Schrijven van reserve-kapitein Ir. W.J. Dewez

HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT.
Afdeeling I C.
------
No. 1721.
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.
---

's-Gravenhage, 11 Augustus 1941.
Willem Lodewijklaan 1.

Tot mijn leedwezen ben ik genoodzaakt, U nog eenige vragen te stellen nopens de gebeurtenissen op 12 en 13 Mei, zulks in aansluiting op mijn vorige berichten:

  1. Op 12 Mei is achter III-11 R.I. opgerukt, eerst 3-4 R.H., vervolgens I-24 R.I.
    I-24 R.I. heeft zich na het overschrijden van het viaduct opgehouden ten Noorden van den kunstweg. 3-4 R.H. echter is op en ten Zuiden van den kunstweg opgerukt, werd volgens verklaring van den Eskadronscommandant door eigen troepen beschoten, heeft een bruggenhoofd om het viaduct gevormd en is later op bevel achter de spoorbaan te Rhenen teruggegaan.
    Voordat het Eskadron terugging is de Eskadronscommandant in de stoplijn geweest om verband op te nemen. Hij heeft daar met Kapitein Greter van de artillerie en met U gesproken. Dit zou ongeveer 19.00 uur zijn geweest (volgens Kapitein Greter).
    Kunt U zich hiervan iets herinneren, was dit nadat U van Uw aanval in de stoplijn waart teruggekeerd? Het is tevens van belang te weten, of de toestand op dat oogenblik zoodanig was, dat het eskadron niet voorwaarts kon, om de stoplijn te versterken.

  2. Terwijl U de stoplijn van 3-I-8 R.I. bezet hield, had kort na het invallen van de duisternis een stoot der Duitschers langs den kunstweg plaats, zooals U wellicht bekend is geworden.
    Heeft U destijds daar iets van bemerkt?

  3. Ik voeg hier het volgende aan toe met betrekking tot het sneuvelen van Majoor Landzaat.
    Ik ben niet, zooals U, overtuigd dat de gesneuvelde, die U in het Paviljoen op de Grebbeberg onder aan de trap heeft aangetroffen, Majoor Landzaat is geweest. De trap bevond zich in de Westzijde; de resten van Majoor Landzaat zijn echter gevonden aan de Oostzijde en zelfs buiten de muren.
    Toen Kapitein Höpink als laatste het Paviljoen verliet, bevond Majoor Landzaat zich niet bij den Kapitein, doch in de achterkamer. Kunt U nagaan, of U na het vertrek van Kapitein Höpink in het Paviljoen zijt geweest; heeft U dien Kapitein zien vertrekken?

De Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.

Aan
Reserve Kapitein
Ir. W.J. Dewez
Parklaan 26
Roermond.


==========================================================================


Ir. W.J. Dewez
Parklaan 26
R O E R M O N D.

ter beantwoording van
schrijven:
No. 1721 dd. 11 Augustus 1941.

Onderwerp:
krijgsgeschiedenis.

Roermond, 23 Augustus 1941.

Den Heer Generaal-Majoor,
Chef van het Hoofdregelingsbureau
Regelingsbureau Landmacht Afdeeling I C
's-G R A V E N H A G E.
Willem Lodewijklaan No. 1.


Naar aanleiding van Uw nevenvermeld schrijven heb ik de eer U te berichten:

ad. a. Inderdaad zijn op 12 Mei nadat ik van onzen aanval in de stoplijn was teruggekeerd, twee officieren, waarvan ik mij herinner dat één ritmeester der cavalerie was, bij mij in de loopgraaf geweest. Deze heeren vroegen naar de situatie ter plaatse en gaven te kennen, dat door de cavalerie een tegenaanval zou gedaan worden. Op dat moment en ook nog daarna was het in de omgeving van de stoplijn vrij rustig, behoudens regelmatig mitrailleurvuur, dat uit het linker voorterrein kwam. Ik weet niet hoe de situatie verder naar achter, namelijk in de richting van de spoorlijn toen was; in onze nabijheid was de toestand echter zóó, dat oprukken naar de stoplijn zeer goed mogelijk was.
Nadat de beide heeren heengegaan waren, heb ik nog langen tijd gewacht op den tegenaanval der cavalerie, die echter niet kwam.

ad. b. Bij het invallen der duisternis bevond ik mij ongeveer midden tusschen mijn menschen in den loopgraaf op plm. 50 meter van den kunstweg verwijderd. Ik was vanaf den kunstweg begonnen de opstellingen te controleeren, totdat de duisternis inviel. Voortdurend werd er geschoten en aangezien ik nog vermoedde, dat eigen menschen (mijn rechtergroep van den aanval) in het voorterrein waren, heb ik overal gewaarschuwd niet eerder te vuren dan dat Duitsche commando's of Duitsche woorden te hooren waren. Zoo nu en dan klonken uit het voorterrein zachte fluitsignalen en meermalen waren duidelijk woorden in het Duitsch op te vangen. Zelf heb ik dit nog op mijn standplaats gehoord en toen ook zelf gevuurd met een lichte mitrailleur, terwijl de soldaat die naast mij stond handgranaten in de richting van het geluid gooide. Ik heb toen den indruk gekregen, dat men een aanval voorbereidde, die dan ook in den vroegen morgen kwam. Of er die nacht langs den kunstweg is doorgestooten, kan ik niet met zekerheid zeggen, het is echter zeer goed mogelijk, gezien de actie op 75 à 100 meter van dien kunstweg verwijderd.

ad. c. De voorlaatste keer dat ik in het paviljoen was - ik werd toen nog bijna neergeschoten door een post die voor een raam stond vlak bij de deur - stond Majoor Landzaat boven op het trapportaal. Hij vuurde met een geweer door een raam wat zich daar bevond; ik weet zeker dat dit Majoor Landzaat was. Hij bloedde aan zijn rechterslaap en ik had ook den indruk, dat hij aan zijn rechterbeen gewond was, want hij leunde min of meer tegen de muur. Ik heb geen schets van de woning, maar meen dat de trap aan de zijde van het huis het dichtst bij den kunstweg lag. Ik ben toen in de kamers geweest en daar lagen toen in het ronde gedeelte enkele dooden.
De laatste keer - nadat het huis onder artillerievuur genomen was - ben ik er nog heengekropen, maar ben niet verder geweest dan den ingang. Aan den voet van de trap lag toen een doode en waar nog kort tevoren de Majoor boven op de trap stond, heb ik dezen doode voor Majoor Landzaat aangezien; zekerheid hierover heb ik echter niet. Ik ben toen niet meer in het huis geweest en kan dus ook niet zeggen of er toen nog verdedigers waren. Kapitein Höpink heb ik niet zien vertrekken, maar wel meen ik mij te herinneren, dat bij mijn komst in de villa daar toen enkele soldaten aanwezig waren, die juist uit het paviljoen gevlucht waren.
Met zekerheid kan ik dus niet verklaren, dat de gesneuvelde die ik onder aan de trap zag liggen, Majoor Landzaat geweest is.

DE RESERVE-KAPITEIN,
(get.) W.J. Dewez

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 797.05 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 978.02 KB)