Gevechtsverslag van reserve-kapitein Ir. A.D. Charlouis
GEVECHTSVERSLAG van 2-I-19 R.I.
Als Commandant van het middenvak van I-19 R.I. had ik onder mijn bevelen: 2-I-19 R.I. een Sectie 3-I-19 R.I., een Sectie M.C.-I-19 R.I., een Sectie Mortieren 19 R.I., een uitkijkpost van I-19 R.I. Verder bevond zich in dit vak een hulppost onder een officier van Gezondheid (Dr. Stibbe).
De waarschuwende voorposten bij het Fortuin waren ter sterkte van een sectie onder een luitenant.
De stelling werd bezet op Vrijdag 10 Mei te ongeveer 3.50 uur.
Gevechtsaanraking met den vijand hebben de onder mijn bevelen staande troepen niet gehad.
Wel werden wij reeds in den vroegen morgen van 10 Mei door laagdalende vliegtuigen beschoten. Er werd teruggeschoten, ook op de later steeds op grootere hoogten koersende vliegtuigen. Waarschijnlijk is het de in mijn vak staande sectie - M.C., die een vliegtuig getroffen en tot dalen gedwongen heeft.
Ook hebben wij eenige malen een niet langdurige artilleriebeschieting doorgemaakt, waaraan slechts twee paarden ten offer vielen.
Toen vijandelijke patrouilles zich op het .....dijkje vertoonden hebben de voorposten onder eigen mitrailleur- en mortiervuur gezeten en het mag een wonder heeten, dat er geen slachtoffers vielen.
Vanuit de voorposten en uit de stelling zelf zijn, zijn eenige malen verkenningspatrouilles naar voren (tot Ede - Bennekom) gestuurd, doch deze ondervonden geen weerstand.
In den namiddag van Maandag 13 Mei ontving ik de opdracht van Commandant I-19 R.I. terug te trekken en met andere troepen een grendelstelling op de Brinksteeg in te nemen. Aldaar is eenige last ondervonden van waarschijnlijk eigen geweer- en mitrailleurvuur, alsmede van mortiervuur, waarbij twee soldaten licht gewond werden.
Bij den terugtocht hebben twee soldaten van de voorposten niet tijdig kunnen terugtrekken. Vermits daar niet meer is gevochten kan worden aangenomen, dat deze mannen niet sneuvelden doch later gevangen zijn genomen.
In den vroegen morgen van Dinsdag 14 Mei 1940 moesten wij terugtrekken naar de Hollandsche Waterlinie. 2-I-19 R.I. had opdracht te 2.30 uur te vertrekken, hetgeen dan ook geen minuut eerder geschiedde. De andere (7) compagnieën moesten met een tijdsverschil van respectievelijk 5 respectievelijk 10 minuten afmarcheeren.
Korten tijd daarna vereenigde ik mijn compagnie met M.C.-I-19 R.I. (minus een sectie, die in de grendelstelling is verloren gegaan, waarschijnlijk door een niet door Commandant M.C. gegeven order te vroeg is vertrokken) en later met een deel van 1-II-19 R.I.
Ik nam als oudste het commando op mij. Daar ik de terugtocht niet in een vlucht wilde laten ontaarden en de zich moeilijker verplaatsende M.C. niet in den steek wilde laten, weigerde ik in te gaan op voorstellen sectiesgewijze of groepsgewijze terug te trekken.
Ik trachtte nabij Amerongen en later bij Leersum met den troep over den kunstweg te steken, doch door de voortdurende aanwezigheid van pantserwagens en mitrailleurs op motorrijwielen, zag ik hiervan af, in de hoop verder Westelijk een gunstige gelegenheid te vinden. Vlakbij Leersum ontmoette ik omstreeks drie compagnieën van III-19 R.I. onder reserve kapitein van der Meulen. Ik stelde voor ook deze compagnieën aan te trekken en slag te leveren.
Hieraan wenschte III-19 R.I. niet mede te werken, daar volgens de officieren die eerder op die plaats aankwamen, dit te veel bloedvergieten zou eischen en de kans van slagen miniem was.
Ik ging derhalve met de genoemde compagnie verder door de bosschen naar Doorn, met het plan daar door te breken. Eenerzijds doordat de troep geheel afgemat was (door de geforceerde marsch op den warmen dag, na een slapelooze nacht) en geen voldoende eten en drinken had, en anderzijds omdat wij bovendien vrijwel geheel omsingeld bleken te zijn, heb ik toen ten Noordwesten van Doorn op advies van de onder mijn commando staande officieren die een strijd hopeloos achtten tot overgave besloten (ik meen te omstreeks 15.00 uur.)
Opgemerkt zij, dat ik de troep, ondanks de ontberingen, behoorlijk in de hand heb kunnen houden en geen gevallen van desertie of wat ook zij, heb kunnen constateeren.
Tijdens den terugtocht zijn door mijn patrouilles en de vijandelijke patrouilles in de bosschen nabij Amerongen en Leersum schoten op elkaar gelost, doch tot een regelrecht gevecht is het niet gekomen.
Leiden, 20 Augustus 1940.
(get.) Ir. A.D. Charlouis.
Groot Hertoginnelaan 72
's-Gravenhage.
|
