Onderhoud met reserve-eerste luitenant J.M.M. Tendijck
I - 24 R.I.
Onderhoud op 21 April 1942 met Reserve 1e Luitenant Tendijck 2-I-24 R.I.
---
Was bij gereedstelling ingedeeld bij 3e Sectie.
Compagnie marcheerde langs landwegje, even voorbij spoorwegovergang. Is te ver doorgeloopen en kwam op Levendaalsche weg. Was bezig verband met zijn groepen op te nemen, toen een groep, onder bevel van een officier, niet van de eigen compagnie, langs kwam stormen, die zeide, dat voorwaarts moest worden gegaan.
Luitenant Tendijck is met de groep waarbij hij zich bevond, voorwaarts gegaan naast Levendaalsche weg. Kon verband met andere groepen niet meer herstellen, kwam ten slotte terecht in commandopost commandant II-8 R.I., waar de bataljonscommandant [Majoor Jacometti] niet aanwezig was, wel de Luitenant-Adjudant. Bataljonscommandant kwam even later en uitte zich misprijzend over de opdracht, om bij duisternis in onbekend terrein een bataljon te laten aanvallen.
Op de vraag van Luitenant Tendijck om de weg naar de gevechtsstelling te doen wijzen, antwoordde Kapitein Van den Berg [Commandant 1-II-8 R.I.] dat de eigen menschen dien weg in de duisternis niet zouden kunnen terugvinden, maar dat hij ordonnansen mede terug zou geven naar het punt van uitgang bij spoorwegviaduct.
Op weg daarheen ontmoette Luitenant Tendijck den compagniescommandant van 3e compagnie (Kapitein Nikkels) en Luitenant Beets. Deze compagnie was nog niet uit de gereedstelling, doch op punt van uitgang. Kwam daarna bij kunstweg Rhenen - Wageningen en zag opeens zijn kapitein (Van Heijst) per rijwiel (Weet niet of deze van West naar Oost of omgekeerd reed). Gevraagd, wat te doen. De Kapitein antwoordde: nadere orders afwachten. Plotseling kwam (in paniek) een geheele horde den kunstweg afrennen, een mitrailleurcompagnie en huzaren. Kort daarna passeerde de Kapitein weder, doch contact was niet mogelijk.
Toen begon vuren bij het viaduct. Even daarna werd uit Oostelijke richting geschoten, zoo erg, dat Luitenant Tendijck en zijn groep weder naar het Noorden moest uitwijken, want hij zat tusschen twee vuren. Hij hoorde, dat het Oostelijke vuur Duitsch vuur was en hoorde hij roepen: "Aufstehen".
Zocht dekking in huizen langs spoorlijn, die door groote glazen ramen geen dekking boden. Kogels floten er doorheen. In de omgeving aangetroffen een deel van de 3e compagnie die aanvankelijk meer Oostwaarts in den boschbrand had gestaan. Luitenant Tendijck meende, dat zijn compagniescommandant in het vuur gevallen was. Is met zijn menschen en die van de 3e compagnie verder in Noordelijke richting gegaan tot Levendaalsche weg. Op dat oogenblik passeerden in volle vaart pag.-trekkers, die uit de boschbrand kwamen. Deze werden van de Westzijde van de Spoorlijn bevuurd.
Het was geheel donker geworden en Luitenant Tendijck was nu buiten het vuur. Hij hoorde schieten met een licht kanon. Zat in het zijterrein Oost van de weg. Zag toen silhouetten van mannen, die den ? spoorlijn afdaalden en aan den overkant weer omhoog klommen. Heeft deze aangeroepen en de officier (vermoedelijk Luitenant Koster? [1e luitenant Coster van Voorhout van 1e compagnie IVe Bataljon Pantserafweergeschut]) bleef staan. Luitenant Tendijck vroeg of men daar door kon, waarop de ander antwoordde: ja, kom maar mede; daar zijn stellingen van de divisiereserve. Luitenant Tendijck is in de stelling der divisiereserve gekomen bij 2-II-19 R.I. in de omgeving van kilometerpaal 25. Zij lieten de soldaten achter en liepen door de loopgraven naar den Commandopost, waar zich bevond de 1e Luitenant Van der Leeuw. Is met Van der Leeuw teruggegaan naar het punt, waar de soldaten waren achtergelaten, doch dezen bleken, met uitzondering van 2 korporaals en een soldaat van de 3e compagnie, verdwenen te zijn (De geblevenen waren sergeant Aalmoes, sergeant Van der Graaf[f] en een dienstplichtige).
Luitenant Van der Leeuw vatte toen wantrouwen op over Luitenant Tendijck en gelastte hem in den commandopost te blijven. Later verscheen daar een vaandrig (Vaandrig Menzo?) die Luitenant Tendijck bleek te kennen, waarmede het misverstand was opgehelderd.
Er kwam een Kapitein van een deel van 11 R.I. (Luitenant Tendijck meende de commandant mitrailleurcompagnie) doch het moet Kapitein Heinsma zijn geweest, die opdracht had stelling te kiezen achter de divisiereserve. Deze vertelde een zonderling verhaal betreffende Majoor Van Dijk (zijn bataljonscommandant).
Luitenant Tendijck is op last [van] Luitenant Van der Leeuw in die stelling gebleven en werd door de [?] belast met het bevel over een sectie, die door een sergeant werd gecommandeerd. Luitenant Van der Leeuw zou telefonisch contact zien te krijgen met I-24 R.I. via den divisiecommandant.
Luitenant Tendijck kreeg toen het bevel over een stellingdeel, waar bijna twee secties in zaten. Dit was [?], waar de stelling onder de weg doorging. Is daar tot het laatst gebleven.
Luitenant Van der Leeuw gaf geen orders. Luitenant Tendijck heeft de verdediging georganiseerd en op 13 Mei het volgende beleefd:
- Bezoek Luitenant-Kolonel Smit [Commandant 24e Regiment Infanterie].
- Terugtrekken van allerlei groepjes uit het voorterrein.
- Opmarsch tegenaanvaltroepen van links, die ook bij kilometerpaal 25 over de spoorlijn trokken (Luitenant Tendijck wist niets van een tegenaanval af).
- Aanval Nederlandsche vliegers op de Duitsche artillerie [?].
- Aanval Stuka's (na de middag), die geen gewonden of dooden veroorzaakte, maar oorzaak werd, dat [grote groepen?] de stelling verlieten, ook van secties Luitenant Tendijck.
's Middags scheen het op een gegeven oogenblik overal verlaten. Bij contact opnemen met commandopost compagniescommandant bleek deze verdwenen te zijn.
Luitenant Tendijck heeft gezien, dat de Duitschers zijn opgerukt tot de Spoorlijn. ([groepjes?] aan overkant). Heeft met de enkele overgeblevenen nog mitrailleurs daar tegen in stelling gebracht. Toen bleek dat compagniescommandant verdwenen was, een sectie zware mitrailleurs oplegde [?] en verdween en Luitenant Tendijck nergens meer iemand zag, is hij ten slotte ook teruggegaan en via verlaten artilleriestellingen, waar de stukken waren achtergelaten, in Remmerden aangekomen, waar hij Overste De Marees van Swinderen ontmoette, die hem naar de toestand vóór vroeg en vroeg of het mogelijk zou zijn die stukken artillerie terug te halen. Volgens Luitenant Tendijck was dit mogelijk en hij heeft later trekkers naar voren zien gaan.
|
