Discussiegroep

Onderwerp: executie van militairen

» Dit onderwerp is gesloten
Totaal berichten: 133
3.971 keer gelezen
21 reacties
Categorie: Overig Mei 1940
Ik ben benieuwd of er enige documentatie bestaat over het executeren van soldaten gedurende de Meidagen. Niet Sgt Meijer, dat weten we wel.
Er zij bv in Rotterdam 2 Duitse soldaten geexecuteerd. Het is voorgekomen ( ook op de Grebbenberg zoals overste Brongers al heeft opgemerkt, zijn Nederlanders geexecuteerd). Maar is dat ook aan Nederlandse kant gebeurd? Behalve dan in Rotterdam?
» Dit bericht is geplaatst op 9 december 2004 22:47
(redactie)
Totaal berichten: 846
Eric,

Er is een aantal jaren geleden een artikel gepubliceerd in het blad Terugblik van de Documentatiegroep 1940-45 over executies van Nederlandse militairen tijdens de meidagen van 1940. Het betreft hier nog een behoorlijk aantal (10+). Als je interesse erin hebt zal ik het je toesturen.
» Deze reactie is geplaatst op 10 december 2004 08:18
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Afgezien van de door Eric beschreven executie in Rotterdam (overigens " "spontaan " uitgevoerd door enkele Nederlandse militairen als gevolg van het bombardement op Rotterdam/ een 3e Duitser overleefde deze schietpartij ) heb ik geen andere gevallen van bewust neerschieten van Duitse krijgsgevangenen kunnen vinden.
Een enkele keer heeft het weinig gescheeld, zoals tijdens het gevecht op 12 mei bij Achterveld, toen Nederlandse Huzaren ( overigens tegen het uitdrukkelijke bevel van hun ritmeester - de bij dit gevecht gesneuvelde De Vries - in ) op het punt hebben gestaan Duitse krijgsgevangenen neer te schieten, maar op het laatste moment daarvan hebben afgezien op grond van menselijkheid.
( bron: Huzaar Kooistra van 4- I RH ) ).
Wel zijn er door Nederlandse militairen niet als militairen herkenbare Duitsers geexecuteerd, zoals b.v tijdens ( 10 mei ) de strijd om de brug bij Malden aan het Maas-Waalkanaal.
Ook zijn er ( in elk geval met de Duitsers sympathiserende ) "burgers " neergeschoten op 12 mei tijdens de gevechten in de buurt van het NS-station van Dordrecht.
» Deze reactie is geplaatst op 10 december 2004 11:16
Totaal berichten: 133
Rutger, bedankt voor het aanbod. Ik heb je een E-mail gestuurd.

De derde Duitser overleefde inderdaad de executie. Beide Nederlandse militairen hebben nooit enige moeite gedaan om het hele geval te ontkennen. Ze hebben altijd grif toegegeven deze executie te hebben uitgevoerd wat toch merkwaardig is. Overigens heeft de hoofdcommissaris van politie Einthoven ( oprichter van de Nederlandse Unie) wel een twijfelachtige rol gespeeld bij het onderzoek naar dit incident..
» Deze reactie is geplaatst op 10 december 2004 16:41
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Voor geinteresseerden: op grond van de getuigenis van deze overlevende Duitser werden de (2) Nederlandse militairen ( pas veel LATER overigens ) veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf, een voor die tijd opvallend lage straf. De preciese rol van Einthoven ken ik niet. Misschien kan Eric dat nog wat toelichten?
» Deze reactie is geplaatst op 10 december 2004 16:54
Totaal berichten: 133
De overlevende Duitser, Gefreiter Edmund Glade, is na de schietpartij naar een ziekenhuis vervoerd en heeft een dag later een verklaring afgelegd.
Burgemeester Oud werd gesommeerd om bij Generaal Hoffman te komen en heeft van Oud geeist een onderzoek in te stellen. Einthoven heeft dit aanvaard en binnen 7 maanden waren beide Nederlanders gevonden. Einthoven heeft het een "erezaak" genoemd (in zijn verhoor door de Zuiveringscommissie) om beide militairen op te sporen, in tegenstelling tot zijn collega's (waaronder Bontebal) die voorgesteld hadden om het onderzoek eindeloos lang te rekken. Einthoven heeft er alles aan gedaan om beide militairen te vinden ondanks protesten van collega's. Zelfs nadat hij het politie korps had verlaten, heeft hij vele malen geinformeerd naar de voortgang van het onderzoek. Ook is hem altijd kwalijk genomen dat hij de opdracht heeft aanvaard terwijl het geen civiele zaak was.
Einthoven heeft voor de Zuiveringscommissie gezegd dat hij geen reden tot weigering zag omdat dit een laffe daad was die niet getolereerd kon worden. Zijn houding heeft 2 officiele klachten tegen hem opgeleverd....
» Deze reactie is geplaatst op 10 december 2004 17:18
(redactie)
Totaal berichten: 846
Het beloofde artikel uit Terugblik:

==================
NOG MEER EXECUTIES TIJDENS DE MEIDAGEN VAN 1940 ZEVENTIEN GEVALLEN, WAARIN MILITAIREN EN/OF BURGERS ZONDER VORM VAN PROCES ZIJN DOODGESCHOTEN.

door Mart Nijpes

1. INLEIDING
Met grote interesse heb ik het artikel gelezen van de heer E. van de Pol over de "zaak van sergeant Meyer", een en ander naar aanleiding van een documentaire uitgezonden op 28 december 1997. Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken hierop een aanvulling te geven over een onderwerp, waarover tot nog toeweinig bekend is geworden, n.l. dat in de meidagen van 1940 in totaal 17 gevallen van executie hebben plaats gevonden zonder vorm van proces.
Vastgesteld is, dat in vrijwel alle gevallen, waarin de vermoedelijke dader bekend was, destijds een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld. In een aantal gevallen is ook een veroordeling uitgesproken.

2. BERECHTING VAN MILITAIRE STRAFZAKEN NA MEI 1940

Na de bezetting van ons land heeft de Nederlandse militaire justitie nog enige tijd haar werkzaamheden kunnen voortzetten. Er waren toen krijgsraden voor de Landmacht te 's-Gravenhage en Utrecht, terwijl ook de krijgsraad voor de Zeemacht en het Hoog Militair Gerechtshof functioneerden. Op last van de Duitse bezetter werden deze colleges met ingang van 20 oktober 1940 ontbonden.
Na deze datum is de behandeling van de bij de toenmalige organen van de militaire justitie aanhangige strafzaken - voor zover misdrijven - overgenomen door de arrondissementsrechtbank te Den Haag.
Een groot aantal van de strafzaken (ruim 1300 van de 1800) is toen echter geseponeerd. De militaire strafzaken, die voor de rechtbank in Den Haag verder zijn vervolgd, zijn berecht door een aparte militaire kamer. Toen in de loop van 1941 de zgn. Vrederechtspraak werd ingesteld, heeft ook het Vredegerechtshof te Den Haag, verschillende militaire strafzaken behandeld. Dit laatste was o.a. het geval, wanneer militairen indertijd tegen NSB'ers waren opgetreden en deze of hun familieleden zich hierover hadden beklaagd. Ingevolge opdracht van de Duitse autoriteiten is de berechting van strafzaken tegen Nederlandse militairen na 31 december 1942 gestaakt. Na de bevrijding van ons land was er aanvankelijk geen bevoegde rechter om de militaire strafzaken van het "oude leger" alsnog te berechten. Het in 1940 gegeven ontslag aan de leden van het Hoog Militair Gerechtshof en de krijgsraden bleef echter gehandhaafd, waardoor deze colleges niet konden functioneren. Het Hoog Militair Gerechtshof is pas op 2 november 1946 opnieuw geïnstalleerd.
Het is toen niet meer gekomen tot een verdere vervolging in nog niet afgedane militaire strafzaken uit het begin van de oorlogsjaren. Bovendien was een onderzoek in het archief van het Gerechtshof en dat van de arrondissementsrechtbank te Den Haag na de oorlog niet meer mogelijk, doordat die archieven evenals dat van het Vredegerechtshof, bij het grote bombardement van het Bezuidenhout en het Korte Voorhout op 3 maart 1945 verloren zijn gegaan.

3. OVERZICHT VAN DE 17 GEVALLEN, WAARIN MILITAIREN EN/OF BURGERS ZONDER VORM VAN PROCES ZIJN DOODGESCHOTEN.

3.1. BREDA (12 mei 1940)
Een sergeant-majoor heeft twee in burger geklede militairen op de binnenplaats van het hoofdbureau van politie te Breda door een wachtmeester, aan wie hij daartoe uitdrukkelijk bevel had gegeven, doen fusilleren. De sergeant-majoor had een afschrikwekkend voorbeeld willen stellen, aangezien de beide soldaten door hem als deserteur waren gevat. Uit het onderzoek bleek, dat de identiteit van de wachtmeester, die de schoten had gelost, niet was vast te stellen. De commissie die moest adviseren, was eenstemmig van mening, dat de sereant-majoor toen datgene heeft gedaan, wat men onder de gegeven omstandigheden van een, de verantwoording dragend militair, een flink soldaat en een goed vaderlander, mocht verwachten.
De commissie adviseerde met klem de beklaagde niet te doen terechtstaan.
De sergeant-majoor heeft na de oorlog nog enige jaren gediend. Zijn politieke gezindheid tijdens de oorlogsjaren was goed geweest; voorts had hij voor de "Binnenlandse Strijdkrachten" verdienstelijk werk verricht.

3.2. MOORDRECHT (14 mei 1940)
In de veronderstelling een Duitse parachutist voor zich te hebben, heeft een eerste luitenant een dienstplichtig soldaat doodgeschoten. De luitenant gaf een aantal redenen op voor zijn daad, o.a. dat de soldaat niet in uniform was gekleed maar in een blauwe (militair) overall. De militaire justitie is in juni 1940 met het onderzoek tegen de luitenant begonnen. De verwijzing naar de krijgsraad had op 17 juli 1940 plaats. De luitenant heeft vervolgens op 18 februari 1942 voor de arrondissementsrechtbank in Den Haag terecht gestaan. Daar werd hij wegens doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden. Tegen dit vonnis is door de luitenant hoger beroep ingesteld. Dat schijnt echter niet door het Gerechtshof te zijn behandeld, omdat de luitenant intussen in krijgsgevangenschap was afgevoerd.
Na de oorlog is de behandeling van deze strafzaak niet voortgezet, omdat ook hier het strafdossier bij het bombardement van het Korte Voorhout op 3 maart 1945 is verloren gegaan.
De luitenant is na de oorlog weer in militaire dienst getreden en is later als luitenant-kolonel gepensioneerd.

3.3. VIANEN (15 mei 1940)
In de ochtend van 15 mei 1940 hebben 2 officieren, (een res.-kapitein en een res.-1e luitenant) een vaandrig van een ander legeronderdeel, die in burgerkleren werd aangetroffen, door een vuurpeloton doen fusilleren. Ten tijde van de fusillering was de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten al een feit.
Het nieuws daarvan was echter in de stelling van beide officieren nog niet bekend. Na overleg met de wnd. Secretaris-Generaal van het departement van Justitie, is in juni 1941 besloten, dat een strafvervolging tegen beide officieren beter achterwege kon blijven. De NSB Procureur-Generaal van Genechten meende, dat zij beiden "onder de gegeven omstandigheden gedaan hebben wat zij als goed vaderlander behoorden te doen."

3.4. ZIJPE (15 mei 1940)
Een majoor-machinist van de Koninklijke Marine, opvarende van Hr. Ms. "Hydra", bereikte, nadat dit schip op het Zijpe door vijandelijk artillerievuur buiten gevecht was gesteld, in de duisternis zwemmend de Schouwense wal. Toen de marineman, gekleed in donkerblauwe broek en blauw-wit gestreept baadje aan land was gekomen, werd hij onmiddellijk naar de bevelvoerende officier, een res.-kapitein, van de aan de dijk gelegerde bewakingscompagnie, gebracht.
Deze heeft hem enkele vragen gesteld en vervolgens neergeschoten, hetzij door hem zelf, hetzij door een van zijn ondergeschikten in de veronderstelling met een Duitser of een spion te maken te hebben. Tegen de kapitein is een strafvervolging ingesteld wegens doodslag. De arrondissementsrechtbank in Den Haag sprak hem echter op 7 oktober 1942 vrij. De reserve-kapitein is in 1944 wegens zijn verzetsactiviteiten door de Duitsers gefusilleerd.

3.5. DURGERDAM (13 mei 1940)
Een kapitein der mariniers, die in de waanvoorstelling verkeerde door zijn commandant te worden neergeschoten, wanneer hij hem niet voor was, verwondde deze meerdere levensgevaarlijk met een schot uit zijn dienstpistool.
Vervolgens schoot hij nog twee burgers dood voordat hij kon worden aangehouden en ontwapend. (Zie ook dr. L. de Jong, deel 3, mei 1940).
De rechtbank in Den Haag heeft de aan de kapitein ten laste gelegde feiten bewezen verklaard, maar achtte hem niet strafbaar op grond van de ziekelijke storing van zijn "geestvermogens". (Vonnis van 10 juni 1941).
Het gaat hier om kapt. ter zee N.A. Rost van Tonningen, Commandant Maritiem Middelen Amsterdam (CMMA).
Opm.: Was sinds 1 juli 1936 tevens adjudant in buitengewone dienst van H.M. de Koningin.

3.6. SLIEDRECHT (14 mei 1940)
Een in de oorlogsdagen gegroeid wantrouwen tegen de kantonnementscommandant (it.-kol. J.A. Mussert, geb. 1880) te Dordrecht, leidde er toe dat deze door een reserve-luitenant werd doodgeschoten, toen hij zich verzette tegen zijn arrestatie door die luitenant en een reserve-kapitein. Het Vredegerechtshof heeft op 28 april 1942 de kapitein en de eerste luitenant wegens feitelijke insubordinatie in tijd van oorlog, veroordeeld tot respectievelijk tien en twintig jaar. (zie ook De Jong deel 3, mei 1940).
De eerste luitenant was A.J. Kruithof, geb. 1914.

3.7. GREBBELINIE - RHENEN (12 mei 1940)
Een dienstplichtig soldaat, die met enkele andere soldaten onder leiding van een sergeant, opdracht had vluchtende militairen naar het front terug te sturen, is op zijn post door een onbekende officier doodgeschoten. De militaire autoriteiten hebben de zaak in het najaar van 1940 onderzocht. Dit gebeurde nadat tegen een bepaalde officier door een mede-officier, die zelf van lafheid en het niet opvolgen van een dienstbevel was beschuldigd, beschuldigingen waren ingebracht. De officier in kwestie heeft de tegen hem geuite beschuldigingen ontkend. Het onderzoek schijnt daarna te zijn gestaakt.

3.8. WONSSTELLING-FRIESLAND (11 mei 1940)
Een reserve-kapitein, die bij de Wonsstelling in Makkum dienst deed, liet een sergeant-majoor bij zich komen in verband met klachten over onnodig vuur afgeven. De sergeant-majoor bleek overspannen en oververmoeid te zijn. Hij vertrouwde niemand en iedereen in het terrein beschouwde hij als vijand. Kort daarop schoot hij een burger en een militair neer, terwijl hij tevens op een tweede militair vuurde.
De sergeant-majoor bleek krankzinnig te zijn en moest neergelegd worden, aldus de reserve-kapitein. Het blijkt niet dat in deze zaak een onderzoek is ingesteld.

3.9. SEROOSKERKE (13 mei 1940)
Een adjudant onderofficier-administrateur, die was ingekwartierd bij een inwoner van Serooskerke, is bij deze woning 's nachts doodgeschoten. Een Nederlandse patrouille had de in de woning verblijvende militairen gesommeerd ongewapend naar buiten te komen om zich te legitimeren.
De adjudant zou niet aan dit bevel gevolg hebben gegeven, maar zijn weggelopen, waarna op hem werd geschoten. Zijn lijk werd pas de volgende ochtend op een vijftigtal meter van de woning gevonden.
Op verzoek van de familie is in 1940 naar de toedracht van het gebeurde door de politie een onderzoek ingesteld. De identiteit van de militairen, die aan de patrouille hadden deelgenomen, kon echter niet meer worden vastgesteld. Het onderzoek is daarna gestaakt.

3.10. WALCHEREN (13114 mei 1940)
Tijdens een mars van een Nederlandse miltaire colonne in het nachtelijk duister van Middelburg naar Serooskerke vielen schoten, waarvan aanvankelijk werd verondersteld dat zij waren gelost door Duitse parachutisten. In de daarop ontstane verwarring namen militairen van de colonne elkaar onder vuur en daarbij kwam de kapitein, die de colonne commandeerde, om het leven. Een commissie van onderzoek, die reeds de volgende dag werd ingesteld, kon in deze zaak geen klaarheid brengen. Het blijkt niet dat nog een nader onderzoek is gehouden, hoewel daar in het najaar van 1940 wel door de auditeur-militair om is gevraagd.
Opmerking: Op Walcheren is in die dagen ook een schijnexecutie gehouden.
Een soldaat die op 14 mei in Middelburg op wacht stond, had tegen de orders in een sigaar aangenomen van een burger. Toen dit bij de kapitein werd gerapporteerd, deelde deze mede dat hij daarvoor de kogel verdiende. De kapitein liet vervolgens een vuurpeloton aantreden. De soldaat moest met zijn rug naar het vuurpeloton gaan staan, waarna op last van de kapitein over zijn hoofd werd geschoten.
De kapitein heeft daarna aan het adres van de soldaat, die geheel overstuur was, nog enkele vermanende woorden gericht. Deze schijnexecutie heeft niet tot een strafzaak geleid.

3.11. AMSTERDAM (12 mei 1940)
Bij een transport van geïnterneerde burgers, leden of aanhangers van de NSB, was aan de geïnterneerden medegedeeld, dat zij niet mochten roken, spreken of van hun plaats opstaan. Toen de onverlichte trein, het was al uren donker, het Centraal Station van Amsterdam naderde, ontstond er verwarring, omdat enkele geïnterneerden zich niet aan hun verboden hielden. Daarop hebben enkele dienstplichtige soldaten, die met de bewaking waren belast, gevuurd, waardoor onder de geïnterneerden vier doden vielen. (Zie ook De Jong, deel 3, mei 1940) De officier die de leiding had bij het transport, een res.-kapitein, heeft terecht gestaan voor "dood door schuld" tengevolge van het geven van een onjuiste order en het houden van onvoldoende toezicht. Hij is echter zowel door de arrondissementsrechtbank als door het Vredegerechtshof in Den Haag vrijgesproken.

3.12. DORDRECHT (12 mei 1940)
Een luitenant-kolonel heeft te Dordrecht opdracht gegeven twee burgers (broers van elkaar) te fusilleren, nadat zij bij zijn commandopost waren gebracht, omdat vanuit hun huis op Nederlandse militairen zou zijn geschoten. Op één van de arrestanten was een lidmaatschapskaart van de NSB en een aanstelling tot kringleider aangetroffen. Het bevel tot de executie is zonder nader onderzoek door de luitenant-kolonel gegeven, nadat hij vernomen had dat het NSB'ers waren die uit het huis zijn gehaald waaruit was geschoten. De arrestanten zijn niet door de luitenant-kolonel ondervraagd, alvorens hij aan twee militairen bevel gaf hen neer te schieten. Aan dit bevel is terstond gevolg gegeven. (Zie ook De Jong, deel 3, mei 1940).
Het Vredegerechtshof heeft de luitenant-kolonel op 21 april 1942 tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens doodslag. De twee gefusilleerden waren de gebroeders "Dijk". De luitenant-kolonel was de commandant van het 2e Regiment Wielrijders (it.-kol. Mijsberg geb. 1883).

3.13. DEN HAAG (13 mei 1940)
Nadat een burger gemeld had dat in een woning in de Haagse wijk "Marlot" zich Duitse parachutisten zouden bevinden, besloot een res.-ritmeester ter plaatse een onderzoek in te stellen. Hij liet zich daarbij vergezellen door enkele passerende militairen onder bevel van een dienstplichtig wachtmeester. In het aangewezen perceel werd niets verdachts geconstateerd, waarna een aangrenzende woning werd omsingeld om daar huiszoeking te verrichten.
Nadat was aangebeld, zou de bewoner die open deed, niet snel genoeg aan het bevel de handen omhoog te steken gevolg hebben gegeven, waarna de wachtmeester en vervolgens de ritmeester op hem schoten. Het slachtoffer was een gepensioneerd officier van het KNIL en bezweek de volgende dag aan zijn verwondingen. De Krijgsraad voor de Landmacht te Den Haag heeft de ritmeester op 7 augustus 1940 veroordeeld tot een maand gevangenisstraf ter zake van mishandeling. De wachtmeester werd vrijgesproken.

3.14. KESSEL, gem. Lith (10 mei 1940)
Een op verdenking van spionage ingesloten burger-lid van de NSB werd door een res.-kapitein op het gemeentehuis in Kessel, waar de arrestant zich bevond, neergeschoten. De rechtbank in Den Haag heeft de kapitein op 20 juni 1941 tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens "dood door schuld". Nadien is in deze zaak nog een vonnis gewezen door het Vredegerechtshof, dat de res.-kapitein op 23 december 1941 veroordeelde tot vijf jaar gevangenisstraf wegens doodslag.

3.15. ROTTERDAM (12 mei 1940)
Een res.-eerste luitenant heeft, nadat op de onder zijn bevel staande colonne vrachtauto's werd gevuurd, twee burgers gearresteerd en aan een tweetal agenten overgedragen. Terwijl deze hun arrestanten te voet overbrachten naar een politiebureau, ontstond er een oploop. Eén van de arrestanten haalde daarbij zijn handen van zijn rug en omdat hij reeds eerder was gewaarschuwd dit niet te doen, werd door de agenten op hem geschoten.
Tengevolge hiervan is hij korte tijd later in een ziekenhuis overleden. (Zie ook De Jong, deel 3, mei 1940)
De agent die het dodelijk schot gelost zou hebben, is zowel door de rechtbank in Rotterdam als door het Gerechtshof in Den Haag vrijgesproken van het hem ten laste gelegde "dood door schuld". Eerder genoemde luitenant zou nadien nog door het Vredegerechtshof zijn gedagvaard.
Hoe deze strafzaak is afgelopen kon niet meer uit de archieven worden achterhaald.

3.16. WASSENAAR (13 mei 1940)
Een res.-kapitein was belast om huiszoeking te doen bij NSB'ers te Wassenaar en verdachte personen over te brengen naar het politiebureau. Hij schoot een burger dood die het bevel de handen in de hoogte te houden, onvoldoende zou hebben opgevolgd. (Zie ook De Jong, deel 3, mei 1940). De rechtbank in Den Haag heeft de officier op 29 mei 1941 tot een gevangenisstraf van twee maanden veroordeeld wegens doodslag. Daarna heeft het Vredegerechtshof deze zaak opnieuw berecht en een gevangenisstraf van acht jaar opgelegd.

3.17. ROTTERDAM (11 mei 1940)
Een onderluitenant van het KNIL had opdracht de omgeving van de Stationsweg in Rotterdam te beveiligen tegen eventuele Duitse troepen. Hij had, volgens zijn zeggen, aan de bewoners van dat stadsgedeelte opdracht gegeven zich niet voor de ramen of op straat te vertonen. In een bepaald huis, waarvan de hoofdbewoner een NSB'er was, werd dit bevel niet opgevolgd en zou hij met het geweer van één van zijn ondergeschikten ongericht vuur hebben afgegeven. Daardoor werd een zich in dat huis bevindende jongeman gedood. In de loop van de dag is een andere burger in de deuropening van zijn woning door deze onderluitenant door het been geschoten. Blijkens het in deze zaak strafrechtelijk r ingestelde onderzoek, heeft de broer van het dodelijk getroffen slachtoffer, die bij de schietpartij aanwezig was, verklaard dat noch hij noch zijn broer iets af wist van een waarschuwing zich niet voor de ramen te vertonen. Wegens de grote verwarring, die in die dagen in Rotterdam had geheerst, stelde de familie van het slachtoffer geen prijs op een nader onderzoek. De onderluitenant is na de oorlog onderscheiden wegens zijn moedig gedrag bij Overschie op 13 mei 1940.

SLOTOPMERKING.
Uit het bovenstaande blijkt dat ik slechts in enkele gevallen de namen van de militairen c.q. de slachtoffers heb vermeld. Als één van de lezers aanvullende gegevens heeft, hou ik mij aanbevolen. Geraadpleegde literatuur:
- Diverse delen van de zgn. "Groene serie".
- Naam- en ranglijst der officieren en reserve officieren van het Koninklijke Nederlandse Leger 1940 109e jaargang.
J. Noorduyn en Zoon M.V-1940 Gorinchem (620 blz).
- De Jong, deel 3, mei 1940.
- Brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal van de Ministers van Defensie en van Justitie, d.d. 20 november 1970. - Privé archief.

PS.
Voor vonnissen van de rechtbank en het Vredegerechtshof kunt u ook raadplegen:
Het Militair Rechterlijk Tijdschrift: nr. 36 - 1940 blz. 431 tot 440
nr. 37 - 1941/1942 blz. 398 tot 430
nr. 38 - 1942 blz. 27 t/m 51 (geval lt.-kol. Mussert)
==================
» Deze reactie is geplaatst op 10 december 2004 18:48
(redactie)
Totaal berichten: 846
Helaas ontbreken dus de namen. Bij 3.7. GREBBELINIE - RHENEN kan ik wel met enige zekerheid stellen dat hier de soldaat Hilberdink bedoeld wordt die, volgens beschuldiging van Kapitein Franssen (11 R.I.), door Luitenant Verberne van 11 R.I. zou zijn doodgeschoten. Dit is ook terug te vinden in het rapport van Kapitein Franssen.

Daarnaast is er ook minstens 1 executie van een militair (naam Diederiks?) in de Betuwe bekend.
» Deze reactie is geplaatst op 10 december 2004 18:51
Allert Goossens
Dat zijn er dan weer een paar meer, alhoewel een groot deel van deze lijst onder "normale gevallen van (front of oorlogs) neurose" kan worden geschaard. We praten in vrijwel alle gevallen van burgers of eigen militairen die werden neergeschoten of standrechterlijke ge-executeerd. Een aantal zaken is overbekend, een aantal (voor mij) nieuw.

Het geval 3.5 is wat verwarrend beschreven. Degene die neergeschoten werd (en het overleefde) was de ktz Rost van Tonningen, broer van. De wijze waarop het hier is opgeschreven zou bijna suggereren dat ktz Rost van Tonningen de schoten loste.

De titel van het stuk vind ik overigens misleidend. Het gaat in lang niet alle gevallen om executies, maar in veel gevallen om moord of (vermeend) legitiem dodelijk geweld. Een executie is immers een terechtstelling, en slechts enkele gevallen van de 17 benoemde voorvallen waren terechtstellingen.
» Deze reactie is geplaatst op 10 december 2004 20:51
Epi
Het artikel over 17 executies (of moord zoals je wilt) wat Rutger hier geplaatst heeft is al eens eerder ter sprake geweest in een prive discussie met Allert over de executie van Meyer. Mijn genoemde en ondertussen bijgewerkte artikel over de sergeant Meijer documentaire gemaakt door Hofland (VPRO) zal binnenkort op deze site geplaatst worden.
Misschien niet helemaal op zijn plaats hier maar er zijn natuurlijk veel meer Nederlandse soldaten door eigen vuur gevallen zoals in iedere oorlog. Denk aan de Nederlandse soldaten als schild voor een Duitse aanval, Nederlandse tegenstoten die vanuit de loopgraven beschoten werden doordat men niet op de hoogte was gebracht , ordonans(en) die het wachtwoord even niet wist en de groep Gelderman bij het viaduct.
» Deze reactie is geplaatst op 11 december 2004 11:41
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Het vraagteken van Rutger bij de naam Diederiks ( het geval van de in de Betuwe geexecuteerde militair ) kan wel weg.Hij is absoluut de " D " waarover de tot dezelfde compagnie behorende luitenant Pel ( 3 - I - 44 RI ) het in zijn rapport heeft.
Overste Brongers brengt deze kwestie ter sprake in Grebbelnie 1940 en vermeldt daarbij dat " D " nog voor de Duitsers arriveerden, maar na de capitulatie, standrechtelijk is geexecuteerd.

De kapitein, die 10 jaar kreeg in verband met de kwestie - Mussert, was Bom ( I - 2 RW ).

De tamelijk talrijke gevallen van " gesneuveld door eigen vuur " zijn in het kader van dit onderwerp inderdaad niet op hun plaats ( Epi ).
De " kwestie - Gelderman " komt daar nog het dichtst bij, maar zelfs daar plaats ik grote vraagtekens.
» Deze reactie is geplaatst op 11 december 2004 13:39
Totaal berichten: 21
3.8. WONSSTELLING-FRIESLAND (11 mei 1940)
Zeer trieste gebeurtenis :
De Kapt. was de Cie. command van 3-1-33RI res.kapt. Mars.
De soldaat die werd neergeschoten was soldaat Boomsma en
heeft het overleefd ondanks dat hij door 5 kogels werd getroffen.
De bewuste Sgt.Maj. moet dan wel Bauke Jong geweest zijn. ?

Dhr Brongers beschrijft dit trieste voorval op pag. 97 van
"Afsluitdijk 1940"
» Deze reactie is geplaatst op 11 december 2004 14:37
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Volgens de kaderlijst " Stelling Den Helder " niet 3- I - 33 RI, maar 2 - I - 33 RI. De rest is correct.
» Deze reactie is geplaatst op 11 december 2004 15:55
Totaal berichten: 133
Het ging mij ook om executies. Hr Groenman heeft gelijk. Het "Gelderman" incident staat daar buiten. Dat kun je absoluut niet zien als een executie.
Kijkende naar de lijst valt het mij op dat er dus bijna geen Duitsers zijn geexecuteerd. Ik heb het dan over herkenbare militairen. Behalve dan in Rotterdam. En het geval "Poolse krijgsgevangenen". Maar daar zet ik maar 25 vraagtekens achter.....
» Deze reactie is geplaatst op 12 december 2004 21:27
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Eric, de meeste gevallen zijn inderdaad geen executies. Zoals ik al eerder zei, een executie is een terechtstelling; het eenvoudig neerschieten van mensen, al dan niet door noodweer, al dan niet vanuit een functionele overweging (vluchten, gevaar), is geen executie. Er staan veel zaken in de lijst die gewoon onder moord geschaard kunnen worden of neurose van de schutters in kwestie.

Eigen vuur hoort er inderdaad niet bij. In iedere oorlog vallen slachtoffers door eigen vuur. Ook de Duitsers hebben op tal van plekken slachtoffers gekend door eigen vuur. Daarbij is het geval van Gelderman natuurlijk wel wat afwijkend, maar het valt beslist niet onder executie.

Het geval van de Duitsers die in Rotterdam werden neergeschoten is ook geen executie maar moord. Hoe begrijpelijk ook de reactie n.a.v. het bombardement, het is moord. Executie mag alleen als titel worden gevoerd als er sprake is van uitvoering (letterlijk: executie) van een vonnis, of dat er een rechtsgrond is om iemand zonder vorm van proces te doden, zoals dat met franc tireurs zou mogen (w.o. militairen die zich ten bate van hun missie in andere dan hun eigen landsuniform verkleden of in burger).

Het is mij overigens niet bekend in welke mate de Duitsers eigen militairen hebben veroordeeld die in de meidagen zonder geldige reden Nederlandse militairen of burgers hebben gedood.
» Deze reactie is geplaatst op 12 december 2004 22:02
Totaal berichten: 191
Als aanvulling op de gegevens m.b.t. executies:
Op last van een Duits officier werd op 12 mei 1940 te St.Joachimsmoer (naar men zegt wegens plundering) gefusilleerd: Unteroffizier Richard Hoffmann van 3/Panzer Pionier Bataillon 86 (behorend bij de 9e Pantserdivisie)geboren 2.3.1915 te Bielowe. Hij werd op dezelfde dag begraven op de R.K.begraafplaats 'De Moer'' te Loon op Zand; later overgebracht naar de begraafplaats Vredehof te Tilburg en tenslotte in juli 1954 herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn, graf CQ-67.
Voorts werden na de capitulatie de volgende Duitse militairen, die voor de 10e mei naar Nederland (Hoek van Holland) waren gevlucht, op last van de Duitsers nog in mei 1940 wegens desertie ter dood veroordeeld en gefusilleerd: Leutnant Emil Hammerschmidt, Soldat Wilhelm Friedrich König, Oberschütze Erich Schwabe en Soldat Hermann Bieler. Meer bijzonderheden hieromtrent zijn vermeld in het in 2000 verschenen boek "Oorlog rond Hoek van Holland 10-20 mei 1940" van (o.M.) Hans Onderwater.
» Deze reactie is geplaatst op 15 december 2004 11:09
Totaal berichten: 70
Als het onderstaande bericht juist zou zijn is er op 10 mei 1940 in Culemborg een Duitse vlieger doodgeschoten door Nederlandse militairen.

Is daarover iets bekend?

Volgens een overzicht van neergeschoten vliegtuigen van de hand van Overste Brongers zijn er in de buurt van Culemborg op 10 mei 1940 een aantal Duitsche vliegtuigen neergeschoten.

QUOTE

Meer meldingen WO II-liquidaties in Culemborg

8 juni 2004

Door PAUL BOLWERK

CULEMBORG - Het Rondeel, een natuurgebied bij Culemborg, is tijdens de Tweede Wereldoorlog wellicht ook een executieplaats geweest voor het Duitse leger. Op deze afgelegen plek zouden naar verluidt verschillende stoffelijke overschotten liggen, onder anderen van Duitse deserteurs.

Dat laten inwoners van Beusichem en Culemborg weten naar aanleiding van een publicatie, gisteren, in De Gelderlander. Hierin wordt gemeld dat de gemeente Culemborg een diepgaand onderzoek wil naar een massagraf in Het Rondeel.

Uit militaire verslagen en een getuigenverklaring komt naar voren dat het in dit geval zeer waarschijnlijk om de laatste rustplaats van dertig tot veertig Polen zou gaan.

De mannen verklaarden ontvlucht te zijn uit een Duits gevangenkamp. Ze wilden via Ede en Utrecht naar Engeland. De Polen werden in die eerste, chaotische oorlogsdagen volgens de auteurs van het boek Ede in Wapenrok door Nederlandse militairen voor spionnen aangezien, gefusilleerd en begraven.

De gemeente Culemborg heeft inmmiddels besloten de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht voor een veldonderzoek in Het Rondeel in te schakelen. Ze kunnen aan de slag op basis van een exacte aanwijzing van de plaats van het vermeende massagraf.

In de directe nabijheid zouden, aldus enkele streekbewoners, meer lijken uit de jaren '40-'45 moeten liggen.

Volgens amateur-historicus Jan van Alphen uit Deil zijn in ieder geval een Rus in Duitse krijgsdienst en een Duitse piloot standrechtelijk geëxecuteerd in Het Rondeel.

De Rus werd volgens hem in 1944 door de Duitsers omgebracht, omdat hij zijn machinegeweer had achtergelaten aan het Waalfront.

De Duitse piloot is, aldus Van Alphen, al op de eerste oorlogsdag (10 mei 1940) bij boerderij Het Hanenest in Asch bij Buren met zijn vliegtuig neergestort.

De gevechtsvlieger is nog diezelfde dag door Nederlandse militairen naar Het Rondeel gebracht en gefusilleerd.

Het Duitse leger heeft hem uiteindelijk geborgen. De piloot ligt nu op de Duitse militaire begraafplaats in IJsselstein.

Bron: De Gelderlander

UNQUOTE
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2004 01:33
Allert Goossens
Heer Jansen - mag ik verwijzen naar topic "Poolse krijgsgevangenen" geplaatst op 09-06-2004 15:52 op deze site?
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2004 01:38
Totaal berichten: 70
Geachte heer Goossens,

Dat "topic" ken ik omdat ik ooit de eerste "post" deed.

Nieuw in het aangehaalde bericht, t.o.v. de berichten in "Poolse krijgsgevangenen" is de verwijzing naar het neerschieten op 10 mei 1940 door een Nederlandse militair van een Duitse piloot, zie derde zin van onderen, naar ik meende hier "on topic"
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2004 02:06
Allert Goossens
Excuus - ik was te snel.

Overigens was het (bizar genoeg) heel gebruikelijk in het Duitse leger soldaten te executeren die hun persoonlijk wapen verloren hadden of achtergelaten. In Rusland zijn er zo duizenden ge-fusilleerd of opgehangen.

Ik denk dat er nog heel wat meer Duitsers door Nederlandse militairen min of meer standrechtelijk zijn neergeschoten. Er zijn mensen die er naar neigen alleen de Duitse schendingen van conventies te belichten, maar de Nederlanders hebben dit natuurlijk ook hier en daar gedaan. Begrijpelijk overigens - dat is helaas oorlog.
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2004 02:11
(redactie)
Totaal berichten: 846
Heer Jansen, de laatste opmerking over het doodschieten van een Duitse piloot is inderdaad nieuw! En ook dit geval dus bij Culemborg! Ik begin mij bijna af te vragen OF en WAT er van deze verhalen waar is! Eerst die Polen die aldaar zouden zijn doodgeschoten, nu weer een piloot. What's next?

Het bovenstaande lezende schoot mij het volgende fragment te binnen over de Nederlandse vlieger Van Liempd (die nog niet in dit topic is genoemd!):

"Met Fokker C-V nr. 619 door een aanval van ME 109's tot een noodlanding gedwongen in de omgeving van Rhenen tijdens de uitvoering van de opdracht de Duitse artillerie in de oostrand van Wageningen aan te vallen. Hij werd door de Duitsers neergeschoten ondanks het feit dat hij hen met de handen omhoog naderde. Werd op 17 mei gevonden in de Duitse verbandpost in de boerderij "Maria Hoeve" aan de Wageningse straatweg."

Zie ook: http://www.grebbeberg.nl/ereveld/graf_419.html
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2004 08:00
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Een zijsprongetje (on topic!).

Ik blijf me dan ook verbazen over de titulatuur die deze gevallen meekrijgen ... nu staat de pers niet bekend om zorgvuldigheid en degelijk taalgebruik maar "een Duitse piloot standrechtelijk geëxecuteerd in Het Rondeel" is echt een verkeerde benoeming.

Standrecht staat voor militair of politioneel (kort) recht. Recht dat geldig is volgens de wetten als gevolg van de Staat van Beleg en de Staat van Oorlog (dus inclusief Oorlogsrecht, en de geldigheid van Conventies). Daarbij komt dat - als gevolg van deze toestanden – jurisdictie (rechtsmacht) uitgaat van het Militair Gezag en in dier voege een extra maatregel kan worden afgekondigd. Zoals Harberts bevel gaf plunderaars standrechtelijk te executeren (wat spoedig door JJG van Voorst tot Voorst werd teruggedraaid). Kijk hier gaat het wel op. Vanuit het geldende Militair Gezag wordt een extra maatregel opgelegd. Indien als gevolg van die (extra) maatregel een persoon wordt neergeschoten, dan is er sprake van standrechtelijk executeren. Nota bene: misbruik van die maatregel blijft dus moord.

Het (vermeend) neerschieten van de Duitse piloot is 99% zeker wederrechtelijk (in strijd met het recht) geschied en daarmee is er sprake van moord. Net als het geval van sergeant vlieger Van Liempd, die vermoedelijk wederrechtelijk werd neergeschoten door de Duitsers.

Opvallend dus, dit onjuiste en onzorgvuldige gebruik van terminologie. Er is dus alleen sprake van (wederrechtelijke) executie als het geldende recht - al dan niet het recht van de overwinnaar (N.B.: waarbij Oorlogsrecht en de rechtskracht van Conventies onverminderd geldig is en blijft) - geldt en ten grondslag ligt aan het ombrengen van een persoon. In vrijwel alle gevallen benoemd onder dit "topic" is er dus sprake van moord, of doden door noodweer c.q. (beroeps)omstandigheden. Er is zelden sprake van executie!
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2004 11:58
» Dit onderwerp is gesloten
2554