Discussiegroep

Onderwerp: Verslag kapitein Dewez

» Dit onderwerp is gesloten
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
2.280 keer gelezen
3 reacties
Categorie: Slag om de Grebbeberg en Betuwestelling / Gevechten en gevechtsomstandigheden
Het recent geplaatste verslag van reserve kapitein Dewez (2-I-11RI) is - als het volledig op waarheid berust - een aanwinst. Het schept over een aantal zaken een ontnuchterend beeld.

Het begint al met (dit was al bekend) het bizarre gedrag van de BC majoor vd Ploeg. We kwamen deze man al tegen in de verslagen van Verbern en Franssen. Deze majoor blijkt volkomen ongeschikt voor zijn rol, en het beeld wat wordt geschetst van de door hem gecommendeerde eenheid is deerniswekkend.

Vervolgens schept het verslag een onthutsend beeld over de gang van zaken rond de opdracht die I-11RI kreeg om de stoplijn te versterken (?). Naar verluid was de kapitein Dewez totaal niet op de hoogte van het feit dat hij en zijn mannen de stoplijn moesten bezetten - maar waren zij in de veronderstelling een aanvalsstoot te moeten ontwikkelen. Die stoot zou dan dus achter de mannen van 3-I-8RI plaatsvinden die minuten voor aankomst van 2-I-11RI naar voren waren gegaan. Over de aankomst in de stoplijn zegt hij dat hij verbouwereerd vaststelde dat die niet bezet was! Niet vreemd dus dat de vanuit het westen aankomende mannen van 11RI op 3-I-8RI schoten in de veronderstelling dat de Duitsers hen aanvielen!

Dan zien we hoe ontzettend chaotisch het zuidelijk deel van de stoplijn wordt verdedigd - of althans - hoe die verdediging is georganiseerd. Kapitein Brittijn - toch al een toonbeeld van passiviteit en volkomen ongeschiktheid voor het vak - blijkt ook uit het verhaal van Dewez een zielig hoopje commandant. Dewez constateert in de nacht van 12 op 13 mei dat een flink deel van de stoplijn (hij spreekt over 100 meter - de breedte van een sectie) volkomen onbezet is. Brittijn zit met alle mannen om zich heen verzameld in zijn CP ... Hajo heeft al eens opgemerkt dat Brongers over dit fenomeen veel te weinig uitwijdt in zijn boek. De stoplijn is vrijwel zeker de nacht van 12 op 13 mei rond de Grebbeweg maar fragmentarisch bezet geweest. En dat is dus de stoplijn - de laatste hardnekkig verdedigde linie! Hieruit wordt helemaal duidelijk hoe volkomen chaotisch en structuurloos de verdediging van de Grebbeberg gebeurde na 12 mei. Je vraagt je in deze af - en daarbij "rehabiliteer" ik Hajo dus in relatie tot onze discussie over Landzaat recent op dit forum, in welke mate Landzaat de "poor qualities" van Brittijn heeft vastgesteld gedurende de meidagen. He trieste feit is namelijk dat Brittijn als enige kapitein (als enige boven de rang van luitenant) ten zuiden van de Grebbeweg zat. In hoeverre heeft Landzaat gemerkt / kunnen merken hoe enorm zwak deze commadant en daarmee deze vleugel was? Je zou inderdaad (Hajo) kunnen afvragen in hoeverre Landzaat dit had kunnen weten en of het dan verstandig was een tegenaanval door die incompetente commandant te laten doen. Of sluit het een (het laatste) het ander (het eerste) uit? En wist Landzaat dus echt niet hoe onthutsend zwak Brittijn was?

Dan geeft Dewez een nuchter verslag van Landzaat in de laatste uren voor en tijdens de slag rond de Bat.CP. Eerst het nuchtere en korte reageren van Landzaat op Verberne die "arrestant" Franssen komt brengen, vervolgens de beschrijving van het feit dat Franssen een "nerves break-down" heeft en het heel nuchtere haast machinale gedrag van Landzaat tijdens de verdediging van het paviljoen. Landzaat die niet meer reageert op een opmerking dat "ze nog wel terug kunnen". Hieruit blijkt zo duidelijk (zo voel ik dat) de vermoeidheid bij de majoor over het slappe gedrag van veel officieren om hem heen. Een officier huilend in de hoek, een ander die hem uitnodigt terug te trekken. Typerend hier ook - als je als lezer enige afstand neemt - het plaatje van enerzijds de besliste en zekere Landzaat en anderzijds de beschrijving van zijn kapiteins en luitenanten die vrijwel allen falen of typisch panisch gedrag vertonen ...

Het is een uiterst boeiend verslag van Dewez!
http://www.grebbeberg.nl/bibliotheek/data/rap00586.html
» Dit bericht is geplaatst op 26 september 2004 13:18
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Het niet op de hoogte zijn van de taak gold voor het hele ( overigens onvolledige )bataljon ( III - 11 RI ). Kapitein Franssen, die optrad ten Noorden van de Grebbeweg, meende daar immers aan luitenant vd Boom te moeten vragen of hij de draadversperring voor de stelling moest/mocht wegknippen, wat ook leek te wijzen op een aanvallende intentie (althans zo op het eerste gezicht, want dat veranderde nogal vlot ).

Over het absoluut ongeschikt zijn van kapitein Brittijn als compagniescommandant zijn we het absoluut eens. Landzaat had daar misschien inderdaad rekening mee moeten houden. Ik heb dat ook al een eerdere bijdrage gesuggereerd.
Anderzijds was die incompetentie tijdens de mobilisatietijd misschien nog niet zo duidelijk, de meerwaarde van een officier blijkt immers pas goed in geval van nood en gevaar.En dit was voor Brittijn de eerste echte krachtproef. Nu ( en dan pas echt vanaf de 12e mei ) werden beslissingen van hem gevraagd en daarin schoot hij schromelijk tekort.Landzaat had dit misschien moeten voorzien, maar heeft daar waarschijnlijk toch maar weinig echte mogelijkheden voor gehad.Mogelijk werd hij op die 12e mei pas serieus met de gebreken van Brittijn geconfronteerd. Vraag is of je hem dat mag aanrekenen.
Misschien wel, misschien niet of niet zo erg. Mij is in elk geval geen uitgesproken mening van Landzaat over Brittijn bekend.

We mogen daarbij trouwens absoluut NIET vergeten ( en niet iedereen zal dat weten ) dat Brittijn tijdens de oorlog is omgebracht door de Duitsers vanwege zijn verzetswerk. Hij heeft zich in elk geval gerevancheerd voor zijn gebrek aan leiderschap in de meidagen.
» Deze reactie is geplaatst op 26 september 2004 23:40
Allert Goossens
Hajo - het laatste punt wat je aanraakt is zeker van groot belang. Wij beoordelen veel officieren en manschappen op het functioneren tijdens hun voordoop en vlak daarna. Tevens wegen de factoren als oververmoeidheid en gebrek aan training bij een evaluatie over zo'n korte periode belangrijk mee. Deze militairen kregen geen tweede kans doordat de strijd zo snel was afgelopen.

Officieren van Duitse en geallieerde zijde, zeker de hogere of de doorgewinterde onderofficieren, hadden vaak al ervaring in WOI opgedaan of tijdens de veldtocht in Polen. Onze militairen waren zo groen als gras. We kunnen dus alleen maar oordelen over het primaire functioneren van onze militairen. Als we dat doen dat zijn er toch opvallende zaken. We hebben al eens geconstateerd dat vrijwel iedere compagniescommandant faalde, wat op zich opvallend is. Net zo opvallend vind ik het dat op diverse slagvelden in Nederland tijdens de meidagen een aantal bataljonscommandanten juist blijk gaf van sterke initiatieven, inzichten en leiderschap. Blijkbaar was er dus veel aandacht voor de geschiktheid van een bataljonscommandant bij diens bevordering vanuit de rang kapitein. Overigens waren natuurlijk veel bataljonscommandanten beroepsmilitairen, terwijl het leeuwendeel van de compagniescommandanten reserve-officier was. Zonder verder de kaderselectie als onderwerp van dit "topic" te maken, was het natuurlijk zo dat de officier in ons vooroorlogse leger vooral uit de hogere kaste werd geselecteerd. Afkomst en opleiding prevaleerden boven geschiktheid en kunde.

In mijn vraagstelling wat Landzaat had moeten of heeft kunnen weten over Brittijn's geschiktheid suggereerde ik al een beperking. Ik gaf impliciet aan dat ik vermoed dat Landzaat de matige leidinggevende kwaliteiten van Brittijn niet tijdens de meidagen kon vaststellen. Tijdens de meidagen zei ik, want in vredestijd kan je dit niet goed doen.

Het is overigens niet verbazingwekkend dat Brittijn - en andere militairen - zich later onderscheidden in het verzet. De vuurdoop doopt een militair echt. In principe is de vuurdoop vaak het meest angstige moment in het leven van de militair. De wetenschap dat met scherp op je wordt geschoten, de herrie, de stank, de confrontatie met dood en verminking - het hele plaatje. Daarna "valt alles in principe mee". Ik zet dit tussen haakjes omdat dit vanzelfsprekend erg gerelativeerd is gesteld. De militair die drie dagen veldslag meemaakt vindt vermoedelijk de verzetsstrijd soms mentaal minder zwaar dan de gewone burger die voor de keuze komt te staan om wel of niet verzet te gaan plegen. De doodsangst is de gevuurdoopte militair immers al eigen (geweest). In die zin vond ik een zinsnede uit "Band of Brothers" enorm sprekend. De in die serie nogal robuuste luitenant Pierce zegt daar tegen de volledig blokkerende soldaat Blight (iets met de strekking van) "only after the fact that a soldier has accepted the fact that he's already dead, he can start functioning as a real soldier". Ofwel, pas nadat een soldaat in zijn vuurdoopmoment accepteert dat de dood al met hem meereist, kan hij gaan functioneren als volwaardig soldaat. Brittijn zal - vermoed ik - dat rustmoment hebben gevonden na de meidagen...
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2004 01:13
(redactie)
Totaal berichten: 846
Dewez zat, zoals eerder aangegeven, in de Raad van Verzet, ook hij was dus tijdens de oorlogsjaren actief in het verzet.

Over Brittijn is al eens eerder iets gemeld in dit forum: http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=forum_discussiegroep&item=1212&group=1&view=all
» Deze reactie is geplaatst op 27 september 2004 07:55
» Dit onderwerp is gesloten
2554