Proces-verbaal van getuigenverhoor van J.F.C. Toelen en F.J. van Houten
PROCES-VERBAAL
VAN
GETUIGENVERHOOR
in de zaak tegen:
C.A. Niemantsverdriet.
Heden den zes en twintigsten Juni des jaars negentien honderd en veertig zijn voor ons
Mr. J. van Ginhoven,
Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de arrondissements-rechtbank te 's-Gravenhage, bijgestaan door
Mr. A. M. Creutzberg,
waarnemend griffier, verschenen de na te melden getuigen, die, na beloofd te hebben de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen en na, voor zoover zulks niet anders is vermeld, verklaard te hebben niet te zijn in dienst, noch bloed of aanverwant van
Cornelis Alexander Niemantsverdriet,
geboren te Vlaardingen den 2 Januari 1911, destijds
reserve-eerste luitenant, wonende te Vlaardingen,
op onze ondervraging hebben verklaard als volgt:
-
Johannes Franciscus Cornelis Toelen, oud 22 jaar, van beroep winkelbediende, wonende te Rotterdam, Willem Buytewechstraat 132a.
In de oorlogsdagen was ik ordonnans bij 2-I-8 R.I. Als zoodanig bevond ik mij op 12 Mei 1940 in de stelling van een sectie van die Compagnie, waarvan vaandrig de Ridder commandant was. Deze stelling was gelegen in Rhenen aan het Hoornwerk en wel noordelijk van den Rijksweg Rhenen - Wageningen.
Toen ik in die stelling was, zag ik dat op een ten zuiden van genoemden Rijksweg op dezelfde hoogte gelegen stelling een witte vlag stond. Dit zal ongeveer te 12 uur middag geweest zijn. Daar uit de stelling van vaandrig de Ridder toen nog gevuurd werd en iedereen gevechtsvaardig was begreep ik niet, waarom zoo dichtbij de witte vlag geheschen moest worden.
Ik ben toen den Rijksweg overgestoken, over het prikkeldraad gekropen en in den loopgraaf van de zuidelijk van dien weg gelegen stelling gesprongen. Tegelijkertijd heb ik de "witte vlag", bestaande uit een witte lap aan een bajonet gebonden, van het talud genomen en in de loopgraaf gegooid.
Op mijn vraag aan een soldaat waar de commandant was bracht deze mij naar een legeringsschuilplaats, gelegen aan een achterwaarts loopende zijgang van de loopgraaf. In die schuilplaats waren naar mijn schatting een 20 man aanwezig, waaronder luitenant Niemantsverdriet, dien ik van gezicht kende.
Ik was toen eenigszins driftig en vroeg hem wat het te beteekenen had, dat die witte vlag op zijn stelling had gestaan en waarom zij in de schuilplaats zaten, terwijl in de nevensectie van vaandrig de Ridder nog gevochten werd. Hij antwoordde, dat er zulk een ontzettend granaatvuur op zijn stelling lag, dat hij het niet verantwoord vond door te vechten; hij vond het heele geval hopeloos. Ik kreeg den indruk, dat hij erg down en zenuwachtig was.
Hij vroeg mij wat hij volgens mijn meening zou moeten doen, waarop ik antwoordde, dat het nu oorlog was en dat er dan natuurlijk gevochten moest worden, althans gebruikte ik woorden van die strekking.
Ik heb niet gezien of de luitenant en zijn manschappen daarop in de loopgraaf gegaan zijn; ik had eigenlijk niets bij hem te doen en ben onmiddellijk naar de sectie van vaandrig de Ridder teruggekeerd. Wat er verder dien dag in de stelling van luitenant Niemantsverdriet is gebeurd heb ik niet gezien, omdat ik toen niet meer ter plaatse geweest ben.
Het is mij niet opgevallen, dat de stelling van luitenant Niemantsverdriet toen ik daar kwam erg beschadigd zou zijn geweest; ik heb daar echter niet in het bijzonder op gelet, omdat het mij erom te doen was de witte vlag weg te krijgen. Ook ben ik niet overal in de stelling geweest.
Of de luitenant met mij over munitie gesproken heeft kan ik mij niet herinneren.
In den ochtend van 12 Mei 1940 was er hevig vijandelijk artillerievuur. Gezien de verwoestingen lag dit meer op den Rijksweg Rhenen - Wageningen, dan op de bovenvermelde 2 stellingen. Ik heb herhaaldelijk moeite gehad om er als ordonnans doorheen te komen.Voorgelezen - volhard - geteekend.-
(get.) J.F.C. Toelen. -
Franciscus Johannes van Houten, oud 25 jaar, van beroep kantoorbediende, wonende Heveadorp, gemeente Renkum.
Tijdens den oorlog was ik dienstplichtig sergeant bij de 3e sectie van 2-I-8 R.I. onder commando van vaandrig de Ridder. Deze sectie lag toen in stelling te Rhenen in het zoogenaamde Hoornwerk, noordelijk van den Rijksweg Rhenen - Wageningen. Op gelijke hoogte was ten zuiden van dien weg de stelling van de 1e sectie onder luitenant Niemantsverdriet.
De opdracht voor de sectie van vaandrig de Ridder was: ter plaatse stand houden. In den nacht van Zaterdag 11 op Zondag 12 Mei 1940 was er een hevig artillerievuur, in hoofdzaak liggende achter ons op de Grebbeberg, hoewel ook enkele projectielen in de buurt van onze stelling kwamen. In die stelling is toen echter geen enkel projectiel terecht gekomen.
Voor zoover ik mij herinneren kan werd het in den vroegen ochtend van 12 Mei rustiger, maar later nam het vuur weer toe.
Naar mijn schatting te ongeveer 11.30 des voormiddags op 12 Mei 1940 kwam vaandrig de Ridder naar mij toe in de loopgraaf; wijzende op de stelling van luitenant Niemantsverdriet zeide hij: "kijk eens, daar hebben ze de witte vlag al op staan", althans woorden van gelijke strekking. Ik zag die vlag toen op die stelling staan.
Ik geloof niet, dat de artilleriebeschieting op dat moment hevig was, in ieder geval was zij dat toen niet op onze stelling. Wij hebben in de stelling van onze sectie voor zoover ik weet geen dooden of gewonden gehad.
Of de stelling van luitenant Niemantsverdriet beschadigd is weet ik niet; evenmin is mij bekend wat er in die stelling is gebeurd, nadat ik de witte vlag daarop had zien staan.
Van onze sectie zijn in den voormiddag van dien dag een man of 12 teruggetrokken; de rest van de sectie is in den namiddag teruggetrokken.Voorgelezen - volhard - geteekend.-
(get.) F.J. van Houten.
Waarvan proces-verbaal.
De Griffier:
(get.) Mr. A. M. Creutzberg.
De Rechter-Commissaris:
(get.) Mr. J. van Ginhoven.
|
