Getuigenverhoor van reserve-kapitein A. Wiersinga
PROCES-VERBAAL
VAN
GETUIGENVERHOOR
in de zaak tegen:
J. BISON.
Heden den negenden October des jaars negentien honderd een en veertig zijn voor ons
Mr. L.J. van Gelein Vitringa,
Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de arrondissements-rechtbank te 's-Gravenhage, bijgestaan door
Mr. A.M. Creutzberg,
waarnemend griffier, verschenen de na te melden getuige, die, na beloofd te hebben de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen en na, voor zoover zulks niet anders is vermeld, verklaard te hebben niet te zijn in dienst, noch bloed- of aanverwant van
J. BISON,
op onze ondervraging heeft verklaard als volgt:
ADRIAAN WIERSINGA,
oud 47 jaren, van beroep bedrijfsleider,
wonende te Haarlem, Bosch en Vaartstraat 15.
- - - -
In de oorlogsdagen Mei 1940 was ik Commandant 2-II-8 R.I., welke Compagnie gelegerd was te Rhenen in het vak loopende van Kruiponder langs de Grebbedijk 1500 meter zuid, met een diepte van eveneens 1500 meter, westelijk begrensd door de Maatsteeg. Onder mijn bevelen stonden de Luitenant H.H.C. Vos, Commandant linkervoorsectie, de 1e Luitenant G. Mink, Commandant Sectie Zware Mitrailleurs, en de Adjudant-Onderofficier J. Bison, Commandant rechtervoorsectie.
De gedurende de mobilisatie voor mijn Compagnie uitgegeven order was: "Stand houden"; deze order is mij op 12 Mei 1940 nogmaals telefonisch bevestigd door Commandant II-8 R.I., den Majoor Jacometti. Deze order is dienzelfden morgen door mij persoonlijk nog eens doorgegeven aan bedoelde sectiecommandanten.
In den loop van Zondagmiddag 12 Mei 1940 hebben genoemde sectiecommandanten de onder hun bevelen staande stellingen verlaten, waarop zij met de onder hun bevelen staande manschappen zijn teruggetrokken. Tot dit verlaten en terugtrekken hadden zij van mij, hun Compagniescommandant, geen opdracht of machtiging ontvangen, zoodat dit geschied is in strijd met de hun uitdrukkelijk gegeven order "stand houden". Of zij daartoe door de oorlogsomstandigheden genoodzaakt zijn geweest kan ik niet beoordeelen.
Voor de verrichtingen van deze commandanten tot het moment van hun terugtocht heb ik grooten lof, daar zij zich gedurende de oorlogsdagen in de vuurlinie onder zeer zware omstandigheden op voorbeeldige wijze hebben gedragen.
Ten aanzien van het gedrag van den Adjudant Bison kan ik nog het volgende mededeelen:
Persoonlijk heb ik vanuit mijn commandopost zijn terugtrekken gadegeslagen; dit geschiedde onder zeer hevig artillerievuur. Ik zag, dat hij zijn manschappen op buitengewoon rustige wijze weder in groepen verdeelde; hij ging met levensgevaar telkens van de eene groep naar de andere, teneinde deze in verband te houden en op de juiste wijze door het artillerievuur heen te brengen. Aan zijn manhaftig optreden acht ik het dan ook te danken, dat het aantal gesneuvelden van zijn sectie zich tot 5 heeft beperkt; bij ander optreden zou het aantal gesneuvelden en gewonden aanzienlijk hooger zijn geweest.
Voorgelezen - volhard - geteekend.-
(get.) A. Wiersinga.
Waarvan proces-verbaal.
De Griffier:
(get.) A.M. Creutzberg.
De Rechter-Commissaris:
(get.) L.J. van Gelein Vitringa.
|
