Schrijven van reserve-eerste-luitenant Mr. M.P. Plantenga
Regelingsbureau
Landmacht
Afdeeling I C.
-------
No. 1366.
O N D E R W E R P :
Krijgsgeschiedenis.
----------
's-Gravenhage, 10 Februari 1941.
Op 14 Mei is bij het volvoeren van zijn opdracht in de achterhoedestelling bij Prattenburg gesneuveld de Kapitein Sluis van 10 R.I.
Voor zoveel is na te gaan, is deze kapitein niet in kennis gesteld met het uur van terugtocht en heeft hij geweigerd terug te gaan, toen hem werd gemeld, dat de neven-afdeelingen teruggingen.
Bij de bespreking bij Commandant I-19 R.I. op 13 Mei te pl.m. 20.00 uur waren niet aanwezig de Kapiteins Sluis en Kooistra.
Volgens Commandant I-19 R.I. is het bevel voor de Kapiteins Sluis en Kooistra medegegeven aan een anderen kapitein, wie, is niet bekend.
Ik verzoek U, mij ten spoedigste te berichten of dit bevel aan U is ter hand gesteld, om aan Kapitein Sluis te bezorgen en wat U overigens hiervan bekend is.
De Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.
Aan
Reserve 1e Luitenant Mr. M.P. Plantenga
Van Hoeylaan 19
's-Gravenhage.
==========================================================================
Mr. M.P. PLANTENGA
Telefoon 111385
Postgiro 166160
's-GRAVENHAGE, 14 Februari 1941.
Aan het Regelingsbureau Landmacht,
Afdeeling I C,
's-Gravenhage.
In antwoord op Uw schrijven van 10 dezer no. 1366 bericht ik U hierbij, dat het door U bedoelde bevel niet aan mij is ter hand gesteld om aan den kapitein Sluis te bezorgen en dat mij alleen bekend is, dat de bevelen voor de kapiteins Sluis en Kooistra zijn medegegeven ter bezorging aan de kapiteins, wier onderdelen aansloten bij de compagnieën Sluis en Kooistra.
Na het onderhoud van Commandant I-19 R.I. met Commandant 10 R.I. deelde majoor Meijerman mij mede, dat hem het commando was opgedragen over alle troepen, die een dekkingslinie ten Zuiden van Veenendaal moesten innemen. De troepen van kapitein Sluis en kapitein Kooistra van 10 R.I., die volgens de aanvankelijke opdracht van Commandant 10 R.I. respectievelijk den Cuneraweg en de spoorlijn moesten afsluiten, kwamen eveneens onder zijn commando. Het is mij niet bekend of de kapiteins Sluis en Kooistra van Commandant 10 R.I. dienaangaande bericht hebben ontvangen; van hun kant is er nimmer contact gezocht of althans niet verkregen met Commandant I-19 R.I. Zodra wij alle instructies, die Commandant 10 R.I. ons wilde geven, hadden ontvangen, hebben wij onze ordonnansen opdracht gegeven alle kapiteins van de dekkingslinie, met inbegrip van de kapiteins Sluis en Kooistra, bijeen te roepen voor een bespreking in de geïmproviseerde commandopost van Commandant I-19 R.I. Ik moet uit de berichten van de ordonnansen hebben begrepen, dat de kapiteins Sluis en Kooistra beiden gewaarschuwd waren, want ik verkeerde in de stellige overtuiging, dat zij zouden komen, en ik herinner mij nog goed dat het mij bevreemdde, dat zij geen van beiden verschenen. Omdat alle andere kapiteins, waaronder er ook een was van III-19 R.I., wèl verschenen waren, was mijn idee dat de kapiteins Sluis en Kooistra waarschijnlijk niet begrepen hadden, dat zij onder commando waren gekomen van Commandant I-19 R.I., en nog meenden uitsluitend hun instructies te moeten ontvangen van Commandant 10 R.I.
Nadat de taak van de dekkingsstelling en de bevelen van Commandant 10 R.I. besproken waren gaf Commandant I-19 R.I. zijn bevelen uit, waaronder de volgorde van vertrek der verschillende onderdelen op den volgenden morgen, die door alle aanwezigen werd genoteerd. Twee kapiteins, waarschijnlijk de kapiteins Olthof en Van der Sijde, moesten een dubbel exemplaar maken en dat respectievelijk aan de kapiteins Kooistra en Sluis doen toekomen. Het was toen reeds donker en wij meenden daarom, dat wij deze opdracht beter konden laten uitvoeren door of althans onder directe verantwoording van een kapitein van een aangrenzend onderdeel dan door een soldaat-ordonnans, waardoor wij zekerheid zouden hebben, dat ieder mogelijk misverstand bij de kapiteins van 10 R.I. nopens de vraag onder wiens directe bevelen zij stonden, zou zijn uitgesloten. Toen wij hierna niets meer hebben vernomen, namen wij aan dat de berichten in de bestemde handen waren gekomen.
De Luitenant-Adjudant I-19 R.I.,
Reserve 1e Luitenant,
M. P. Plantenga
|
