Schrijven van opzichter van fortificatiën 2e klasse opperwachtmeester N.L. Kok

HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT
Afdeeling I C.
-------
Nr. 1893 / '41.
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.
---

's-Gravenhage, 10 September 1941.
Willem Lodewijklaan 1.

Vernomen hebbende, dat de spoorbrug bij Rhenen door Uwe bemoeienis op 13 Mei 1940 is gesprongen, verzoek ik U, mij daarvan een nauwkeurig verslag te doen toekomen.
Gaarne tref ik daarin aan:
- de opdrachtgever en tijdstip, waarop de opdracht werd verstrekt;
- hoe de opdracht is uitgevoerd & onder welke omstandigheden en op welk tijdstip;
- of daarbij aanraking met de Duitschers heeft plaatsgehad.
Bovenstaande gegevens zijn noodig voor het beschrijven van de krijgsgeschiedenis, waarbij ik aanteeken, dat ik reeds verschillende mededeelingen over het springen van deze brug heb ontvangen, die later bleken niet betrouwbaar te zijn.
Omtrent de te geven opdracht werd ik ingelicht door Majoor Spruijt.

De Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf
(get.) V.E. Nierstrasz.

Aan:
Opzichter van Fortificatiën 2e Klasse
N.L. Kok
Potgieterstraat 15
Arnhem.


==========================================================================


Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.

Arnhem, 22 September 1941.

Ter voldoening aan het gestelde in Uw schrijven van 10 dezer Afdeeling Ic nr. 1893 betreffende het in margine gestelde bied ik U hierbij aan een uittreksel uit het door mij op 11 December 1940 ingezonden gevechtsbericht. Dit gevechtsbericht werd door mij gezonden aan den Generaal-Majoor, Hoofd van het Hoofdregelingsbureau te 's-Gravenhage d.t. van het Hoofd Ve Afdeeling van het Departement van Defensie, Wassenaarscheweg 6 te 's-Gravenhage.
Het hierbij gaande uittreksel heeft alleen betrekking op de door U bedoelde vernieling.
Ter aanvulling en mede ter beantwoording van de door U gestelde vragen deel ik U voorts nog het volgende mede:
Opdrachtgever was Commandant 9e Compagnie Pioniers. De opdracht werd mij te circa 12,30 uur verstrekt.
Hoe de opdracht is uitgevoerd blijkt uit het verslag. Het juiste tijdstip is mij, om begrijpelijke redenen niet bekend. Wel is dit tijdstip gelegen tusschen vijf en zes uur.
Met een kijker heb ik kunnen waarnemen, dat de beide schilderhuizen op het Noordelijke landhoofd van de brug bezet waren. Voorts bevond zich daar een mitrailleur, en waren er ook mitrailleuropstellingen links en rechts van de brug. Met deze mitrailleurs werd geregeld op ons gevuurd. De afstand was evenwel te groot om te kunnen zien of dit Duitsche troepenopstellingen waren. Tijdens de uitvoering van mijn opdracht, toen wij dus dichterbij waren gekomen, had ik wel iets anders te doen dan uit te kijken wie ons beschoten. Het resultaat was voor ons trouwens hetzelfde. Het leed voor mij trouwens geen twijfel dat het Duitsche troepen waren, aangezien mij (zie verslag) tevoren was medegedeeld, dat de Noordelijke zijde in handen van de tegenpartij was.

De Opzichter van Fortificatiën 2e Klasse, Opperwachtmeester
(get.) N.L. Kok.

Aan
Den Heer Hoofd
van het
Regelingsbureau Landmacht.
Afdeeling Ic
Willem Lodewijklaan 1
's - G R A V E N H A G E.


==========================================================================


Uittreksel uit gevechtsbericht, ingezonden op 11 - 12 - 1940.

.................................
Op Maandag 13 Mei werd mij opgedragen te trachten, de vernieling tot stand te brengen van de spoorbrug over de Rijn bij Rhenen. Deze opdracht ontving ik te circa 12,30 uur.
Gegevens omtrent deze brug konden mij niet worden verstrekt, aangezien deze niet bekend waren. Wel werd mij gezegd, dat de Noordzijde in handen zou zijn van de tegenpartij.
Met drie man werd een eerste poging ondernomen, waarbij wij hevig door eigen troepen werden beschoten. Hieraan kwam na ongeveer drie kwartier een einde, omdat inmiddels boodschappers langs de verschillende opstellingen waren gezonden.
De eerste poging strandde overigens op het hevig mitrailleurvuur van de Noordzijde; echter beschikte ik thans over eenige noodzakelijke gegevens, onder andere dat de brug was geladen, de plaats der ladingen was mij precies bekend en ook bleek de rondgaande geleiding aanwezig. De situatie was overigens echter vrijwel hopeloos. Derhalve heb ik een ordonnans naar achteren gezonden met een bericht, vermeldende den toestand ter plaatse, de aanwezigheid en de juiste plaats der ladingen en met verzoek vuur op den Noordelijken oever te doen brengen, teneinde ons te ontlasten. Tevens deed ik mededeelen dat een tweede poging zou worden ondernomen en dat bij weder falen het invallen der duisternis zou worden afgewacht.
De tweede poging bracht ons nader tot het doel, al dient gezegd dat we aanvankelijk meer achter dan vooruit gingen. Tenslotte gelukte het een stuk vuurkoord met slagpijpje aan te brengen en te ontsteken. Vuurkoord was zeer ruim genomen in verband met den af te leggen terugtocht.
Inmiddels werden we van alle kanten bestookt en was ook de gevraagde beschieting van de brug aangevangen. Blijkens een later ingesteld onderzoek (twee dagen na de capitulatie ben ik ter plaatse geweest om het resultaat na te gaan) is mij gebleken dat de ladingen tot ontploffing zijn gekomen. Of dit een gevolg is geweest van de aangebrachte ontsteking, dan wel dat een granaat van het op de brug gebrachte vuur een lading heeft getroffen heb ik niet kunnen vaststellen.
Bij de tweede poging tot vernielen werden we aanvankelijk tot voorbij ons punt van uitgang teruggedreven. Hierbij is een man gewond, terwijl een tweede gewonde, die op de brug werd aangetroffen, mede terug werd genomen.
.................................

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 998.39 KB)