Schrijven van reserve-ritmeester E.C. Baron van Pallandt

afschrift

Huis ter Heide, 14 April 1941.

Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.

In antwoord op Uw schrijven dd. 8 April jl. nr. 1557, heb ik de eer U Hoogedelgestrenge het volgende te berichten:

ad vraag a.

Op 9 Mei 1940 werd door 3-4 R.H., - als ik mij goed herinner -, drie bruggen, een verhakking en 2 wegen Noord-, Oost- en Zuid van WINSSEN volgens opdracht bewaakt. Bij de bruggen en bij de verhakking was de springstof aangebracht. De wegen waren, op een nauwe opening na, met putringen etc. versperd.
Nadat wij in den vroegen morgen pl.m. 5.00 uur den 10en Mei, gebleken was dat grensoverschrijding had plaats gehad, heb ik door onderofficieren de vernielingen laten uitvoeren en de wegen laten afsluiten.
Deze onderofficieren hebben mij allen nadien te LEEUWEN gemeld, dat hun opdracht met volledig resultaat uitgevoerd was geworden.

ad vraag b.

Commandant Brigade B had mij te pl.m. 5.00 uur bericht dat 3-4 R.H. Winssen moest ontruimen en ik mij moest begeven naar Stafkwartier Brigade B te LEEUWEN.
Met commandogroep, 1-2 en 4 Peloton marcheerde ik naar Leeuwen.
Het 3e Peloton (kornet Dudok van Heel) gaf ik den opdracht den Korpstrein te beveiligen en mij te volgen.
Tusschen Deest en Druten meldde zich bij mij de Ordonnance-officier van Brigade B (reserve 1e Luitenant Crommelin). Hij bracht mij het mondelinge bevel over dat eenige pelotons van mijn eskadron zich moesten begeven naar Commandant vak Maas-Waal te WIJCHEN.
Op mijn uitdrukkelijke vraag of het niet de bedoeling was dat ikzelf met geheel 3-4 R.H. derwaarts ging, antwoordde de Luitenant, dat dit niet de bedoeling was. De opdracht welke de Pelotons zouden verkrijgen was hem onbekend.
Aangezien de Pelotons door de uitgezonden patrouilles uiteraard verzwakt waren, gaf ik opdracht aan den oudsten Luitenant Baron de Vos van Steenwijk het commando over 1-2 en 4e Peloton te nemen en zich daarmede te melden (niet bij Commandant 3-4 R.H.) bij Commandant vak Maas-Waal te Wijchen.
Ik begaf mij daarop met de commandogroep naar Leeuwen en meldde mij bij Commandant Brigade B.
Klaarblijkelijk was dit ook de bedoeling geweest, want de Kolonel (Nijland) vroeg mij naar mijn overgebleven sterkte en verzocht mij, het totaal onbeschermde Stafkwartier te beveiligen.

De Korpstrein en 3e Peloton waren inmiddels te Leeuwen aangekomen. De trein was verder gedirigeerd (samengevoegd) met anderen van Brigade B naar Wamel en met commandogroep en het 3e Peloton in den loop van den morgen versterkt met de uitgezonden onderofficieren en groepen formeerde ik een directe beveiliging van het Stafkwartier tot den volgenden morgen 11 Mei te 6.30 uur. Des avonds pl.m. 24.00 uur 10 Mei, meldde de Luitenant de Vos van Steenwijk zich weer bij mij.
(Mijn gedachtengang was dien geheelen dag geweest, dat mijn drie Pelotons zouden worden gebruikt voor beveiliging van de Maas-Waalstelling in den rug, - tegen eventueele valschermjagers - doch achteraf bleek mij, dat zij opdracht hadden verkregen de door den vijand bezette brug bij HEUMEN te heroveren!!
Des nachts ( 10/11 Mei) deelde de Luitenant-Kolonel LAND mij te Leeuwen mede, dat genoemde Pelotons behoorlijk hun plicht hadden gedaan en tot tevredenheid waren opgetreden.
Weliswaar was het hen niet gelukt de brug te heroveren, doch met hun mitrailleurs M.20 hadden zij kunnen beletten dat de vijand zijn troepen over de brug in den rug van de stelling kon brengen en deze in Westelijke richting oprollen.

Commandant voormalig 3-4 R.H.
reserve-Ritmeester,
get. E.C. Baron van Pallandt.

Aan
Hoofd Afdeeling Ic.
Regelingsbureau Landmacht.
Willem Lodewijklaan 1.
te
's-Gravenhage.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 950.15 KB)