Schrijven van sergeant L.J. Wansink
HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT
Afdeeling I C.
-------
Nr. 1299.
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.
---
's-Gravenhage, 28 Januari 1941.
Willem Lodewijklaan 1.
Voor de toezending van Uw verslag van 24 Januari betuig ik U mijn dank.
Gaarne verneem ik nog enkele inlichtingen daaromtrent:
-
U schrijft, dat Luitenant Folmer gedurende eenige uren zelf de zware mitrailleur heeft bediend. Heeft U dat zelf gezien? Mijn inlichtingen wijzen er op, dat Luitenant Folmer op ongeveer 3 meter achter een mitrailleur is gewond, terwijl de bediening zich bij het stuk bevond.
-
U bent met sergeant Spijker teruggetrokken op de commandopost van Majoor Landzaat. Sergeant Spijker meldde mij reeds, dat tijdens dien terugtocht een vijandelijke afdeeling langs den weg naar die commandopost op weg was.
Mij is dit bericht nooit duidelijk geweest. Heeft U daar iets van waargenomen? -
Volgens Uw mededeeling heeft U het magazijn en het woonhuis van Ouwehand verdedigd.
Heeft U daar ook Kapitein Dewez van 11 R.I. gezien?
Waar kwamen de loopgraafgeweren vandaan?
Bedoelt U met de Luitenant-adjudant die de leiding nam, den Luitenant De Jong van I-8 R.I.?
Kunt U nog meer namen noemen van personen die daar gevochten hebben?
den Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.
Aan
den Heer
L.J. Wansink
Prümelaan 59
Arnhem.
==========================================================================
L.J. Wansink.
Prümelaan 59
Arnhem.
-----
Arnhem, 12 Februari 1941.
aan den Hoogedelgestrengen Heer
Luitenant-Kolonel V.E. Nierstrasz.
In antwoord op Uw schrijven van 28 Januari 1941 nr. 1299, kan ik U het volgende mededeelen.
-
Zelf heb ik gezien, dat de Luitenant FOLMER persoonlijk de mitrailleur bediende. Het gewond raken van hem heb ik echter niet gezien, maar is mij verteld geworden.
Volgens mijn zegsman stak de Luitenant FOLMER een cigaret op en is toen, terwijl hij de brandende lucifer in zijn hand hield, gewond geraakt. Mijn zegsman vertelde er niet bij, of dit gebeurde terwijl hij achter het stuk zat. -
Tijdens mijn terugtrekken op de commandopost van Majoor Landzaat hoorde ik loopen op de groote weg (Wageningen - Rhenen). Persoonlijk ben ik toen gaan kijken en zag langs beide zijden van den weg, afdeelingen stoottroepen, ter sterkte van pl.m. 10 man.
Ik lag in een greppel langs de Noordzijde van de weg, waar telefoondraden lagen en die niet dichtgegooid was. Een der Duitschers stapte over mij heen. Dat zij op weg waren naar de commandopost van Majoor Landzaat, geloof ik niet, daar deze in het huis van Ouwehand was aan de Heimersteinschelaan. -
In het woonhuis van Ouwehand heb ik wel een kapitein gezien; of deze DEWEZ heette weet ik niet.
Waar de loopgraafgeweren vandaan kwamen, weet ik niet. Ze bevonden zich in het woonhuis van Ouwehand.
De Luitenant-adjudant die de leiding nam, was Luitenant De Jong van I-8 R.I.
Namen van personen, die daar gevochten hebben, zijn de volgende: Luitenant Sluijter [Schlüter], Commandant Verbindingsafdeeling Staf-I-8 R.I.
Sergeant van den Born, toegevoegd Staf-I-8 R.I.
Sergeant Dicker [Diecker] Commandant uitkijkpost(en) K.T. [Karel Theodora?]
Sergeant Van Bellekom [Van Bellecom], Commandant telefooncentrale
Sergeant Niessen
In mijn verhaal "Grebbeberg" komen een paar chronologische fouten voor; het verslag aan U echter, is, wat de chronologie betreft, juist.
Met de meeste hoogachting,
Uw dienstwillige dienaar,
(get.) L.J. Wansink.
|
