Schrijven van hulpaalmoezenier A.F.M. Monchen inzake kornet Marcel Mignot

Majoor A.F.M. Monchen O.S.B.
Secretaris in Algemeene Dienst van
Hare Majesteit de Koningin.

's-Gravenhage, 8 Mei 1946.
Toussaintkade 43.


Aan Zijne Excellentie den Luitenant-Generaal
J.J.G. Baron van Voorst tot Voorst,
Voorzitter der Commissie voor Militaire onderscheidingen,
Plein 24,
's-G r a v e n h a g e.

Op 13 Mei 1940 sneuvelde bij den Grebbeberg de Kornet Marcel Adolf MIGNOT, Staf-19-R.I.

Het komt ondergeteekende voor dat bovengenoemde Kornet, die ook naar aanleiding van brieven door zijn ouders ontvangen van hen die hem op den Grebbeberg gekend hebben, voor een onderscheiding in aanmerking zou kunnen komen wegens zijn volledig plichtsgetrouwe en moedige houding gedurende die dagen.

De Wachtmeester M. Peters, Kievitstraat 20, Enschede, die tot de batterij van Kornet Mignot behoorde schrijft d.d. 16 September 1942 het volgende:

"Zooals het de gewoonte was, hadden wij onder elkander wel eens besproken, wat we zouden doen wanneer we in een benarde positie tegenover den vijand zouden komen te staan. Marcel zei dan altijd: "Als het tegenover de Duitschers is, dan geef ik me nooit over." Hij heeft inderdaad woord gehouden. Op 13 Mei 1940 kregen wij de order om terug te trekken. Wij bevonden ons toen al eenigszins in de klem. De meeste manschappen zijn dan ook goed teruggekomen, behoudens drie en Marcel. Marcel wilde namelijk niet terugtrekken, maar zoover ik heb kunnen waarnemen, was hij, door vijandelijk vuur gedwongen de stelling te verlaten. Op dit moment werd hij in zijn hoofd getroffen, waarop onmiddellijk den dood intrad. Ik heb nog gewacht of er nog levensteekenen aanwezig waren, maar dit was niet het geval."

En verder in de brief: "Van één ding kunt U verzekerd zijn, Marcel heeft zijn plichten als soldaat zeer hoog opgevat en tot de laatste seconde zijn plicht gedaan."

Uit een brief d.d. 26 Mei 1940 van den Heer K. Kouwen te Den Hulst (O.), toenmaals Wachtmeester bij de 19e Batterij 6 Veld, moge ik het volgende lichten:

"Gelijk dat bij een klein onderdeel mogelijk is, was die samenwerking zeer nauw en bij alle verschillen van inzicht die in dergelijk klein verband nu eenmaal onvermijdelijk zijn, waren wij, mijn collega's en ik, het steeds hierover eens, dat onze Kornet zijn taak plichtsgetrouw uitvoerde en voor zijn minderen vaak een voorbeeld was van ijver en correctheid. Wegens ziekte heb ik de worsteling gedurende de afgeloopen lange dagen niet kunnen meemaken, ik weet dus niet wat er van onze Batterij geworden is, al vrees ik het ergste. Het eerste wat mij hierover onder de oogen kwam, was het overlijdensbericht van onzen Kornet en U zult begrijpen dat dit ook mij met deernis heeft vervuld. Uit de wijze waarop hij ook tijdens de mobilisatie zijn taak opvatte, kan ik U verzekeren, dat ik er ten volle van overtuigd ben, dat hij met eere is gevallen."

Uit een brief d.d. 3 Juli 1940 van den inmiddels overleden Luitenant Kolonel S.H. Smits oud regiments-commandant, neem ik het volgende over:

"Onder degenen, die dezen eerlijken strijd streden bevond zich, helaas, ook Uw zoon. Als zijn oud regiments-commandant betuig ik U mijne innige deelneming met dit zoo zware verlies; zoo jong en zoo veelbelovend uit het leven gerukt, hetgeen het ouderhart zoo'n vreeselijke pijn doet. Evenzeer deed het ons officieren zoo innig leed, daar hij getoond heeft, niet alleen een plichtsgetrouw militair te zijn geweest, maar ook zoo'n uitstekend kameraad was."

De ouders ontvingen nog op 27 Mei 1940 van den Reserve 1e Luitenant B.A. R. van Deventer een schrijven, waaruit ik U de volgende passage moge voorleggen:

"Op den morgen van den oorlog heeft Marcel op eigen verzoek het commando gekregen van de bij 8 R.I. ingedeelde sectie van mijn batterij. Hij had de bouw van de stelling voor deze sectie geleid en hij was zeer goed op de hoogte van het geheele stellingvak daar. Het moge U een, zij het dan ook schrale troost zijn, dat Marcel zich zeer flink heeft gedragen en dat hij tijdens het gevecht het voorbeeld voor zijn soldaten is geweest.

Hij is met zijn mannen in de stelling gebleven, totdat de daarvoor liggende bescherming van eigen infanterie haar opstellingen verlaten had en dus tot op het oogenblik dat zijn eigen positie onhoudbaar werd. Na het verlaten van de opstelling is hij ongeveer 150 Meter daarvandaan, op het oogenblik dat hij uit het struikgewas kwam om den weg te verkennen, door mitrailleurvuur getroffen. Naar ik van het personeel op de begraafplaats hoorde, moet hij onmiddellijk gedood zijn en heeft hij dus gelukkig niet geleden."

Ten slotte moge ik U nog een passage citeeren uit een schrijven d.d. 24 September 1940 van den tegenwoordigen Luitenant Kolonel K.C.A. Colette [??], wonende Van Pabstlaan 36, Voorburg, toenmaals Artillerie Commandant aan den Grebbeberg. Deze schrijft:

"Moge het U een troost zijn dat Uw zoon tot het uiterste zijn plicht heeft gedaan en dat hij het grootste offer tegenover ons dierbaar Vaderland heeft gebracht, waarvoor God hem zeker ook de hoogste belooning zal hebben gegeven."

Persoonlijk kan ik hieraan toevoegen, dat ik als Aalmoezenier den Kornet Mignot doodelijk getroffen gevonden heb. Ik heb hem toen nog bediend, alhoewel er twijfel moet hebben bestaan dat hij nog in leven was. Van verschillende zijde vernam ik toen inderdaad zijn buitengewone flinke houding die hij gedurende de dagen van den oorlog had aangenomen.

Volgaarne breng ik dan ook deze goede en trouwe vaderlander onder de aandacht Uwer Excellentie, met het verzoek zoo mogelijk hem posthuum voor een Koninklijke onderscheiding te doen voordragen.

Dat dit eerst zoo laat geschiedt, houdt ten deele verband met het feit, dat ik in de veronderstelling leefde dat dit door anderen reeds gedaan was, wijders ook door de bescheidenheid van de ouders, die mij slechts op aandringen mijnerzijds inzage gaven van de brieven hen gestuurd over de dappere houding van hun zoon.

De Oud Hulp-Aalmoezenier bij de Staf IIe Legerkorps.

(get.) A.F.M. Monchen

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.69 MB)