Discussiegroep

Onderwerp: Van Loon - reactie op zijn brief aan Wilson

» Dit onderwerp is gesloten
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
1.823 keer gelezen
2 reacties
Categorie: Slag om de Grebbeberg en Betuwestelling / Gevechten en gevechtsomstandigheden
De recent op onze website geplaatste brief van de kolonel Van Loon geeft een aantal interessante zaken weer.

Het eerste wat me opvalt is als hij praat over het slopen van enkele voorposten posities zuid van het Nieuwe Kanaal (zuid van boerderij Kruiponder). Ik heb altijd mijn verbazing geuit over het feit dat de verdediging van de frontlijn ter hoogte van de Grebbeberg (gemakshalve het gebied tussen Kruiponder en de Nederrijn) zou waardeloos was ingericht als stellinggebied. Dan praat ik niet over omissie van schootsveld- en gezichtsveldruimingen, maar over schootsvelden van versterkingen, de inrichting en opstelling van de s.p.o.’s (semi-permanente opstellingen) en het (vaak) ontbreken van enige diepte (zoals bij de toegang van de berg). In de twijfels die ik daarover uitte vroeg ik me telkens af of in de beleving van de staf van het Veldleger (verantwoordelijk voor de inrichting van de stelling) niet al te sterk rekening was gehouden met toekomstige inudatie na gereedkomen van het bomvrije gemaal. Dat dit inderdaad de reden zou kunnen zijn voor de ondermaatse versterking van de oostzijde van de Grebbeberg, blijkt nu ook uit de brief van Van Loon. Hij zegt immers:

“Op blz. 88 staat: Tengevolge van werkzaamheden verband houdende met het stellen van de inundatie voor de Grebbeberg, waren enkele gevechtsopstellingen gedeeltelijk afgebroken.
Inderdaad zijn de voorpostensteunpunten aan de zuidzijde van het Nieuwe Kanaal kort voor het uitbreken der vijandelijkheden, zonder dat mij dit te voren was medegedeeld, op last van de legerkorpscommandant, zodanig afgebroken dat zij voor hun doel niet meer bruikbaar waren. (…)”

Het is trouwens aan ongelofelijk grenzend dat de staf Veldleger c.q. staf II.LK vervolgens geen vervangende stellingen laat inrichten … sterker noch … de juiste volgtijdigheid was geweest om eerst nieuwe stellingen in te richten en vervolgens de oude te slopen! Wat heeft ons leger toch een onverantwoorde risico’s aanvaard in het kader van budgetbewaking.

Een tweede pikant verhaal is de aanleiding tot de detonatie van de lading onder de Rijnbrug! Wat een verhaal zeg. De voormalig commandant IV.Div stelt in twijfel dat de lading door 22RA met vuur uit een van haar vuurmonden tot detonatie is gebracht, en vaart blind op de mededeling van een pionier als zou de brug gesprongen zijn. Kortom – de C.IV.Div heeft gedurende de cruciale uren 12.00-19.00 uur nooit geweten dat de brug gewoon intact was. Zelfs na de oorlog – blijkbaar nog steeds varende op de ene bron – aanvaard hij op dit punt de strijd ook nog eens tegen Wilson. Niet erg overtuigend optreden van Van Loon – hetgeen overigens niet verbaast. Vraag is of 22RA nu geheel zelfstandig besloot tot beschieten van de brug. Van C.IV.Div zal het bevel ertoe niet zijn gekomen, en van het inmiddels ontruimde commando II.LK ook niet. De enige twee die het bevel in feite kunnen hebben gegeven zijn of de C.Brigade A, of de CV. Zij hadden over de niet gesprongen brug namelijk vroeg in de middag nog contact. Desondanks geeft het late moment van de beschieting aan dat dit overleg tussen de brigadecommandant en de CV niet een dusdanig dwingend karakter had dat direct met beschieting van de brug is begonnen. Een bizarre zaak!

Uit het commentaar bij Ad.2, blijkt hoe weinig men in 1948 nog wist van de ware toedracht en ware gang van zaken. Dat is Van Loon (en vele anderen) zeker niet verwijtbaar. In zijn kennis en wezen van toen zijn de conclusies die hij trekt begrijpelijk. Wel geeft het heel goed aan – dat wat ook opvalt als men de enquêteverslagen leest – dat de hogere commandanten eigenlijk geen barst wisten van wat er aan het front plaatsvond. Oorlog is chaos, verwarring en wanorde. Zelfs in deze dagen van uitgebreide communicatiemiddelen is een goed overzicht krijgen van een gevechtsgebied (mijns inziens) de moeilijkste taak voor een (onder)officier. Het moet in die dagen echter een enorme uitdaging zijn geweest om in zo’n complex gebied als bij de Grebbeberg, met zoveel eenheden samengepakt (waarvan men de status niet kent), goede leiding te geven. De gecommandeerde zones waren zo groot dat “veldmanagement” een bataljonscommandant niet hielp. Immers – de sectie waar hij zich op een gegeven moment heen zou begeven kon hij weliswaar direct leiden, maar de andere 11 secties onder zijn bevel dan dus niet, want de verbindingen hadden alleen hun centrale punt bij de bataljons CP. Alleen in je CP blijven zitten leidt ook tot verstoring van je beeld, en voorkomt “hands-on” beslissingen die nodig zijn als het strijdgebied door ontwikkelingen dynamiek krijgt.
Van Loon zat – als divisiecommandant – in de CP oost van Elst. Een paar kilometer van het front. Hij had hoegenaamd geen beeld van de strijd, en kon zeker niet accuraat reageren op urgente zaken zoals de doorbraak bij Heimerstein en het Hoornwerk. Uit zijn antwoorden hier – anno 1948 – blijkt dat het hem toen nog niet bekend was dat het Hoornwerk om 12 mei rond 13.00 uur gevallen was. We moeten ons voorstellen dat de berichtenstroom stagneerde tussen de C.8RI en zijn BC’n , maar vooral vanuit de CC’n naar de BC’n. De verbindingen tussen C.8RI en C.IV.Div bleven gedurende de meidagen intact. Het betrof hier vooral verbindingen middels grondkabels, en deze bleven intact. Het was echter vooral de overste Hennink die volkomen blind zijn regiment moest leiden. Moeilijk als dit al was, nadat op 12 mei andere regimenten hun eenheden in en achter de hoofdweerstand leiden. Dat Van Loon – als gevolg van Hennink’s gebrek aan informatie – dus ook nooit geweten heeft hoe het er voor stond is hem in dier voege dan ook niet verwijtbaar. Andere zaken zijn deze divisiecommandant overigens wel sterk verwijtbaar. Zo heeft hij zich amper inspanning getroost om zich actief op de hoogte te houden van de stand van zaken drie kilometer oost van zijn CP.

Zo nu en dan slaat Van Loon overigens rare onzin uit. Als hij over de penetratie van de Duitsers in de hoofdweerstand spreekt – waar we hierboven inzake statusoverzicht ook over praten – dan pareert hij (blijkbaar) enige beweringen over Duitse schuttersputten welke een (al dan niet) causaal verband zouden moeten hebben met het (al dan niet) eerder oversteken van de Duitsers bij het sluisje. Zijn parade is best plausibel – immers het aanwezig zijn van die schuttersputten na de capitulatie is geen enkel bewijs noch aanwijzing dat de Duitsers eerst bij het sluisje overstaken. Maar als hij dan vrij onlogisch gaat roepen dat de Duitsers wellicht na 13 mei nog schuttersputjes hebben gegraven op de Grebbeberg, dan devalueert hij daarmee de rest van zijn verhaal ook! Hij stelt dat hij ze zelf ook gezien heeft. Dan kan hij alleen maar geconcludeerd hebben dat dit geen volwaardige schuttersputjes waren, maar snel gegraven gevechtsdekkingen. Van een kwaliteit die men alleen “in the thick of the fight” graaft, en geen deugdelijke dekkingen die men na een strijd zou graven. En waarom ook? Wie zou er nou na de capitulatie aan de rand van wegen schuttersputjes gaan graven in 1940?

Over de tegenstoot van Jacometti zegt Van Loon vermoedelijk iets wat kennis van na de meidagen etaleert. Hij stelt immers dat hem – en zijn chef-staf – bekend was dat Jacometti een tegenstoot richting Heimerstein ondernam. Als hij dit echt wist, dan verbaast het dat C.8RI er zo weinig van af wist …

Dan roept Van Loon iets wat hij wel beter had moeten weten. Hij stelt dat III-11RI ter versterking van het noordelijk van de Grebbeweg gelegen stoplijn deel werd gestuurd. Prima, maar hij voegt eraan toe dat dit gebied door een weg (Holle Weg) wordt doorsneden die daar nog verzonken ligt. In feite is dit verzonken deel goed 300 meter oostelijk van de stoplijn - iets wat Van Loon zou moeten weten omdat een dergelijke landschapstructuur voor de verdediging (en aanval) van groot belang is. Dat is meer dan een detail, en toont aan de Van Loon het stellinggebied slecht kende. Hij bevestigt zijn gebrek aan kennis nog eens als hij de tegenstoot van 1-II-19RI bespreekt. Hij geeft aan de commandant opdracht te hebben gegeven aan weerszijde van de Heimersteinse Laan op te trekken – niet richting Heimerstein. Welnu, de Heimersteinse Laan kwam toen en nu uit op het vrijwel pal oostelijk gelegen Huize Heimerstein! Van Loons ontkenning in deze is dus impliciet ontkenning van zijn eigen kennis. En dat valt op.

Ad.3 geeft een commentaar dat ik ook al eens gaf over de bizar slechte keuze van het vuurplan rond het Hoornwerk. Dit is een zaak die de Staf Veldleger – de ontwerpers van de frontlijn versterkingen – zich mag aantrekken. Het vuurplan rond het Hoornwerk was – met en zonder inudatie – broddelwerk. Overigens lijkt van Loon te denken dat de maatregelen die hij en Landzaat bedachten ook daadwerkelijk waren uitgevoerd. Het betrof hier het plaatsen van een sectie zware mitrailleurs op en bij het voorste deel van de Holle Weg. Dat dit niet vooraf (vooroorlogs) kon plaatsvinden is evident. Het betrof immers de enige doorgaande oost-west verbindingsweg in de omgeving. Men kon dus pas na afsluiting hiervan de opstellingen maken – wat dan semi-permanente opstellingen waren geweest. Uiterst kwetsbaar voor simpel PAK-vuur. Feit is in elk geval dat de opstelling nooit klaar kwam en dat er bij mijn weten geen enkele aanleiding is aan te nemen dat een voorbereiding tot een dergelijke opstelling is genomen. Vraag zou bovendien zijn welke sectie zMG’s daarvoor aangewezen zou zijn. Ik kan in dat licht alleen maar aan 4MC denken. De rest van de MC's had al een taak. Maar enig aanstalten tot opwerpen van een stelling voor zMG’s is er niet te vinden.

Ad.4 is een kletsverhaal. Op 10 mei had C.IV.Div nog voldoende reserve beschikbaar om de Holle Weg adequaat te voorzien van een verdediging met een sectie zMG’s of een versterkte sectie infanterie. Juist op 10 mei had men de toegang tot de Holle Weg met snelle aanleg van simpele s.p.o’s moeten versterken. Met name tegen de zuid-wand van de Berg had men nog zicht op de Sluis. Voorts aan de toegang van de Holle Weg, waar men beschermd zou zijn door de steile wanden, had een zMG opstelling veel afbreuk aan een doorgebroken tegenstander kunnen doen. Echter, geen enkele afgrendeling van een (dreigende) penetratie rond het sluisje zou mogelijk zijn op basis van voorbereide maatregelen [Daarbij opgemerkt zij dat veel posities pal west van de sluis afvielen voor s.p.o.'s. Vallend puin van ongetwijfeld beschoten woningen en panden zou de verdedigers teveel in gevaar brengen. Men was dus wel beperkt in de keuzes]. Eenmaal de smalle Grift over was de vijand vrij van vuur van ieder zwaar infanteriewapen …. Voorts roept Van Loon dan dat een versperring met een Friese ruiter (blijkbaar) een adequate versperring was! Wat een gebrek aan inzicht etaleert hij hiermee. Welnu, met een paar man wordt een ongedekte hindernis zo onklaar gemaakt. De Friese Ruiters waren zeer lichte versperringen, van houten frames met wat prikkeldraad er omheen en doorheen. Eenvoudig te slopen en eenvoudig opzij te zetten. Inderdaad heeft Wilson gelijk te stellen dat dit (zo goed als) geen versperring was. Voorts was de versperring in de nacht van 12 op 13 mei inderdaad niet meer aanwezig, of niet langer gesloten. De SS marcheerde immers (naar verluid in exercitie pas) over de Grebbeweg door de stoplijn. Dit blijkt wel uit de verslagen van de mensen die de Duitse doorbraak meemaakten [groep Wäckerle] langs de Grebbeweg.
Ook de bewering dat de 6-Veld bespanning de stoplijn niet zou hebben bereikt is volkomen onjuist. De batterij [met vier aangespannen stukken! Nota bene: in het eerste echelon - in directe gevechtszone - deze lichte stukken aangespannen vervoeren was natuurlijk vragen om ellende] was in opmars naar de stoplijn toen door beschieting een span op hol sloeg. Het bewuste span is inderdaad – met bemanning – vermoedelijk pas ter hoogte van de huidige begraafplaats tot stilstand gekomen, en uitgeschakeld. De drie overige stukken gingen korte tijd net achter de stoplijn in stelling om vervolgens tot achter Ouwehand terug te trekken.
Ad.6: Er stond geen stuk 6-veld aan de Holle Weg. Van Loon vergaloppeert zich door details te beschrijven die hij niet kent en niet kan kennen! Aan de Holle Weg stond een al op 11 mei uitgeschakelde PAG, later vervangen door een ander stuk PAG. Aan de Heimersteinse Laan stond wel een stuk 6-veld, onder de kornet Mignot. Inderdaad heeft dit stuk weinig doelen in zicht gekregen. Het stond er dan ook in hoofdzaak als pantserafweer. Overigens zien we dan weer een bizarre opmerking van Van Loon over het feit dat dit stuk 6-veld 200 meter voor de stoplijn zou hebben gestaan! Los van het feit dat hij wellicht (onbewust) nu weer doelt op de vernietigde vuurmond van het op hol geslagen span van batterij 6-veld 11RI, zou het natuurlijk onzinnig zijn geweest een vuurmond 200 meter voor de stoplijn te zetten, zwevend en zonder enige dekking. Van Loon weet weer niet waar hij over praat!
Ad.8 geeft weer een prachtig beeld van de chaos en hectiek van een CP. Van Loon voert hier terecht verdediging tegen deze gang van zaken, en bizar is, dat hij zich tegen iemand als Wilson moet verdedigen die als stafmedewerker (majoor) in de meidagen op het AHK en in Rotterdam toch ook de chaos en onoverzichtelijkheid moet hebben geproefd!

Het verhaal van de kolonel Van Loon is best begrijpelijk op een aantal punten. We kunnen naoorlogs vaststellen dat de man niet voor zijn taak was berekend. We kennen daarvan veel meer voorbeelden dan hierboven – door zijn eigen repliek – ingegeven. Opvallend blijft – en dat geldt voor heel veel officieren – dat zoveel bevelhebbers, lokaal of hoog in de hiërarchie, hun gevechtsterrein niet of nauwelijks kenden. Ik vind het een schrijnde zaak dat een kolonel in de functie van divisiecommandant – hoofdverantwoordelijk voor de beveiliging van de Grebbeberg en omgeving – kennelijk zo slecht op de hoogte is van zijn linie en terreinomstandigheid. Dat zijn zaken die hem zeer verwijtbaar zijn. Dat hij voorts niet over de juiste snit beschikte om een goed commando te dragen, zeer behoudend leiding gaf, volkomen verkeerde prioriteiten stelde en niet beschikte over tactisch inzicht is hem vergeven. Ik vind dat de mensen die hem aanstelden in zijn functie verantwoordelijk zijn/waren voor het bepalen van de mate waarin Van Loon een dergelijke functie kon bekleden.
» Dit bericht is geplaatst op 9 juni 2005 13:44
(redactie)
Totaal berichten: 2.201
Het is inderdaad niet helemaal duidelijk wie uiteindelijk het bevel om de Rhenense spoorbrug te vernietigen heeft gegeven.
De commandant van Brigade A heeft zich vanaf 12.18 ( toen hij een bericht ontving van C. - 46 RI dat de situatie nijpend werd ) om deze brug bekommerd. Wat er precies is misgegaan na het contact tussen de commandant van Brigade A en de CV is onduidelijk. Zeker is wel dat er lange tijd geen actie is ondernomen.
In het rapport van eerstgenoemde staat ( 16.20 ) dat DE BRUG NOG STEEDS NIET IS VERNIETIGD.
Daarna komt de zaak kennelijk in een stroomversnelling: Van den Brandeler (commandant 22 RA ) vertelt dat hij om 16.57 bevel geeft aan de commandant van I - 22 RA ( Roodenburg ) om het vuur op de brug te openen.Uit niets blijkt dat hij dat bevel eerder had moeten geven.
Roodenburg op zijn beurt meldt dat vanaf ongeveer 15.30 alle aantekeningen ontbreken en dat " I - 22 RA toen in hoog tempo de ene na de andere vuuropdracht kreeg. "

Het is NIET zo dat Van Loon beweert dat schuttersputten OP de Grebbeberg misschien nog NA de 13e zijn gegraven. Hij heeft het over schuttersputten ten NO van Elst en dat klinkt iets minder onwaarschijnlijk.

Ik denk niet dat je uit het feit dat sommige Nederlandse militairen een compagnie in gesloten formatie (zeggen te ) hebben zien passeren de conclusie moet trekken dat de versperring met Friese ruiters er ten tijde van Wackerle's doorbraak dus niet meer gestaan zal hebben.
De doorbraak van Wackerle vond rond 22.00 uur plaats via een ( volgens Brongers )" overrompelende stormloop." De genoemde compagnie, o.m waargenomen door kapitein Franssen, kwam pas op een vrij wat later tijdstip.
De betreffende verslagen wijzen daarop.
Het lijkt mij waarschijnlijk dat het SS-contigent dat om 22.00 uur deze stormloop uitvoerde ook in een moeite door de weg vrij gemaakt zal hebben.
Om 22.00 uur zal er zeker geen compagnie model door de stoplijn zijn gemarcheerd, dan denk je toch inderdaad eerder aan een stormloop met het bijbehorende ( en ook uit een enkel verslag blijkende ) geschreeuw.
» Deze reactie is geplaatst op 9 juni 2005 16:40
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Ja, je zou kunnen concluderen dat Van Loon alleen op de schuttersputjes west van de Grebbeberg wijst als hij spreekt over na de capitulatie aangelegd. Blijft het een volkomen onzinnige opmerking mee, want welke signatuur zou het dan nog hebben in relatie tot de strijd rond de hoofdweerstand?

Een discussie over het wel dan niet intact zijn van de Friese Ruiter versperring wordt een beetje een academische Hajo, als we dit zo gaan benaderen. DAT is op zich ook niet relevant. Het gaat erom dat Van Loon bezopen gewichtig doet over een op zich waardeloze versperring als hij het volgende zegt:

"In de nacht van 11 op 12 Mei ben ik met II-19 R.I. meegegaan tot door de stoplijn. Ook ik behoor dus tot de - ooggetuigen - op dat ogenblik. Bij het passeren van dit onderdeel van de hindernis in de stoplijn aan de kunstweg is toen de hindernis, welke uit drie met ijzerdraad aan elkaar verbonden Friese ruiters bestond slechts voor één derde gedeelte en dan nog ten dele geopend. Later bij het passeren van de vrachtauto met de hulpbrug is de doorlaatopening zoveel als nodig vergroot.
Wanneer dus geen sluiting heeft plaats gehad bij terugkeer van de auto en de troepen dan was dus 2/3 van de hindernis nog steeds aangebracht. Ik handhaaf dus dat het geen pas heeft om in het meergenoemde boekwerk op blz. 89 mede te delen dat géén versperring was aangebracht.
Deze woordenkeus geeft een totaal verkeerde indruk van de feiten."

Als Wilson in zijn boek het heeft over het feit dat de Grebbeweg annex Holle Weg niet versperd was dan heeft hij natuurlijk volkomen gelijk. Het is in antwoord hierop Van Loon die dan nota bene een enkele rij Friese Ruiters als "wel degelijk een versperring" aanduidt. We weten dat dit aperte onzin is, en dat Wilson praatte over veel duurzamere maatregelen, inclusief vuurwapens, zowel vooraan als bij/voor de stoplijn.

Friese Ruiters zijn leuk als "roadblock" bij bv een brugdoorlaat, met een MG post erbij. Maar midden in een linie, amper tot niet gedekt door vuurorganen is het niets meer dan een minimale hindernis. Om dit aan te zetten gaf ik aan dat het de SS'ers in elk geval niet of nauwelijks hinderde in de nacht van 12 op 13 mei. Kijk echter eens wat Van Loon gewichtig doet over een houten frame met wat meter prikkeldraad ertussen!

Het feit dat Wilson een half geopende Friese Ruiterversperring GEEN versperring noemde (waarin hij natuurlijk volkomen gelijk heeft) wordt door Van Loon op buitengewoon lachwekkende en waarachtige onwaarschijnlijke wijze getypeerd als "(een) woordkeus (die) een totaal verkeerde indruk van de feiten (geeft)". Waar heeft de man het over! En dus noemde ik deze alinea een devaluatie van zijn hele verhaal.
» Deze reactie is geplaatst op 9 juni 2005 17:35
» Dit onderwerp is gesloten
2554