Schrijven van sergeant-capitulant H. Kramers

Sergeant-capitulant Kramers - Sectie Luitenant Rentjes 3-II-8 R.I.
--------------------------

Nispen, 21 Maart 1941.

Hoogedelgestrenge Heer.

Naar aanleiding van de door mij ontvangen brief, heb ik de eer U het volgende mede te deelen:
Ik ben gedurende de geheele mobilisatie gelegerd geweest in het kantonnement Rhenen.
Gedurende de eerste zeven maanden heb ik, ingevolge mijn mobilisatiebestemming dienst gedaan als fourier van 3-II-8 R.I.
Op een door mij aan den compagniescommandant gericht verzoek, ben ik een maand voor het uitbreken van den oorlog geplaatst als sectiecommandant bij opgemelde compagnie.
De daarvoor aanwezige luitenant was belast met het toezicht op den stellingbouw van de divisie.
Zodoende was ik in den morgen van den eersten oorlogsdag sectiecommandant, daarna had ik de sectie weder overgedragen aan den 2e Luitenant Rentjes.
Op den morgen van den 10e Mei betrokken wij om 6 uur onze stelling, welke gelegen was op de Grebbeberg in de stoplijn, ongeveer 200 [?] meter links van den kunstweg Wageningen - Rhenen, gerekend met het front naar Oost.
Mijn regimentscommandant was Luitenant-Kolonel Hennink.
Mijn bataljonscommandant Majoor Jacometti.
Compagniescommandant was Kapitein Hakkert.
Ikzelf was daarbij als sergeant-capitulant ingedeeld.
Nadat ik de sectie had overgedragen, werd ik benoemd tot opvolger-sectiecommandant.
De onder mijn bevel dienende soldaten kan ik niet meer noemen, aangezien ik te kort bij de troep ben geweest.
Over de oorlogsdagen zelf valt niet veel te beschrijven. Wij hebben alleen tot Zondagmiddag heel veel last gehad van voortdurende artilleriebeschietingen.
Zondagsmiddags ben ik aanwezig geweest bij een tegenaanval onder commando van Majoor Jacometti.
Op een afstand van pl.m. 15 meter was ik getuige van het sneuvelen van onze majoor.
In dat zelfde gevecht werd de sergeant Hulscher gewond, door zijn rechter oor geschoten. Met nog een soldaat heb ik hem buiten de vuurlijn gebracht. Hij was op dat moment volkomen versuft.
Na die mislukte tegenaanval zijn we met een klein groepje in een stelling terecht gekomen van het Ie bataljon.
Na herhaaldelijk aan eigen artillerie een korte vuurpauze gevraagd te hebben, om de gelegenheid te krijgen naar onze eigen stelling te kunnen terugkeeren, werd daarvoor het commando niet gegeven.
Een tijdje later kregen we de opdracht van een ordonnans om dat gedeelte van de stelling te blijven versterken.
Onder ons bevond zich ook de sergeant Boerkoel. Deze sergeant, waar ik gelijk mee gediend heb als dienstplichtig sergeant, is zeer op de voorgrond getreden bij de verschillende gevechten. Hij werd in de borst getroffen, tijdens de verdediging van die loopgraaf.
Gedurende het verdere verloop van de strijd, zijn wij in die loopgraaf gebleven. Wij zijn niet teruggetrokken, zulks in verband met de daarover gegeven last. Aangezien die loopgraaf afzonderlijk van anderen stond, kregen we op het eind van Maandagmiddag gebrek aan munitie en eten. Een daarvoor uitgestuurde ordonnans kwam terug met de mededeeling, dat onze stelling door vijand omringd was en hij er niet meer door kon. Even daarna werden we overmeesterd en gevangengenomen.
Hopende U hiermede voldoende te hebben ingelicht verblijf ik met de meeste hoogachting,

Uw dienstwillige dienaar
gewezen sergeant-capitulant van 8 R.I.
(get.) H. Kramers.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.68 MB)