Schrijven van kolonel D.M. Lucardie inzake reserve-eerste luitenant Koerselman

COMMISSIE VOOR KORPSONDERZOEK
KOLONEL D.M. LUCARDIE
Militair Arrondissement Utrecht
------------------------------
Nr. 210 P.
ONDERWERP:
Onderscheiding.
-----------------

's-GRAVENHAGE, 4 October 1940.
Jan van Nassaustraat 2.
Telefoon 721053.


P E R S O O N L I J K
.

Bij een op 3 October jongstleden gehouden onderzoek naar de gevechtswerkzaamheid van de Sectie-Pag. van de 8e Compagnie Pag., die onder Commando van den Reserve-1e Luitenant H.M. Koerselman van 8 R.I. in stelling heeft gestaan aan de Grift, in het vak van 2-II-8 R.I., is aan bovenvermelde Commissie gebleken, dat genoemde Luitenant zich zeer moedig en beleidvol heeft gedragen. Aangezien dezerzijds niet bekend is, of deze officier voor een onderscheiding is voorgedragen, gevoelt de Commissie het als haar plicht, U mededeeling te doen van hetgeen haar terzake bij dit onderzoek is gebleken.
Zooals U bekend zal zijn, wordt het oogenblik waarop de stellingen aan de Grift (de frontlijn) in 's vijands handen zijn gevallen, aangegeven als Zondag 12 Mei, tusschen pl.m. 14.00 en pl.m. 20.00 uur. De bezettingen zijn op eigen gezag teruggetrokken, op enkele plaatsen gevangen genomen, ten deele gevlucht.
Thans is komen vast te staan, dat de Reserve-1e Luitenant Koerselman, met slechts enkele onderofficieren en manschappen, als laatste heeft standgehouden aan de Grift. Hij heeft weerstand geboden aan alle verzoeken van zijn ondergeschikten om ook, evenals alle anderen, terug te trekken. Hij heeft deze verzoeken afgewezen en heeft bevolen ter plaatse te blijven; Maandag 13 Mei, bij het aanbreken van den dag, zijn zij gevangen genomen.
Het is wel zeer te betreuren, dat Commandant II-8 R.I. en dus ook de Regimentscommandant en de Divisiecommandant niet geweten hebben, dat de Westelijke oever van de Grift bij Kruiponder in den avond van 12 Mei nog in eigen handen was.
Integendeel was men blijkbaar zoo zeer overtuigd van het tegendeel, dat om 17.58 en om 18.00 uur eigen artillerievuur is gelegd op de eigen opstellingen bij Kruiponder, waarin zich de Luitenant Koerselman met zijn mannen bevond. Verliezen zijn hierdoor niet geleden. De bezetting heeft niet bemerkt, dat dit eigen artillerievuur was; men heeft het aangezien voor vijandelijk artillerievuur.
De Luitenant Koerselman was er zoo van overtuigd, dat de andere bezettingen gedurende de duisternis naar hun opstellingen zouden worden teruggezonden, dat hij geen verband naar achteren heeft opgenomen. Men kan hem dit inderdaad als een fout in zijn beleid aanrekenen, doch naar het oordeel der Commissie niet in die mate, dat hij daardoor voor zijn moedig gedrag, dat ver uitgaat boven dat van al zijn neven-commandanten, niet in aanmerking zou mogen komen voor een onderscheiding.

De getuigenverklaringen zullen worden opgemaakt en U zoo spoedig mogelijk worden nagezonden.

De Kolonel,
(get.) D.M. Lucardie.

AAN
den Generaal-Majoor
Hoofd Hoofdregelingsbureau
's-GRAVENHAGE.
-----------

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.06 MB)