Dagboek reserve-eerste luitenant C.A. Niemantsverdriet
10 Mei 1940 - Vrijdag
Oorlog
's Nachts nog maar één uur te bed liggende om 5 minuten voor één uit m'n bed gebeld, gewaarschuwd door mijnheer Van Ommen. Tien minuten later was ik op het bureau (wachtkamer NBM) en vond daar al de Kapitein [G.J. van Rangelrooij] met vaandrigs en sergeanten in vergadering bijeen. We bespraken Graad [van strijdvaardigheid] 3 en gingen toen naar huis om alles in orde te maken. Tevens ging ik veiligheidshalve nog anderhalf uur slapen en kwam 4 uur terug om alvast de mitrailleurpiketten in de stelling te gaan bezetten. Het was reeds licht en hoog in de lucht kwamen groote aantallen vliegtuigen overzetten en er werd op geschoten. Iedereen was vol belangstelling, de mannen waren haast niet tot opschieten te brengen. We trokken sectiegewijze langs de berg op en steeds kwamen er meer vliegtuigen, in groepen van 9, van 12, geweldig was den aanblik. In de stelling aangekomen werden alle mitrailleurs op vliegtuigen gericht en zagen we er zo nu en dan één naar beneden schieten. Op de Grebbeberg zelf schoten ze erg slecht, maar boven de Betuwe (Kesteren etc.) ging 't beter. Een blauwgrijze rookwolk duidde steeds de plaats aan waar er een gevallen was. Ook verschillende boerderijen werden nu expres in brand gestoken.De overkomende vliegtuigen bleven den heelen dag aanhouden en waren meest groote 2-motorige bommenwerpers, maar ook verkenningsvliegtuigen, soms schoten ze terug, wat zwak hoorbaar was.
Eerst gingen we nog wat met maskeeren door, gaas spannen en wat hindernissen opruimen, maar er zat geen gang in, de aandacht was voor de vliegtuigen en later mocht het niet meer, hoewel 't eigenlijk dringend nodig was. We voerden munitie en levensmiddelen aan en verdeelden [infanterie schiet-]schilden. We dachten ook nog niet direkt aan gevaar voor ons, want ze gooiden niet met bommen, maar bijvoorbeeld aan overtrek naar Engeland of hoogstens voor ons een demonstratievlucht.
't Geheel was daardoor meer interessant als vreesaanjagend. Over 't heele land werden er plusminus 100 neergeschoten, zelf zag ik er vier gaan, steeds met een groote felle vlam, dikwijls 't vliegtuig in stukken gaan.
We aten nog warm eten (capucijners in vette jus) en gingen den nacht in met piketten en een paar posten, terwijl de sergeanten (H.J. Edens, J.H. Stemerdink en D.E. Nijhuis) en ik ieder 2 uur surveilleerden. Om plusminus 11.30 uur brak er een soort stormvuur los. Telkens werd er wat geschoten, hoewel de voorposten nog intact voor ons lagen en hoogstens een zwakke verkenningspatrouille verwacht mocht worden. Alles gereed, mitrailleur en zware mitrailleur begon als bezeten te vuren, vooral op de draadversperring op de grooten weg. 't Was zuiver loos alarm. Tot overmaat vloog ook de Grebbesluisbrug nog in de lucht, ik voelde de luchtdruk ervan.
11 Mei 1940 - Zaterdag
De nacht verliep verder vrij rustig, alleen begonnen omstreeks 2.00 uur de kanonnen hoog in de lucht hun projectielen weg te slingeren. Ze gingen over en weer. Om 4.00 uur werd ik gewekt door den Kapitein die zeide dat we van 3 tot 5 uur allen in de stelling paraat moesten zijn, in verband met een te verwachten aanval.In den loop der ochtend gingen de granaten vlak over ons heen en ontploften enkelen zelfs vóór het Hoornwerk. Ze bevuurden de Grebbeberg, rondom de afgraving. Er ontstond brand in één der boerderijen (waar de dekens gelegen hadden). Hotel de Grebbe werd toen leeggehaald voordat alles kapot geschoten zou zijn. Zoo kwamen we aan broodbelegging, bier, eieren, sigaretten, etc.
Onze artillerie gaf nog steeds flink kamp, maar de vijand drong op. 's Middags begonnen onze voorposten hevig te vuren en later geleidelijk terug te trekken. Laat op den dag zagen we heel ver (met den kijker) de eerste Duitschers die in allerlei kostuum rondliepen, in overall, in witte broeken, onze uniform, etc. Er kwamen maar weinig vliegtuigen.
Ik stuurde 's middags nog Chr.H. Esvelt als ordonnans naar de Kapitein dat alles nog in orde was, welke heel blij was met dat bericht. Warm eten kregen we al niet meer en we namen noodrantsoen. Mijn fiets was ook in de stelling, maar na 't springen van den brug van geen nut meer.
12 Mei 1940 - Zondag 1e Pinksterdag
's Nachts werd er voortdurend gevuurd, hoewel men geleerd had van den vorigen nacht. De uitkijkposten werden verdubbeld. We hadden last van eigen vuur naar we meenden, in werkelijkheid naar achteraf bleek van vijandelijk vuur. Het waren venijnige fluitende kogels welke scherp insloegen. Achter ons in 't bos op Heimerstein moet al vijand verborgen gezeten hebben, hetzij als vermomde arbeiders, hetzij als parachutist.
Sergeant H.H.M. Krudde uit de eenzame stelling vóór mij trok in dien nacht terug. Hij kon door eigen vuur beslist niet in zijn schuttersputten vuren, ook bij mij was zo'n put. Hij vulde onze bezetting mooi aan.
Ik liet nog munitie halen en bracht wat naar 't nevenbastion van Vaandrig D.C. de Ridder welke al half teruggetrokken was, maar terug moest voor de Majoor [W.P. Landzaat]. De vijand zat daar leelijk dicht bij in de boomgaard welke schandelijk was blijven staan.
Later in den ochtend omstreeks 8.00 uur begon men onze Hoornwerken onder direct artillerievuur te nemen. De mannen waren door 't vele waken en hangen erg moe en waren gauw gedemoraliseerd. Bij sergeant H.J. Edens sloegen 2 granaten in de mitrailleurnestopening en een groote vlam sloeg naar binnen en 't piket met Jansen tegen den grond. In groep sergeant D.E. Nijhuis werd de mitrailleur naar binnen tegen de achterwand kapot geschoten.
Soldaat G.W. Cloosterman in een schuttersput kreeg een voltreffer over de put, door 't wegdekken werd wonder boven wonder niemand geraakt. Overal sloegen er gaten in de sectie. Nergens was 't onder dit zware vuur uit te houden. De meesten zaten in de legeringsschuilplaats. Steeds dichter daverden de projectielen over en naast ons, terwijl alles stond te trillen bij den luchtdruk.
Niemand voelde nog voor veel verzet. Sommigen wilden terugtrekken wat ik zoolang mogelijk tegenhield. Toen bleek dat we geïsoleerd zaten, niets van eigen artillerie of vliegtuigen te bespeuren viel, noch de tegenstoot van 19 R.I. kwam, die ons die morgen beloofd was en we hier slechts afgeslacht konden worden, besloot ik eerst ten deele terugtrekken. Een groep begon, waarvan enkelen overkwam (Chr.H. Esvelt en A.Ph. Bresser), sergeant J.H. Stemerdink als eerste slachtoffer, door een granaatscherf doodelijk gewond werd in den rug, enkelen gewond werden (J. Goor en P.J. Baptist) en anderen terugkwamen.
Toen is de witte vlag op een bajonet uitgestoken en onmiddellijk verplaatste 't artillerievuur zich. Een vijandelijk vliegtuig cirkelde voortdurend boven ons rond, had vrij spel en gaf de doelen met lichtkogels aan. De vijandelijke organisatie was schitterend maar ons noodlottig. Na een hevige beschieting van 't andere Hoornwerk met een zware mitrailleur welke lang door bleef vuren, kwam de vijand ons in 't begin van den middag weghalen. Het was een zeer ruw optredende bende met de stoottroepen welke ons tot grooten haast aanmaande en uitschold. We moesten onze overjassen en veldjassen uittrekken, wapens en mesjes afgeven en werden toen als dekking gebruikt voor de oprukkende troepen terwijl die onder hevig vuur genomen werden. Toen vielen zeer velen van ons. Het was een verschrikkelijk gezicht. Eerst gingen we nog naar de 2e Sectie welke met vaandrig W.H. Staphorst net zoo behandeld werden. Daarna moesten we een brug herstellen (naar het bastion 3e Sectie). Toen terug weer als levende dekking, vooral op de sluis op den grooten weg.
Zeker vielen L. van Ingen [gesneuveld], G.W. Cloosterman [gesneuveld], Grootink [naam onbekend, wellicht bedoeld Groot Nibbelink?], J.A. van den Akker [niet gesneuveld], J. Goor [gesneuveld], Van Dreumel [niet gesneuveld], J.G. van Gelder [gesneuveld], terwijl gewond werden sergeant H.J. Edens, P.J. Baptist, Van der Meer, J.J. Coenen (Limburger) ["kogel door rechter wang, verhemelte en kaak"], J. Boomgaard en Jansen. Hierna moest ik met anderen een opblaasbare rubberboot over 't weiland trekken, waar de vijand zich liggend achter dekte. Vervolgens moesten we stukken pak hiermee vervoeren en peddelen over 't water vóór mijn bastion. Toen kregen we rust, werd ik als officier erkend en apart behandeld en verkreeg een leeren motorjekker. De overlevenden feliciteerden elkaar. We dekten toen voor eigen artillerievuur en daarna moesten we weer gewonden halen en ver wegbrengen naar een hulpverbandplaats. Sommige (Duitse) soldaten waren beslist zeer geschikt en verbonden bijvoorbeeld onze gewonden uit eigen middelen (van de Heer).
Zelfs 't wegbrengen der gewonden was soms nog onder vuur. Plusminus 9 uur waren we ermee klaar en mochten wat eten in een boerderij (frambozen uit een inmaakflesch). Daarna afmars van ons groepje (plusminus 20 man) naar Wageningen, wat gedeeltelijk vernield was (vooral in 't Westen) en veel gesprongen bruggen had. Er doorheen tot een groot buitenhuis waar we een anderhalf uur wachten en discussieerden met onze geleiders en toen weer terug moesten naar Wageningen, waar we gingen slapen ongeveer 0.30 uur in een Rooms-Katholieke kerk (Magdelena), gewoon zittend in de banken. Het transport was nu plusminus 150 man geworden.
13 Mei 1940 - Maandag 2e Pinksterdag
's Morgens 5.30 uur wakker gemaakt en per vrachtauto naar Arnhem en Westervoort. Toen weer terug tot voorbij Oosterbeek. Hier werd een poosje gewacht en toen terug naar Arnhem waar we in de Menno van Coehoornkazerne / nieuw gebouw op de Bovenbult [bijnaam voor het hoger gelegen terrein van de Menno van Coehoornkazerne in de Arnhemse wijk Klarendal]) gebracht werden. Hier troffen we nog een 30-tal officieren en een 1000-tal onderofficieren en manschappen.
Van mijn sectie waren hier nog bij: H. Timmer, M.H. van den Burgt, Van Binsbergen, J.H. Rikken, korporaal A.F. van Schenkhof, terwijl er verder waren: sergeant J. van Duuren, H. Knol, H. Klaassen en de vaandrigs R. van Beers en W.H. Staphorst.
In de kazerne konden we in de rustkamer nog wat krijgen wat we konden gebruiken. Er lag een heeleboel rommel, maar er waren ook kleeren. Hier bezorgde kapitein R.E.J. Collette mij een buitenmodel soldatenjas en een soldaat mij sterren van een overjas.
Tallooze burgers verdrongen zich langs 't hek en wierpen ons van alles toe, sigaretten, chocolade, sokken, etc. etc. Veel informaties werden ingewonnen, alles was zeer hartelijk wat de Duitsers zeer wonderbaar vonden. 's Middags vertrokken we met twee majoors (C.J. Voigt en C. Eldermans) over een pontonbrug bij Westervoort naar Zevenaar. Overal langs de weg stonden onze burgers met bedrukte gezichten, dikwijls wat [gevend??], vooral weer veel in Zevenaar waar we op 't station weer brood en eieren uitgedeeld kregen. Hier dronken we wat en kreeg ik een scheerapparaat en twee paar sokken.
Ongeveer 8.15 uur stapten we in den trein, een 2e klas coupe voor officieren en verder dichte beestenwagens en toen begon een lange treinreis, schokkend, veel stilstaan terwijl ik telkens meende weer granaten en mitrailleurvuur te hooren, of we beschoten werden.
14 Mei 1940 - Dinsdag
's Morgens ongeveer 4 uur kwamen we in Soest aan waar we eerst nog wat in de trein bleven slapen. Ongeveer 5.30 uur gingen we naar een groot nieuw kazernecomplex (30 minuten loopen), een eind buiten 't aardige stadje en kregen een halve gang met kamers en waschgelegenheid ter onzer beschikking. In de kamers welke licht behangen waren lagen alleen wat bossen stroo.
We waschten ons en gingen toen slapen want we waren nog steeds zeer moe. Op mijn kamer lagen er tien en wel kapitein R.E.J. Collette en Van der Pijl, 1e luitenant Hoorn [vermoedelijk H. Hoorn, sectiecommandant 3-III-8 R.I.], Mr. A de Haas [sectiecommandant 3-II-19 R.I.], T.H. de Jong (adjudant I-8 R.I.) en ik, en de vaandrigs R. van Beers [sectiecommandant 1-I-8 R.I.], H. Staphorst [sectiecommandant 1-I-8 R.I.], Vliering en Wassenaar [vermoedelijk K.W. Wassenaar, sectiecommandant 1-II-8 R.I.].
's Middags werden we (35 man officieren) geregistreerd en werd al ons geld afgenomen. Ook werden we nog gekeurd wat bestond uit 't met ontbloot bovenlijf langs een dokter loopen en zeggen dat men iets of niets mankeerde. Als warm eten kregen we toen dunne aardappelsoep en hard zuur bruin brood met wat margarine.
Ik naaide sterren op mijn veldjas en maakte een veldmuts van beenwindsel, zoo bezat ik weer het allernoodzakelijkste. Het was een Dulag = Durchgangslager. We moesten de beloften afleggen en teekenen dat we met geen Duitsche [?] in Verkehr zouden treeden.
24 Mei 1940 - Vrijdag
Schoone handdoeken. Brood met soep (Graupensuppe). Goede berichten bij 't appèl (we gaan naar huis, zei de majoor). Eerewoord van niet ontvluchten bij wandeling buiten het kamp. Brood met bloedworst. Nog steeds geen boter.
25 Mei 1940 - Zaterdag
Brood met marmelade (al meer gehad). Nieuwe groep officieren van Bad Horn gekomen (ongeveer 260) waaronder overste Smits, Ds. Joh. Gerritsen en Ds. M. Onnes. Voor 't eerst vast middageten (gepofte aardappelen en spinazie en gehakt vleesch). Er zijn nu 740 officieren en ongeveer 100 onderofficieren. 's Nachts kwamen er weer 20 (luitenant Grotes). Brood met Griessuppe (het eten is nogal gasserig). Ondergoed gewasschen.
26 Mei 1940 - Zondag
's Morgens om 10.30 uur godsdienstoefening onder Ds. Barger. 1 geheel rond brood voor 4 dagen. 's Middags dikke erwtensoep. 's Middags 3 uur ene grote wandeling gemaakt tot 17.20 uur. Het land is heel mooi. Heuvels met bos, bouwland en grote weiden met allerlei soorten bloemen (herfststijloos, salie, ratelaar, anjer, wolfsmelk). We liepen tamelijk vrij in groepen van 60 met een geleider. Kapitein Gouda was de plantkundige. De stemming is wisselend met de kans op spoedig vertrek. Bij ons gaat het best, er zijn goede zangers, soms kampstemming en plezier, over het algemeen beslist niet bedrukt.
27 Mei 1940 - Maandag
's Middags een flinke portie aardappelen en bratlinge gehad, voorafgegaan door soep. 's Middags bridge en bier. 's Avonds naar het zangclubje geluisterd, daarna avondsluiting (plusminus 1 uur) daarna algemeen wandelen op het terrein. Er was een Franse luitenant en een Amerikaanse hospitaalsoldaat. Het eindigde in een onweersbui met stortregen. Calais gevallen. Wij zijn mensen achter tralies, ofwel bankdirecteuren.
28 Mei 1940 - Dinsdag
's Morgens bezoek van een Duitse generaal gehad. Alles werd extra schoongemaakt en geboend. Tijdens zijn bezoek was het sport en een lezing. Hij bezocht onze barak en de eetzaal, maar bracht geen nieuws, dus zakte de stemming in. 's Middags om 3 uur weer wandelen door de prachtige omgeving tot 5.30 uur (veel bosch).
29 mei 1940 - Woensdag
Bijna de hele dag druilige regen. 's Middags sla, maar helaas te weinig. Veel gebridged, geen sport gedaan (moest eigenlijk wel).
30 Mei 1940 - Donderdag
's Morgens nog regen. 's Morgens soep, 's middags aardappelhaché, 's avonds kaas.
31 Mei 1940 - Vrijdag
's Morgens 1/5 rond brood met marmite, later Russische letters geleerd. 's Middags Bauernfrühstuck (aardappelen en zure kroten), zelfs 2e portie gehad. Later aardige wandeling door Weinsberg, oude kerk en het slot bezichtigd op de Weibertreu [berg] met prachtige panorama's. Daarna soep met restant brood. 's Avonds eerst bridge, toen preek Ds. Slot (3 kwartier) welke volle zalen heeft.
1 Juni 1940 - Zaterdag
's Morgens kampgeld over de vorige 10 dagen gehad (27 Mark). 's Middags rijst en gepofte aardappelen. Er was een bridgewedstrijd. Zelf geen goede kaarten.
2 Juni 1940 - Zondag
's Morgens twee generaals geweest, met mededeling dat de Führer besloten had dat wij spoedig naar huis zouden gaan, waarmee de Krieg beëindigd zou zijn en hij hoopte dat daarmee weer de goede verhoudingen hersteld zouden zijn. Hierna preek Ds. Gerritsen. 's Middags slechts zuurkool. 's Avonds Hollandse kaas en interessante belastingverhandeling.
3 Juni 1940 - Maandag
Goed weer. Anderhalf uur in de rij voor de cantine om een biertje te kopen. 's Nachts luchtalarm.
4 Juni 1940 - Dinsdag
's Middags signalement opgenomen. Nederlandsche en Duitsche overheid zullen hun best doen ons zoo gauw mogelijk te helpen (van de majoor). Duinkerken gevallenen.
5 Juni 1940 - Woensdag
Feestdag 1e der 8. Verschillende boeken gekomen. Wandeling met kersen eten. Vele geruchten.
6 Juni 1940 - Donderdag
's Avonds 6 uur in de kerk van Weinsberg geweest waar Ds. Slot voorging en een [?] 't orgel bespeelde. Overdag veel gezond wegens het aanhoudende mooie weer. Gaan nu Zaterdag weg.
7 Juni 1940 - Vrijdag
's Morgens gebaad met vier kamers tegelijk in één ruimte met ongeveer 20 douches, veel gezang. Er komen drie Fransen bij. De Kolonel deelt mee 's avonds na de sluiting dat ons vertrek aanstaande is.
8 Juni 1940 - Zaterdag
's Morgens weer lekker frisch. 's Middags tijdens 't eten weggeroepen voor appèl en mededeling van de Majoor dat we naar Nederland terugkeren (trein 18.32). Toespraak en dank Kolonel
| Bron: | Dagboek reserve 1e Luitenant C.A. Niemantsverdriet, commandant 1e sectie 1-I-8 R.I. Verkregen via Colin de Leeuw. |
|

