Schrijven van reserve-kapitein Mr.Dr. M.H.H. Franssen
HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT.
Afdeeling I C.
------
No. 1939.
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.
---
's-Gravenhage, 20 September 1941.
Willem Lodewijklaan 1.
In het belang van een goede beschrijving van de Krijgsgeschiedenis verzoek ik U, mij omtrent het volgende in te lichten.
In den avond van 12 Mei 1940 heeft U na aankomst bij de stoplijn van I-8 R.I. (bezet door de bij dat Bataljon ingedeelde 2-III-8 R.I.) een telefonisch gesprek gevoerd.
De telefonische verbinding bij die Compagnie liep naar de commandopost van Commandant I-8 R.I.
Met wien heeft U toen getelefoneerd en wat was de inhoud van dat gesprek?
De Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.
Aan
Reserve Kapitein
Mr. Dr. M.H.H. Franssen
Korte Voorhout 12b
's-Gravenhage.
==========================================================================
Dr. M.H.H. FRANSSEN
ADVOCAAT EN PROCUREUR
IN ZAKE:
BIJLAGE: 1.
's-GRAVENHAGE, 27 September 1941.
KORTE VOORHOUT 12B
Gelieve TE VERMELDEN bij UW ANTWOORD no. 1127.
Aan Hoofdregelingsbureau Afdeeling I C,
Willem Lodewijklaan 1,
's-GRAVENHAGE.
===================
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 20 September 1941 no. 1939 Afdeeling I c, deel ik U het volgende mede.
-
Mijne Cie maakte door het eikenhakhout een achterwaartsche beweging, teneinde aan het bevel van Kapitein Dewez te kunnen voldoen als aangegeven onder no. 17 van mijn gevechtsbericht.
Bij den ingang van Ouwehands dierenpark gekomen na een strook artillerievuur doorschreden te hebben, bleek van de Compagnie slechts weinig om mij verzameld. De Bataljonscommandant was verdwenen. Ik vroeg mij af of de Commandant van het vak waarin wij ons bevonden wel iets afwist van wat zich hier afspeelde. Ik besloot in ieder geval contact te zoeken met den Commandant van het vak. Aan de rechterhand lag een landhuis. Ik liet de uitgeputte manschappen rusten en ging het huis in. Ik werd aangeroepen en naar [wacht]woord gevraagd. Ik vroeg naar de aanwezigheid van een officier. Deze bleek er niet te zijn, wel kon ik telefoneeren met "den Majoor". Ik werd in een kelder geleid, waarin een veldtelefoon aanwezig. De telefonist heeft mij met "den Majoor" verbonden. Ik heb dezen gesproken en hem uiteengezet wat ik bezig was te doen namelijk dat, wanneer ik mijne Compagnie weer bijeen had ik dan naar het terrein rechts van den weg zou gaan.
De betreffende Majoor heeft mij alléén het onderdeel genoemd, dat hij commandeerde; ik herinner mij niet meer of dit I-8 R.I. dan wel een ander Bataljon van 8 R.I. was. Teruggekomen bij de Compagnie en nog een dertigtal meters achterwaarts gegaan zijnde, ontmoette ik aldaar Kapitein Van der Spek, die de bevelen gaf als in no. 18 van mijn gevechtsbericht beschreven.
Later heb ik van Kapitein Van der Spek vernomen, dat hij in het betreffende vak aangekomen, onmiddellijk contact had gezocht met Majoor Landzaat, en dat deze van de geheele opdracht van III-11 R.I. en de uitvoering daarvan (nota bene in zijn vak) niets afwist; noch de Divisiecommandant noch de Heer Van der Ploeg had hem dus iets medegedeeld!
Mijn telefoongesprek (vermoedelijk met Majoor Landzaat) heeft dus plaats gehad kort nadat deze door Kapitein Van der Spek op de hoogte was gebracht.
Dit ter beantwoording der door U gestelde vragen.
Ik merk nog op, dat ik met vrij groote mate van waarschijnlijkheid kan zeggen, dat het huis waarin bedoeld telefoongesprek plaatsvond, hetzelfde is als waarin ik den anderen dag met Majoor Landzaat streed, zooals beschreven in mijn gevechtsbericht. -
Met het oog op de krijgsgeschiedenis zend ik U hierbij eene foto-copie van eene verklaring, mij toegezonden dd. 2 October 1941 [1940], door Luitenant Van den Boogerd, ter aanvulling van zijn gevechtsbericht.
-
Ik veroorloof mij tenslotte nog Uwe aandacht te vragen voor eenige punten van belang voor de krijgsgeschiedenis.
-
hoe was het mogelijk, dat geen opruimingen hebben plaats gehad voor het terrein van hoofdweerstandsstrook en voorposten tusschen Wageningen en Rhenen; het legerbestuur moet op Dinsdag met zekerheid geweten hebben wat er gebeuren ging.
-
waarom was er tegen de geheele oost-helling van de Grebbeberg geen enkel verdedigingswerk?
-
waarom was de kunstweg naar boven tegen oost-helling Grebbeberg niet verhakt of versperd of met mijnen voorzien?
-
waarom was de hekversperring bij voetbalveld over den weg open?
-
waarom was de hekversperring bij Hotel de Grebbeberg over den weg open?
-
waarom waren de hekversperringen niet gecamoufleerd?
Het beloop der stelling was voor de vijandelijke infanterie duidelijk kenbaar uit de hekversperringen; meer in het bijzonder was dit het geval bij het voetbalveld links van kunstweg op Grebbeberg.
-
-
In Uwe interessante publicatie betreffende den dood van Majoor Landzaat komen ernstige onjuistheden voor; de tijd ontbreekt mij thans om daarop in te gaan. Ik zal daarop t.z.t. de aandacht vestigen. Voor mij staat vast, dat Majoor Landzaat door eigen artillerievuur gesneuveld is.
's-Gravenhage, 27 September 1941.-
(get.) M.H.H. Franssen
Commandant (oud) 2-III-11 R.I.
==========================================================================
Bijlage: Verklaring van den reserve 1e luitenant G.J. van den Boogerd van
2-III-11 R.I. inzake het gebeurde tusschen de kapitein Van Buuren en de
reserve kapitein Mr. Dr. M.H.H. Franssen:
Zondagmiddag 12 Mei 1940 werd onze compagnie op bevel van Commandant - III - 11 R.I. gelegerd in verschillende huizen in Rhenen.
Na het in orde maken van de legering werd voor de badinrichting een bespreking gehouden door Commandant 2 - III - 11 R.I. met de Sectiecommandanten. Tijdens die bespreking naderde een auto uit de richting Remmerden, die bij ons stopte.
In deze auto zat de kapitein Van Buuren, die met de kapitein Franssen een gesprek begon. Kapitein Van Buuren gaf de kapitein Franssen opdracht terug te trekken. Laatstgenoemde deelde mede dat hij van zijn Bataljonscommandant opdracht had ter plaatse te blijven met de compagnie, waarop kapitein Van Buuren antwoordde dat hij dit bevel gaf namens de Divisiecommandant. Kapitein Franssen vroeg daarop of hij dit aan Majoor Van der Ploeg wilde mededeelen.
Vervolgens gaf kapitein Franssen het bevel aan de Sectiecommandanten. Hij deelde mede dat achterwaarts stelling genomen moest worden op een door hem zelf te kiezen punt. In overleg met mij is daarop gekozen de plaats bij de steenfabriek van Remmerden. De compagnie is daarheen gemarcheerd in uitstekende marschorde.
De reserve 1e luitenant
(get.) G.J. van den Boogerd.
|
