|
Uitvoering:
|
op 10 Mei 1940 te 3.30 uur werden een groot aantal Duitsche vliegtuigen boven Ede waargenomen en werd door Commandant 4 R.H. het regiment gealarmeerd en bevolen zoo spoedig mogelijk de kazernes te verlaten om zich te begeven naar de oorlogsopstelling. Te 4.35 uur berichtte Commandant IIe Legerkorps den aanvang van strijdvaardigheid 4, gevolgd door het bevel te 4.58 uur, dat vernielingen en opruimingen uitgevoerd moesten worden en de landmijnen scherp te stellen. Bij vernieling rekening houden met vooruit zijnde troepen, vervolgens zenden de ondercommandanten berichten omtrent de door hen ingenomen stellingen en de uitgevoerde vernielingen. Te 8.50 uur meldt Commandant 5-4 R.H. vanuit Oosterbeek, dat artillerievuur werd ontvangen uit de richting Arnhem-Zevenaar, waarop deze commandant door mij werd gemachtigd voor overmachtige vijand terug te gaan op de volgende stelling, welke terugtocht in samenwerking moest geschieden met het midden-vooreskadron te Schweizerhöhe. In verband hiermede werd door mij opdracht verstrekt aan Commandant 4-4 R.H. om de spoorbrug bij Dieren te laten springen en vervolgens terug te trekken naar mijn commandopost. Overleg werd vervolgens gepleegd met Commandant IIe Legerkorps de toestand medegedeeld alsmede, dat met uitzondering van de spoorbrug bij Dieren, alle vernielingen waren verricht. Opdracht ontvangen: voeling houden met vijand met kleine patrouilles, teruggaan naar volgende lijn. 5-4 R.H., het rechtervooreskadron, heeft tot dusver stand kunnen houden doch in verband met verder binnengekomen berichten krijgen de eskadrons te 9.55 uur opdracht, om voor overmacht terug te gaan op de lijn Meulunteren-Ede-Renkum. Commandant linker vooreskadron neemt tevens verband op met 1 R.H. te Barneveld. Te 10.10 uur bericht Commandant 5-4 R.H., dat Duitsche vliegtuigen dalen op den Rijn, welk bericht is doorgezonden aan Commandant IIe Legerkorps. Te 10.55 uur beveelt Commandant IIe Legerkorps niet terugtrekken vóór [het] strikt noodzakelijk is; hiermede kan echter in de voorste lijn geen rekening meer worden gehouden, aangezien het rechter vooreskadron reeds uitvoering had gegeven aan mijn voorafgaand bevel om terug te trekken. Te 11.00 uur beveelt de Commandant IIe Legerkorps één eskadron ter beschikking te stellen van Territoriale bevelhebber in Overijssel (T.B.O.). Hiervoor wordt door mij aangewezen Commandant 4-4 R.H., dit eskadron, dat een bijzondere taak had te Dieren en aan het Apeldoornsch kanaal, was na terugkeer bij mij ingezet om de zuidflank van Ede te dekken en te verkennen tegen Bennekom en Renkum, zulks in verband met de sterke druk van den vijand voor het rechter vooreskadron. Te 11.55 uur komt bericht, dat het eskadron niet naar den Territoriale bevelhebber in Overijssel behoeft te worden gezonden en bezet 4-4 R.H. opnieuw de zuidflank van Ede. Nu volgen verschillende meldingen omtrent dalingen van parachutisten voor het front van 4 R.H. terwijl een Duitsch vliegtuig trachtte te landen voor het front van 2-4 R.H., nabij de schietbanen, doch werd met vuur afgewezen. In verband met het teruggaan van midden en rechter vooreskadron wordt thans het linkervooreskadron teruggetrokken op Lunteren-Meulunteren. Te 12.45 uur geeft 2-3 R.H. de voorste lijn prijs en trekt onder dekking van achterhoedestelling terug naar het terrein West Ede. Hierbij sneuvelde de kornet Graaf van Limburg Stirum, 1 korporaal en één man. De levensmiddelentrein en de goederentrein zijn te 13.00 uur naar Leersum. Commandant 5-4 R.H. meldt te 14.20 uur: geen bijzonderheden te Heelsum; en te 15.25 uur vijandelijke vechtwagens bij Veentjesbrug. Te 14.40 uur krijgt Commandant 5-4 R.H. de opdracht om terug te trekken op het pompstation Westelijk van Renkum en mij te melden zoodra de (gemeente)grens van Wageningen is overschreden teneinde het toegezegde artillerievuur op Westrand van Renkum te kunnen handhaven. Te 15.50 uur wordt een rijwielpatrouille gemeld bij Jonkershoeve [Renkum], voorts drie pantserwagens met motorpatrouille, zware mitrailleurs te Heelsum, hierachter vervolgens tweehonderd man vijand in autobussen. Eigen zware mitrailleurs, het pag. en de mortieren brengen vuur op de beek. Commandant 4-4 R.H. krijgt opdracht te verkennen tegen Bennekom en Renkum, welke eerste plaats te 17.00 uur vrij van vijand wordt gemeld. Patrouilles te paard uitgezonden vanuit de stelling Oost van Ede melden geen bijzonderheden. Een verkenningspatrouille van 2e Eskadron Pantserwagens meldt vijandelijke motorrijders te 17.40 uur Oostelijk van Plankenwambuis. Te 17.45 uur dringen vijandelijke pantserwagens door bij 1-4 R.H. Zuid van den kunstweg Ede-Arnhem en worden in verband hiermede te 18.00 uur de bevelen uitgegeven voor den terugtocht op De Klomp. 2-3 R.H. waarbij later 1 sectie pag. en later 1 peloton pantserwagens dekt de terugtocht West van Ede. De flanken worden beschermd, Noordelijk door 6-4 R.H. en Zuidelijk door mitrailleureskadron plus één pantserwagen, welk eskadron ook opdracht had de terugtocht tegen vliegtuigaanvallen te dekken. Te 18.15 uur bericht een officier van de Staf 4 R.H., dat de versperring bij De Klomp door een misverstand is aangebracht, binnen een half uur zullen de asperges zijn doorgebrand. Te 19.00 uur passeeren de onderdeelen achtereenvolgens de versperring bij De Klomp, marcheeren door naar Leersum en gaan aldaar tot legering over. De geringe weerstand, welke telkenmale aan den vijand werd geboden vindt zijn oorzaak in: a. de groote frontbreedte; b. het ontbreken van natuurlijke hindernissen; c. het ontbreken van gemaakte versterkingen of hindernissen tengevolge van de reorganisatie van het regiment. d. het onvoldoende aantal stukken pag., waardoor ook de pantserwagens als zoodanig moesten worden gebruikt en aan een offensieve taak ofwel verkennende taak worden onttrokken.
|