Discussiegroep

Onderwerp: logistiek

» Dit onderwerp is gesloten
Totaal berichten: 4
1.521 keer gelezen
3 reacties
Categorie: Slag om de Grebbeberg en Betuwestelling / Bewapening en legerzaken
Terwijl ik bezig ben om alle verhalen te lezen en met verbazing constateer wat er allemaal bewaard is gebleven, heb ik toch iets wat ik mij afvraag.
Ik ben halverwege alle verslagen, dus vergeef mij als ik te vroeg deze vraag stel.

Bij al die verschillend soorten wapens en hun munitie had men die dan voorradig in de loopgraven, kon die gemakkelijk bij de achter hun liggende lijnen worden opgehaald. Was er voldoende aanvoer naar een depot van waar uit dit weer verdeeld werd. Bijvoorbeeld voor de geweren/karbijnen dan moet daar toch behoorlijk veel munitie aanwezig zijn geweest. Dat moest toch allemaal aangevoerd worden. Inclusief personeel?

Dan de veldkeukens, die lagen denk ik verder naar achteren, en vandaar uit moesten de voorste lijnen bediend worden. Was dat alleen kruipend naar de stellingen te brengen, of kon men gewoon lopend dit doen. Maar ook dit was met de verspreid liggende afdelingen weer verschillend.

Ook door het uitvallen van de telefoon naar achteren (commandanten)hoe werd dat in zijn algeheelheid opgelost. Vuurpijlen en signaalpistolen maar die waren er bijna niet, althans niet te gebruiken ook al door de vijand niet te laten zien waar men precies zat. (verplaatsbare eenheden).

Kon nergens een item vinden over dit fenomeen van de logistieke bevoorrading.

Werner Vuijk
» Dit bericht is geplaatst op 16 december 2005 12:25
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Voor vrijwel alle infanteriewapens werd gebruik gemaakt van dezelfde munitie. Alle geweren en karabijnen [en lichte mitrailleurs] waren 6.5 (x53.3R] mm, de meeste pistolen 9 mm. De machinegeweren - met uitzondering van enkele Vickers [7.7 mm] - waren 7.9 mm. De munitie voor deze wapens was grosso modo voldoende aanwezig, maar lokaal was nog wel eens te weinig opslag [Dordrecht]. Dat laatste had dan vooral te maken met het feit dat een locatie vooraf niet als oorlogsgebied was voorzien.

Handgranaten waren onvoldoende gedistribueerd en hetzelfde gold voor mortiermunitie. Overigens waren van deze munities ook te weinig algemene voorraden. De artilleriemunitie was voor de meeste kalibers en types in een redelijke voorraad aanwezig [althans voor de 5 dagen oorlog] en werd in de regel goed en snel aangevoerd. Artillerie eenheden hadden grote logistieke treinen bij hun onderdeel.

Veldkeukens waren vrijwel altijd pas in het derde echelon aanwezig en het eten werd veelal in gamellen rondgebracht - of helemaal niet.

Ons leger had weinig veldtelefoons, nog veel minder draadloze [Ultra Korte Golf] sets en was vrijwel geheel aangewezen op ordonnansen voor de verbindingen. Telefoonverbindingen waren in de regel tot en met compagniesniveau geregeld. Lager ging dit vrijwel altijd met ordonnansen. Alleen in voorbereide stellingen wilde men nog wel eens wat extra verbindingen hebben, maar die waren bovengronds en kwetsbaar en vrijwel altijd direct uitgeschakeld bij vijandelijk artillerievuur.

Ons leger had voorts beperkte beschikbaarheid van andere middelen. Per bataljon waren er twee of drie seinpistolen [ook vaak afwezig], er waren soms vuurpijlen en er waren optische verbindingsmiddelen, zoals seinlampen en spiegels. Al deze middelen zijn amper gebruikt.

Logistiek is niet sexy en daarom wordt het zelden besproken in militaire verslagen of boeken. Alleen als zaken gaan ontbreken dan wordt vaak wat over aan- en afvoer gezegd. In de regel was de aanvoer van munitie naar de linies niet slecht geregeld. Zo kwam de artillerie zelden tot nooit zonder munitie te zitten. Daar waar dit wel gebeurde lag de oorzaak vaak in het isolement van de te bevoorraden eenheden. De opslag van munitie in stellinggebieden liet echter wel te wensen over. In zijn algemeen kan gezegd worden dat de logistiek in stellinggebieden slecht was. De verantwoordelijkheid lag hier vooral bij de stellingbouwers c.q. ontwerpers. Er was onvoldoende [beschermde] opslag in stellinggebieden, en men had zelden tot nooit voldoende rekening gehouden met de aan- en afvoer vanuit stellingen onder vuur [in de vorm van gedekte naderings- en verbindingsloopgraven]. Daarnaast was het achterland van de meeste stellingen totaal niet voorbereid voor opslag en aan- en afvoer.
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2005 12:54
Totaal berichten: 4
Dank voor de uitleg.
Dus ook hier was het soms moeilijk om opnieuw te bevoorraden. De veldsoldaat met 4 of 6 patroontassen (op de man) dat is misschien 60 schoten.
Dus eigenlijk te weinig om goed en regelmatig te schieten. Volgens de verslagen heeft men dan ook nog geen direct zicht gehad of vermeend zicht wat alleen maar schaduwen waren, dan is men snel door munitie heen. Met en man of tien/twintig in een loopgraaf heb je toch weer aanvoer nodig. Dan ook nog na elke vijf schoten opnieuw herladen.

Ik ga dat zo na in mijn eigen tijd (62/3) hoe dat gebeurde en denk dan twintig jaar terug en dan nog onder vuur liggend van zowel de voor en ook van zij- of achterkant. Dat moet iets zijn geweest, waar je niet vrolijk onder was.
Werner Vuijk
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2005 13:21
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
De infanterist en wielrijder had 120 patronen, in twee tassen voor 60 patronen elk. De overige dienstvakken hadden 60 patronen [soms 40 of 80 patronen] meestal in kleine tassen met 10 patronen elk. Dit zijn geen uitzonderlijk lage munitievoorraden. Dat was vrij standaard voor ieder leger. Gedurende de strijd plachtte men nog losse patronen in de zakken mee te nemen.

Ook hadden alle legers in 1940 alleen maar repeteergeweren [bolt action] in de bewapening, en was de patroonhouder van 5 kogels vrij standaard. Het Hembrug geweer was voorts van uitstekende kwaliteit. Alleen de munitie had weinig stoppend vermogen op korte afstand, vanwege het feit dat de munitie homogeen bleef bij impact en daardoor het lichaam vaak verliet. De energie van de kogel ging daarom deels verloren. Het wapen was echter betrouwbaar en zuiver.

De fenomenen die u benoemt ten aanzien van de strijd zijn voor alle partijen gelijk. In oorlogstijd bieden de doelen zich niet zo aan als op de schietbaan, en dit gold natuurlijk evenzo voor de Duitse tegenstander.
» Deze reactie is geplaatst op 16 december 2005 13:30
» Dit onderwerp is gesloten
2554