten is veel relativeringsvermogen nodig, veel inzicht en veel kennis. Daarbij een flinke dosis inlevingsvermogen in de tijd en cultuur van die dag.

Ik persoonlijk vind dat de commandant veldleger in enkele opzichten militair strategisch heeft gefaald - ik heb dit eerder gesteld. Dat de generaal zich met verve heeft ingezet op bepaalde momenten om zaken gedaan te krijgen erken ik onmiddellijk. Daarvan is voldoende bewijs. Ik vind echter dat er voor hem twee mogelijkheden waren geweest ten aanzien van de door politici gevolgde route. Mogelijkheid 1 was geweest zijn pet aan de wilgen hangen, mogelijkheid 2 te doen wat sommige lokale commandanten deden - eigen initiatief tonen. Zo was er een commandant die uit eigen middelen een telefooncentrale aanschafte, en er waren er die zonder goedkeuring schootsveld ruimingen verrichten. Als commandant van het veldleger, in de (naar eigen verklaring) wetenschap van het Duitse zwaartepunt van offensieve bewegingen richting Rhenen, en in de kennelijke wetenschap van strijdwijze volgens WOI praktijken, had deze commandant moeten EISEN dat zijn verbindingen op de Grebbeberg tenminste allen ondergronds hadden moeten liggen! Waarom:
- Het verbinden via bovengrondse, ja in bomen opgehangen, verbindingen is weten dat je verbindingen niet langer dan een paar minuten overleven
- Het leggen van verbindingen in ondiepe sleuven heeft nagenoeg hetzelfde effect als bovenstaand, maar als neveneffect dat a) het gebruikt kan worden als schuilplaats tegen infanteriewapens en b) het de mooiste routekaart is die een vijandelijke stormtroeper kan krijgen om hem te leiden naar de commandoposten van de tegenstander
- Het bovenstaande wegende is het dus onbegrijpelijk dat a) lijnen vrijwel alleen enkelvoudig (zonder redundantie) werden gelegd, b) dat vele commandoposten belachelijk ver van de te commanderen onderdelen aflagen (neem Van Rangelrooij die van zijn secties in het Hoornwerk was gescheiden door de Grift) en c) seinpistolen en lichtseinen vrijwel veen volledig omissie waren en d) dat de artillerie zo weinig vuren op eigen initiatief of op basis van vaste vuurplannen mocht en kon afgeven.

Daarbij is het mijns inziens onbegrijpelijk dat er:
- vrijwel geen mortieren bij de Grebbeberg aanwezig waren
- de Holle Weg, als belangrijkste toegang tot de Berg, en daarvoor het Sluisje, zo zwak verdedigd waren - dat de Holle Weg niet eens was ondermijnd of versperd of tenminste versterkt met een kazemat net voorbij de bocht.
- dat de C-Veldleger op 10 mei, in de wetenschap van de zwakte van de Yssellinie, en in de kennelijke wetenschap van Duitse plannen voor de hoofdaanval op de Grebbeberg, houwitsers en reserveonderdelen uit de rug van de Grebbelinie afstaat aan de Vesting Holland. Ondanks het feit dat de staf in Den Haag hem dit oplegde had hij dit apert moeten weigeren. De vraag is of hij dit met verve heeft gedaan.

Ten aanzien van de inudaties en de schootsveld verbeteringen of bijvoorbeeld de uitkijktoren in Ouwehand hoort u mij niet. Dat alles had inderdaad een politiek karakter en te maken met de Staat van Beleg/Oorlog zoals deze door politiek Den Haag was verordoneerd. Maar de commandant veldleger vrijpleiten van verantwoordelijkheid ten aanzien van de opstellingen van zijn troepen op het zwaartepunt van onze defensie vind ik veel te gemakkelijk. Dit kan ook generaal Harberts op zekere punten kwalijk worden genomen. Dat heeft ook niets met laf te maken - het is een droge constatering.

Tot zover over de commandant Veldleger.

Wat betreft de officieren op de Grebbeberg. Ik kan me niet voorstellen dat de heer Brongers een positief beeld heeft over het functioneren van de meeste van hen (vanaf de rang van kapitein). De meeste compagnie-commandanten faalden opzichtig, net als officieren als Van Marees van Swinderen, Van Apeldoorn, Voigt, Van Loon en vd Ploeg. Daar kan toch geen discussie over bestaan? En dat dit juist totaal niet in verhouding was kan ook niet worden gesteld: de verhouding falende / succesvolle officieren op de Grebbeberg was niet gunstig. Vanzelfsprekend telt de verzachtende omstandigheid voor velen het gebrek aan middelen, het gebrek aan training en het gebrek aan instructie. Desondanks bewezen bepaalde individuen dat met diezelfde omstandigheden men wel het uiterste kon geven. In dat opzicht is men wellicht te selectief geweest met onderscheidingen.

Het aantal gesneuvelde officieren was inderdaad hoog. Maar dat verklaart niets. Het ligt maar aan de wijze van strijden. Duitse officieren tot en met de rang van majoor moesten ook voorop gaan in de strijd, en ook zij verloren verhoudingsgewijs veel officieren. Bovendien was de Nederlandse officier een zeer herkenbaar soldaat door de grote onderscheidingstekens op het velduniform - een fijne prooi van sluip- en scherpschutters. Daarbij zegt het weinig over de prestaties. Sterker, we zien dat Nederlandse officieren veel te vaak taken op zich namen die subalternen op zich hadden moeten nemen, waardoor ze zich te vaak onnodig in het gevaar begaven. Tevens vind ik een vergelijking met de Fins-Russische oorlog volledig mank gaan. Ten eerste was het Finse leger veel beter bewapend en getraind, tegenover een uiterst zwak getraind en uitgerust Russisch leger. Daarbij waren de terrein en weersomstandigheden volledig anders. Ons open vlakke landje met als enige hindernissen de rivieren, kan toch niet worden vergeleken met Finland? Dat zou net zo iets zijn als Belgie vergelijken met Joegoslavie of zo! Appels met appels vergelijkend ben ik het overigens wel eens dat ons leger in die vijf dagen uitzonderlijk goede weerstand heeft gegeven. Ik ben daar ook bijzonder trots op. Maar ik ben de eerste te erkennen dat hier en daar opzichtig werd gefaald, dat het feit dat we drie dagen bij Rhenen standhielden meer te danken was aan het feit dat de Duitsers nogal omzichtig te werk gingen dan dat we nou zo'n stugge defensie opwierpen. Het aantal slachtoffers was ook veel te gering om een stugge defensie te bewijzen - we verloren veel mensen door eigen vuur of executies / oorlogsmisdaden door de SS. Als we verder nagaan dat de tegenaanval uit Achterberg alleen al 50 levens kostte dan blijven er weinig slachtoffers over die daadwerkelijk op de Berg vielen. Ook de lovende kritieken van de Duitsers, of hun verhalen over vele slachtoffers, waren wellicht toen begrijpelijk, maar gezien het feit dat het voor velen de vuurdoop was begrijpelijk. Ze zouden voor veel hetere vuren komen te staan.

Beste heer Brongers. Ik begrijp uw reactie heel goed, en die respecteer ik ook. Ik ben groot bewonderaar van uw werk, uw medewerking aan geinteresseerden met vragen en uw enorme drive om deze materie consumeerbaar te maken voor velen. Maar ik denk dat we op enkele punten fundamenteel anders denken of althans tot andere conclusies komen. Ik hoop dat u mij ook die ruimte wilt gunnen zonder dit te kwalificeren als "lafheid". Ik geloof niet dat lafheid in deze een wenselijke of gepaste kwalificatie is.
» Deze reactie is geplaatst op 28 december 2003 13:50
(redactie)
Totaal berichten: 629
Ik denk dat Allert gelijk heeft als hij stelt dat het relatief lange standhouden op de Grebbeberg niet in de laatste plaats de maken heeft gehad met ( in zijn totaliteit ) betrekkelijk voorzichtig opereren aan Duitse kant. De actie van Wackerle in de avond van 12 mei was in dit verband de uitzondering, niet de regel.
Aan Nederlandse kant is ( plaatselijk ) dapper tegenstand geboden, maar we moeten de talrijke rapporten en verslagen waarin we geconfronteerd worden met ( m.i absoluut niet geheel onbegrijpelijke ) wanorde en chaos niet negeren. Het laatste was weliswaar geen regel, maar zeker ook geen uitzondering. Je kunt beide kanten van de Grebbeslag met talloze voorbeelden staven.
» Deze reactie is geplaatst op 28 december 2003 17:39
Totaal berichten: 698
leuke discussie .het punt is het volgende ,dat het nederlandse leger geen schijn van kans heeft gehad, is nog niet zo zeer de bewapening ,is communnicatie ,in die dagen ,het was zo slecht ,ok de voorposten heeft dat de kop gekost ,bij de stop lijn ,wisten niet wat er bij de voorposten gaande was ,het was chaos ,tegen aanval ,was opportunischme ten top ,daar ze duitse sterkte niet wisten ,het heeft niks te maken met bewapening ,tanks waren er niet ,het meren deel van de duisers kwam ook te voet of met fiets ,
» Deze reactie is geplaatst op 29 december 2003 03:43
(redactie)
Totaal berichten: 629
Ik kom nog even terug op de bijdragen van overste Brongers en Allert Goossens. Natuurlijk is kritiek achteraf gemakkelijk. Toch mag je best constateren, dat de direct bij de Grebbeslag betrokken compagniescommandanen ( ik heb het hierbij niet over de tegenaanval op 13 mei ) niet sterk zijn opgetreden. Een compagniescommandant is nog in staat zijn mensen persoonlijk te kennen, ze leiding te geven en te inspireren.Ik heb over de Grebbe-episode zolangzamerhand alles gelezen wat er te lezen valt en moet in alle redelijkheid toch concluderen dat het daaraan op een enkele uitzondering na ( b.v kapitein Van Alewijk van 1 - 2 - 19RI en misschien kapitein vd Berg van 1 - 2 - 8RI ) heeft gemankeerd. Officieren als Collette, Van Rangelrooij, Gouda,Zwarts, Maas, Brittijn e.a hebben, zeker ook in de opvatting van hun ondergeschikten, niet of nauwelijks echt leiding gegeven. Natuurlijk blijft een mens een mens, waren de omstandigheden moeilijk en zullen ze op hun manier hun best wel hebben gedaan, maar het was in alle eerlijkheid, weinig.
» Deze reactie is geplaatst op 29 december 2003 12:49
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Rob, ik ben het grotendeels met je eens. Bewapening is een aspect dat in sommige opzichten relatief is. Het is wel een moraalwegend element. Vertrouwen hebben in de leiding, je stelling en je wapens verhoogt de moraal. Desalniettemin zou de Grebbeberg, indien het daadwerkelijk een sterke stelling was geweest, ook voor het Duitse leger vrijwel onneembaar zijn geweest. Dat had betekent dat er veel meer echte versterkingen hadden moeten zijn zoals kazematten en betonnen of stalen onderkomens en dat de diverse linies niet als cordonstellingen waren opgebouwd. Een cordonstelling met saillanten bijvoorbeeld is veel moeilijker te nemen. Een aanvaller ontvangt dan veel meer flankerend vuur, en dat bemoeilijkt het breken van een stelling. Daarbij waren de loopgraven zodanig aangelegd dat een zware bezetting onmogelijk was. Kortom, als een aanvaller dicht aan de linie kon komen en daar met enkele handgranaten een gat kon slaan dan was hij feitelijk door de linie heen. Dat is geen sterke stelling. Maar de Grebbeberg kende een groot voordeel: hij was bijzonder stijl aan de voet (aan de zijde van Wageningen). Echter onze beveiliging aan de voet, bij het Hoornwerk, was lachwekkend. Het feit dat het Hoornwerk de facto sneller viel dan de voorpostenstrook zegt alles. De waanzinnig slechte beveiliging en versterking van het Hoornwerk, en de totale omissie van bevelhebbers aldaar, is beslissend geweest voor het Duitse succes. Immers, de doorbraak bij Kruiponder zou afgegrendeld kunnen worden. De doorbraak bij de sluis niet! Nee, van ons verdedigingsplan aldaar klopte niets. Schootsvelden waren slecht, de voet van de Berg aldaar kende welgeteld twee kleine kazematten (een PAG bij het sluisje en een M20 kazemat net noordelijk van de overgang - S15). zMG kazematten stonden hoog op de Berg waardoor een schootsveld geen dieptedekking geeft maar een diagonale dekking (die heel lokaal is) en de Holle Weg was totaal niet beveiligd! Het Hoornwerk was een slappe verzameling zandversterkingen met drie kazematten waarvan 1 PAG kazemat. Verder was er geen eens een officier boven de rang van luitenant aanwezig en was het werk in drie saillanten opgedeeld. De munitievoorraad was klein, de verbindingen nul. Daarbij was het onbereikbaar voor het gros van de artillerie en was schootsveldruiming verboden geweest. Het Hoornwerk had bij uitstek een zwaar versterkt bastion moeten worden, met allerlei flankerende kazematten. Daarbij had het vanaf de Berg met tenminste vier, vijf secties mortieren moeten worden ondersteund. Gezien het open karakter had het voorts manschappenbunkers of betonnen versterkingen moeten hebben, zoals de Maginotlinie. De toegang van de Berg had simpelweg twee zeer zware kazematten moeten hebben op maaiveld niveau. Deze hadden dan de gehele toegang van de sluis kunnen dekken bij een mogelijke doorbraak bij het Hoornwerk. Bovendien waren deze bunkers voor vlakbaangeschut van zwaar kaliber amper bereikbaar geweest ivm de horizontale beveiliging door het hogere Hoornwerk. Tenslotte had dan de top van de Berg meerdere kazematten moeten hebben die de gehele overgang van de Grift konden beveiligen. Dit alles ontbrak ten ene malen. De toegang boven het Sluisjes, bij de Holle Weg, werd nota bene slechts door twee secties beveiligd! Een daarvan (onder smi Pas) was al vroeg verlaten. S15 was binnen no time uitgeschakeld - en voila, de toegang tot de Berg lag open! Dat had inderdaad weinig met bewapening uit te staan, maar veel meer met visie vooraf en alle andere elementen die we eerder aanhaalden.

Vanzelfsprekend speelt bewapening wel een rol in de zin van geschikt geschut, voldoende infanteriewapens en vooral ook de omissie van een ondersteunende luchtmacht. Dat laatste was natuurlijk te allen tijde onvoldoende geweest. Ook als we 100 vliegtuigen meer hadden gehad was hun bijdrage verwaarloosbaar geweest. De Fransen bezaten veel vliegtuigen, zeker daar ze ondersteund werden door een flinke hoeveelheid Engelse Hurricanes en Blenheims. Maar dat maakte niets uit. De Duitse strategie was veel beter. Je zag dat ook bij de tanks. De Duitsers hadden minder en vooral lichtere tanks dan de Fransen (de backbone van de Duitse speerpunt waren PZKW-1 en 2's, enkele 3 en 4's, alsmede enkele Tjechische modellen) maar wisten door geconcentreerde inzet een enorme wig te drijven tussen de geallieerde legers. Hieruit bleek dat strategie, instelling en opleiding in het moderne gevecht beslissender waren dan bewapening. De overmeestering van het fort Eben Emael was daar ook een voorbeeld van - een zwaar gepantserd en uitgerust fort wordt overrompeld door een handvol Duitsers met holle ladingen en een handvol mitrailleurs. De bewapening speelt een ondergeschikte rol - zolang de verschillen maar niet exhorbitant zijn. Welnu dat waren ze op de Grebbeberg niet. Wij hadden ook relatief veel geschut bij de Berg, wij hadden veldversterkingen en kazematten - zij niet, wij hadden het voordeel van de hoogte - zij niet. Alleen het luchtoverwicht en de hoeveelheid handgranaten zijn echt een belangrijke factor geweest ten aanzien van bewapening.
» Deze reactie is geplaatst op 29 december 2003 13:28
Totaal berichten: 191
De reacties op mijn laatste bericht geven geen aanleiding hier een ‘gebed zonder eind’ van te maken.
Voor geïnteresseerden zou de collegezaal met de mogelijkheid van discussies hier meer geschikt voor zijn. Toch wil ik voor het laatst nog in het kort op enkele punten ingaan. Ondanks de bewering van het tegendeel blijkt uit enkele reacties dat van een ‘inleving in tijd en cultuur’ geen sprake is. Het officierskorps was opgeleid met de toen gezaghebbende Franse doctrine. Hoewel onvoldoende middelen aanwezig waren voldeed de Grebbestelling daar min of meer aan. De door de Duitsers toegepaste Blitzkriegtactiek was in feite geniaal en verschilde sterk van de voorstelling van zaken die in vredestijd bestond op grond van de ervaringen in de 1e Wereldoorlog. Deze veroorzaakte verrassing, verwarring, soms chaos bij hun tegenstanders. Nogmaals: paragnostische gaven die bijtijds tot een juist antwoord hadden kunnen leiden bezaten wij niet. Nu weten wij het wel en is kritiek gemakkelijk, maar geenszins een inleving in tijd en cultuur.
Dat C-Veldleger kennelijk wist van Duitse hoofdaanval op de Grebbeberg is uit de lucht gegrepen. (Zie zijn verklaring m.b.t. vijandelijke mogelijkheden op pag p.81 ECR deel 1c); ondergronds leggen van telefoonlijnen was van regeringswege verboden; voor dupliceringen was geen of onvoldoende kabel beschikbaar; ongehoorzaamheid aan de opperbevelhebber in oorlogstijd was ondenkbaar en zou tot chaos leiden. Vergelijkingen met de Fins-Russische oorlog is zeker mogelijk en zelf geboden. Uiteraard uitsluitend m.b.t. het optreden; de ervaringen enz. In de Militaire Spectator werd daar in die tijd ook uitgebreid aandacht aan besteed.
Weinig kennis spreekt ook uit de bewering dat het Finse leger beter bewapend was. Het tegendeel was waar. Ik wil hier slechts citeren uit de brief die veldmaarschalk Mannerheim op 27 november, drie dagen voor het uitbreken van de Fins-Russische oorlog aan president Kallio schreef: Finland bezit zo goed als geen lucht- en pantserafweer. Een luchtmacht die slechts over 50 procent van het voorgeschreven aantal vliegtuigen beschikt en geen reservetoestellen bezit. Een pantserwapen dat deels over 30 verouderde en deels uit 30 nog onbewapende Vickers wagens beschikt (…) Een getalmatig uiterst zwakke artillerie.
Voorts had de artillerie een tekort aan munitie. De infanterie had een gebrek aan automatische wapens; dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door het Soumi-machinepistool. De pantserafweer bestond uit 37 mm vuurmonden; per bataljon twee stukken. Vooral het tekort aan draadloze verbindingsmiddelen heeft de Finnen parten gespeeld (zoals bij ons!). Bij het verbreken van de kabelverbindingen tijdens de zware artilleriebeschietingen door de Russen moesten vaak koeriers worden ingezet.
Ook een ‘zwak uitgerust Russisch leger’ is geheel in strijd met de feiten. De Sovjets begonnen hun actie tegen Finland met 450.000 man en 3000 tanks (O’Ballance, pag 126). De vuurkracht van hun divisies was driemaal zo groot als die van de Finse-. De tegen Finland ingezette luchtmacht telde 3000 toestellen.
De zware verliezen die de Sovjets desondanks in het begin van hun veldtocht leden, schenen een wonder. De belangrijkste oorzaak hiervan was het gebrek aan goede, op hoog niveau opgeleide officieren. Het communistisch regiem had bijna het gehele (Tsaristische) officierskorps vermoord. Hierdoor ontstonden toestanden die men b.v. in Afrika in de na-koloniale tijd ook wel aantrof, zoals het benoemen van –overig verdienstelijke- onderofficieren tot generaal. Het is de moeite waard om Liddell Hart’s ‘History of the Second World War’ hieromtrent te lezen.
Het steeds weer weerleggen van bepaalde beweringen en/of veronderstellingen m.b.t. personen die op beperkt bronnenonderzoek steunen is te tijdrovend en leidt vaak tot oeverloos heen- en weergepraat. Ik wil mij hiermee zeker niet hooghartig afsluiten en zal steeds bereid blijven om per email vragen (per keer liefst enkelvoudig) te blijven beantwoorden of van commentaar te voorzien.
» Deze reactie is geplaatst op 29 december 2003 17:04
Totaal berichten: 40
Tja , ik merk dat mijn vraag toch wel wat (door mij onbedoelde) reaktie's losmaken.
De discusie gaat nu hoofzakelijk over ONS oordeel over de oorlogsdagen en het funktioneren
van het leger.
Ik kan u verzekeren dat het geenzins mijn bedoeling was on ZELF een oordeel te vellen over het funktioner van officieren of dit ter discussie te stellen , hoewel zolang meningen respectvol bezien worden, daar ook niks mis mee is en het geen "welles - nietes" wordt.

Maar omdat ik zelf van na de oorlog ben en me wat moeilijk kan inleven in deze periode , wel erg verbaasd was dat er - ondanks het opheffen van de krijgsraden - er toch blijkbaar verantwoording af gelegd moest over KRIJGSVERICHTINGEN in oorlogtijd aan een BURGER RECHTBANK in de jaren '40 tot '42of'43 zoals Ltn v.Lingen schreef :

" De Krijgsraden waren door de Duitsers ontbonden, maar om lopende zaken af te handelen, werd een aantal militaire rechters ingedeeld op de Arrondissementsrechtbank te Den Haag. "

Daar lag mijn probleem en mijn opkomende vragen : Wat zijn dan lopende zaken ? Dat moeten er dan toch wel wat in aantal zijn als dat jaren in beslag neemt ? Wat was dat voor rechtspraak ? Gold nog het normaal ned. recht van voor de oorlog ? Kon dat wel onder bezetting van de Duitsers ? Welk belang werd gediend (nederland of duits belang ) ???? ect....

Maar ik merk dat het blijkbaar zo'n vaart niet liep en er gelukking geen gevallen bekend zijn waar het tot (onvoorwaardelijke) veroordeling is gekomen of onterechte nadelige gevolgen heeft gehad.

Mocht desondanks iemand nog weten of er wat meer over die rechtspraak gepubliceerd is, hoor ik dat graag...
» Deze reactie is geplaatst op 29 december 2003 18:14
Totaal berichten: 698
even reactie op de bijdragen van de heer brongers ,citaat van duitse soldaat bij het begin van russland feldzug ::wij trokken binnen eerste dagen dat we op rukten ging voorspoedig ,maar dit was een tegenstander die wij niet eerder hadden mee gemaakt ,bij omsingeling gaven ze zich niet ,ze lieten ze zich dood slaan in hun vesting,dan overgeven ,we wisten gelijk dit is een andere oorlog die wij tot nu toe hebben meegemaakt ,d duitsers hadden met hun aanval altijd te zelfde formule ..in russland ,...na verloop van tijd kreeg de iwan die onder de knie ,in leger leiding beter is geworden is de vraag ,er zijn siberiese troepen terug gehaald bij de slag om moskou .en stalingrad ,heeft het moraal goed gedaan ,de nederlaag was koerks 1943 ...eigenlijk was de slag onbeslist ...maar duitsers waren door hun reserves heen ,kort sammengevat
» Deze reactie is geplaatst op 29 december 2003 19:04
Totaal berichten: 191
Aan de heer Angenent: U heeft natuurlijk gelijk. Overigens ziet men bij tal van berichten reacties die steeds meer van het onderwerp afdwalen,die vervolgens weer door anderen worden becommentarieerd. Kennelijk is er behoefte aan iemand die dit in de hand houdt.
Uw vraag omtrent de rechtspraak kan ik helaas onvoldoende beantwoorden; ik heb op dat gebied slechts weinig gegevens. Na de oorlog zijn er diverse zaken van vermeend falen onderzocht. In veel gevallen leidde dit tot vrijspraak bij gebrek aan hard bewijs. Ook is het voorgekomen dat verzachtende omstandigheden niet tot een straf, maar tot verwijdering uit het korps leidde. Bij het IMG (Instituur voor Militaire Gesachiedenis)heb ik e.e.a. wel eens aangetroffen, doch er geen speciaal onderzoek naar verricht. Mogelijk kan men U daar -of bij de Militair Juridische Dienst- verder helpen.
» Deze reactie is geplaatst op 29 december 2003 21:57
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Ik ben wat van mijn apropos. Ik geloof dat de hier gevoerde discussie prima aansluit op de vraag, zij het dat het wellicht een zijspoor betreft. Maar dat kan alleen maar leerzaam zijn.

Ten aanzien van de Fins-Russische oorlog toch nog een korte bijdrage. Het Russische leger in Finland was erbarmelijk uitgerust. De opmerking van overste Brongers verward mij. Zij beschikten niet over winterkleding, hadden geen ski's (de Finnen hadden perfect getrainde en uitgerust skitroepen) en waren vrijwel ongetraind en - hadden vaak slechts een geweer per twee man. Een fenomeen overigens dat tot de winter van 1942 voortduurde. Daarbij mochten de Russen van hun commandanten niet van de grote wegen af, en waren de Finnen daardoor in staat een soort guerilla oorlog te voeren, met handige hinderlagen en uitvalsbases. Artillerie was van veel minder importantie dan in Nederland vanwege het landschap, dat sterk glooiend was, en de vorst en sneeuw die uitwerking sterk verminderden. De Finnen konden wel tot het eind beschikken over een luchtmacht, en wisten de eerste oorlog de facto te winnen. Sterker nog, de Finnen vielen bases in Rusland aan met hun luchtmacht. Zegt dit misschien iets over de kwaliteit van het Russische leger? De uitrusting van de Finnen was, voor de aard van de te voeren oorlog, adequater dan de Nederlandse uitrusting voor de oorlog alhier. Hun opleiding was het zeker, terwijl hun tegenstander ver inferieur was (relatief) in training en uitrusting. Appels met appels zei ik al.

Over de Grebbelinie, en het feit dat de commandant veldleger wist van de bijna aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van de aanval bij het door hem zo genoemde Grebbeacces, citeer ik (ECR p. 81): "In de Grebbelinie waren er ten slotte drie punten waar verwacht werd dat de vijand zou aanvallen, nl. voor Amersfoort, op de Emmikhuizerberg tussen Veenendaal en Renswoude en in het Grebbeberg acces." Ofwel, c-veldleger wist dat bij deze drie punten de kans erg groot was. De staf (Den Haag en Veldleger) was er zelfs bijna van overtuigd dat het Rhenen werd omdat daar de afstand met Duitsland het kleinst was. Mijn vraag is dus nu (heel brutaal) welke bronnen overste Brongers gebruikt om het tegendeel aan te tonen. Mijn bronnen zijn Wilson en van Voorst tot Voorst zelf. Dichterbij de haard kun je niet zitten dunkt me! Maar het is maar hoe je het lezen wil.

Over de verbindingen kan men zich verschuilen achter instructies als zou het verboden zijn verbindingen in de grond te brengen of in stalen buizen, maar dat is bezijden het punt. Zelfs tijdens de verhoren in 1946-1948 bleek dat de hogere commandanten zich nog afvroegen hoe het toch kwam dat de verbindingen zo slecht waren tijdens de meidagen. Kortom - men besefte toen nog niet eens wat de status van die verbindingen was gedurende de strijd! Uit alles in de enqueteverslagen blijkt dat de daadwerkelijke tactische en strategische inzichten van de hogere veldcommandanten (Van V t V / Harberts) veel te wensen over liet. Harberts en Van Voorts stellen zelfs dat ze veel hadden gelezen van de Franse en Duitse school, maar brachten er weinig van in praktijk. Hun directe ondergeschikten trouwens ook. Ik vind het van een goedkope retoriek spreken als de schuld 100% bij de politiek wordt neergelegd, sterker noch, als de politiek 100% schuldig was, en deze kennis breed leefde, dan vraag ik me af hoe bepaalde bevelhebbers de opdrachten van de regering tot actief verzet van het leger konden aanvaarden - had het dan niet in de reden gelegen slechts ter handhaving van de neutrale status slechts een militaire facade op te houden? Het Deense model had dan moeten worden gevolgd. Nee, het is typisch iets voor militairen de politiek van alles de schuld te geven, maar als de eerste kogel wordt verschoten is het woord aan de bevelhebbers. En die hebben hier en daar opzichtig gefaald. Het is te makkelijk te stellen dat achteraf de waarheid prediken goedkoop is. Een deel van die waarheid was ook op 10-15 mei zichtbaar, en in de prelude. Feit is ook dat de Grebbeberg op 10 mei 1940 verre van klaar was voor een fel en effectief verzet. De Franse doctrine waar men zich op beriep, en waarin vele generaals en kolonels (en Dijxhoorn zelf) waren getraind, werd niet eens toegepast. De Grebbeberg en haar stellingen waren in geen enkel opzicht berekend op een aanval op WOI doctrine gebaseerd. Men had geen grote voorraden, met had geen bomvrije onderkomens, men had onvoldoende automatische wapens, onvoldoende bezetting, verre van voldoende (beveiligde) verbindingen en vooral onvoldoende artilleriestrategie. Kortom, men had met de (op WOI gestoelde doctrine van) verwachting van massale aanvallen en massale langdurige beschietingen totaal geen rekening gehouden in relatie tot de inrichting van het bolwerk. Is dat alleen politici te verwijten? Nee, dunkt me! Deels absoluut, maar de militaire zaken waren ook niet voor mekaar. Korte schets:

- Grote uitwisseling van militairen- militairen die het stellingengebied kenden werden geruild met Grensbataljons en v.v.
- Voorraden munitie, resreveonderdelen en wapenolie alsmede fourage en water waren ver beneden peil - soms afwezig - ook bij MC's
- Verbindingen waren schaars, enkelvoudig, open en bloot en in bomen opgehangen
- Commandoposten lagen soms mijlen van hun onderdelen. Voorbeelden te over, zoals Van Rangelrooij (met het Hoornwerk), Landzaat (met het Hoornwerk), Jacometti (met zijn voorste compagnie).
- Verbindingsloopgraven ontbraken, waren onaf, of waren 50 cm diep
- 16MC uitgerust met Vickers MG's wordt geplaatst bij kazematten met een Schwarzlose affuit
- Het Hoornwerk had geen commandant voor het geheel, was vrijwel onversterkt (met beton en staal), had zijn munitiedepot nota bene in de stoplijn, en had een minimale voorraad munitie, handgranaten en fourage.
- Seinpistolen, kijkers en lichtsignalen waren vrijwel volledig afwezig. Deze waren wel deels voorradig, de officieren vaak niet eens ingelicht in de materie
- Het enige draadloze verbindingsapparaat in de voorposten had een lege accu!

Zo kunnen we dagen doorgaan. Is dat allemaal de politiek verwijtbaar? Neen, het is ook wel degelijk de verantwoordelijkheid van het leger zelf, de commandanten ter plaatse en de commandant veldleger. Natuurlijk - zonder enig voorbehoud - was de wetgeving zoals verordoneerd slecht inpasbaar in de crisissituatie van toen, was de bewapening slecht en de training slecht. Een groot deel hiervan ligt in handen politici die decennia lang predikten en beleden volgens de doctrine van ontwapenen en anti-militairisme. Maar daarmee de verantwoordelijkheid voor sommige zaken als slechte verbindingen volledig leggen bij de politiek is een "faut pas". Goedkoop, oneerlijk en de militaire eer onwaardig! Daarbij mijns inziens dusdanig defaitistisch dat op basis van het oordeel dat de politiek alle schuld draagt ik onze militaire bevelhebbers schuldig zou achten aan zinloos opofferen van onze militairen en Rotterdam. Maar ik ben die mening niet toegedaan. Ik denk dat strijden een goede keuze was, maar ondanks het feit dat ik bijzonder veel trots voel voor (grosso modo) de prestaties van onze leger in de meidagen, ben ik wel zo nuchter grote en kleine fouten van onze legerleiding en officieren niet op te hangen aan louter politiek beleid van de dertig jaar daarvoor!

Excuus voor mijn emoties in deze. Maar ik kan er slecht tegen als een gefundeerde mening, onderbouwd met feiten, wordt afgedaan als lafhartig, goedkoop (in de trant van "Il faut juger les ecrits d'apres leur temps") of gestoeld op beperkte bronnenbestudering. Nee, ze zijn grotendeels gebaseerd op dezelfde bronnenbestudering alleen met een (naar mijn mening) zo min mogelijke vooringenomenheid - de basis voor verantwoord historisch onderzoek. Overigens - laat ik dat met klem stellen - niet bewerend dat ik het gelijk aan mijn zijde heb. Ik ben altijd bereid me te laten overtuigen met feiten, bronnen of bewijzen die mij onbekend zijn of welke ik verkeerd zou interpreteren. Maar bepaalde kwalificaties binnen dit forum en binnen dit discussieonderwerp gepleegd, vind ik denegrerend en getuigen van weinig respect voor afwijkende mening. Dat vind ik bijzonder jammer ...
» Deze reactie is geplaatst op 30 december 2003 02:00
(redactie)
Totaal berichten: 629
Dat Van Voorst tot Voorst van mening was dat een Duitse doorstoot via de Grebbeberg het meest waarschijnlijk was, blijkt uit wat hij stelt op blz. 420 ( ECR, 1C ). Ik citeer: " De commandant van de 4e divisie en de commandant van het 2e legercorps hebben steeds de vijand onderschat. Ik niet. Ik heb juist altijd gezegd in mijn staf: de Duitsers vallen aan over de Grebbe, de kortste lijn van de grens over Arnhem naar Utrecht." Hij baseerde dit op de Duitse doorstoot naar Lemberg in de oorlog tegen Polen. Ook daar was sprake geweest van een recht toe - rechtaan stoot, dwars door alles heen.
Hij vertelt ook nog dat hij het daarom had aangedurfd om de commandant van de 2e divisie ( Barbas ) en 2 regimentscommandanten tijdelijk ( dit slaat op zijn plannen voor de tegenaanval, die door Harberts uiteindelijk werden " geannuleerd " ) uit hun vak te halen. Hij voorvoelde dat waar zij zaten ( bij Veenendaal ) geen aanval van betekenis zou komen.
De betekenis die hij aan de Grebbeberg hechtte komt ook naar voren in zijn verdedigingsbevel van September 1939: " Houdt de beheersende Grebbebeg onder alle omstandigheden , richt deze naar alle zijden ter verdediging in, houdt tot het laatst stand op dat belangrijke punt, dat behouden moet worden. "

Tenslotte dit: inderdaad zijn we intussen ver verwijderd geraakt van het oorspronkelijke discussieonderwerp. Voor dat laatste onderwerp schoot op een bepaald moment de kennis tekort. Wanneer er dan via een zijspoor toch zo'n levendige nieuwe discussie ontstaat is dat toch alleen maar goed? Zolang het respect maar blijft overheersen.
» Deze reactie is geplaatst op 30 december 2003 10:08
(redactie)
Totaal berichten: 629
Aanvulling.
Dat Van Voorst WIST dat de hoofdstoot van de Duitsers bij de Grebbeberg zou komen gaat te ver. Dat hij een heel sterk vermoeden had is echter vrij waarschijnlijk.
» Deze reactie is geplaatst op 30 december 2003 10:13
Totaal berichten: 191
Heer Goossens: Het spijt mij dat U emotioneel wordt. Ik juich Uw interesse toe en wil U zeker niet persoonlijk kwetsen. Wellicht is misverstand en 'Historikerstreit' te voorkomen door allereerst en buiten deze site gehoor te geven aan mijn aanbod voor een persoonlijke emailcorrespondentie over de omstreden schuldvraag (We hebben dit al eerder met succes gedaan m.b.t. Jacometti). Dat voorkomt misschien ongewenste gevoeligheden en veel heen- en weergepraat. Overigens hoort deze discussie onder de vraag van de heer Angenent niet thuis en ik wil die hier ook niet meer voortzetten. Persoonlijk ben ik benieuwd naar Uw bronnen m.b.t. de wederzijdse sterkte in de Winteroorlog. Die van mij berusten op practisch alle Engelstalige en Duitstalige boeken m.b.t. de Fins-Russische oorlog en op verschillende eindstudies van cadetten uit de tijd van mijn docentschap strategie en militaire geschiedenis aan de KMA. Tegengestelde meningen intrigeren mij daarom bijzonder. Ik wens U een gelukkig en historisch-vruchtbaar 2004 toe!
» Deze reactie is geplaatst op 30 december 2003 10:27
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Heer Brongers, ik wil graag buiten dit forum om met u discussieren c.q. van gedachten wisselen over historische "feiten". Maar dergelijke discussies zijn ook leerzaam en interessant voor derden. Daarom vind ik dit soort zaken, die niet over vermiste personen gaan of over andere strikt persoonlijke zaken (of bronnen), juist goed passen op dit forum. Maar vanzelfsprekend ben ik bereid u te repliceren buiten dit forum om. Ik zal u binnenkort dan ook inzage geven in mijn bronnen met betrekking tot Finland.

Dat ik emotioneel raakte heeft vooral te maken met het feit dat het erop lijkt dat verschil van interpretatie en inzicht soms niet in de bandbreedte van de discussie lijkt te passen. Dat betreur ik. Ik denk dat zeker ten aanzien van de Nederlandse strijd (waarover ik, op de Groene Serie na, vrijwel alles bezit wat er over is geschreven) we een heel eind samen kunnen optrekken. Vanzelfsprekend was mijn militaire opleiding een stuk beperkter dan die van u - desondanks durf ik de stelling aan dat als je met enige aanleg voor militaire strategie en tactiek de bronnen bestudeert, je een heel eind mee kan in de discussie. Dat dit niet noodzakelijkerwijs resulteert in een parallelle gevolgtrekking moet dan, ja zal dan, tot de mogelijkheden (kunnen) behoren.

Mijn idee is altijd geweest dat u, in reactie op de soms wel erg zwarte kijk van met name De Jong, een sterke rehabiliterende rol op u hebt genomen ten aanzien van het functioneren van ons militair apparaat gedurende de meidagen. Met veel genoegen neem ik dan ook telkens kennis van uw geschriften. Deze kenmerken zich door een sterke focus op onze successen, en een niet onvoordelige analytische balans ten aanzien van onze prestaties. Daarvoor heb ik veel respect. Ik ben echter van een nuchter beslag gebakken, en vind het van belang ook een analyse voor mezelf te kunnen maken van de zwaktepunten. Persoonlijk vind ik dat u daar nog wel eens de mantel der liefde draagt, terwijl ik een andere dress-code prevaleer. Geschiedenis bij uitstek is een vakgebied of interessegebied met een onderschatte lading. Zoals Churchill zei "een volk wat zijn geschiedenis niet kent, heeft geen toekomst". Desondanks, of misschien moet ik zeggen daarom, is juist geschiedenis een onderwerp van manipulatie en mutilatie ten faveure van nationale trots, patriotisme en politiek. Als u een gemiddeld Engels geschiedenisboek openslaat ten aanzien van hun krijgsverleden dan komen de heldendaden je tegemoet, en worden feiten zo verdraaid of gemanipuleerd dat alles op het positieve conto van de Engelsen moet worden geschreven. De echte purist, de echte liefhebber van de naakte feiten (bestaan die - is de vraag), is vaak overgeleverd aan bronnenstudie. En zelfs bronnen kunnen leiden onder contaminaties, kruisbestuiving en vervuilingen. Bovendien is het autoriteiten op bepaalde vakgebieden of specialismen, die niets menselijks vreemd zijn, vergeven dat zij door jarenlange specialisatie lijden aan een zekere vorm van vooringenomenheid of regressiedenken vanuit een prejudicie of zelfgevormde conclusie. En terugredeneren vanuit een prejudicie levert zelden een objectief beeld op. Dat dit alles leidt tot een verminderde perceptie voor nieuwe invalshoeken of ander denken is dan ook (vaak) evident. Desondanks denk ik dat het de primus inter pares der historici is die juist open en receptief staan/zijn tegenover die nieuwe c.q. andere analyse op basis van de feiten en bronnen. Daarbij discrimineer ik even de absolute definitie van "een feit" of "een bron", want ook daar kan met regelmaat een groot vraagteken bij worden gesteld. Want in hoeverre is een bron en feit, of een feit een (betrouwbare) bron? Een verslag van een krijgshandeling is immers ook een subjectief gegeven. We zagen al aan de discussie over Jacometti zijn tegenaanval hoe divergerend de diverse verslagen zijn ten aanzien van route en plaats van handelen. Dat geldt voor veel meer gebeurtenissen. Neem de affaire luitenant Verberne, de onderscheiden held, die als ware hij een beroemd pitcher de Duitsers met handgranaten op afstand hield en een halve compagnie liet ontsnappen - elders wordt hij echter vermeld als de doorgedraaide officier die een vermeend Duits sprekende collega-soldaat neerschiet. Om (oneerbiedig) af te sluiten kunnen we wellicht de eigentijdse DJ en entertainer Henk Westbroek citeren: "wat is waar?"
» Deze reactie is geplaatst op 30 december 2003 13:56
» Dit onderwerp is gesloten
2554