Totale ontredderdheid en de val van een hulpverbandplaats

... Zeven vliegtuigen achter elkaar scheerden over hun ondergrondse verblijf. Alles samen duurde de aanval niet langer dan enkele minuten, doch in de barstende spanning van het gelaten afwachten leek het een eeuwigheid. Nauwelijks echter herademden zij omdat het laatste vliegtuig wegtrok, of zij hoorden een nieuwe golf aankomen. En zo ging het onafgebroken een vol kwartier door. Toen ten lange leste de atmosfeer weer opklaarde, bleek spoedig welk een groot succes de vijand met zijn aanval had bereikt. Verwarde berichten kwamen binnen over het verlaten van stellingen. De troepen zouden terugtrekken - en inderdaad liepen groepen soldaten reeds de Cuneraweg af. Anderen wierpen hun geweer weg en hun uitrusting en verdwenen in de bossen naar het westen. De commandopost stond leeg, beweerde men.

De commandant van de verbandplaats stuurde een ordonnans erheen en deze vond inderdaad niemand meer. Het instinct van het gevaar scheen de mannen voort te drijven. Zij trokken terug - "op bevel" werd beweerd, doch de vlucht was er eerder dan het bevel.

Een treffend geval van de totale ontredderdheid die zich meester had gemaakt van de Nederlandse militairen van hoog tot laag deed zich voor in de omgeving van Achterberg. Een luitenant was met zijn sergeant bezig zijn soldaten een spreekkoor in het Duits in te studeren: "Wir wollen kapitulieren." Zij hadden zich opgesteld onder een boom, waarin zij een witte lap hadden gehangen ...

Een oververmoeide generaal-majoor Harberts kreeg omstreeks vier uur in de middag bericht van de commandant Veldleger, dat de toestand onhoudbaar was en dat in de avond zou worden teruggetrokken op Vesting Holland. Bevel om terug te trekken was echter al niet meer nodig ... Om vijf uur verliet de generaal met zijn staf het stafkwartier te Doorn. Hij reed naar de commandopost van de Groep Lek van het Oostfront Vesting Holland te Jaarsveld. Het was de bedoeling om daar de verdediging van de Vesting Holland op te bouwen. Welk een onmogelijke taak bleek dit te zijn!

Men had er al te vast op gerekend, dat aan de Grebbestelling een hardnekkig verzet zou worden geboden en daarom nauwelijks rekening gehouden met de mogelijkheid, dat het front zou komen te liggen bij de Vesting Holland. Van een veiligheidsbezetting in Jaarsveld was geen sprake.

Generaal Harberts zou naderhand dan ook naar waarheid voor de Enquêtecommissie verklaren:
"Ik kan dus alleen zeggen, dat ik gerechte reden had om eraan te twijfelen of er inderdaad een veiligheidsbezetting was. Zekerheid daaromtrent had ik absoluut niet. Ik voelde, populair uitgedrukt, nattigheid. Maar wat er precies aan de hand was, wist ik niet, want de commandant Veldleger heeft mij er niets, maar dan ook helemaal niets van medegedeeld. Geen enkel gegeven van de Vesting Holland heb ik gekregen." Tot zover de generaal. In Jaarsveld trof de generaal zelfs geen behoorlijke kaarten van de stellingen om de verdediging te organiseren!

De opdracht van het Algemeen Hoofdkwartier in Den Haag water in te laten voor de inundaties kwam veel te laat. Concrete richtlijnen om de terugstromende troepen systematisch in te passen in het verdedigingssysteem van de Vesting Holland waren niet voorhanden. Er gingen orders uit, maar even zovele tegenorders werden gegeven. De halve batterij + 1 mitrailleur van kapitein J.Th.L. Roozendaal moest op Prattenburg de terugtocht van de Nederlandse troepen dekken. De commandant die de terugtocht moest leiden zat inmiddels veilig in Utrecht.

Over de situatie op de eerste hulppost schrijft Hermans verder: "Die tweede Pinksterdag kwam de beurt ook aan de hulpverbandplaats, die vlak bij de commandopost ongeveer tegenover de ingang van het Dierenpark lag en die daags tevoren reeds zwaar door het artillerievuur werd bestookt. Terwijl de aalmoezenier in deze hulpverbandplaats bezig was met een sergeant-majoor, die door zes kogels was getroffen, het Heilig Oliesel toe te dienen, werd eensklaps een handgranaat tegen de ingang geworpen. Buiten werd geroepen: "Heraus mit Ihnen!" ...

Klik hier voor een uitvergroting
De hulpverbandpost van 8 R.I., ongeveer tegenover de ingang van Ouwehand's Dierenpark. (1940)
  De Duitsers hadden de verbandplaats omsingeld en met de handen omhoog moesten de doktoren, de verplegers en de aalmoezenier naar buiten komen, waar zij in de loop der vooruitgestoken revolvers keken. De gewonden moesten in een Rode Kruisauto worden geladen, waarvan de achterbanden waren stukgeschoten en werden daarin door de Duitsers weggevoerd. Alle anderen werden krijgsgevangen gemaakt. Naast elkaar op één lijn werden zij, steeds met de handen omhoog, hoewel zij als medici en aalmoezenier geen wapenen hadden, over de grote weg de berg afgedreven in de richting Wageningen, lijnrecht tegen het Duitse vuur in. Op de weg werd hun alles afgenomen. De aalmoezenier werd zijn overjas uitgerukt. Hij probeerde zijn brevier nog te redden; aanstonds echter werd het hem uit de hand getrokken: "Ah! Der Herr hat Dokumente!". Het hielp hem niet of hij al uitlegde, dat zij slechts een gebedenboek hadden bemachtigd. "Ach was, Sie brauchen ja nicht zu beten!" Met een verachtelijk gebaar werd het kerkboek in de berm van de weg geworpen, waar het later door een kapelaan uit Arnhem werd gevonden. Een poging van de aalmoezenier om de Heilige Olie nog in veiligheid te brengen, ging verloren in een bars: "Hände hoch!".

De tocht naar beneden kostte gelukkig geen slachtoffers. Aan de voet van de berg echter werden zij allen, vijfentwintig man, tegen de muur van een afgebrand hotel geplaatst. Dreigend met zijn revolver gesticulerend, snauwde een bevelvoerend onderofficier hun toe: "Jetzt wird geschossen!" Enkele Nederlanders werd het nu te veel. Een hunner, een niet-katholiek, sloeg zijn arm om de hals van de priester: "Mag ik met u sterven, majoor?" De aalmoezenier spoorde hen aan de kalmte niet te verliezen, flink te blijven en te vertrouwen op God. De Duitsers, die al in hevige opwinding verkeerden over de harde tegenstand, die zij op dat ogenblik aan de Grebbe ondervonden en de verliezen, die de Nederlandse artillerie hun voortdurend toebracht, meenden op een gegeven ogenblik, dat de Nederlanders met gasbommen schoten. Zo'n laagheid had het Duitse leger nog nooit uitgehaald. Daarvoor zouden de krijgsgevangenen boeten! Nieuwe ontzetting onder de mannen tegen de muur. Ten lange leste kwam er bevel, dat zij afgevoerd moesten worden. Hetgeen betekende, dat zij twee aan twee in galop de Wageningse Berg op moesten lopen. Daar wachtte hun de eerste vriendelijke Duitser, die aanstonds de aalmoezenier, de enige hoofdofficier in het gezelschap, een verhoor afnam en al verhorend tot de bevinding kwam, dat hij eigenlijk niet krijgsgevangen mocht worden gemaakt. Waarop de priester laconiek doch in alle ernst vroeg of hij dan terug mocht naar de Grebbe. Waartoe? vroeg de Duitse officier. "Der Schlag ist ja vorüber". "Dan hebben de gewonden mij nodig", antwoordde de aalmoezenier. Het hielp hem echter niet; hij werd met de anderen weggevoerd in krijgsgevangenschap ... aldus Hermans.

Bron: boek Wedloop met de dood - door Rik Valkenburg
uitgegeven door: J.P. van den Tol te Dordrecht in 1973.

3951