Schrijven van majoor A. van der Wiel inzake eervolle vermelding
Commandant I-8 R.A.
AFSCHRIFT.
Commandopost 24 Mei 1940.
Onderwerp:
Onderscheidingen.
Gevolggevende aan het schrijven Commandant Veldleger dd. 17 Mei 1940, Sectie I No.9 en vooropstellende, dat nagenoeg een ieder, die tot de Afdeeling behoorde zijn plicht heeft gedaan en dat de geheele Afdeeling, zoowel de batterijen als de commandopost van de Afdeeling en de waarnemingspost onder vuur zijn geweest, zoodat de voorkeur m.i. moet worden gegeven aan een herinneringsmedaille of expeditiekruis, zijn er toch velen geweest, die in het open veld en onder vijandelijk vuur meer gewaagd hebben dan anderen die in de dekkingen konden blijven. Daden van persoonlijken moed, die de betrokkenen voor een voordracht voor de Militaire Willemsorde in aanmerking zouden doen komen, zijn niet te mijner kennis gekomen. Daarentegen zijn er velen, wier gedrag aanleiding is geweest tot een voordracht voor toekenning eener eervolle vermelding.
Uiteraard heb noch ik, noch de Batterijcommandant alles persoonlijk kunnen constateeren en zijn we veelal af moeten gaan op verklaringen van ondercommandanten, terwijl door gehouden besprekingen meer evenwicht is gebracht in de aantallen door de Batterijcommandanten voorgesteld.
Voor een eervolle vermelding komen alzoo in aanmerking:
Afdeeling STAF:
Kapitein K.H. KLAASSENS, die als Commandant Verbindingsafdeeling ettelijke malen onder vijandelijk vuur de verbroken verbindingen heeft hersteld.
De gewoon dienstplichtigen WALSMA A. en VOGEL P., die herhaaldelijk als ordonnans onder vijandelijk vuur zijn uitgezonden, doordat de telefoonlijnen regelmatig werden stuk geschoten. Van eerstgenoemde werd op een zijner tochten een rijwiel onder hem stuk geschoten.
De dienstplichtig Wachtmeester Van den BERG G. en de gewoon dienstplichtigen EVERS A.H., LUBLINKHOF P., TERPSTRA J., STEGERMAN P., JANSEN G.W., en de dienstplichtig Korporaals EILERS F.H.W.B. en LAAN A, die herhaaldelijk onder vijandelijk vuur uitgezonden werden om de verbroken telefonische verbindingen te herstellen.
De Reserve 2e Luitenant TERPSTRA J.M., die als Artillerie-officier-inlichter bij Commandant III-8 R.I. door regelmatige meldingen het mogelijk heeft gemaakt, dat de Afdeeling krachtig kon medewerken aan de verdediging der voorpostenstrook en die toen zijn waarnemingspost was ingesloten, door over den RIJN te zwemmen, zich 's-avonds bij den Afdeelingscommandant terug kon melden.
1-I-8 R.A.:
1e Luitenant L.C. van HEUKELOM, Luitenant-toegevoegd. Onder zwaar artillerievuur in de waarnemingspost gebleven, belangrijke meldingen gegeven en nieuwe doelen gemeld. Zijn post pas op last van zijn Batterijcommandant verlaten.
Wachtmeester W.L.C. DONNE, wachtmeester-hulprichter. Onder zwaar artillerievuur zoolang mogelijk, namelijk tot dat hij aan zijn been werd gewond, als hulprichter den 1e Luitenant Van Heukelom in de waarnemingspost bijgestaan.
Dienstplichtige J.H. HOLLINK, seiner en dienstplichtig M. LOBREGT, seiner: Als telefonisten in de waarnemingspost onder zwaar artillerievuur op voortreffelijke wijze, zonder zichzelf te ontzien, hun taak vervuld.
Dienstplichtige J.W. DEMKES, ordonnans. Herhaalde malen onder het zwaarste artillerievuur berichten op zeer snelle wijze overgebracht, met groot gevaar voor eigen leven. Een zeer goed ordonnans.
Dienstplichtige E. BENT, oppasser. Toen, tengevolge van hevig artillerievuur de telefonische verbinding tusschen Batterijcommandant en waarnemingspost verbroken was, zich vrijwillig als ordonnans aangemeld en daarbij snel zeer belangrijke meldingen van de waarnemingspost naar den Batterijcommandant overgebracht.
Kornet W. PIEPERS, Sectiecommandant en Wachtmeester P. TIJSMA, sectiecommandant. In de stelling, tijdens het vijandelijk vuur, groote zelfbeheersching en moed getoond door, hoewel zelf ongedekt staande, de batterij-bezetting aan te moedigen en voor te gaan, ook in de moeilijkste omstandigheden, toen voor de nabijverdediging, groote zelfbeheersching en initiatief gevraagd werd.
1e Luitenant G. TERHORST: Batterij-officier. Onder de moeilijkste omstandigheden, zonder zichzelf ook maar eenigszins te ontzien, de batterij tot de grootst mogelijke activiteit gebracht. Daarbij tijdens het van stelling verwisselen en de batterij onder vuur kwam te liggen, groote moed en zelfbeheersching getoond.
Wachtmeester H. BOUMAN, commandant Verbindingsafdeeling. Steeds op voortreffelijke wijze voor het verbindingsnet gezorgd en toen tengevolge van zwaar artillerievuur de verbinding waarnemingspost-batterijcommandant verbroken was, tijdens zwaar artillerievuur en zulks met aanvankelijk succes, getracht die verbinding te herstellen met groot gevaar voor eigen leven.
Korporaal T. van der SPOEL. Seiner. Met den Wachtmeester H. BOUMAN, commandant Verbindingsafdeeling, onder zwaar vijandelijk artillerievuur getracht, en zulks met aanvankelijk succes en met gevaar voor eigen leven, de telefonische verbinding waarnemingspost-batterijcommandant te herstellen.
Wachtmeester P.W. HEIDEMA munitie-onderofficier. Geheel alleen, terwijl de normale stelling der batterij onder vuur lag, munitie gehaald uit die normaal-stelling en gebracht naar de verwissel-stelling. Ware hem dit ondanks betoonde groote moed en overleg niet gelukt, dan was gebrek aan munitie in de verwissel-stelling het gevolg geweest.
Dienstplichtige H.M. VALCKX, menagemeester. Onder de zwaarste omstandigheden persoonlijk zorg gedragen, dat de troep tijdens het gevecht op tijd en overvloedig het eten in de stelling kreeg aangevoerd.
Dienstplichtige G.W. EULEN, ziekendrager. Geheel vrijwillig hulp verleend en voor transport zorg gedragen van den gewonden Wachtmeester W.L.L. DONNE van de waarnemingspost naar de hulpverbandplaats, zulks onder zwaar artillerievuur.
Wachtmeester Van den ELST. Munitie-onderofficier. Door groote activiteit en accuratesse er in groote mate toe bijgedragen, dat de batterij, ook in de meest moeilijke tijden gedurende het vijandelijk artillerievuur, de beschikking had over voldoende hoeveelheid munitie, zulks met groot gevaar voor eigen leven.
Wachtmeester P.H.C. GILISSEN. Ordonnans-facteur. Als vrijwillig motorordonnans zich zeer verdienstelijk gemaakt door, ook onder de zwaarste omstandigheden van vijandelijk artillerievuur de verbinding tusschen de batterijonderdeelen in Rhenen en Elst te onderhouden, zulks met gevaar voor eigen leven.
2-I-8 R.A.
1e Luitenant P.R.M. VERSTEEGH. Heeft zich tijdens het onder vijandelijk vuur liggen der batterij steeds tusschen de stukken bewogen en de goede geest en moreel der bedieningen tot het uiterste opgevoerd.
2e Luitenant C. GUDE. Als waarnemer onder vuur liggend, onafgebroken op zijn post gebleven en waardevolle gegevens verkend.
Wachtmeester SMIT, Wachtmeester WILLEMS en Wachtmeester PLIEGER. Mutatie als voor Luitenant GUDE voornoemd.
Dienstplichtige RECHTERSCHOT, Wachtmeester DEENEN, dienstplichtigen Van ARK, Van der BOGT [P.C.], NIJHOF, SMIT en KANTERS. Als telefonist, onder hevig vijandelijk vuur met uiterste koelbloedigheid, de telefonische verbinding verzorgd.
Dienstplichtigen KARREMAN [D.], Van ACKOOIJ [A.H.] en Van KOOTEN. Als ordonnans, ondanks vijandelijk vuur, prompt hun taak volvoerd.
3-I-8 R.A.
Korporaal Ten BARGE J.B.A. (vermist), dienstplichtige SLOOYER A.J. (vermist) en de dienstplichtige VOORTMAN A.J. Als mitraillisten op de gevaarlijkste post vóór de batterij buiten de dekkingen opgesteld, zich bijzonder onderscheiden door de batterij onder het hevigste vijandelijke vuur te blijven dekken, met algeheele terzijdestelling van hun persoonlijke belangen en veiligheid, zonder één moment hun post te verlaten.
2e Luitenant STATIUS MULLER, reserve Wachtmeester De JONG D., dienstplichtigen OLMANST C.W.L. en SPRONK G. zich bijzonder onderscheiden door onder het hevigste vijandelijke vuur de meest vooruitgeschoven waarnemingspost steeds weer te betrekken en zich daarbij zeer koelbloedig te gedragen.
Wachtmeester HERTSENBERG A.A.H., Korporaal DIJKSTRA P., dienstplichtige BOSKLOPPER H. dienstplichtige Van HAARST J.A. dienstplichtige BRUNEKREEF H., en dienstplichtige WELBERS J.J. zich bijzonder onderscheiden door onder het hevigste vijandelijke vuur vrijwillig de telefonische verbindingen te herstellen. BRUNEKREEF bovendien als lampenist, trots gevaar van vijandelijke patrouilles de schuilplaatsen van verlichting voorzien.
Dienstplichtigen Van ES A.M. en CLEMENT H.H. Zich bijzonder onderscheiden door met groot levensgevaar vrijwillig ordonnans-diensten te verrichten onder vijandelijk vuur, terwijl de telefonische verbindingen met de batterij waren verbroken.
Wachtmeester WERKHOVEN A.P. en dienstplichtige Van DIJK J.L. Zich bijzonder onderscheiden, door zich onder hevig vijandelijk vuur nadat de Batterijcommandant geen telefonische verbinding meer met de Afdeelingscommandant kon krijgen, zich naar de commandopost begeven en vandaar teruggekeerd naar de batterij.
Wachtmeester BRONKHORST N., Wachtmeester LEEUWIS E., dienstplichtigen BOL H.H. en ELFERINK H.J. zich onderscheiden door onder hevig vijandelijk vuur een patrouille te vormen om de onmiddellijke omgeving der batterij van gerapporteerde vijandelijke manschappen te zuiveren.
Dienstplichtige Van LEEUWEN C.D. zich bijzonder onderscheiden door onder hevig vijandelijk vuur een gewond kameraad naar de verbandplaats te brengen en daarna onder dezelfde omstandigheden weer naar zijn post in de batterij terug te keeren.
Reserve Wachtmeester MULLER W.L.L. zich bijzonder onderscheiden bij den aanvoer van munitie onder hevig vijandelijk vuur, terwijl het overige daarvoor bestemde personeel van zijn afdeeling zich afzijdig hield.
Dienstplichtige GROOTENHUIS G. zich bijzonder onderscheiden onder hevig vijandelijk vuur bij den aanvoer van munitie voor zijn stuk en als richter van zijn vuurmond.
Wachtmeester THOOMES C.L.J. en dienstplichtige GERHARD P.W., zich bijzonder onderscheiden respectievelijk als munitieonderofficier en als munitie-knecht, bij den aanvoer van munitie onder het hevigste vijandelijk vuur, terwijl de munitieopslagplaats nabij de batterij onder vijandelijk vuur werd genomen.
Wachtmeester VEENSTRA T. zich bijzonder onderscheiden door bij tijdelijke afwezigheid van den Batterij-officier diens functie over te nemen en met succes te vuren der batterij te leiden.
Wachtmeester De RIDDER H.P. als menagemeester zich bijzonder onderscheiden door onder hevig vijandelijk vuur persoonlijk het voedsel aan de verschillende onderdeelen der batterij te bezorgen.
De reserve 1e Luitenant Van JOOLEN H. zich bijzonder onderscheiden door meermalen onder het hevigste vijandelijk vuur zijn post in de batterij te gaan betrekken, om aldaar weer persoonlijk de leiding te kunnen overnemen.
De kornet THIJSSEN E.H., Wachtmeester BRONKHORST N. (zie hiervoor), dienstplichtigen GROOTE P., Van LEEUWEN C.D. (zie hiervoren), VERBIJ A.L. TEMMINK H. en POTZE K., zich bijzonder onderscheiden door gezamenlijk met hun batterijcommandant onder vijandelijk artillerievuur, langs ongedekte weg, een vuurmond 500 meter buiten de stelling te brengen en aldaar zonder dekking een doel onder vuur te nemen onder direct op hen gericht vijandelijk artillerievuur, waardoor een in de nabijheid aanwezig militair werd gewond en na volbrenging van hun opdracht de vuurmond langs denzelfden weg en onder dezelfde omstandigheden weer behouden in de stelling terug te brengen.
Ten slotte wordt de wachtmeester 1e Klasse Van Den BROEK G. voorgedragen voor bijzondere bevordering als belooning voor de wijze waarop hij de stellingverandering der batterij heeft geregeld en de koelbloedigheid betoond, bij het terughalen der batterij, bij de algemeene aftocht, zoodat deze batterij geheel behouden bleef.
Commandant I-8 R.A.
De Majoor;
(get.) A. van der WIEL.
Aan: Commandant 8 R.A.
|
