Schrijven van reserve-tweede luitenant H.J. Scheepstra
H.J. SCHEEPSTRA.
Kapitein der Infanterie.
Dorpsstraat 192.
L U N T E R E N.
Onderwerp: Gevechtsverslag.
Bijlage: 1 Situatieschets.
Lunteren, 29 September 1947.
Ingevolge Uw sahrijven No. 2025 P., dd. 18 September 1947, moge ik Uwe Excellentie zo uitvoerig mogelijk het gedeelte van de gevechten nabij het viaduct te Rhenen berichten, zulks voor zover ik mij dit nog herinneren kan.Daarbij moge ik Uwe Excellentie aangeven, dat het verslag beperkt blijft tot het terughalen van 1(een) stuk P.A.G. met tekker in de ochtend van 13 Mei 1940.
Het zal op die ochtend tussen 7.00 en 8.00 uur geweest zijn, toen ik met twee soldaten, waarvan een voorzien was van een kruiwagen, mijn stelling, gelegen Oost van de begraafplaats Vreewijk, verliet.
Het doel van deze patrouille was om de overzijde van de spoorbaan te gaan verkennen en zo mogelijk munitie mede terug te nemen.
Daartoe ging ik over de kunstweg, gaande langs de Westzijde van de ingegraven spoorbaan naar het viaduct.
Aangekomen in de stelling bij de blokpost aan het viaduct maakte ik een praatje met de bezetting over eventuele bijzonderheden; deelde de bezetting mijn plan mede om naar de overzijde te gaan. Het viel mij daarbij op, dat er zoveel soldaten in deze voorbereide stelling aanwezig waren. Ze stonden schouder aan schouder; de stemming was rustig.
Plotseling ging de zware mitrailleur in deze stelling vuren. De schutter zat achter het wapen met een groene legerdeken omgeslagen.
Toen ik bij hem kwam vuurde hij weer, waarbij ik hem op de schouder klopte; het teken om het vuren op te houden. Op mijn vraag waarop hij vuurde, gaf hij aan, dat "ze" de Rijksweg overstaken.
Daarop ontspon zich tussen ons beide een vrij levendige woordenwisseling, omdat hij volgens mij eerst mocht schieten, wanneer hij opdracht ontving en wanneer vast stond, dat het inderdaad vijand was. Naar mijn mening had deze schutter dan ook op eigen troepen geschoten. Zelf had ik ook de overstekende soldaten gezien en daarbij vastgesteld, dat zij geen laarzen aan hadden.
De schutter heb ik eveneens medegedeeld, dat ik over het viaduct zou gaan en terugkomen, zodat hij dus niet mocht schieten. Dit heb ik hem verduidelijkt met ongeveer deze vrij belachelijke bewoordingen omdat ik hem niet vertrouwde: "Als je mij onderweg doodschiet vader, ben je nog niet van mij af, want dan komt mijn geest bij je en ik neem je mee".

Zicht op het viaduct over de spoorlijn vanaf de Grebbeweg (14-16 mei 1940) » meer
Het gesprek kwam op de achtergelaten stukken P.A.G. met trekkers, waarbij hij het eveneens zeer betreurde, dat ze juist aan de overzijde stonden. Hij vertelde mij, dat er geen vrijwilligers te vinden waren om ze op te halen, omdat het te gevaarlijk was om naar de overkant te gaan.
Ik vertelde hem mijn plan en heb hem toen zo ongeveer beloofd om zelf een stuk mee te brengen.
Toen ging ik naar het viaduct zelf, waar ik een Korporaal van de Marechaussee aan trof. Ook hem lichtte ik in en hij ried het mij af, gezien het gevaar wat er bestond, doch welk gevaar ook hij niet nader aangaf. Hij vertelde mij tevens, dat hij de taak had te beletten, dat terugtrekkende Nederlandse Militairen over het viaduct kwamen.
Mijn twee begeleidende soldaten heb ik gevraagd of zij vrijwillig met mij mee wilden gaan. Zij gaven beiden te kennen, dat zij er niet veel voor voelden. Dus heb ik hen gezegd terplaatse te bijven wachten.
De Korporaal der Marechaussee heb ik verzocht de versperring van Friese ruiters te openen, wat hij ook deed. Ik heb de Korporaal gelast om met mij mee te gaan om de ruiters te openen.
Toch stond ik een ogenblik in twijfel om over het viaduct te gaan; ik wachtte op een geschikt moment, al werd er op het ogenblik zelf ook niet geschoten en konden wij ons vrij op de weg bewegen.
Dit moment van starten kwam, toen er aan de overzijde van de spoorbaan een groep van 20 à 30 Nederlandse Militairen, voorzien van verschillende witte vlaggen en naar onze zijde roepende: "Niet schieten, niet schieten, wij zijn Hollanders", in de richting van de P.A.G.-stukken en het viaduct gelopen kwam.
Ik veronderstelde, dat er door eigen mensen niet op deze groep geschoten zou worden, terwijl het dan tevens mogelijk was alle stukken mede te nemen.
Op het ogenblik, dat ik bijna tussen de garage en het cafe was, werd er voor het eerst van achteren op mij geschoten. Naar de knal te oordelen, moet dit vijandelijk vuur geweest zijn. Ik ben toen snel doorgelopen en bleef instinctmatig aan de garagezijde.
Toen de groep onder stembereik was, zag ik verschillende militairen in lederen kleding. Dus heb ik gevraagd: "Zijn er chauffeurs onder jullie?", waarop verschillende handen omhoog gingen.
Op mijn commando: "Chauffeurs in de wagens, motoren starten", verdeelde de groep zich over de verschillende trekkers; enige chauffeurs begonnen de wagens te starten.
Wat er toen gebeurd is weet ik niet, doch tijdens het bestijgen der voertuigen, brak er een levendig vuur van verschillende zijden los; de groep vloog van de wagens af en in paniek uit elkaar, waarbij de meeste in de richting garage verdwenen.

Stille getuigen van het oorlogsgeweld bij het viaduct in Rhenen (14-16 mei 1940) » meer
Een soldaat, die Noord van het cafe zijn weg trachtte te nemen, werd getroffen; een andere, die tegen het cafe dekking zocht, eveneens. Midden op de weg, Noord van het cafe, was zonder enige dekking een Nederlandse lichte mitrailleur aan het vuren in de richting van onze eigen troepen.
Ik dacht aan mijn eigen seotie; dat ik daarbij hoorde en dus terug moest.
Ik besloot om met de auto terug te keren zoals oorspronkelijk het plan was.
De voorste goederenauto, een 3-tonner, was hoog opgeladen met dekens e.d. Deze stond zodanig, dat geen andere auto kon passeren. Dus ging ik daarheen. Daarbij hebben mij waarschijnlijk enige anderen geholpen, want toen ik de handrem eraf deed ging de wagen vooruit. Ik stuurde naar links, daarbij de hoek garage goed in het oog houdende, want weer had ik van die kant Duits vuur gehoord. Tegelijk met het aantrekken van de handrem werd deze auto in de voorruit getroffen.
Daarop heb ik de volgende trekker gestart; gevraagd wie er mee ging. Er kwam iemand uit de richting van de goederenauto, die bij mij achter in de wagen klom. Ook een tweede, die een knieschot had, kwam naast mij zitten.
Vervolgens heb ik geclaxonneerd, teneinde de zware mitrailleurschutter en de overigen te waarschuwen.
Tijdens het optrekken en overschakelen van de versnelling heb ik twee flinke klappen tegen de auto gevoeld; mogelijk treffers.
Aan de andere zijde van het viaduct heb ik het stuk aan enige onderofficieren, die met het gebruik op de hoogte waren, afgestaan; gezegd, dat het hoekhuis bezet moest zijn door vijand; gevraagd om de gewonde naar achteren door te brengen.
De soldaat achter in de auto herkende daar een sergeant.
Daarop ben ik met mijn eigen soldaten naar de stelling bij Vreewijk teruggegaan; ik heb hen verboden om over het gebeurde met andere te praten.
Het zal in deze stelling tegen middagtijd geweest zijn, toen een vrij grote groep militairen langs die weg terugtrokken. Daarbij was aanwezig de militair, die bij mij in de P.A.G.-trekker gezeten had. Zijn naam weet ik niet meer.
Omtrent de dienstplichtig Huzaar E.J. Damveld kan ik geen nadere inlichtingen verstrekken, daar ik mij deze naam niet herinneren kan.
De Kapitein,
(get). H.J. SCHEEPSTRA
Aan
de Heer Voorzitter der Commissie
Miitaire Onderscheidingen
Plein 24
's-G R A V E N H A G E.
|
