Schrijven van reserve-kapitein Th.J. Besling inzake luitenant De Haas
Th.J. Besling
Goeman Borgesiusplein 47
A R N H E M.
Arnhem, 20 Februari 1947
Aan den Heer Voorzitter van de
Commissie Militaire Onderscheidingen
DEN HAAG.
Bijgaand heb ik de eer U het verslag te doen toekomen over de periode 10-14 Mei 1940.
Mogelijk is hierbij onderstaande mededeeling nog van belang.
In krijgsgevangenschap, onmiddellijk na de capitulatie, sprak ik de reserve 1e luitenant De Haas, (die mogelijk niet meer in leven is, omdat hij Israëliet is) en die de eerste officier was, die aan de Grebbe werd krijgsgevangen gemaakt.
[Mr. Alex de Haas was in mei 1940 sectiecommandant van de 1e sectie 3-II-19 R.I., toegevoegd aan III-8 R.I. in de voorpostenstrook tussen Grebbeberg en Wageningen, overleefde de oorlogsjaren en overleed in 1981.]
Volgens hem was dit mogelijk een gevolg geweest van het feit, dat de stellingen der voorposten werden aangelegd door burgers, waarbij als eenige eisch gesteld werd dat zij in het bezit waren van een rijwiel en een schop, zonder verdere controle. Bovendien werden de stellingen gedurende de oefendagen van de troep onbewaakt achtergelaten.
Bij het afvoeren van hem werd hij door een Duitsch officier bij de noodbrug te Westervoort opmerkzaam gemaakt op een stapel Nederlandsche helmen, die van papier bleken te zijn. Deze helmen werden kennelijk gebruikt door de Duitsche troepen.
de reserve kapitein,
(get.) Th.J. Besling,
|

