Discussiegroep

Onderwerp: Gefusilleerd in Breda

» Dit onderwerp is gesloten
Totaal berichten: 1
2.276 keer gelezen
5 reacties
Categorie: Overig Mei 1940
Voor een goede kennis van mij, ben ik achtergrondinformatie aan t verzamelen over de executie op 12 mei 1940 van de heer H. Steembeek, vader van 2 dochters. Dit gebeurde bij het politiebureau van Breda, samen met een soldaat Van Wingerden. Dhr. Steenbeek is een aantal jaar geleden gerehabiliteerd. Ik heb gelezen dat de opdracht is gegeven door sergeant-majoor H. de Leeuw, en dat het zonder vorm van proces is gebeurd.

Is er iemand die hier meer over weet? Alle informatie is welkom.
» Dit bericht is geplaatst op 6 september 2006 21:37
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
De ons beschikbare Informatie is u inmiddels prive toegestuurd.

Voor andere belangstellenden: het komt er op neer dat deze militairen zijn neergeschoten op verdenking van desertie.
» Deze reactie is geplaatst op 6 september 2006 22:54
Totaal berichten: 3
Dit is voor mij nieuwe informatie. Waar kan ik hier meer over vinden?
» Deze reactie is geplaatst op 7 september 2006 22:23
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Alle informatie waarover wij beschikken is inmiddels per e-mail aan u verstuurd.
» Deze reactie is geplaatst op 8 september 2006 00:06
Totaal berichten: 70
Elders op internet vond ik:

De militairen Van Wingerden en Steenbeek zijn op 12 mei 1940 in Breda ten onrechte doodgeschoten .
Volgens de ministers Den Toom ( Defensie ) en Polak ( Justitie ) " strookte hun executie niet met het militaire strafprocesrecht " , zo delen zij mee op vragen van het Kamerlid drs. Lems ( PvdA ) .
Beide militairen werden in de meidagen van 1940 op de binnenplaats van het Bredase politiebureau zonder vorm van proces gefusilleerd door een sergeant , die daartoe van de sergeant-majoor H. de Leeuw opdracht had gekregen .

In de archieven ( Handelingen) van de Tweede Kamer kunnen de vragen van het kamerlid en de antwoorden van de ministers worden opgezocht.

Den Toom was minister van defensie van 1967 -1971.
» Deze reactie is geplaatst op 8 september 2006 18:15
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Dit geval betrof de executie van twee Nederlandse soldaten die zich in burgerkleding hadden gestoken en door een sergeant-majoor - met een bevelvoerende functie - als deserteurs werden aangemerkt. Hierop werden zij standrechtelijk geëxecuteerd, wat op basis van een naoorlogs onderzoek niet als wederrechterlijk werd betiteld. De speciale onderzoekscommissie concludeerde dat de sergeant-majoor met autoriteit had gehandeld en dat e.e.a. niet in strijd was met de krijgstucht en de toepasselijke rechtstoestand. Naoorlogs is men hier afwijkend over gaan denken, zoals dat ook geldt voor de zaak van Chris Meijer. Het betreft een dunne lijn tussen het recht tot toepassen van het standrecht, en het recht op een krijgsraad behandeling. De naoorlogse commissie overwoog dat de sergeant-majoor in kwestie te goeder trouw had gehandeld, en dat de omstandigheden zodanig waren dat standrecht te billijken was (geweest).

Overigens blijkt uit veel van deze voorvallen dat er (kennelijk) nogal veel verwarring was over de toepasselijkheid van standrecht. Met name de instructies van hoger hand vlak voor en vlak na de inval zullen aan deze verwarring hebben bijgedragen. Denk daarbij eens aan de instructies van de commandant Veldleger, en vooral de instructies van Generaal Harberts. De laatste gaf op 10 mei opdracht aan zijn officieren standrecht toe te passen bij een veelheid aan onoirbare gevallen. Deze verregaande instructie - met name extreem in de uitleg van behandeling van franc tirreurs - werd later getemperd door een tegeninstructie van de Commandant Veldleger.
» Deze reactie is geplaatst op 9 september 2006 13:50
» Dit onderwerp is gesloten
2554