Conclusie van kolonel D.M. Lucardie betreffende 19 R.I.
afschrift.
Conclusie van Kolonel LUCARDIE
betreffende 19 R.I.
---------------
De feiten waar het in hoofdzaak neerkomt zijn:
- het omsingeld zijn van den commandopost van Commandant III-19 R.I. in den zeer vroegen morgen van 13 Mei.
- het in wanorde in Noordelijke richting [terugtrekken] - door het vak van 3-I-19 R.I. (reserve kapitein F.D. van der MEULEN); benevens het ontruimen van kazemat 37.
- het bevel van Commandant 19 R. I. aan Commandant I-19 R.I. om 14.00 terug te trekken, welk bevel mondeling werd overgebracht door den sergeant van de regimentspatrouille.
- het verlaten van den commandopost door Commandant 19 R.I. en het verloren raken van het verband met Commandant 19 R.I.
ad 1.
Majoor WEBER, Commandant III-19 R.I., verklaart dat hij omstreeks middernacht van 12 op 13 Mei opdracht ontving van Commandant 19 R.I. om met zijn Bataljon een opstelling in te nemen front Zuid.
Vrij spoedig daarna zou de vijand door zijn opstellingen zijn doorgedrongen komende van het Zuiden en zou Commandant III-19 R.I., meer op zijn commandopost hebben gekregen. De juistheid hiervan is moeilijk te controleren, doch de commandopost werd nog beveiligd door twee tirailleurcompagnieën.
Van een "omsingeld" zijn van dezen commandopost wordt niet gesproken.
ad 2.
Zooals uit de verklaringen blijkt heeft het bataljon front Zuid moeten maken; daarvoor waren uiteraard verplaatsingen noodig en [zijn] daarbij deelen van de compagnie Van der Meulen inderdaad in het vak van I-19 R. I. geweest. Van wanorde was echter hierbij geen sprake.
De reserve kapitein Hagedoorn deelt in zijn verklaring mede, dit ook niet te hebben gemeld.
Ook het "verlaten" van kazemat 37 heeft hier niet de beteekenis, die men er zonder verdere toelichting aan zou geven. In verband met de gewijzigde omstandigheden heeft Commandant M.C.-III-19 R.I. de opstelling van zijn zware mitrailleurs gewijzigd.
ad 3 en 4
Naar aanleiding van een telefonische inlichting van den 2e Luitenant KARSEN, dat het bataljon het niet meer kon houden, besluit Commandant 19 R.I. zijn commandopost te verplaatsen in de richting Veenendaal. De Regimentscommandant meent hiertoe gedwongen te worden aangezien zijn commandopost daardoor in de lucht komt te hangen.
Hoe de werkelijke toestand bij III-19 R.I. is, is den Regimentscommandant niet bekend en er worden ook geen pogingen gedaan om daarvan op de hoogte te komen. Er worden ook geen bevelen gegeven om te trachten aan den ontstanen toestand het hoofd te bieden.
Bij het verhoor van den 2e Luitenant KARSEN verklaarde deze het bericht in bovenvermelden vorm niet te hebben doorgegeven; ik moge hiervoor verwijzen naar bijlage B.
Hier wordt de indruk gewekt, dat op een zeer algemeen gesteld bericht, dat bovendien op een ander bericht betrekking had, wel een zeer belangrijke beslissing wordt genomen, die zal blijken zeer ernstige gevolgen te hebben.
Het gevolg van de verplaatsing van den commandopost is geweest, dat de regimentsstaf al meer en meer van het regiment is verwijderd geraakt en uiteindelijk geheel daarvan is losgeraakt.
De Regimentscommandant heeft ten onrechte er in berust te worden medegenomen met de naar het Zuidwesten terugtredende troepen en is ten slotte, bij ELST gekomen zijnde, aldaar door Commandant IVe Divisie, belast met het bevel over de daar samenkomende losse troependeelen.
Aan het regiment worden geen bevelen gegeven.
Commandant I-19 R.I. heeft weliswaar, gevolg gegeven aan het bevel om terug te trekken, welk bevel werd overgebracht door den sergeant KEMMING, commandant van de regimentspatrouille van 19 R.I., doch dit is een foutief overgebracht bevel.
Zooals de d.d. Kapitein-adjudant BRANDT verklaart (zie bijlage 1) en welke verklaring bevestigd wordt door den reserve 1e Luitenant VAN KAMMEN, is gezegd dat de "regimentscommandopost" wordt verplaatst en niet "het regiment".
Een dergelijk belangrijk bevel is echter op onvoldoende nauwkeurige wijze gegeven. Een schriftelijk bevel was hier wel zeer gewenscht, het mondelinge bevel blijkt door den overbrenger niet te zijn "herhaald", anders was een dergelijke ontstellende fout niet gemaakt.
Daar Commandant I-19 R.I. het verband met zijn Regimentscommandant verloren heeft wendt hij zich tot Commandant 10 R.I. en zoo komt I-19 R.I. onder de leiding van Commandant 10 R.I. en blijft III-19 R.I. zonder bevelen.
De mededeeling van Commandant 19 R.I. op het fort HONSWIJK gedaan aan den reserve majoor MEIJERMAN, dat hij nimmer een bevel tot terugtocht zou hebben gegeven is in dit geval helaas juist.
Commandant I-19 R.I. ontving daartoe bevelen van Commandant 10 R.I.
De poging door Commandant 19 R.I. gedaan om door middel van den reserve luitenant ROOSEN, die in den namiddag wordt uitgezonden om verband te zoeken met I-19 R.I., heeft geen succes; ten opzichte van III-19 R.I. wordt een dergelijke poging nagelaten, in de meening toch geen verband meer te kunnen krijgen.
Commandant III-19 R.I. deelt mede op 13 Mei omstreeks 14.00 uur gewond te zijn geraakt en daarna zijn knie te hebben bezeerd. Voor zoover door mij een indruk werd verkregen is deze verwonding niet van zoo ernstigen aard geweest, dat het neerleggen van zijn commando toelaatbaar kan worden geacht. Deze handelswijze geeft naar het inzicht der Commissie blijk van een volkomen gebrek aan energie en plichtsbetrachting, zooals deze van een beroeps-hoofdofficier onder deze omstandigheden moeten worden geeischt en ook kunnen worden verwacht.
Als Commandant III-19 R.I. daarna zijn Regimentscommandant te ELST ontmoet geeft hij geen kennis van het neerleggen van het commando over zijn bataljon.
Er blijkt, dat het Majoor WEBER heeft nagelaten het commando over zijn bataljon over te geven, daartoe was hij echter zeer zeker nog in staat. De reserve kapitein Van der Meulen heeft - toen de Majoor niet te vinden was - op eigen initiatief het commando overgenomen.
De waarnemend Commandant III-19 R.I. heeft het bevel tot terugtrekken voor het bataljon gegeven; alleen echter volgens zijn verklaringen werd de nevencompagnie (3-III-19 R.I., Commandant reserve kapitein VAHL, J.C.) gewaarschuwd en gaf hij het bevel aan zijn eigen compagnie (2-III-19 R.I.). Commandant 1-III-19 R.I. noch Commandant M.C.-III-19 R.I. kregen echter een bevel.
Volgens de verklaringen van Majoor WEBER is de 1e compagnie (Commandant reserve kapitein WESTHOFF P.J.) weliswaar tijdelijk teruggetrokken, doch deze heeft later de oorspronkelijke stelling weer ingenomen.
Voorts is mij gebleken, dat pl.m. 14.00 uur onderdeelen van 29 R.I. en van 24 R.I., welke aan den tegenaanval hadden deelgenomen, in wanorde terugtrekken, waarbij de rechter compagnie van III-19 R.I., de compagnie WESTHOFF, werd medegetrokken. De waarnemend Commandant III-19 R.I. krijgt ten slotte bevelen van Commandant I-19 R.I., die hem mededeelde te handelen op last van Commandant 10 R.I.
Uit verklaringen van den reserve 1e Luitenant LIENEMAN van 2-III-19 R.I. is mij voorts gebleken, dat geleidelijk de meeste onderdeelen van III-19 R.I. zich verplaatsende in Noordelijke richting zich verzamelen. Hierbij bevinden zich ook onderdeelen van M.C.-III-19 R.I., ofschoon de Commandant van deze compagnie geen bevelen ontving en deze ook niet gaf.
Kapitein SCHUMAN wordt tenslotte bij Achterberg gevangen genomen.
Voor het verdere lot van III-19 R.I. verwijs ik naar de gevechtsverslagen.
de Kolonel,
paraaf Lucardie
|
