Schrijven van kapitein G.J.W. Gelderman inzake publicatie in Volk en Vaderland
KONINKLIJKE MARECHAUSSEE
A R N H E M.
-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-
No. 475.
O N D E R W E R P:
Courantenbericht.
Ik heb de eer U HoogEdelgestrenge hierbij beleefd te doen toekomen een exemplaar van het Nationaal Socialistisch Weekblad "Volk en Vaderland" van 7 Juni 1940.
Op pagina 3 hiervan komt voor een artikel, getiteld: "Feestgedruisch in oorlogstijd"; "De leiding achter de Grebbelinie"; "Generaal HARBERTS gaf bevel tot de vlucht".
In dit artikel wordt, na uitvoerige inlichtingen over een feest, dat op den eersten oorlogsdag zou moeten hebben plaats gehad te DOORN, het volgende gezegd:
"Toen kwam na vier dagen werkelijk de oorlogsdreiging in de Grebbe. Op Tweeden Pinksterdag kwam 's middags om half vijf de kapitein der Marechaussee GELDERMAN, die twee dagen bij zijn troepen in de Grebbelinie was geweest zonder eten, instructies op hetzelfde stafbureau in Hotel Cecil halen en vernam, dat Generaal HARBERTS order tot de vlucht van den staf had gegeven. Hij heeft toen onmiddellijk luide en in ongezouten taal zijn verachting over dit besluit uitgesproken en riep uit: "Lafaards, de Grebbelinie is nog lang niet verloren"!
Hij had echter te gehoorzamen".
Waar ik met name word genoemd in bovenaangehaald artikel waarvan de strekking aan duidelijkheid niets te wenschen overlaat, stel ik er prijs op te verklaren, dat, waar het mijn persoonlijk optreden betreft, geen der genoemde feiten "ongezouten taal" en woorden juist zijn.
Districtscommandant,
(get.) G.J.W. Gelderman.
den Heer Luitenant-Kolonel, Commandant van de
3e Divisie Koninklijke Marechaussee
te
A R N H E M.
==========================================================================
Persbericht uit "Volk en Vaderland" dd. 7 Juni 1940
Feestgedruisch in oorlogstijd
----
De leiding achter de Grebbe-linie
----
GENERAAL HARBERTS GAF BEVEL TOT DE VLUCHT
Op den eersten oorlogsdag, toen de voornaamste leden der N.S.B., voor het meerendeel met hun vrouwen en kinderen, evenals alle Duitschers met hun vrouwen en kinderen door de militaire politie-troepen waren gearresteerd, vierden twee en twintig officieren, behoorende tot den generalen staf van het 2e legerkorps, deels vergezeld door hun vrouwen en dochters, tezamen met zeventien genoodigden uit de "betere" kringen van Doorn een lentefeest ter herdenking van de verbroedering tusschen leger en burgerij. In de democratische wereld komt dit er op neer, dat derhalve de officieren en hoofden van burgerlijke diensten het er eens terdege van nemen.
Het is gewenscht, de namen van de deelnemers aan de vergetelheid te ontrukken:
Generaal-majoor Harberts, leider 2e legerkorps, overste De Bruin, overste jhr. Snoek (militaire politie-troepen) met drie dochters, majoor Polis, 2e autobataljon. Voorts de kapiteins Jurjans, Van Erp, Leezer (en echtgenoote), Tisso, Schotman, Berlijn (N.O.I. leger), Van Tiel, A. Janssen (beroepsofficier der genie), Heshuizen en Onderstal (militaire politie-troepen). Laatstgenoemde had 's morgens persoonlijk voor de arrestaties van N.S.B.-ers gezorgd!
Dan de luitenants Vos, Kuiper, Dobbelman, Houthuis en Fick, 2e autobataljon (thesaurier van het feest).
Onder de zeventien burger-genoodigden bevonden zich:
de burgemeester van Doorn, baron Van Nagel (met echtgenoote en dochter), wethouder Asch van Wijk, lid prov. staten Utrecht (met dame), jhr. De Beaufort (met echtgenoote) huize "Heemstede" te Doorn.
De zaal was versierd met dennegroen en voorjaarsbloemen, waarvoor een speciale betimmering was aangebracht, terwijl in een hoek een bar was ingericht, waarvoor majoor Polis (in burger wijnhandelaar te Maastricht) had geleverd:
24 flesschen champagne;
12 flesschen Mosel;
6 flesschen Bordeaux;
6 flesschen whisky.
Het koude buffet werd verzorgd door een banketbakker in Doorn, kapitein Berlijn zorgde voor dansmuziek uit een electrische grammofoon. De voor den staf aanwezige ordonnansen werden zelfs niet vergeten en deze werden genoegelijk dronken gevoerd. Later werden de kosten door luitenant Fick becijferd op ruim tien gulden per man.
Toen kwam na vier dagen werkelijk de oorlogsdreiging in de Grebbe! Op Tweeden Pinksterdag kwam 's middags om half vijf de kapitein der Marechaussee Gelderman, die twee dagen bij zijn troepen in de Grebbelinie was geweest zonder eten, instructies op hetzelfde stafbureau in hotel Cecil halen en vernam, dat generaal Harberts order tot de vlucht van den staf had gegeven. Hij heeft toen onmiddellijk luide en in ongezouten taal zijn verachting voor dit besluit uitgesproken en riep uit: "Lafaards, de Grebbelinie is nog lang niet verloren!" Hij had echter te gehoorzamen.
Om half zes ondervond kapitein Heshuizen precies dezelfde vernedering; ook hij bracht het bericht, dat de situatie in de Grebbelinie nog lang niet hopeloos kon worden geacht.
Ondanks deze beide officieren werd de vlucht naar Den Haag volvoerd.
Toen kwam de capitulatie en daarmede op 25 Mei wederom de bezetting van het stafkwartier door de krijgsgevangen officieren. De generaal-majoor Harberts schitterde door afwezigheid. Bij nadere informatie werd ons medegedeeld, dat de opperbevelhebber hem wegens zijn betoonden moed en beleid van zijn functie had ontheven en vervangen door kolonel Barbas, die wèl met zijn troepen had medegestreden.
Er rest ons nog te vermelden, dat onmiddellijk toen de dreiging der Duitsche troepen werkelijkheid was geworden, in opdracht van den kapitein der genie A. Janssen opdracht was gegeven, het geheele hotel Cecil, hoewel zeer beschut en achteraf gelegen, te camoufleeren, waartoe een schilder in Doorn met tien man het geheele hotel en de ruiten met allerlei kleurige verfklodders bedekte.
|
