Dagboek van reserve-tweede luitenant W.P.J.M. van Dijk

afschrift

1-III-19 R.I.
-----------------
2e Luitenant W.P.J.M. van Dijk
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.

Commandant 19 R.I.: Overste SMITS
Commandant III-19 R.I.: Majoor WEBER
Commandant 1-III-19 R.I.: Kapitein P.G. WESTHOFF
Commandant 2-1-III-19 R.I.: 2e Luitenant W.P.J.M. van Dijk

De 3 groepscommandanten van bovengenoemde [2e] sectie waren de sergeanten: BELT, BEKKER en VAN WALVOORT.

----------

Ter verduidelijking bijgaand een kaartje 1:10.000 van de stellingen van 1-III-19 R.I., waarbij de opstellingen van elke sectie zijn aangegeven met de nummers 1, 2, 3 en 4. [zie brondocument onderaan deze pagina]

Onze compagnie bezette de uiterste rechter flank van het gedeelte der hoofdweerstandsstrook, dat ingenomen was door III-19 R.I.
Links waren wij aangeleund door 3-III-19 R.I. en rechts naar ik meen door 2-II-8 R.I.

10 Mei.

In den nacht van 9 op 10 Mei werd ik om 0.30 uur gewekt door een ordonnans der compagnie met het bericht: ALARM. Ik ben toen onmiddellijk naar het bureau gegaan en vernam dat ik geloof om 5 uur toestand 3 moest zijn bereikt.
De noodige maatregelen zijn toen genomen en toen om ongeveer 4 uur de stroom Duitsche vliegers, waarvan er reeds aanstonds eenige werden neergeschoten, doch die geen bommen lieten vallen, over ons gebied vloog zijn wij op eigen initiatief naar de stellingen gegaan na de manschappen aan het verstand te hebben gebracht dat dit werkelijk oorlog beteekende. De stemming was goed, althans verre van vrees- of zenuwachtig.
Wij zijn, eenmaal in de stellingen, onmiddellijk overgegaan tot het uitdeelen van munitie, handgranaten enz. Er bleken nota bene alleen maar blikken aanvalshandgranaten te zijn. Slechts een enkel vliegtuig heeft ons dien dag zonder resultaat, met machinegeweervuur trachten te bestoken. De voedselvoorziening die in handen was van menagemeester-sergeant BOSMA functioneerde best en niettegenstaande de groote moeilijkheden door artillerievuur enz. enz. is die ook de volgende dagen heel goed geweest, niettegenstaande de keuken herhaaldelijk verplaatst is moeten worden. Verder werd die dag het gerucht verspreid dat Italiƫ en Rusland aan Duitschland een ultimatum hadden gesteld wat al spoedig bleek klinkklare onzin te zijn.
Na het vallen der duisternis hebben wij laten patrouilleeren tusschen Maatsteeg en Grift maar moesten dit al spoedig opgeven daar de patrouilles herhaaldelijk door eigen vuur gehinderd werden.
Ook een drietal zoeklichten (gas) kregen wij op die dag in de stelling maar zooals al reeds bij een oefening gebleken was waren die volkomen nutteloos daar zij op sommige punten niet eens de prikkeldraadversperring bereikten. Zij hebben dan ook in het geheel niet geschenen.
Een van de stellingen der 4e sectie op de teekening met een X aangegeven kon niet worden bezet daar zij pas eenige dagen tevoren was afgebroken, omdat de ligging te dicht aan de slootkant was. De werkloozen die aan onze stelling werkten hebben 's ochtends nog met man en macht getracht deze stelling bruikbaar te maken maar het is hen niet mogen gelukken daar de tijd te kort was.
Verder dien dag geen bijzonderheden.

11 Mei.

Weinig activiteit van vliegtuigen. Des ochtends verschenen de aalmoezenier en de veldprediker in de stellingen die tot velen een opbeurend woord hebben gesproken en geestelijken bijstand hebben verleend.
Het artilleriebombardement door de Duitschers nam dien dag een aanvang en heeft met korte tusschenpoozen tot 13 Mei geduurd en werd beantwoord door onze artillerie. Veel schade aan onze stellingen heeft dit bombardement wonder boven wonder niet gedaan, wel werd ons munitiedepot in brand geschoten, doch de munitie kon worden gered. Ook werden tallooze malen de wrakke telefoonkabeltjes die boven de grond in boomen of palen hingen vernield maar de telefonisten hebben de kabels evenzoo vele keeren onder het bombardement door hersteld. Verschillende boerderijen werden, vooral op 13 Mei in brand geschoten en een paard werd gedood.
Dien dag waren reeds eenige motorpatrouilles van de vijand doorgedrongen tot de Grift en daar het noodzakelijk was wat van de gebeurtenissen te zien wat zonder kijker niet mogelijk was heb ik een kijker geleend bij 3-III-19 R.I. die er 4 hadden tegen wij slechts een. In den nacht werd een stormvuur ontketend bij Veenendaal wat later op een vergissing scheen te berusten.

12 Mei.

De geheele dag activiteit van vliegtuigen waaronder ook eenige G 1's die een bomaanval in duikvlucht uitvoerden ergens tusschen Ede en Wageningen en eenige Hollandsche jagers, die zeer laag over de stellingen vlogen en de troepen werden door de bemanning toegewuifd. Verder het gebruikelijk bombardement door artillerie.
's Middags de juiste tijd heb ik tot mijn spijt niet opgenomen, begon een bombardement op den Liniedijk langs de Grift waarin de troepen van het 8e [lagen]. Het eigenaardige was dat de projectielen van achteren kwamen en over onze hoofden heenfloten waarna men ze eenige seconden later tusschen Maatsteeg en Liniedijk kon zien inslaan. Hierdoor alleen reeds staat het voor mij vast dat onze artillerie dit heeft gepresteerd. De granaten ontploften steeds dichter bij de opstellingen van het 8e en eenige troffen ze ook.
De soldaten zijn toen in paniek de stellingen uitgeloopen en zag men telkens de granaten er midden tusschen ontploffen. Een deel van deze menschen die volkomen van de wijs waren kwamen bij onze commandopost terecht het overgroote deel had wapenen en munitie maar achtergelaten. Wij hebben de gewonden zoo goed mogelijk verbonden en de zwaar gewonden laten wegbrengen.
Later zijn zij weer naar hun stellingen teruggekeerd. Later, eenige dagen na den oorlog ben ik van de Maatsteeg naar de Liniedijk gewandeld en heb het volgende geconstateerd:

Het bombardement dat ongeveer een uur geduurd heeft was zeer intensief en er waren dan ook zeer veel granaattrechters in den grond. Deze waren veel grooter en dieper dan de gaten door de granaten van de Duitsche artillerie geslagen.
Halfweg tusschen Maatsteeg en Liniedijk zag ik een onontplofte granaat liggen ik meen van gele kleur en in gebruik bij onze artillerie want ik heb zeer groote hoeveelheden van dezelfde projectielen in het oorlogspark van de IVe Divisie in IJsselstein zien liggen na den oorlog.
Waar ik ongeveer de granaten op de opstellingen heb zien ontploffen trof ik ook trechters aan.

Wij hebben dien middag getracht het bombardement te doen ophouden door de veldtelefoon maar de artillerie was niet te bereiken en ook een door de Luitenant Schouten van de 19e Compagnie Pantserafweergeschut uitgezonden ordonnans bereikte geen resultaat. In elk geval hebben wij zooveel mogelijk instanties met het gebeurde op de hoogte gebracht.

Des avonds kwam het bevel dat wij ons uit de opstellingen moesten terugtrekken en opstelling innemen met front Oost langs de Friesche steeg in het vak vanaf kruispunt Friesche Steeg / Weteringsteeg tot aan het kruispunt Friesche steeg / Cuneraweg. De Grebbeberg heette toen reeds bezet.
Dat er Duitschers waren konden wij wel opmaken uit het feit dat van de berg met lichtgevende munitie ook in onze richting geschoten werd. Het geheel was in elk geval zeer verwarrend. Voor ons aan de Hooge steeg zat een deel der M.C.-III met Zware Mitrailleurs en pistolen doch zonder karabijnen zoodat die menschen zich daar hoogst onplezierig voelden, hetgeen met ons ingelijks het geval was daar het zicht nergens verder dan 50 m, enkele plaatsen uitgezonderd (ook overdag).
Des nachts vernamen wij dat 4 Bataljons een tegenaanval zouden doen, ik meen van het 11e en 24e R.I. Dit was reeds bij voorbaat tot mislukken gedoemd daar deze menschen al een heele tippel of fietstocht achter den rug hadden, geen van hen ooit in ons stellinggebied was geweest en zij niet precies wisten waar de Duitschers zaten.

13 Mei.

We kregen het bevel onze stellingen weer te betrekken. Al spoedig zagen wij de aanvallers in wanorde terugtrekken en zijn verschillende van onze stellingen door hen als het ware leeggezogen. Een typisch antwoord kreeg ik van een der Onderofficieren aan wien ik vroeg waarom zij zoo spoedig terugtrokken en die mij mededeelden: "Wij werden beschoten". Direct achter en tusschen de vluchtelingen kwamen de Duitschers en daar het in het begin niet te zien was wie nu de Hollanders en wie de Duitschers waren hebben wij om niet op eigen menschen te schieten een poos moeten wachten voor het vuur geopend kon worden. De Duitschers kwamen in groten getale voornamelijk van de liniedijk via de Maatsteeg naar de Weteringsteeg. Het 8e scheen daar zijn stellingen verlaten te hebben en ook de menschen van onze 4e sectie hadden moeten terugtrekken. De Duitschers konden daardoor gewoon langs de prikkeldraadversperring trekken die nota bene vanaf Kruiponder tot aan de Maatsteeg loodrecht op het front van onze stellingen stond.
In die tusschentijd kreeg ik in mijn groepsopstelling nog een 1e Luitenant met eenige soldaten en eenige lichte mitrailleurs van het 24e geloof ik die ik dan ook goed gebruiken kon. Al spoedig was mijn opstelling de uiterste rechter vleugel geworden en waren wij daar de Duitschers vrij spel hadden gedwongen zoowel over de borstwering, rugwering als uit de uitgang van onze stelling te vuren. Daar ik ook van onze 1e sectie (die de stoplijn bezette) geen levensteeken meer vernam of zag en ook de 3e sectie die voor mij lag noodgedwongen was teruggetrokken zoodat ik van drie kanten door de Duitschers was ingesloten en het zicht zeer belemmerend was door boerderijen, hagen en stellingen ben ik ten slotte in overleg met de officier van het 24e maar besloten terug te trekken. Op de terugtocht, die door de situatie zeer moeilijk was ben ik nog langs de commandopost van het Bataljon gegaan maar deze was verlaten en was dat volgens een Onderofficier van de Staf van het Bataljon die ik even later in de boschjes achter de commandopost tegen kwam (sergeant Elling) reeds een uur hoewel er toen nog geen Duitscher daar te zien was geweest. Daarna ben ik langs het regiment getrokken en ook daar bleek de commandopost volkomen verlaten.
Ten slotte zijn wij terecht gekomen in Elst waar een volkomen verwarring heerschte. Ik heb daar nog een stukje van de compagnie teruggevonden, zoodat wij ongeveer 30 man sterk waren en kreeg de opdracht van Overste Smits mij op te stellen langs de kunstweg Veenendaal-Elst. Wij wilden daar net aan beginnen toen het bevel tot de terugtocht werd gegeven. Ik wilde dit aan mijn menschen meedeelen toen plotseling eenige Duitsche vliegtuigen laag over kwamen en met mitrailleurs begonnen te vuren op de kriskras door elkaar staande troepen en troepenonderdeelen. Nadat zij voorbij waren kon ik mijn menschen nergens meer ontdekken en heb ten slotte 14 man grootendeels van de 1e sectie gevonden die ik toen maar mee terug genomen heb.
In Utrecht deelde men mij mee dat de IVe Divisie in Jutfaas lag, ik heb daar echter niemand kunnen ontdekken en ben ten slotte maar in de richting Leiden gegaan waar ik hoopte dat wij bij verder voortzetten der verdediging weer ingedeeld konden worden.
Onderweg werden wij steeds opgehouden door bombardementen op dorpjes en vluchtelingencolonnes zoodat wij eerst tegen den avond van 14 Mei Hazerswoude bereikten waar ons het bericht der capitulatie bereikte.

Overschie, 23 Januari 1941
de 2e Luitenant
get. W.P.J.M. van Dijk.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 2.70 MB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 454.62 KB)