Gevechtsverslag van reserve-kapitein N.A. Schuman

A f s c h r i f t.

Gevechtsverslag van M.C.-III-19 R.I.
--------------

10 Mei 1940.
0.30 uur: bericht ontvangen, dat te 5.00 uur graad van strijdvaardigheid 3 volledig moest zijn bereikt.
4.00 uur: bericht ontvangen van Commandant III-19 R.I., dat graad van strijdvaardigheid 4 was ingetreden.
4.00 uur: de commandopost en de stellingen van alle sectiën volledig bezet, te weten:
Rechter sectie: kazemat 32 en 2 vrije opstellingen 200 meter West van kazemat 32.
Vickers-sectie: 150 meter Zuid-Oost van kruispunt Frieschesteeg - Weteringsteeg.
Midden sectie: kazematten 33, 34 en 35.
Linker sectie: kazematten 36 en 37, en een vrije opstelling 50 m West van kazemat 37.
Stoplijn-sectie: 400 meter Oost van 5-sprong van harde wegen bij Achterberg.
Commandopost: aan Frieschesteeg: 200 meter Oost van kruispunt Cuneraweg - Frieschesteeg.

De Stoplijn-sectie was door mij aangewezen voor bestrijding van laagvliegende vliegtuigen. Op 10 Mei zijn door deze sectie pl.m. 9 banden tegen luchtdoelen verschoten. Waargenomen is door dienstplichtigen dezer sectie, dat één vliegtuig door een bundel is getroffen. Het wapen dat deze treffers maakte, werd op dat oogenblik bediend, door den sectiecommandant, den Sergeant 1e klasse J.J. SMIT. Het getroffen vliegtuig heeft zich daarop verwijderd in Noord-Oostelijke richting.
c.a. 8.00 uur: bericht ontvangen en doorgegeven: Engeland, Frankrijk en België zijn onze bondgenooten.
c.a. 8.30 uur: bericht ontvangen en doorgegeven: Nederland bevindt zich in oorlog met Duitschland.
Het verdere van den dag is doorgebracht met het nader inrichten en verbeteren der stellingen.
Tweemaal werden dezen dag door vijandelijke vliegtuigen duikvluchten ondernomen op de stellingen der midden-sectie, der stoplijn-sectie en op den commandopost. Mitrailleurvuur werd daarbij afgegeven, dat echter geen verliezen heeft gebracht.
Tijdens den nacht geen bijzonderheden.

11 Mei 1940.
Van c.a. 12.00 uur af van tijd tot tijd hevig vijandelijk artillerievuur op de stellingen der rechter sectie, Vickers-sectie, Stoplijn-sectie en den commandopost. Enkele malen werden de telefonische verbindingen daardoor verbroken, doch steeds na zeer korten tijd weer hersteld, door de Verbindingsafdeeling der compagnie, zoodat de verbreking nooit langer dan c.a. 20 minuten heeft geduurd.
c.a. 16.00 uur: op verzoek van Commandant 2-II-8 R.I. (kapitein WIERSINGA) vuursteun gegeven aan deze compagnie op het terrein Oost en Noord van Kruiponder.
Aan dit vuur, dat reeds lang in vredestijd was voorbereid, hebben deelgenomen de rechter sectie (commandant: 1e luitenant P. STORMS) en de Vickers-sectie (commandant: 1e luitenant E. WEVERS). De vuursteun is geruimen tijd gegeven (totaal pl.m. 30 banden). Door Commandant 2-II-8 R.I. werd een gunstige uitwerking gerapporteerd.
c.a. 22.00 uur: op verzoek van 1e luitenant VISSER van 4 M.C. door rechter sectie vuur afgegeven Oost van Kruiponder, tijdens het loopen van een patrouille door 1e luitenant VISSER naar Kruiponder.
In den loop van den laten namiddag eenige malen vijandelijk mitrailleurvuur op de stellingen der rechter sectie ontvangen.
De stemming bleef dezen dag bij alle sectiën zeer goed; mede zij dank door een geregelde aanvoer van brood, koffie en warm eten.
Na het invallen der duisternis kon aan alle sectiën munitie-aanvulling van 24 banden per stuk worden gegeven, benevens karabijn- en pistool-munitie.

12 Mei 1940.
c.a. 3.00 uur hevig vijandelijk artillerievuur op de stellingen der rechter sectie, Vickers-sectie, midden sectie en commandopost. Een boerderij aan de Hooge Steeg, 150 meter Zuid van de commandopost werd in brand geschoten.
Gedurende den voormiddag werd dit vijandelijk artillerievuur onregelmatig herhaald.
c.a. 5.30 uur weer vuursteun verleend aan Commandant 2-II-8 R.I., door rechter sectie op terrein 300 meter Oost van Kruiponder.
Van c.a. 6.30 uur af, herhaaldelijk vijandelijke verkenningsvliegtuigen boven de stellingen der rechter-, Vickers-, midden- en Stoplijn-sectie en boven commandopost.
c.a. 8.00 uur bericht ontvangen van Commandant midden sectie (Vaandrig Van BERGEN HENEGOUWEN), dat hij waarnam, dat het peil der inundatie pl.m. 10 cm. was gedaald.
Na dit bericht te hebben doorgezonden aan Commandant III-19 R.I., bericht terugontvangen dat dit geen reden tot ongerustheid moest geven.
c.a. 11.00 uur. Door kazemat 34 en 37 vuur afgegeven op vijandelijke motorpatrouille, die tot aan de inundatie was doorgereden. Deze vijandelijke patrouille keerde daarop ijlings terug.
c.a. 13.00 uur. Bericht ontvangen van Commandant III-19 R.I. dat in den namiddag een tegenaanval zou worden gedaan door II-19 R.I. en een bataljon van 8 R.I., ten einde de voorposten vóór vak 8 R.I. weer te herstellen. Hierbij het bevel ontvangen om dezen tegenaanval zooveel mogelijk met vuur te steunen.
Opdracht gegeven aan rechter sectie en Vickers-sectie om bij dezen tegenaanval het voorbereide vuur Oost van Kruiponder af te geven op het medegedeelde vuursein.
Dit afgesproken vuursein is niet gegeven.
c.a. 16.30 uur. Op verzoek van Commandant 2-II-8 R.I. het vuur Oost van Kruiponder afgegeven. Tijdens dit vuur werden de rechter- en Vickers-sectie hevig beschoten door vijandelijke artillerie (Infanterie-geschut).
Tot driemaal toe werden tijdens deze beschieting de verbroken telefonische verbindingen weer hersteld door de Verbindingsafdeeling der compagnie.
Evenals den vorigen dag onderscheidde zich hierbij de dienstplichtig soldaat D. ESHUIS, die iedere herstelling op zich nam.
Van een vuurpauze is dezen middag gebruik gemaakt door de van de Administratie te Werkhoven ontvangen soldij naar de sectiën te doen brengen ter uitbetaling aan de rechthebbenden.
c.a. 17.00 uur bericht ontvangen van Commandant Vickers-sectie dat eigen artillerie-vuur valt pl.m. 200 meter Zuid-Oost van de stelling der Vickers-sectie.
c.a. 17.05 uur bericht ontvangen van Commandant rechter sectie, dat de rechter sectie onder zwaar eigen artillerievuur ligt. Dit bericht werd daarna nog vier maal herhaald. Gedurende dezen tijd heb ik steeds persoonlijk de telefonische verbinding met den commandopost III-19 R.I. onderhouden ten einde het vuur te doen verleggen. Bovendien zijn de 12 bij mijn commandopost aanwezige seinpatronen 5 rood verschoten.
c.a. 17.30 uur werd het eigen vuur, dat naar schatting kwam uit de oude stellingen van 8 R.A., met sprongen Oostwaarts verlegd, tot op den dijk bij Kruiponder.
c.a. 18.00 uur. Bericht ontvangen van Commandant rechter sectie dat in het terrein vóór zijn sectie soldaten verschijnen, die zwaaien met witte vlaggen. Opdracht gegeven: nauwkeurig te blijven waarnemen en bij de minste verdenking te vuren. Gedurende een paar minuten is ook door de rechter sectie op deze personen gevuurd. Naderbij gekomen bleken het soldaten te zijn van 2-II-8 R.I., weggevlucht uit Kruiponder. Aan 2 gewonden werd bij de rechter sectie eerste hulp verleend. Op mijn verzoek aan de hulppost van III-19 R.I. zijn na c.a. een uur de gewonden door een geneeskundige patrouille van deze hulppost opgehaald.
Aan Commandant rechter sectie en Commandant Stoplijn-sectie opdracht gegeven de eventueel naderbij komende vluchtelingen tegen te houden en hen, desnoods met geweld, naar Kruiponder terug te zenden. Door deze commandanten is dit gedaan, doch blijkbaar zijn verschillende vluchtelingen daarna langs een omweg naar achteren getrokken.
Te c.a. 19.30 uur althans hield ik bij mijn commandopost staande 3 onderofficieren en pl.m. 20 man van 2-II-8 R.I., zonder uitrusting of wapens. Door een patrouille heb ik Commandant 2-II-8 R.I. (kapitein WIERSINGA) laten verzoeken zich van de rechter sectie uit telefonisch met mij in verbinding te stellen. Na de vluchtelingen met overgebleven eten en noodrantsoenen wat op hun verhaal te hebben gebracht, kreeg ik verbinding met den kapitein WIERSINGA, wien ik bezwoer toch Kruiponder weer te gaan bezetten. Op dringend verzoek van kapitein WIERSINGA besloot ik de ongewapende vluchtelingen niet naar Kruiponder, doch naar commandopost II-8 R.I. te zenden. Op mijn verzoek stelde Commandant III-19 R.I. den 2e luitenant GROOTERS ter beschikking als geleider der vluchtelingen. Tevens ontving ik bevel nog zoo veel mogelijk andere vluchtelingen van 8 R.I. te verzamelen en deze eveneens naar Commandant II-8 R.I. te zenden.
Te c.a. 20.00 uur had ik pl.m. 40 man van 2-II-8 R.I., waaronder de 1e luitenant VOS, verzameld, waarna ik hen doorzond naar Commandant II-8 R.I. en 2e luitenant GROOTERS, die zich inmiddels bij mij gemeld had, medegaf als geleider.
c.a. 20.30 uur meldde zich bij mij een 1e luitenant van 29 R.I., die opdracht had het terrein te verkennen voor het doen van een tegenaanval in den vroegen morgen van 13 Mei. Ten einde ingelicht te worden over den toestand bij Kruiponder heb ik weer verbinding gezocht met Commandant 2-II-8 R.I., doch deze niet verkregen, daar kapitein WIERSINGA een bespreking had met andere kapiteins en niet aanwezig was. De luitenant van 29 R.I. heb ik daarop verwezen naar Commandant III-19 R.I.
Te c.a. 21.30 uur bericht van rechter sectie, dat deze sectie mitrailleurvuur op korten afstand ontvangt uit Zuid-Westelijke richting. c.a. 22.00 uur werd dit bericht herhaald. Daarop heb ik opdracht gegeven weer een patrouille te zenden naar Commandant 2-II-8 R.I. om ingelicht te worden over den toestand. Deze patrouille kwam ongeveer een half uur later terug met het bericht, dat de commandopost 2-II-8 R.I. en de tusschenverdediging van 8 R.I. was ontruimd.
Na overleg met Commandant III-19 R.I. ontving ik order zoo noodig een grendellijn te formeeren.
c.a. 23.15 uur. Bericht ontvangen van Commandant rechter sectie dat de rechter tirailleurcompagnie (1-III-19 R.I.) is weggetrokken en de rechter sectie in de lucht hangt.
c.a. 23.30 uur. Opdracht gegeven tot het innemen van een grendelstelling front Zuid. Linker sectie geplaatst op spoorbaan bij viaduct over Cuneraweg (kilometerpaal 26) als rechter sectie van de grendelstelling. Stoplijn-sectie met rechter sectie langs Dijk, als midden sectiën van de grendelstelling. Vickers-sectie met één stuk uit kazemat 34 bij kruispunt Frieschesteeg - Weteringsteeg, als linker sectie van de grendelstelling. Bij iedere sectie Zware Mitrailleurs werd door Commandant III-19 R.I. een sectie tirailleurs geplaatst, eveneens met front Zuid. Deze tirailleurs-sectiën (van 1-III-19 R.I.) hebben echter stelling genomen achter de sectiën Zware Mitrailleurs. Protest hiertegen mocht niet baten.

13 Mei 1940.
c.a. 0.30 uur in commandopost III-19 R.I. het Divisie-bevel ontvangen over een tegenaanval door 4 bataljons (24 en 29 R.I.) ten einde den vijand over de Grebbe terug te werpen. Wanneer deze tegenaanval de stoplijn van 8 R.I. bereikt zal hebben, moeten door III-19 R.I. de oude opstellingen weer worden ingenomen.
c.a. 3.30 uur. Lichte beschieting door vijandelijke artillerie op de omgeving van de gevormde grendelstelling. Opstellingen der grendellijn zoo goed mogelijk versterkt en gecamoufleerd.
c.a. 8.00 uur passeeren de voorste sectiën der aanvallende bataljons van 29 en 24 R.I. de Frieschesteeg.
c.a. 9.45 uur bericht ontvangen, dat het eerste aanvalsdoel was bereikt. Van Commandant III-19 R.I. daarop vernomen, dat de oude opstellingen weer door III-19 R.I. moeten worden betrokken, wanneer de Bataljonscommandant dit mogelijk acht.
c.a. 10.30 uur opdracht gegeven aan linker sectie, midden sectie, Vickers-sectie en Stoplijn-sectie de oude opstellingen weer in te nemen. Aan rechter sectie opdracht gegeven met de aanvallende vóórcompagnie voorwaarts te gaan en, gelijk de Vickers-sectie, na het betrekken der oude opstelling, de tegenaanval met vuur op Kruiponder te steunen.
c.a. 11.00 uur: bericht ontvangen van Commandanten linker sectie, midden sectie en Vickers-sectie, dat de oude opstellingen weer waren ingenomen.
c.a. 12.00 uur bericht ontvangen van Commandant rechter sectie, dat ook deze sectie haar oude opstellingen heeft hernomen, zulks na bekomen opdracht. Door mij was geen opdracht daartoe gegeven, daar de tegenaanval nog slechts gevorderd was tot pl.m. 200 meter Zuid van Frieschesteeg. Waarschijnlijk is deze order uitgegaan van kapitein BUWALDA van 24 R.I.
c.a. 12.00 uur: waargenomen, dat geheele afdeelingen beginnen terug te wijken.
c.a. 12.30 uur: geen contact meer met de Stoplijn-sectie, zoodat het vermoeden rijst, dat deze met de terugtrekkende aanvallers is medegezogen.
c.a. 13.00 uur: een terugkeerende gewonde (doorschoten hals) van de rechter sectie meldt mij, dat deze sectie van alle kanten op zeer korten afstand vijandelijk mitrailleurvuur heeft gekregen en na het afgeven van mitrailleurvuur en karabijnvuur geheel is vernietigd. Opgemerkt zij, dat de M.C.-III-19 R.I., ondanks herhaalde aanvragen, geen handgranaten had ontvangen.
c.a. 13.15 uur: Commandant III-19 R.I. ontruimt de commandopost met de geheele commandogroep en trekt terug in Noord-Oostelijke richting. Ik besloot mij te begeven naar de Vickers-sectie, die met de midden sectie, vuurde op den voortrukkenden vijand. De Vickers-sectie had daartoe twee stukken op de rugweer der opstelling geplaatst en vuurde daarmede in Zuid-Westelijke richting.
c.a. 14.30 uur: wilde vlucht van teruggeslagen troepen der aanvallende bataljons.
Bij een granaatontploffing in mijn onmiddellijke omgeving sloeg ik zelf bedwelmd tegen den grond. Even daarna met een gewonde van 24 R.I. behandeld geworden door den Bataljonsarts van III-19 R.I. kon ik een boerderij binnenkruipen.
c.a. 16.00 uur: getracht uit te wijken richting Cuneraweg, bespeurde ik, dat de vijand reeds door het dorp Achterberg was heengekomen en mijn terugweg was afgesneden. Toen ik trachtte naar het Noorden uit te wijken in de richting mijner linker sectie, bleek ook dat onmogelijk, daar de vijand reeds West van de Weteringsteeg, ter hoogte van de Zuidelijke Meentsteeg was gekomen. Tot Dinsdag 14 Mei c.a. 15.00 uur heb ik mij verborgen kunnen houden in een boerderij bij den commandopost. Toen werd ik ontdekt en gevangen genomen.
Later heeft de Commandant linker sectie mij gemeld, dat hij met zijn sectie op 13 Mei te c.a. 14.30 uur opdracht heeft gekregen van Commandant 2-III-19 R.I. om met deze compagnie terug te trekken. Hij heeft verder het lot van deze compagnie gedeeld.
De Commandant midden sectie is na de omsingeling zijner sectie te c.a. 16.00 uur met 9 man doorgebroken en heeft zich aangesloten bij de tirailleurcompagnieën van III-19 R.I. De rest van de sectie werd in de kazematten 33, 34 en 35 gevangen genomen.
De Vickers-sectie is na het verschieten van de laatste patroon teruggetrokken en heeft het fort Honswijk bereikt.
De rechter sectie is voor de helft gesneuveld of gewond, de andere helft is gevangen genomen in de stelling.

Opgemerkt moge worden, dat ik van de gebeurtenissen op 12 en 13 Mei reeds op 22 Juni 1940 verslag uitbracht aan de Commissie van Onderzoek (Kolonel LUCARDIE).

Totaal is door M.C.-III-19 R.I. op 10, 11 en 12 Mei verschoten pl.m. 60.000 patronen.

De Reserve-kapitein
Commandant M.C.-III-19 R.I.
(get.) N.A. Schuman.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 4.01 MB)