Schrijven van reserve-kapitein W.F. Brederode

HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT
afdeeling Ic.
-------
nr. 1212.
O N D E R W E R P :
Krijgsgeschiedenis.

's-Gravenhage, 10 Januari 1941.
Willem Lodewijklaan 1.

Ik zal het op prijs stellen, een zoo getrouw mogelijk verslag van U te ontvangen omtrent hetgeen U beleefd hebt tijdens de oorlogsdagen van 9 - 15 Mei 1940.
Het is van belang, dat U daarbij tevens vermeldt:
-- waar en in welke functie U dienst deed;
-- wie Uw chefs waren en wie onder Uw bevel dienden;
-- met welke onderdeelen U aanraking hebt gehad;
-- of en zoo ja, waarheen U bent teruggetrokken;
-- of en hoe U bent gevangengenomen.
Een en ander is voor mij van groot belang voor het zoo zuiver mogelijk beschrijven van de krijgsgeschiedenis.

de Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.

Aan
Reserve-kapitein W.F. Brederode
Hasseltschestraat 25
Scheveningen.


==========================================================================


Reserve Kapitein
W.F. Brederode.

Scheveningen, 22 Januari 1941.

Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.


In antwoord op Uw brief No. 1212 Afdeeling I C, van 10 Januari 1941, dien ik, in verband met mijn gesteldheid, eerst heden kan beantwoorden, moge ik U, voor wat de gedragingen van de onder mijn bevel gestaan hebbende 19e Compagnie Mortieren betreft, verwijzen naar mijn aan regelingsbureau IVe Divisie ingezonden verslag.

Voor een uitgebreid verslag van mijn belevenissen in het tijdvak van 9-15 Mei ontbreekt mij momenteel de tijd. Over mijn ervaringen in de oorlogsdagen schrijf ik een boek ["Ik zie den oorlog" - Bladen uit het dagboek van een officier, verschenen in 1945], dat, naar ik hoop, te zijner tijd zal verschijnen. Ik heb juist dezer dagen den 12en Mei voleindigd en het geschrevene beslaat nu reeds 150 bladzijden manuscript.

Ik zal echter trachten kort en duidelijk aan Uw verzoek te voldoen, waarbij ik vooral zal trachten de in Uw brief gestelde vragen zoo duidelijk mogelijk te beantwoorden.

Ik deed dienst als Commandant van de 19e Compagnie Mortieren, die, evenals 19 R.I. - II-19 R.I. [Divisiereserve] gelegerd was in Achterberg bij Rhenen.
Mijn directe chef was Commandant 19 R.I., de luitenant-kolonel J.H. Smits. Onder mijn bevel diende de reserve 1e luitenant Lindeman H. De twee andere luitenants-sectiecommandanten waren in den loop der mobilisatie tot andere functies geroepen en vervangen door dienstplichtig sergeants.

Na op 10 Mei 1940 om pl.m. 3 uur mijn compagnie gealarmeerd te hebben en na alle maatregelen, die de graden van strijdvaardigheid 3 en 4 vereischten, genomen te hebben, begaf ik mij naar den commandopost van Commandant 19 R.I. aan den grintweg, die van Achterberg naar Veenendaal loopt. Volgens het verdedigingsbevel van Commandant 19 R.I. was mijn plaats op zijn commandopost, daar de drie secties van mijn compagnie verdeeld waren over III-19 R.I. (1e sectie) en I-19 R.I. (2e en 3e sectie).

Tot Maandag 13 Mei pl.m. 13.30 uur ben ik op den commandopost Commandant 19 R.I. gebleven.
Zaterdag 11 Mei heb ik met Commandant 19 R.I. en den kapitein J. Reinders, Commandant van de verbindingsafdeeling van Staf 19 R.I., een bezoek gebracht aan de frontlijn van I-19 R.I.
Een bezoek aan III-19 R.I. op Zondag 12 Mei werd verhinderd, daar juist op het moment van vertrek de commandopost 19 R.I. onder een artillerie-bombardement kwam, dat zes uren geduurd heeft.
Op Maandag 13 Mei om pl.m. 13.30 uur waren alle verbindingen verbroken, zoowel met de Divisie als met de Bataljons. In verband met de vele terugtrekkende troepen, die den grintweg en den Cuneraweg passeerden en met het feit, dat geen enkele verbinding meer intact was, oordeelde Commandant 19 R.I. het noodzakelijk zijn commandopost te verplaatsen in achterwaartsche richting.

Onder voortdurende bedreiging door bombardementsvliegtuigen heeft deze verplaatsing plaatsgehad. In Elst (Utrecht) is toen een verdedigingslinie ingenomen. Later op den dag is de verplaatsing doorgevoerd tot Amerongen. Op bevel van Commandant IVe Divisie, den kolonel Van Loon, moest 19 R.I. toen weer de stellingen bezetten. Aan het hoofd van de hier gebleven troepen is toen Commandant 19 R.I., tegen den stroom terugtrekkende onderdeelen in, wederom naar Elst teruggemarcheerd, waar een opnamestelling moest worden ingericht. Daar aangekomen kwam het bericht van de Divisie, dat 19 R.I. onmiddellijk terug moest naar de Vesting Holland.

Over Amerongen, Leersum en Cothen is toen gemarcheerd naar Fort Honswijk, waar bij het aanbreken van den dag (14 Mei) de resten van 19 R.I. verzamelden.
In den loop van den morgen rukte ook 11 G.B. [Grensbataljon] het Fort Honswijk binnen, dat volkomen overbelast was door dezen toevloed.
Achteraf bleek, dat 19 R.I. verder had gemoeten de Vesting Holland in. Het Regiment zou dan opnieuw gegroepeerd worden en in reserve komen. Een bevestiging van dit bevel van de Divisie heeft het Fort Honswijk niet bereikt, omdat het Fort van alle verbindingen met de buitenwereld verstoken was.
De naar de Divisie gezonden officieren kwamen niet terug. In den loop van den namiddag begonnen zich geruchten door het Fort te verspreiden over een capitulatie van het Nederlandsche Leger, die tegen het vallen van den avond een voldongen feit bleek.
Alle in het Fort aanwezige officieren, onderofficieren en manschappen werden toen krijgsgevangen gemaakt en over Wageningen en Arnhem naar Duitschland gevoerd.

------------ . ------------

Tot het eventueel geven van nadere mondelinge inlichtingen, zal ik te allen tijde gaarne bereid zijn.

De reserve kapitein
(get.) W.F. BREDERODE.
Hasseltschestraat 25
Scheveningen.

Aan
Hoofdregelingsbureau
Afdeeling I C
te
's-Gravenhage.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 543.79 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 1.21 MB)