Verklaring van dienstplichtig sergeant J.J.C. Wattel

Afschrift.

Dienstplichtig Sergeant J.J.C. Wattel v.d. 10e Batterij luchtdoelartillerie,
verklaart bij zijn verschijning voor de Commissie Militaire Onderscheidingen op 29 Mei 1947:
--------------------

    Op de 1e oorlogsdag was ik stuks Commandant. De 2e dag Commandant van 2 zware mitrailleurs.
    Onze commandant was Kapitein Hoogland; waarnemend Commandant Adjudant Bos.
    De batterij kwam practisch in de oorlogsdagen pas in werking. Alleen kan ik mij nog herinneren dat toen ik in de mobilisatie in Hagenstein lag er 2 schoten zijn afgegeven op overkomende vliegtuigen van vreemde nationaliteit. Deze schoten waren van een zwakkere lading, half scherp, zowel lading als huls.
    Op de 1e dag lagen wij in Rhenen en kwamen om pl.m. 4 uur Duitse vliegtuigen over op een hoogte van 2000 meter. De projectielen voor de stukken waren nog niet geconfectioneerd waardoor wij allemaal hebben meegeholpen deze gereed te maken. Ik meen dat wij de 1e dag pl.m. 800 projectielen hebben verschoten. 's Middags hebben wij een bombardement van Duitsers gehad.
    Op Vrijdagavond zijn wij naar onze 2e opstelling gegaan 1 Kilometer ten noorden van Rhenen. De hele Zaterdagmorgen werd er practisch niet geschoten, de lucht was erg bewolkt en er kwamen weinig vliegtuigen over.
    Vanuit Wageningen werden wij door de Duitsers hevig beschoten met artillerievuur.
    Wij moesten van stelling veranderen. Onze menschen die in de loopgraven zaten van de infanterie waren er niet uit te krijgen. Adjudant Bos heeft ons toen allen verzameld in het bos en een korte toespraak gehouden. Hij heeft ons zodanig bewerkt dat wij inzagen dat wij die nieuwe opstelling moesten innemen. Of hij ook gedreigd heeft weet ik niet meer. De Duitse beschieting is doorgegaan en onder vuur moesten wij de stukken uit de stelling halen. Stuk voor stuk werd de batterij uit de stelling gebracht in het bos waarbij iedereen meehielp. Van het zakken van het moreel van de troep is geen sprake geweest. Wij zijn gemarcheerd naar de volgende opstelling in de Plantage Willem III bij Remmerden. De volgende dag zagen wij hier de infanterie terugtrekken vanuit de loopgraven, die zich dicht bij ons bevonden, daar zij gebombardeerd werden. Zij kwamen langs en trokken in de richting van Utrecht. Kapitein Hoogland zei: "wij hebben geen bevel om terug te trekken, dus wij blijven". Blijkbaar is later toch het bevel gekomen om terug te trekken, want na de 3e opstelling bij Remmerden zijn wij 's middags pl.m. 4 uur teruggetrokken op Vleuten waar wij weer in stelling zijn gegaan. De volgende dag, Dinsdag, hoorden wij hier van de capitulatie.
    Betreffende de officieren van onze batterij zou ik zeggen dat zij zich hebben gedragen zoals het behoorde.

's-Gravenhage, 29 Mei 1947.
w.g. J.J.C. Wattel.

Opgen.: J. v.d. B.

(Dit verslag is tot stand gekomen door medewerking van P.A. van den Broek.)

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 716.58 KB)