Schrijven inzake totstandkoming en doelstelling Commissie Lucardie

OPPERBEVELHEBBER
VAN
LAND- EN ZEEMACHT.
-------
AFDEELING LANDMACHT.

Sectie IVc
No. 98E / 1510 A.
Bijlagen: -
Onderwerp: Commissie Lucardie.

Algemeen Hoofdkwartier, 21 Juni 1940.

Door dezen deel ik U mede, dat de door den Commandant van het Veldleger ingestelde commissie, bestaande uit Kolonel der Artillerie Lucardie, Majoor der Artillerie de Klerck, Kapitein der Grenadiers Dulfer en den reserve Kapitein der Infanterie Hamming met ingang van 22 Juni 1940 ter beschikking van den Luitenant-Generaal J.J.G. Baron van Voorst tot Voorst wordt gesteld ten einde onder diens leiding haar werkzaamheden voort te zetten.

DE GENERAAL,
OPPERBEVELHEBBER VAN LAND EN ZEEMACHT,
o.l. DE GENERAAL-MAJOOR,
CHEF V.D. STAF V.D. LANDMACHT,

coll. H.F.M. Baron van Voorst tot Voorst.

Voor eensluidend afschrift,
De Reserve 1e luitenant van algemenen dienst
(get.) Mr. Caljé

Luitenant-Generaal J.J.G. Baron van Voorst tot Voorst
Kolonel D.M. Lucardie
Majoor der Artillerie F.A.J. de Klerck
Kapitein der Grenadiers E.E.T. Dulfer
Reserve Kapitein der Infanterie Mr. J.L. Hamming


==========================================================================


OPPERBEVELHEBBER VAN
LAND- EN ZEEMACHT.
Afdeeling Landmacht.
Sectie IV c. No. 1539 A.
Onderwerp: Aanwijzing Commissie
Kolonel Lucardie als Commissie voor
korpsonderzoeken.

Algemeen Hoofdkwartier, 28 Juni 1940.

In afwijking van het bepaalde bij mijn brief van 21 dezer, no. 1510 A wijs ik de Commissie, bestaande uit den Kolonel der artillerie D.M. Lucardie, den Majoor der artillerie F.A.J. de Klerck, den kapitein der Grenadiers E.E.T. Dulfer en den reserve-kapitein der infanterie Mr. J.L. Hamming, met ingang van heden aan als "Commissie voor korpsonderzoek" (zie mijn brief aan U d.d. heden no. 1537 A) in het justitieele garnizoen Utrecht en wijs ik deze Commissie toe aan den Garnizoenscommandant in dat justitieele garnizoen.
De toevoeging van de commissie aan den Luitenant-Generaal J.J.G. Baron van Voorst tot Voorst wordt mitsdien, eveneens met ingang van heden, ingetrokken.
Aangezien de reserve-kapitein der infanterie Mr. J.L. Hamming met ingang van 10 Juli 1940 met groot verlof wordt gezonden en de kapitein E.E.T. Dulfer voor andere werkzaamheden ter beschikking is gesteld, worden deze mitsdien onderscheidenlijk m.i.v. 11 Juli 1940 en 1 Juli 1940 van het lidmaatschap der commissie ontheven.
Met ingang van 1 Juli 1940 wordt voorts aan de commissie toegevoegd de kapitein der artillerie J.K.H. de Roo van Alderwerelt. De leden der commissie blijven als officier in administratie bij de onderdeelen waarbij zij thans in administratie zijn.
De Commissie is te Utrecht gevestigd in de door U aan te wijzen lokaliteiten.
De justitieele Garnizoens-commandant is bevoegd te bepalen of de leden der Commissie te Utrecht moeten verblijven dan wel aan hen kan worden toegestaan om telkens vanuit hun woonplaats naar Utrecht, c.q. naar de plaats hunner werkzaamheden, en terug te reizen.

DE GENERAAL,
OPPERBEVELHEBBER VAN LAND- EN ZEEMACHT
o/l DE KOLONEL,
SOUS-CHEF VAN DEN STAF VAN DE LANDMACHT,

(get.) M.W.L. van Alphen.

coll.
u.

Gezien,
Der Oberst im Generalstab,
(get.) onleesbaar

A A N:
den Luitenant-Generaal J.J.G. Baron van Voorst tot Voorst.
den Garnizoens-Commandant in het Justitieel Garnizoen Utrecht.
den Kolonel der artillerie D.M. Lucardie (per adres Garnizoens-Commandant in het Justitieele Garnizoen Utrecht).
den Kapitein der Artillerie J.K.H. de Roo van Alderwerelt.
den Kapitein der Grenadiers E.E.T. Dulfer.
In afschrift aan:
den Waarnemend Inspecteur der Artillerie.
den Commandant Divisie B.


==========================================================================


HOOFDREGELINGSBUREAU.
AFDEELING LANDMACHT,
SECTIE IVc.
No. 2101 A.
Onderwerp: Bevoegdheden Commissies voor Korpsonderzoeken.

's-Gravenhage, 31 Juli 1940.

Naar aanleiding van Uw verzoek om inlichtingen betreffende de bevoegdheden van de Commissie voor Korpsonderzoeken d.d. 18 Juli 1940 No. 1 A, mij aangeboden d.t.v. den Commandant in het Justitieele Garnizoen 's-Gravenhage met diens dagstempel d.d. 20-7-'40 No. 921 J, deel ik U het volgende mede.
De Commissies voor Korpsonderzoeken zijn ingesteld in verband met de demobilisatie van de Nederlandsche Weermacht op 15 Juli j.l., teneinde het onderzoek hetwelk ingevolge artikel 7 van de rechtspleging bij de Landmacht door den Commandeerenden officier van den verdachte moet worden gehouden, ook thans nog te kunnen doen geschieden.
Dit onderzoek, hetwelk in de practijk aan een commissie van officieren werd opgedragen en bekend stond als "voorloopig onderzoek" of "huishoudelijk onderzoek" behoeft geenszins even uitgebreid te zijn als dat, hetwelk later door den Officier-Commissaris wordt ingesteld, doch moet voldoende feitelijke gegevens bevatten voor een eventueele Beschikking tot Verwijzing.
Zulks geldt met name voor den juisten tijd en de plaats van het feit.

Behoudens de bevoegdheid aan den Voorzitter der Commissie toegekend, tot het in werkelijken dienst roepen van met groot verlof zijnde dienstplichtigen of van met groot verlof zijnd reserve-personeel, van het onderzoek naar een strafbaar feit, waarvan betrokkene wordt verdacht, zijn de bevoegdheden der Commissie geen andere, dan in de R.L. aan den Commandeerenden officier van den verdachte zijn toegekend. Burgergetuigen kunnen niet tot verschijnen of tot het afleggen van een verklaring worden gedwongen, terwijl de commissie getuigen niet onder eede mag hooren.
Zoo ook kan de Commissie geen getuigengelden of andere vergoedingen toeschatten.
Dienstreizen van de Commissie of van hare leden kunnen geschieden op grondslag van de bepalingen van het "Reisbesluit 1916", terwijl de betrokken declaraties kunnen worden ingediend bij het Regelingsbureau van den Hoofdofficier, belast met de Bijzondere betalingen, Anna Paulownastraat 13 te 's-Gravenhage.
Uitschottenstaten, alsmede rekeningen voor eigen onkosten en uitgaven der Commissie kunnen eveneens aan voornoemd Regelingsbureau ter verevening worden gezonden.

De Generaal-Majoor,
Hoofd van het Hoofdregelingsbureau,
o.l. De Kolonel,
Chef van de Afdeeling Landmacht,

(get.) M.W.L. van Alphen.

coll.
u.

AAN:
den Voorzitter van de Commissie
voor Korpsonderzoeken in het
Justitieele Garnizoen 's-Gravenhage
d.t.v. den Commandant in het
Justitieele Garnizoen 's-Gravenhage.
--------------

In afschrift aan:
den Voorzitter van de Commissie
voor Korpsonderzoeken in het
Justitieele Garnizoen Utrecht
d.t.v. den Commandant in het
Justitieele Garnizoen Utrecht
Regelingsbureau I.M.A.
Regelingsbureau Hoofdofficier belast
met de bijzondere betalingen.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 257.36 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 450.83 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 3
(PDF, 633.23 KB)