Persoonlijke aantekeningen van reserve-tweede luitenant H.K. Karsen
Persoonlijke aanteekeningen van
Luitenant-adjudant van Commandant III-19 R.I.
(reserve 2e Luitenant Karsen)
(opgeteekend uit het hoofd gedurende krijgsgevangenschap)
=========================
9 Mei 1940.
Te pl.m. 23.00 uur op de Koerheuvel van den officier van dienst commandopost 19 R.I. bericht ontvangen: "Graad van strijdvaardigheid 3 moet te 5.00 uur op 10 Mei voltooid zijn".
Dit bericht werd te 23.45 uur ontvangen op het bureau van Commandant III-19 R.I. Persoonlijk heb ik dit bericht aan alle onderdeelen doen bekend maken, tevens de te nemen maatregelen ten aanzien van de bescherming tegen vliegtuigen aan Commandant Mitrailleurcompagnie III-19 R.I. doorgegeven.
Aan personeel van Staf III-19 R.I. instructies gegeven voor ontruiming bureau en inrichten van commandopost. Commandant Verbindingsafdeeling is direct begonnen met het in gereedheid brengen van de telefonische verbindingen.
10 Mei 1940
Te 2.30 uur controle gehouden over de werkzaamheden van de Staf. Ontruiming barakken, kwartieren, stallen en rustkamer werden volgens de gegeven instructies voorbereid en deels uitgevoerd. Gevechtstrein bracht munitie naar het bataljonsmunitiedepot. Troepenverbandwagen materieel naar hulpverbandplaats en hoofdverbandplaats.
Goederen- en proviandauto's brachten precies ingevolge de instructies, zooals aangegeven in de "Graden van strijdvaardigheid van Commandant III-19 R.I.", de goederen en levensmiddelen naar de stelling voorzoover een en ander reeds op graad 3 moet geschieden.
De korpstrein maakte zich gereed voor vertrek naar en betrekken van de kwartieren te Elst.
Te 3.00 uur munitiedepot en commandopost door commandopost-personeel en verbindingspersoneel bezet.
Te 3.15 uur zeer veel Duitsche vliegtuigen (transportvliegtuigen, bommenwerpers en jagers) naderen uit het Oosten en vliegen over de stelling in Westelijke richting. Door luchtdoelartillerie en mitrailleurs worden ze onder vuur genomen.
De stelling wordt door de vliegtuigen niet bestookt, wel werd de eigen luchtdoelartillerie op de Grebbeberg aangevallen door jagers en duikbommenwerpers.
Te 3.30 uur: telefonische verbindingen met Commandant 19 R.I. en onderdeelen tot stand gekomen. Nog niet met Commandant II-8 R.I. en Commandant I-19 R.I.
Te 3.45 uur bericht van Commandant 19 R.I. "Graad van strijdvaardigheid 4 is ingetreden". Dit telefonisch doorgegeven aan de commandoposten der onderdeelen en schriftelijk aan bureaux bij de kwartieren.
De maatregelen zooals aangegeven in de instructies voor de "Graden van strijdvaardigheid" van Commandant III-19 R.I. worden ten uitvoer gebracht.
Commandopost wordt volledig ingericht en is te pl.m. 6.00 uur volledig bezet. Uitkijkdienst is in bedrijf gekomen.
Te ca. 6.00 uur alle berichten binnen van de onderdeelen, dat de stelling volledig bezet is. Gaszoeklichtgroep nog niet uit Wijk bij Duurstede gearriveerd.
Te 8.00 uur: Bericht ontvangen en doorgegeven: Engeland, Frankrijk en België zijn onze bondgenooten.
Te pl.m. 8.30 uur: Bericht ontvangen en doorgegeven: "Nederland bevindt zich in oorlog met Duitschland".
Te ca. 9.00 uur telefonische verbinding naar voorposten tot stand gekomen. Tevens bericht van Commandant Voorposten, dat zij hun opstellingen hebben betrokken. Dit, evenals alle overige berichten, die ingevolge de Graden van strijdvaardigheid van Commandant 19 R.I. moest worden doorgegeven, aan Commandant 19 R.I. telefonisch medegedeeld.
In de loop van den ochtend arriveert de gaszoeklichtgroep. De Commandant verstrek ik zijn instructies.
De telefonische verbindingen worden in den ochtend tot stand gebracht met II-8 R.I. en Commandant I-19 R.I.
Commandant Gevechtstrein arriveert met aanvulling infanteriemunitie. Die munitie laat ik hem rechtstreeks naar de compagnies-munitiedepots brengen.
Behoudens groote activiteit van vijandelijke vliegtuigen in de lucht die nu en dan duikvluchten uitvoerden op de stelling van III-19 R.I. geen verder vijandelijke activiteit waargenomen, of daaromtrent bericht ontvangen. De uitkijkdienst meldde, dat gedurende de geheele dag tegen de 20 vliegtuigen in zijn gezichtskring waren neergeschoten.
In den ochtend heb ik orders gegeven tot het doen voltooien van de camoufleering en verdere inrichting van commandopost en munitiedepot.
In den namiddag te pl.m. 16.00 uur telefonisch "mededeeling van gegevens" ontvangen omtrent: "Nederlandsche grenstroepen bieden verbitterd tegenstand aan IJssel en Maas. Bij Zutphen wordt hevig gevochten. Vier pantsertreinen buiten gevecht gesteld. Hevige luchtaanvallen op onze vliegvelden vinden plaats. Parachutetroepen worden neergelaten. Zij worden met verbetenheid aangevallen en vernietigd. Nederlandsche krijgsgevangenen worden door de Duitschers als dekking gebruikt".
's Avonds te pl.m. 19.00 uur telefonisch bericht van Commandant 19 R.I. "4 R.H. is in gevechtsaanraking geweest nabij Arnhem. Heeft zich teruggetrokken tot de lijn Ede-Bennekom-Wageningen, waarna ze zich binnen de stelling zal terugtrekken".
In de loop van de dag werden de voorbereide opruimingen en vernielingen uitgevoerd.
In de avond bericht ontvangen van Commandant IVe Divisie - via Commandant 19 R.I. - en doorgegeven: "Alle verdachte personen te Achterberg arresteeren. Bij verzet neerschieten."
Overigens geen belangrijke gebeurtenissen en berichten.
Van 22.00 uur tot 2.30 uur: 1e Luitenant Nijkamp dienst op commandopost.
11 Mei 1940.
Te pl.m. 1.30 uur bericht ontvangen dat Commandant I-19 R.I. stormvuur heeft doen afgegeven. Blijkt "vergissing" te zijn.
1e Luitenant Lieneman, Commandant Voorposten, telefonisch onmiddellijke staking van dat vuur. Eigen menschen liepen gevaar.
Te pl.m. 2.00 uur aflossing voorposten: personeel van 3-III; wederom onder 1e Luitenant Lieneman, wegens zijn bekendheid met het terrein.
Te pl.m. 2.15 uur: Afgeven van tegenvoorbereidings- en storende vuren door onze artillerie in de richting van Wageningen en Ede.
Op 10 Mei ca. 70 Duitsche vliegtuigen neergeschoten.
Engelsche vliegtuigen zijn op weg naar ons land, herkenbaar aan ring onder het vliegtuig.
Vijandelijke troepenonderdeelen, waarschijnlijk voorhoede en kwartiermakers reeds gesignaleerd in Arnhem en omgeving Ede.
In de loop van de ochtend grootere activiteit van Duitsche vliegtuigen.
's Morgens te pl.m. 10.00 uur schriftelijke mededeeling gegevens van Commandant IVe Divisie ontvangen vermeldende o.a. "In Noord-Brabant Fransche troepen gearriveerd. Engelsche vliegtuigen onderweg naar ons land. IIe Legerkorps nog niet ernstig in gevecht. 4 R.H. binnen stelling teruggekeerd".
Tegen de middag pl.m. 11.00 uur vijandelijk artillerievuur waarneembaar in vak 8 R.I. hoofdzakelijk op en Oost van Grebbeberg. Uitkijkdienst meldt echter, dat nog geen vijand te zien is. Idem voorposten. Blijkbaar verdragende artillerie van vijand.
Te pl.m. 12.00 uur heviger vijandelijk artillerievuur op Grebbeberg en ten Oosten daarvan, regelmatige verplaatsing naar het Noorden. Aanvankelijk verspreide projectielen invallen, dat allengs in hevigheid toeneemt en in het bijzonder valt op de Cuneraweg en de troepen Zuid van Frieschesteeg.
Commandant Voorposten meldt op mijn vraag, dat hevig artillerievuur ligt op de Grebbeberg, Grebbesluis en Heimerstein. Persoonlijk nog geen vijand waargenomen.
Bovenstaande steeds regelmatig gemeld aan Commandant 19 R.I.
Te pl.m. 12.30 uur meldt Commandant Voorposten (2e Luitenant Van der Straaten vanaf ca. 6.00 uur) dat vijandelijke patrouilles zich begeven Oost van zijn opstelling van Wageningen in de richting Ede. Dit bericht gemeld aan Commandant 19 R.I.
Bericht van Commandant 19 R.I.: "Het blijkt dat in en nabij het stellinggebied tegen de Nederlandsche Militairen hinderlagen worden gelegd".
Het artillerievuur van de vijand wordt allengs heviger. Idem onze eigen artillerie. Uitkijkdienst meldt: "In Wageningen veel Duitschers gesignaleerd. De kerktoren wordt als artillerie-uitkijkpost gebruikt".
Dit gemeld aan Commandant 19 R.I. met verzoek de Duitsche uitkijkpost onschadelijk te maken.
Blijkens berichten van ondercommandanten en van onderdeelen van 8 R.I. wordt door de voorposten van 8 R.I. flink gevochten. Plaatselijk worden zij door de sterke vijandelijke druk van vijandelijke infanterie en tevens door het hevige artillerievuur van de vijand teruggedrongen. O.a. bericht van Commandant 19 R.I., dat pantserafweergeschut van 19 R.I. in vak 8 R.I. is gevlucht. Tevens verzoek om "de sergeant Duringhof met manschappen van II-19 R.I., die met zijn sectie blijkbaar geweken is, op te vangen en naar Commandant 19 R.I. te sturen".
Commandant 19 R.I. meldt te ongeveer 14.00 uur "Hier en daar kleine afdeelingen met witte vlag. Vertrouw ze niet. Wees op Uw hoede".
Dit doorgegeven aan ondercommandanten. Het blijken eigen troepen te zijn van de voorposten, die teruggeweken zijn en zonder organiek verband terugtrekken. O.a. vanaf Kruiponder.
Op mijn navraag meldt Commandant Voorposten geen troepenbeweging te zien op Nieuwe Kanaal. Wel veel patrouilles langs de Dijkgraaf die zich bewegen in Noordelijke richting. Reeds contact met hen. Echter geen vuurgevechten. Commandant Voorposten vraagt of hij nog moet blijven. Het aantal patrouilles neemt toe. Het wordt gevaarlijk. Commandant III-19 R.I. gelast terugtrekken, doch zoolang mogelijk voeling houden met vijand. (pl.m. 15.00 uur).
Op last (naar aanleiding van het bericht van Commandant I-19 R.I. met Commandant 19 R.I.) van Commandant 19 R.I. worden de voorposten na reeds de voorposten te hebben verlaten, wederom betrokken (2e Luitenant Van der Straaten) pl.m. 16.00 uur. Geen telefonische verbinding meer met voorposten.
In de namiddag telefonische mededeeling van gegevens. "Fransche en Engelsche strijdkrachten in Nederland gearriveerd. Grenstroepen volbrachten hun taak. Daarna teruggenomen. Mill aanvankelijk in handen der Duitschers wederom genomen door eigen troepen. Bezetting van pantsertrein vernietigd. Nederlandsche uniformen aangetroffen. De vijand trekt ten Oosten van Arnhem de IJssel over. Hier en daar landen nog parachutisten".
Tevens werd gemeld dat Duitsche troepen gebruik maken van vermommingen o.a. Nederlandsch uniform.
De Ondercommandanten hiervan verwittigd.
Ondertusschen steeds hevig artillerievuur van de vijand. Eenige boerderijen in de stelling van III-19 R.I. worden in brand geschoten o.a. munitiedepot 1-III.
Uitkijkdienst meldt: "Vijandelijk artillerievuur verplaatst zich in Noordelijke richting tot I-19 R.I. Het hevigst op Grebbeberg."
Te 17.00 uur bericht van Commandant 19 R.I.:
"Toestand 8 R.I."
De aanvaller is door voorposten heengedrongen. In het Zuidelijk deel van vak 8 R.I. doorgedrongen tot 500 à 1000 meter voor de hoofdweerstandsstrook. Men heeft echter de indruk, dat het zwakke afdeelingen zijn. Ook bij Kruiponder langs het Nieuwe Kanaal tot pl.m. 400 meter voor de stelling doorgedrongen. Onder eigen artillerievuur is het de Duitschers niet gelukt verder door te dringen.
Te pl.m. 17.15 uur bevel van Commandant 19 R.I.:
"Een sectie onder een zeer energieke luitenant zal de vijand bij Kruiponder langs het Nieuwe Kanaal terugdringen. Hierbij contact opnemen met de nog aanwezige voorposten van 8 R.I. Terugdringen tot de lijn alwaar de voorposten van 8 R.I. zich alsdan bevinden. Ter vervanging van deze sectie kan aanvulling van II-19 R.I. verzocht worden".
Deze opdracht door Commandant III-19 R.I. verstrekt aan den 1e Luitenant Linthout te pl.m. 17.30 uur.
Aan Commandant 19 R.I. vervanging verzocht van de sectie, door sectie van II-19 R.I.
Blijkens mededeeling van Commandant 19 R.I. wordt artillerievuur 124 afgegeven.
Te pl.m. 18.00 uur bericht van Commandant 19 R.I.:
"Deze sectie behoeft niet af te marcheeren. Aanval is niet meer noodig. Vuur 124 heeft zeer gunstige uitwerking gehad".
Gedurende deze dag zijn de telefonische verbindingen herhaaldelijk verbroken. O.a. de verbinding naar II-8 R.I., die niet meer - ondanks herhaalde pogingen - blijvend hersteld kon worden.
Tegen de duisternis verminderde het vijandelijk artillerievuur en kwam langzamerhand geheel tot zwijgen. De actie in de lucht verminderde. Gedurende deze dag was de luchtactie minder hevig dan op 10 Mei. Boven de stelling artillerieverkenner. Een enkel Nederlandsch vliegtuig is boven de stelling gezien. Geen Engelsche, Fransche of Belgische vliegtuigen waargenomen.
Overigens geen belangrijke berichten.
Vanaf 22.00 uur officier van dienst: 2e Luitenant Karsen.
Te pl.m. 22.00 uur vertrek van 1e Luitenant Lieneman met aflossing der voorposten. Met voorposten geen telefonische verbinding meer.
In de avond groote branden in Wageningen en in Rhenen.
12 Mei 1940.
Te pl.m. 2.00 uur eigen artillerievuur. Tegenvoorbereidings- en storende vuren.
Werd te pl.m. 3.00 uur door vijandelijk artillerievuur beantwoord. Hoofdzakelijk op Grebbeberg tot en met Zuidelijk deel van vak III-19 R.I.
Duitsche activiteit in lucht. Duitsche artillerieverkenners boven de stelling.
Te pl.m. 5.00 uur daalt het peil van de inundatie. Commandant Voorposten meldt schriftelijk, dat de overtocht met moeilijkheden gepaard gaat. De berichtgeving hapert hierdoor. Ik verzoek hem de telefonische verbinding weer te herstellen, door wederom de oorspronkelijke commandopost te betrekken. Een en ander is gepoogd, doch door een hapering in de telefoonleiding is geen telefonische verbinding meer tot stand gekomen.
Naderhand berichten de Compagniescommandanten dat het water weer stijgt.
Gedurende de ochtend en verder de geheele dag tot laat in den avond hevig eigen en vijandelijk artillerievuur.
Commandant Voorposten meldt schriftelijk aan Commandant 2-III - die telefonisch aan Commandant III-19 R.I.: De activiteit van vijandelijke patrouilles neemt toe, gaande van Wageningen naar Bennekom en terug. Dit bericht gemeld aan Commandant 19 R.I.
Te pl.m. 10.00 uur bericht van Commandant I-19 R.I., dat hij een officierspatrouille uitzendt naar Bennekom, tevens Commandant III-19 R.I. verzocht, zijn voorposten daarvan te verwittigen. Commandant 2-III verzocht de Commandant Voorposten te verwittigen. Dit kon niet meer geschieden, daar tegen pl.m. 12.00 uur de voorposten onder druk van gemotoriseerde vijandelijke patrouilles moesten terugtrekken.
Tegen 11.00 uur werden n.l. reeds gemotoriseerde patrouilles gesignaleerd op de Slagsteeg. De patrouilles werden door eigen zware mitrailleurs verdreven.
In de loop van de ochtend (pl.m. 10.00 uur) "Mededeeling van gegevens" van Commandant IVe Divisie d.d. 11 Mei schriftelijk ontvangen o.a. vermeldende: "Groote Duitsche colonnes passeeren Apeldoorn. Kwartiermakers arriveeren reeds te Wageningen, Ede en Bennekom. Voor het front van IVe Divisie: Aanraking met vijandelijke patrouilles en artillerievuur op Grebbe en Oostelijk daarvan, afkomstig van verdragende artillerie en van artillerie in den Westrand van Wageningen. Geen waarnemingen van groote troepenbewegingen op de weg van Arnhem-Ede en Arnhem-Rhenen.
De voorposten zijn onder de druk van de vijandelijke afdeelingen (voorhoede?) in het vak van 8 R.I. teruggetrokken achter de hoofdweerstandsstrook. Het aantal vijandelijke afdeelingen is niet groot.
Treedt echter zeer brutaal op".
Tegen de middag werd het artillerievuur heviger en verplaatste zich meer in Noordelijke richting tot en met vak III-19 R.I.
Te pl.m. 14.00 uur: Ontvangst van bevel voor de tegenaanval van II-19 R.I. (gebracht door 1e Luitenant toegevoegd 19 R.I. Roose). Aanval zou geschieden door II-19 R.I. in de flank gesteund door III-8 R.I., vanaf de Grebbeberg (sluis).
Doel: Vijand uit voorposten verdrijven en wederom de voorposten betrekken. Alle wapens der nabijzijnde onderdeelen moesten deze aanval met vuur steunen. Te 15.00 uur zou de aanval plaats vinden op een afgesproken sein serie 1 roode ster, vanuit een der bastions aan de Grebbeberg. Op dit tijdstip ook vuursteun.
Dit aan Compagniescommandanten medegedeeld. Commandant Mitrailleurcompagnie tevens met opdracht tot verleenen van vuursteun. Mitrailleurcompagnie heeft te pl.m. 15.00 uur Oost van Kruiponder vuur afgegeven.
(Later werd gemeld, dat deze aanval niet heeft plaats gevonden, daar de vijand reeds te ver was doorgedrongen en de tegenaanval van II-19 R.I. onmogelijk maakte).
Omtrent deze tegenaanval geen berichten meer ontvangen. Omtrent slagen of mislukken was niets bekend, ook niet bij Commandant 19 R.I.
Te ca. 17.00 uur meldingen van Commandant Mitrailleurcompagnie van Commandant 1-III en Commandant 3-III dat eigen artillerievuur tekort schoot. Dit direct aan Commandant 19 R.I. en tevens door de Compagniescommandanten (Mitrailleurcompagnie en 1-III) vuurwerksein "Eigen vuur hindert enz." doen afgeven. Idem bij commandopost III-19 R.I. Daarna bericht ontvangen dat het eigen artillerievuur zeer hevig op Kruiponder valt.
Deze berichten zijn steeds doorgegeven, ook door vuurwerkseinen werd getracht de aandacht van de artillerie te trekken.
Te pl.m. 17.30 uur meldt Commandant Mitrailleurcompagnie: "Vele soldaten van Kruiponder vluchten uit de stellingen en komen in onze stelling. Zij zwaaien met witte vlaggen".
Commandant Mitrailleurcompagnie opdracht gegeven dit te doen onderzoeken, met betrachting van groote voorzichtigheid. Dit aan Commandant 19 R.I. gemeld.
Te 18.00 uur bericht van Commandant Mitrailleurcompagnie: De troepen van Kruiponder vluchten verward en met achterlating van wapens uit hun stellingen.
Blijkens ontvangen mededeelingen, wegens het voortdurende artillerievuur op Kruiponder (Naar hun mededeelingen moet het eigen artillerievuur zijn).
Commandant Mitrailleurcompagnie heeft deze menschen opgevangen en verzocht een officier te sturen, die deze troepen weer moest opvangen, om ze in verband wederom terug te sturen. De 2e Luitenant Grooters werd door Commandant III-19 R.I. gestuurd.
Naderhand bericht ontvangen, dat ook de Commandant Kruiponder, de Luitenant Vos van II-8 R.I. zich onder hen bevond.
Door den Luitenant Grooters zijn deze troepen op dringend verzoek van Kapitein Wiersinga van II-8 R.I. naar de commandopost van Commandant II-8 R.I. gestuurd.
Commandant Mitrailleurcompagnie werd door Commandant III-19 R.I. opgedragen contact te doen houden met kapitein Wiersinga, om op de hoogte te komen van den toestand bij 8 R.I.
Alle telefonische verbindingen met 8 R.I. bleken verbroken te zijn.
Kapitein Wiersinga meldde o.a. dat meerdere troepen zich terugtrokken. De tusschenverdediging bleef aanvankelijk in stelling.
Een en ander is herhaaldelijk aan Commandant 19 R.I. gemeld.
Wegens het feit, dat maar zeer weinig berichten doorkwamen omtrent de toestand bij 8 R.I., droeg Commandant 19 R.I. aan Commandant III op een patrouille uit te zenden in de richting van den Grebbeberg. Dit is door Commandant III aan Commandant 3-III opgedragen, die een sergeant-leerling uitzond.
Van Commandant Mitrailleurcompagnie, die contact onderhield met Kapitein Wiersinga, kwam het bericht (pl.m. 20.00 uur) dat de troepen van 8 R.I. zich verder terugtrokken en dat volgens een mededeeling van Kapitein Wiersinga vermoedelijk geheel II-8 R.I. zou terugtrekken.
Commandant Mitrailleurcompagnie werd opgedragen dit grondig te doen nagaan, of deze berichten juist waren. Aangezien geen enkel bericht van Commandant 19 R.I. daaromtrent kwam.
Tegen 21.00 uur en 22.00 uur kwam hetzelfde bericht van Commandant 1-III, die mededeelde, dat de troepen van 8 R.I. wegtrokken.
Deze meldingen direct doorgegeven aan Commandant 19 R.I. Aan de Compagniescommandanten medegedeeld voorloopig geen maatregelen te nemen, daar niets officieels bekend is omtrent deze terugtrekkingen bij 8 R.I.
Tegen pl.m. 21.00 uur meldde zich een officier, die mededeelde dat de volgende ochtend een aanval zou plaats vinden van eigen troepen om de vijand uit de stellingen van 8 R.I. terug te slaan tot voorbij de liniedijk.
Dit was het 1e officieele bericht + bevestiging, dat de vijand reeds tot in de stellingen van 8 R.I. was doorgedrongen.
Deze officier was belast met de verkenning.
Te pl.m. 22.00 uur kwam de sergeant-patrouillecommandant terug met het bericht, dat hij niet meer tot den Grebbeberg kon doordringen, aangezien de vijand reeds was doorgedrongen in de bosschen bij Heimerstein en Ouwehands Dierenpark. Zij werden onderweg hevig beschoten. Ook meldde hij dat eigen troepen terugtrokken en zelfs in de strooken rechts van III-19 R.I. de stellingen verlieten. Een en ander werd weer bevestigd door telefonische berichten van Commandant 1-III en Commandant Mitrailleurcompagnie III, die contact opnamen met het rechtervak. [in de marge handgeschreven: Tevens heeft 2e Luitenant Grooters, die 8 R.I.-troepen naar commandopost Commandant II-8 R.I. moest leiden, gemeld dat laatstgenoemde commandopost verlaten was]
Door Commandant Mitrailleurcompagnie werd tevens bericht, dat de rechter sectie van Luitenant Storms werd beschoten uit de richting van den Grebbeberg.
Deze berichten doorgegeven aan Commandant 19 R.I., onder toevoeging dat III-19 R.I. ondanks het feit dat ze zelf nog niet in aanraking was met den vijand, op deze manier in de lucht kwam te hangen. Redenen van het terugtrekken van 8 R.I. waren niet bekend, aangezien kapitein Wiersinga aanvankelijk ook daartoe van Commandant II-8 R.I. orders had ontvangen. [in de marge handgeschreven: onjuist!]
Commandant 19 R.I. was hieromtrent ook niets bekend.
Aangezien door deze situatie de mogelijkheid niet uitgesloten werd geacht dat III-19 R.I. door den vijand uit het Zuiden zou worden aangevallen gelastte Commandant III-19 R.I.:
Kapitein Westhof moest persoonlijk het commando nemen over de tirailleur-stoplijnsectie en de zware mitrailleurs-stoplijnsectie en een stelling innemen met het front naar het Zuiden aan de Hoogesteeg. Commando over 1-III moest aan 1e Luitenant Linthout overgegeven worden (te pl.m. 22.30 uur).
Ca. 23.00 uur bevel van Commandant 19 R.I.: Het Bataljon moest front Zuid innemen, met behoud van troepen aan de inundatie front Oost.
Daartoe bevolen aan Commandant 1-III (Linthout): Met Compagnie min één sectie stelling betrekken langs Frieschesteeg en Achterbergscheweg front Zuid.
Commandant 3-III: met compagnie-reserve stelling betrekken in de lijn commandopost III-19 R.I. (niet inbegrepen) naar Weteringsteeg evenwijdig aan Frieschesteeg.
- Aan 2e Luitenant Grooters: met middenstoplijnsectie Snijdersteeg front Zuid bezetten tot Cuneraweg (niet inbegrepen).
- Aan Commandant 2-III: 1e Luitenant Lieneman met sectie in de stoplijn moest bezetten het verlengde van de verdedigingslijn Hoogesteeg in de richting Rhenen, nl. Zuid van km te Achterberg, tevens contact opnemen met troepen rechts van hem (West).
Ca. 1 Sectie van 2-III moest front Oost behouden. Onder bevel van Commandant 2-III moesten de twee andere sectiën aan de Zuidelijke Meentsteeg front Zuid innemen.
Dit waren de voorloopige orders. Zoodra de toestand het zou veroorloven zouden deze orders zoo noodig herzien worden.
Tijdens deze frontverandering melding ontvangen van Kapitein Westhof, dat zij vanuit het Zuiden door Duitsche patrouilles werden beschoten.
Snelle bevelen werden daardoor gewenscht.
Aan Commandant Mitrailleurcompagnie opgedragen:
- Kazematmitrailleurs front Zuid blijven in de kazematten. De anderen als volgt.
- Vickers en stuk uit kazemat 34 op en nabij kruispunt Weteringsteeg en Frieschesteeg.
- Rechter sectie terugtrekken naar Cuneraweg nabij Hoogesteeg.
- Linker sectie op viaduct bij Cantine "Irene". (stoplijnsectie bleef zooals onder commando van kapitein Westhof was opgesteld).
- Sectie Mortieren in opstelling van rechter groep van de middenstoplijnsectie.
Aan Commandant 19 R.I. werd verzocht aangezien deze verdediging naar het Zuiden te ijl was, om versterking. Van I-19 R.I. werden 2 sectiën toegezegd. Die arriveerden te pl.m. 5.00 uur op 13 Mei onder leiding van kapitein Van der Sijde en kregen als opstelling Cuneraweg inbegrepen bij kruispunt met Snijdersteeg langs Kooistra tot 2e viaduct en West van dit viaduct.
Te pl.m. 24.00 uur was deze frontverandering door de onderdeelen van 3-III en 1-III en deels van Mitrailleurcompagnie III voltooid.
Troepen bij den commandopost werden onder 1e Luitenant Hartgerink bestemd ter onmiddellijke beveiliging van den commandopost.
Door Commandant 1-III werd tegen dien tijd gemeld dat vijandelijke patrouilles doordrongen.
13 Mei 1940.
Omstreeks 0.00 uur het schriftelijk bevel ontvangen betreffende de tegenaanval van 4 Bataljons onder leiding van Luitenant-Kolonel Landt (2 Bataljons van 29 R.I., 1 van 24 en 1 van 20 R.I.) zou te 4.30 uur plaats vinden. Uitgangsstelling: lijn evenwijdig aan de Frieschesteeg ca. 150 meter Noordwest van commandopost Commandant III-19 R.I. Indien stoplijn van 8 R.I. bereikt was, moest III-19 R.I. front Oost hernemen.
Te 24.00 uur meldt 2e Luitenant Grooters (bevestigd door 1e Luitenant Hartgerink) dat de sectie aan de Snijdersteeg reeds bestookt werd door Duitschers gewapend met automatische wapenen. Het knallen van deze wapenen werd inderdaad op de commandopost geconstateerd.
Al deze meldingen direct doorgegeven aan Commandant 19 R.I.
Te ca. 0.15 uur plotseling hevig schieten vlakbij commandopost door eigen troepen, gemeld aan Commandant 19 R.I. tevens met verzoek zoo mogelijk versterking van pl.m. 1 sectie te sturen. Hierdoor paniekstemming onder bezetting van den commandopost. Met behulp van lichtkogels en met medewerking van sergeant Koning heb ik echter geconstateerd, dat geen Duitsche troepen in de nabijheid meer waren.
Commandopost-bezetting en commandopost-beveiliging wederom tot de orde geroepen. Helaas is tijdens deze paniekstemming door nog onbekende oorzaak de sergeant Sarink gevallen.
Vermoedelijk dat de vijand de commandopost had overmeesterd, heeft de centralist doen besluiten de verbindingen onklaar te maken. Hierdoor geen telefoonverkeer tot 2.30 uur.
Overigens zeer rustig in de omgeving.
Te pl.m. 3.30 uur arriveert Kapitein Westhof en meldt dat zijn sectiën teruggetrokken zijn. Hij kan ze niet vinden. Even later te pl.m. 4.00 uur bericht dat ze terug zijn en wederom de oude stellingen hebben bezet (front Zuid).
Te pl.m. 3.30 uur meldt tevens Commandant Sectie Mortieren: "Gedurende de nacht heeft hij Duitsche patrouilles zien passeeren. Waarschijnlijk bevinden zij zich reeds Noord van de Commandopost." Dit laatste bericht is niet bevestigd.
Te 4.30 uur nog geen aanval der bataljons. Eerst te pl.m. 8.00 uur eerste afdeelingen passeeren de commandopost. Te pl.m. 6.00 uur was reeds bericht binnengekomen, dat Overste Landt was gearriveerd bij commandopost Commandant 2-III. Alle berichten omtrent de aanval moesten naar hem worden doorgestuurd (c.q. telefonisch). Te pl.m. 8.00 uur en pl.m. 8.30 uur bezoek en verzoek om terreintoestanden van vijandelijke en eigen troepen van 2 Bataljonscommandanten.
Te pl.m. 9.00 uur kapitein Van Buuren op commandopost: Contactofficier IVe Divisie. Berichten omtrent aanval ook naar hem zenden op commandopost 19 R.I.
Te pl.m. 10.15 uur bericht van één der Bataljons, dat aanvalsdoel nr. 1 bereikt was. Dit doorgegeven aan Luitenant-Kolonel Landt en Kapitein van Buuren, tevens 19 R.I.
Opdracht van Luitenant-Kolonel Landt "doorzetten".
Te pl.m. 10.45 uur bericht gezonden aan Compagniescommandanten van Commandant III aangezien eerste aanvalsdoel gedeeltelijk was gepasseerd, dat de Compagnieën front Oost moest hernemen.
Uitzondering hierop verkreeg sectie Luitenant Storms, aangezien aldaar de troepen nog niet gepasseerd waren. Ondertusschen zeer hevig vijandelijk artillerievuur.
Te 11.30 à 12.00 uur persoonlijk luitenant-adjudant van III-29 R.I. op commandopost. Meldt aan Luitenant-Kolonel Landt dat III-29 R.I. uiteengeslagen wordt en vlucht. Dit direct aan Commandant 19 R.I. doorgegeven.
Onder steeds heviger artillerievuur trekken de aanvallende troepen terug. Commandant 3-III en 2-III melden reeds oprukken van Duitschers langs Weteringsteeg.
Troepen die langs komen, melden dat vijand reeds op Frieschesteeg zit. pl.m. 12.30 uur.
12.40 uur Commandant Mitrailleurcompagnie (op commandopost III-19 R.I.) krijgt bericht van gewonde soldaat dat sectie Storms reeds vernietigd is en vijand reeds op kruispunt Weteringsteeg-Frieschesteeg.
13.45 uur Gemeld aan Commandant 19 R.I.
13.00 uur Order ontvangen van Commandant 19 R.I.: Front Zuid wederom hernemen en standhouden tot de laatste man.
Commandant III-19 R.I. te 13.00 uur reeds afwezig.
Behoudens verbinding naar 2-II[I] alle verbindingen door artillerievuur verbroken. Commandant 2-III kon echter order niet verstaan.
Wegens afwezigheid Majoor persoonlijk naar hem en Compagniescommandant opgedragen.
|
