"Halt! Wachtwoord!"

Het wachtwoord werd tijdens de meidagen van 1940 ingezet als hét middel om te bewijzen of je vriend of vijand was. Zo ook op en om de Grebbeberg. Een persoon gekleed in het bekende Nederlandse uniform kon al snel niet meer als betrouwbaar beschouwd worden daar al reeds op de eerste oorlogsdag berichten doorgekomen waren over Duitse soldaten verkleed in Nederlands uniform en over het verraad gepleegd door 'foute' landgenoten, de zogenaamde 'vijfde colonne'. Dit blijkt mede uit een brief van Mr. E.H. Thijssen van 24 januari 1972, gericht aan dhr. Brongers, auteur van o.a. het boek "Grebbelinie 1940". Dhr. Thijssen was in de meidagen van 1940 19 jaar oud en Kornet bij de bereden artillerie en als Luitenant-toegevoegd ingedeeld bij 3-I-8 R.A. (met stukken 7 veld), gelegerd in Achterberg; in stelling omstreeks 250 meter oostelijk van de Koerheuvel te Rhenen.

"...Ik zou graag willen wijzen op de moeilijkheid van het gevecht bij duisternis en het tijdig onderscheiden van vriend en vijand, zelfs overdag. Na geruchten, gevallen van verraad en lafheid werd men niet meer voetstoots op grond van zijn Nederlands uniform vertrouwd..."

Gebruikmakend van het feit dat Duitsers in het algemeen problemen hebben met de uitspraak van woorden waarin de klank 'sch' ("schoolmeester") of 'ch' ("slotgracht") zit, dacht de legerleiding een extra troef in handen te hebben. Echter, het 8ste Regiment Infanterie, belast met de verdediging van de Grebbeberg, bestond voor een groot gedeelte uit soldaten afkomstig uit de grensstreek. Zij spraken met een Duits accent wat in veel gevallen voor grote verwarring zorgde. Op 22 mei 1940 schrijft 1ste Luitenant H.H.C. Vos, Commandant 4e Sectie 2-II-8 R.I. hierover:

"...Iets voorbij viaduct spoorweg-Cuneraweg zijn wij gevangen genomen door een wachtmeester van 2 A.M.C. die ons aanzag voor parachutisten. Goede woorden hielpen niet en ons werd de mond gesnoerd met de bedreiging van neerschieten. Ongelukkigerwijze hadden wij bij ons soldaat Gribbroek, die uit de grensstreek kwam en een Duitsch accent had. Toen geloofde men ons heelemaal niet meer. Wij werden in een auto geladen en onder scherpe bewaking over Veenendaal naar Amerongen gereden. De IVe Divisie, bij monde van Majoor Schreur, wilde ons echter niet behandelen en zond ons naar IIe L.K. in Doorn. Hier werden we de volgenden dag, Maandag 13 Mei 1940, te ca. 13.00 uur ondervraagd. Alles kwam gelukkig tot klaarheid en Kapitein Onderstal van Staf II L.K. deelde ons mede dat wij volledig waren gerehabiliteerd en dat wij moesten trachten 8 R.I. weer te bereiken..."

In het dagboek van korporaal D.A. de Korte van 24 R.I. komt ook het Duitse accent naar voren:

"...Met korporaal V. liep ik voorzichtig vooruit, dekking zoekend achter een paar bomen. Een hoogst onverkwikkelijke situatie. In het donker kan je met lange geweren praktisch niet richten en we hadden geen enkele handgranaat. Opnieuw voetstappen. Of ik wilde of niet, ik moest nu het wachtwoord vragen. Eenmaal, tweemaal, driemaal. Geen antwoord. Toen vielen onze eerste schoten. In de stilte hele harde knallen. M'n grendel sloot niet meer. Zand. Met een kleerborstel, die ik toevallig in m'n jas had, kreeg ik het zand er uit en de grendel weer dicht. Weer een stem. Maar nu ook het nieuwe wachtwoord "schapenscheerder", zij het in een Duits accent uitgesproken. Wat doe je nu in zo'n geval? We waagden het er maar op. Voorzichtig afgaande op het geluid kwamen we aan bij de ingang van een kazemat, diep in de berg ingegraven. De wachtpost bleek afkomstig te zijn uit het oostelijk grensgebied, waardoor z'n Duits accent verklaarbaar was..."

Wachtwoorden als 'schoolmeester', 'scherpschutter', 'scharenslijper' of 'slotgracht' werden door de commandant van het Legerkorps bekendgemaakt aan de commandanten van de onder zijn bevel staande onderdelen door middel van een bericht, doorgegeven per telefoon of ordonnans. Een voorbeeld van zo'n bericht, afkomstig van de Generaal Harberts, commandant van het IIe Legerkorps, maakt duidelijk dat het nieuwe wachtwoord "Slotgracht" vanaf 13 mei 1940 om 8.00 uur actief wordt, daarmee het huidige wachtwoord "Scherpslijper" komt te vervallen en dat er naast het wachtwoord een herkenningsteken is vastgesteld: de rechterhand op de linkerknie. Tevens meldt het bericht dat het overgeven van het woord fluisterend moet geschieden en wel nadat de schildwacht aan burgers en hem onbekende militairen (behalve degene aan wie hij het woord vraagt) bevolen heeft zich op een afstand van ca. 30 meter te verwijderen van de plaats waar de overgave van het woord zal plaatsvinden.

Zoals gezegd werden deze berichten telefonisch of per ordonnans doorgegeven aan de diverse onderdelen. Op de Grebbeberg werd al snel duidelijk dat de communicatie een groot probleem vormde. Telefoonlijnen raakten spoedig vernield door het aanhoudende Duitse artillerievuur. Repareren bleek vaak een zinloze actie. Ordonnansen wisten, met groot gevaar voor eigen leven, berichten door te brengen, een aantal commandanten bleef echter verstoken van enige vorm van nieuws. Op die momenten kwam het aan op eigen initiatief. Vaandrig J.J. Claasen, ingedeeld bij 3-II-8 R.I., schrijft in zijn relaas van 10 januari 1941 hierover:

"...Zondag 12 Mei kwamen we zelf onder artillerievuur en ook de pag.-opstelling, welke rechts van ons stond opgesteld, werd onder vuur genomen en moest haar stelling verlaten. Berichten kwamen sporadisch door en ik heb een paar maal een ordonnans moeten sturen om het wachtwoord..."

Ook Dr. K.L. Bakema van II-8 R.I. maakt op 24 april 1947 in zijn verslag melding van de gebrekkige communicatie:

"...Van Zaterdag (11 Mei) op Zondag (12 Mei) ben ik gegaan zoowel richting Heimerstein als richting Kruiponder. Het nieuwe wachtwoord was ons niet bekend. Eten werd ons niet gebracht. Ik ben geweest Noord van Heimerstein. Overal sliepen de troepen. Nergens was een wacht uitgezet. Op een gegeven moment ontmoette ik een post van 2 man en een ordonnans, die het wachtwoord kwam brengen..."

Wat zich wel goed verspreidde, waren de geruchten. Geruchten over verraad, parachutisten en de vorderingen van de Duitse opmars. Geruchten over grote aantallen geallieerde troepen die ten westen van Rhenen nabij Amerongen klaarstonden om de Duitsers terug te dringen over de grens en over de inzet van geallieerde vliegtuigen boven het gebied. Deze geruchten zorgden ervoor dat soldaten in de stellingen niets en niemand meer vertrouwden, of dit nu terugtrekkende troepen waren of soldaten die ter versterking van achteren werden aangevoerd. Het wachtwoord bood in die situaties uitkomst, althans, dat was de bedoeling.

Door de slechte communicatie tussen de diverse legeronderdelen waren er al snel grote groepen Nederlandse soldaten die niet op de hoogte waren van het op dat moment geldende wachtwoord, hetgeen problemen opleverde bij het naderen van eigen stellingen. Vooral troepen uit de voorpostenstrook en de frontlijn ondervonden hierdoor veel hinder bij het terugtrekken op eigen stellingen. Zij waren immers in veel gevallen al geruime tijd verstoken van berichtgeving. Eén van die soldaten uit het voorpostenterrein was Piet Uiterwijk Winkel van 3-II-19 R.I.

"...Ze vertrokken, de ravage latend voor wat hij was. Dwars door een mijnenveld trokken ze. Niemand raakte gewond toen er enkele ontploften. Vóór hen lagen alweer Nederlandse troepen. Deze soldaten riepen naar hen. Piet en de zijnen riepen beleefd terug. Het wachtwoord, wat was het wachtwoord? Ze wisten het niet. Niemand wist eigenlijk wat. Misschien dat de luitenant meer geweten had, maar die was verdwenen. Vaak zat er een "sch" in het wachtwoord. De Duitsers konden dat niet goed uitspreken. Dat er veel Hollandschevelders en Elimieten waren die de "sch" ook als "sk" uitspraken, was niet in de theorie meegenomen..."

Fragment uit het verslag van Dhr. Ossenkoppele, ingedeeld bij het pantserafweergeschut (P.A.G.) 19 R.I.:

"...Verder Achterberg in lopend, werden we plotseling overvallen door een Hollandse patrouille. Zij verkeerde in de veronderstelling dat wij Duitsers waren die zich als Nederlanders hadden verkleed en wij werden gevangen genomen. Op de vraag van hun commandant wat het wachtwoord was, moesten wij het antwoord schuldig blijven. Wij zeiden dat we uit de voorste linie kwamen en dat het wachtwoord daar niet bekend gemaakt was. Gelukkig passeerde daar toen een korporaal, die altijd dienst deed bij een keukenwagen. Deze herkende een paar van onze jongens en vroeg zich verbaasd af waarom wij gevangen genomen waren. "Dat zijn mensen van de P.A.G., die ken ik wel, dat zijn geen Duitsers" zei hij tegen de man, die ons gevangen had genomen en toen mochten wij verder gaan..."

De Wachtmeester 1e klasse, C. Kasteleijn van 2 A.M.C. (Artillerie Meet Compagnie) schrijft in zijn verhaal van 10 april 1947:

"...Toen ik uit een droge sloot op den weg kwam, hoorde ik het wachtwoord roepen. Het waren terugtrekkende troepen, die mij voor een schildwacht aanzagen. Ik zei tegen hem, die mij het wachtwoord toeriep: "Ik ben geen schildwacht, kom maar eens dichter bij". Een officier kwam naar mij toe..."

Sergeant Thomassen van Staf 8 R.I. werd op 13 mei 1940 belast met het veiligstellen van het regimentsvaandel van 8 R.I. Op 19 oktober 1940 schrijft hij over deze tocht het volgende:

"...13 Mei 1940. Daar voor me was de weg over de gehele breedte versperd. En stond daar niet iemand? Van de fiets en zo dicht mogelijk bij de grond. "Werda!" riep een stem. Duitsers? Neen, Hollanders. De schildwacht riep "Werda" en niet "Weerda". "Mijngas, mijngas", antwoordde ik. Ja, dat was wel een oud wachtwoord, maar dat van deze dag wisten we niet. De overste had me gezegd, indien we op eigen troepen stuitten, vooral flink te spreken, om zodoende te laten horen wie we waren. "Wij komen van....". "Jullie blijven daar staan, anders schiet ik". Na een herhaalde poging moest ik het opgeven. Twee man, met karabijn, kwamen achter ons en brachten ons naar den wachtcommandant. Men wilde ons maar niet geloven. Ik zei, dat mijn overjas en veldjas losgemaakt moesten worden, opdat men het vaandel van 8 R.I. zou vinden. Toen pas gingen de karabijnen omlaag. Het vaandel was gered..."

Uit het volgende fragment, dat zich overigens niet op de Grebbeberg afspeelt, blijkt dat militairen erg vindingrijk kunnen zijn wanneer zij het wachtwoord niet weten en op handige wijze misbruik maken van hun hogere rang. Sergeant J.E. Croese, ingedeeld bij een Pag.-compagnie met legering in Baarn (Eem-stelling) schrijft in een brief van 8 november 1971 over de meidagen van 1940:

"...Om vier uur 's middags kwamen ze in de Eem-stelling terug. "Geldt het wachtwoord van vanochtend nog?", dacht sergeant Sterk. Noch hij, noch de motorrijder wist het. "Koud kunstje om het te weten te komen" zei Sterk tegen de motorrijder. "Wacht maar...". In de buurt stond een soldaat met een gaffelstok een telefoonlijn op te hangen. Sterk liep naar 'm toe, trok zijn revolver en vroeg: "Wachtwoord?". De soldaat, geschrokken, stamelde: "Schoolmeester". "Oké", zei Sterk, "ga je gang maar"..."

Daarnaast kwam het wel eens voor dat de persoon, die het wachtwoord moest opzeggen, door de spanning het woord prompt vergat. Op die momenten kwam het aan op geluk of alles uit de kast halen om de andere partij te overtuigen van het feit dat je aan de goede kant stond. De dienstplichtige soldaat M. Kuypers van 3-I-8 R.I. meldt op 10 februari 1947 aan de Commissie Militaire Onderscheidingen het volgende:

"...Op de terugweg, nadat ik een bericht had weggebracht, kwam ik nog langs een stuk PAG dat op de groote weg stond bij de stelling op de Grebbeberg. Er werd mij gevraagd het wachtwoord. Ik wist het niet meer waarop ik hem vroeg: "zeg mij de eerste letter dan weet ik het misschien weer". Hij zei het mij waardoor ik het weer wist..."

Ook soldaat Jan Kelly van 1-II-19 R.I. komt in zo'n soort situatie terecht:

"...Zo gingen ze de nacht in. Ze werden ernstig gewaarschuwd tegen Duitse sluipschutters, die overal tussendoor kropen. Het wachtwoord was "scherpschutter". Zo nu en dan verlieten soldaten de linie voor een sanitaire wandeling. Dan was het goed dat je het wachtwoord wist. Jan Kelly verliet de loopgraven eveneens. Toen Jan terugkwam hoorde hij: "Halt! Wachtwoord!" Jan schrok er zo van, dat hij zich dat op dat moment niet meer kon herinneren. De andere partij riep: "Bin ie Kelly?" "Ja!", riep Jan opgelucht. Hij was aan de stem herkend. Daarop wist hij ook het wachtwoord wel weer, maar als hij in het donker een te nerveuze soldaat had ontmoet, had het anders af kunnen lopen..."

Dat sommige schildwachten geen risico wilden lopen om op listige wijze te worden overvallen door de vijand en daardoor al snel hun wapen gebruikten blijkt uit een fragment uit het dagboek van Izak van Dam behorende tot de 2e sectie van 3-III-8 R.I.:

"...Ook met onze schildwachten moest wel degelijk rekening gehouden worden, want er waren er enkele bij, die bij het minste gerucht al schoten, het was dus levensgevaarlijk die posten te passeeren, zonder dat men het wachtwoord wist. Het wachtwoord werd ons op de commandopost wel steeds meegedeeld, maar hoe licht kan men het vergeten of hoe makkelijk kan door een vergissing of verzuim het nieuwe wachtwoord nog niet bekend zijn. Het is dan ook gebeurd, dat soldaten die het wachtwoord niet snel genoeg wisten, door zenuwachtige schildwachten doodgeschoten werden..."

Ook dpl. soldaat J.C. Kense maakt melding van een soortgelijk incident:

"...12 Mei 's avonds moest ik naar Majoor Landzaat. Toen stond er een vrachtauto met soldaten bij den commandopost. De schildwacht bij den uitgang zeide: wacht even, er komt wat aan. Hij vroeg het wachtwoord, maar kreeg geen antwoord, waarop hij schoot. Na een tijdje kwam er een man die het wachtwoord wist en die zei: er komt een groep soldaten aan, die zich komt melden..."

In het volgende geval werd besloten dat het wachtwoord alleen niet voldoende was en er dus aanvullende maatregelen moesten worden getroffen in de vorm van een extra herkenningsteken. Een ordonnans (naam onbekend) bij 2-II-19 R.A. schrijft:

"...In de stelling van 8 R.I. aangekomen nieuwe verbazing. Ik word aangeroepen door een schildwacht, wij naderen elkaar, ik zeg het wachtwoord, maar het blijkt niet voldoende. De schildwacht draagt een zakdoek om zijn arm geknoopt als herkenningsteeken. Waarom weet ik niet, maar begrijpen doe ik het ook niet. Maar ik mag doorgaan, maar toch blijkt de zakdoek van nut te zijn, want ik had hem niet om en dat had tot gevolg, dat ik door een schildwacht, die verdekt stond opgesteld, stevig aan mijn schouder gegrepen werd; ook deze wees op het herkenningsteeken. Maar daar ik geen andere orders had ontvangen dan alleen mijn wachtwoord, stoorde ik mij er niet aan en bereikte ik zonder ongelukken de commandopost van 8 R.I..."

Er zijn helaas ook gevallen bekend waarbij de desbetreffende soldaat het wachtwoord niet wist en dit met de dood moest bekopen. Zo werden soldaat Nijentap van 2-II-19 R.I. en soldaat Cornelis van Vark van 16 M.C. het slachtoffer van eigen vuur. Korporaal J. Struis van 2-II-19 R.I. schrijft hierover op 17 februari 1947:

"...Terwijl wij naar beneden kwamen (de Grebbeberg af, richting Grebbesluis), is er door de Hollanders, die in stelling zaten, niet op ons geschoten. De jongens, die in de kazemat zaten, wisten niets van onze opdracht af. Door het leven, kwamen plotseling drie man naar buiten; twee hadden het geweer onder de arm in aanslag. Zij vroegen het wachtwoord. Door iedereen werd wat gezegd: dat wij Hollanders waren e.d., maar het bewuste wachtwoord niet. Het was allemaal wat verward. Het was onze eerste vuurdoop, zoodat wij er vermoedelijk niet zoo gauw op hebben kunnen komen. Ik bleef liggen, maar Nijentap richtte zich op en wilde wat zeggen. Hij werd toen tweemaal door het hoofd geschoten..."

Cornelis van Vark vond in een soortgelijke situatie de dood toen hij op pad ging om gewonden te helpen.

"...In de nacht van zaterdag op zondag wordt Rode Kruissoldaat Van Vark weggeroepen om gewonden te helpen. Hij passeert de met prikkeldraad omgeven commandopost van bataljonscommandant Jacometti. Twee wachtposten met het hoofd boven de loopgraaf richten het geweer op hem en schreeuwen hem toe 'het wachtwoord, het wachtwoord'. Cornelis van Vark weet het wachtwoord niet. Misschien is hij het simpelweg vergeten, misschien heeft hij er argeloos op vertrouwd dat de brede witte band met het rode kruis hem langs alle gevaren zal loodsen. Nogmaals roepen de wachtposten 'het wachtwoord, het wachtwoord'. Cornelis wijst op het rode kruis op zijn mouw, dit gebaar overtuigt de wachtposten van zijn kwade trouw. Dan klinken er schoten en is de reis van Cornelis van Vark voorbij..."

3953