Schrijven van vaandrig H. Klooster, sectiecommandant 3e sectie 2-II-8 R.I.
HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT
Afdeeling I C.
-------
Nr. 1940 / '41.
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.
---
's-Gravenhage, 20 September 1941.
Willem Lodewijklaan 1.
Ik verzoek U mij een verslag te doen toekomen van Uw ervaringen tijdens de oorlogsdagen in 1940, zulks ten behoeve van de beschrijving van de Krijgsgeschiedenis.
Van bijzonder belang is antwoord op de volgende vragen:
a. op wiens last of om welke reden heeft U op 12 Mei met Uw Sectie de stelling bij Kruiponder verlaten?
b. waarheen en langs welke weg is U met Uw Sectie teruggetrokken en waar zijt U terecht gekomen?
Den Generaal-Majoor,
o.l. den Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf,
(get.) V.E. Nierstrasz.
Aan
2e Luitenant op non-actief
H. Klooster
Petrus Hendrikszstraat 51
Groningen.
==========================================================================
Groningen, 27 September 1941
Hoogedelgestrenge Heer,
In antwoord op Uw brief d.d. 20 September 1941 no. 1940, deel ik U het volgende mede.
Tijdens de oorlogsdagen was ik als vaandrig sectiecommandant bij 2-II-8 R.I. [3e sectie]
Mijn sectie bestond uit 3 afzonderlijke steunpunten op enige afstand van Kruiponder.
De taak was vooral de linker flank van ons vak te beveiligen. Tevens had één der steunpunten als neventaak het terrein rechts onder vuur te nemen.
De eerste oorlogsdag vlogen er slechts Duitse vliegmachines over ons heen. De tweede [dag] begon het artillerievuur reeds. Ik moet hier direct bij voegen dat ik mij alles niet precies meer herinner, dus alleen wat ik zeker weet vermeld ik.
Daar wij mededeling kregen van het feit, dat er parachutisten optraden, heb ik posten bij de steunpunten des nachts opgesteld in verschillende richtingen, die met draden verbonden waren met de mitrailleurschutter.
Reeds spoedig verschenen toen de eerste vijandelijke stoottroepen, die onder dekking van de boerderij Kruiponder en langs de dijk naar Wageningen naderden. Deze aanvallen werden met behulp van onze artillerie afgeslagen.
Bij eventuele doorbraak door onze voorste secties (in de dijk achter de rivier de Grebbe) moest mijn sectie een tegenstoot doen.
Een nadeel was dat ik met mijn mitrailleurs niet frontaal over de dijk kon vuren, daar deze te hoog was. Alleen de linker mitrailleur kon, indien hij verplaatst werd op de borstwering, net langs de dijk komen, daar deze daar kortbij ophield.
Van artilleriebeschieting had mijn sectie weinig last, de meeste kwamen op vrij grote afstand neer. De voorste secties hadden hier meer last van, vooral de bezetting van het stekelvarken.
De voedselvoorziening verliep ook uitstekend.
De toestand bij de onderdelen, die rechts naar de berg en op de berg lagen werd echter slechter naar de berichten te oordelen. Zondag was onze Bataljonscommandant reeds gevallen. Maandag om pl.m. 18.00 uur kreeg ik van den Luitenant Vos, die met de Compagniescommandant telefonisch verbonden was, het bevel om met mijn sectie terug te trekken in Noordoostelijke richting pl.m. 1500 - 2000 meter, daar wij in de rechter flank sterk bedreigd werden en tegenstand verder nutteloos was.
De bedoeling was, om daarna een nieuw front naar de vijand te vormen. Dit mislukte echter door de hevige artilleriebeschieting, die toen begon en bovendien schoten de troepen achter ons in de stoplijn ook op ons, klaarblijkelijk in [de] mening dat wij Duitsers waren. Ook zaten wij als het ware opgesloten achter onze prikkeldraadsperring, die ons vak afsloot. Dit alles veroorzaakte wanorde en zo kwam het dat wij zonder verband terug trokken, waarbij een gedeelte der compagnie onder Luitenant Vos inderdaad nog in Noordoostelijke richting trok, maar de rest kwam in de stoplijn met enige verliezen aan doden en gewonden.
Ik kwam in de stoplijn en ontmoette daar reeds spoedig onze Compagniescommandant. 's Avonds om 8 uur [besloot?] onze Compagniescommandant om geheel terug te trekken. Wij zouden afgelost worden door een ander onderdeel. De compagnie was toen weer verzameld, voor zover ze in de buurt waren, en de terugtocht werd aanvaard des nachts van Maandag op Dinsdag.
Eerst gingen wij naar Achtenberg naar onze artillerie-stellingen waar onze Compagniescommandant nog probeerde bevelen te krijgen van de Regimentscommandant of Divisiecommandant. Dat mislukte en Dinsdag trokken wij terug naar Amerongen om tenslotte Woensdag in Vreeswijk aan te komen. De verwarring was zo groot dat de Compagniescommandant geen verbinding met de Divisiecommandant kon krijgen onderweg.
Dit is in hoofdzaak hetgene wat ik mij herinner van de oorlogsdagen.
De 2e Luitenant op non-actief,
(get.) H. Klooster.
|
