Uittreksel dagboek 10 t/m 14 mei 1940 van ritmeester K.G.A. Feist

Uittreksel Dagboek 1-4 R.H. van 10 t/m 14 Mei 1940.

Bij de reveille te 4.00 uur bevonden zich zeer vele vliegtuigen boven de kazerne. Met het oog op eventueele luchtaanvallen kregen de Pelotonscommandanten opdracht hun Pelotons te verzamelen in het bosch Oost van de kazerne, en elke man die gereed was, daar heen te sturen.
Enkele lichte mitrailleurs waren in stelling gebracht.
Nadat de Pelotons gereed waren kregen ze opdracht naar hun gevechtsopstelling te gaan.
1-4 R.H. had opdracht de Kunstweg Ede - Arnhem ter hoogte van pl. 10 af te sluiten en stelling te nemen aan Oostelijke zijde bedekte terrein "Sijselt".
Toegevoegd was één Peloton Pantserwagens.
De opstelling was als volgt:
Eén Peloton aan weerszijden kunstweg Ede - Arnhem, een groep aan Noordrand bedekte terrein Sijselt (nabij Twaalf Apostelen), het Peloton Pantserwagens met de beide mitrailleurgroepen in Oostrand bedekte terrein Sijselt; één Peloton nabij pl. 79,5 aan den spoorbaan Ede - Arnhem en één Peloton nabij pl. 79 van genoemde spoorbaan. Wielrijderspatrouille Zuid van station Ede en een groep in reserve in bedekte terrein Sijselt.
Gedurende de ochtend en een deel van de middag waren slechts vijandelijke vliegtuigen boven de stelling. Omstreeks 14.00 uur echter meldden burgers dat parachutisten geland zouden zijn nabij Panorama Hoeve. Bevestiging hiervan is niet gekregen.
Te 17.45 uur werd de navolgende mondelinge opdracht ontvangen van Commandant 4 R.H.:
4-4 R.H. neemt stelling Zuid van station Ede t/m spoorbaan Ede - Arnhem. 1-4 R.H. zal aansluiting verkrijgen met dit Eskadron door het terugnemen van de troepen die de Oostrand bedekte terrein bij Sijselt hebben bezet, tot in het bedekte terrein. Eén Peloton naar pl. 9 Kunstweg Ede - Arnhem.
Hierop gaf Commandant 1-4 R.H. aan zijn ondercommandanten het volgende bevel:
Peloton Pantserwagens neemt terrein Zuid Sijselt, langs spoorbaan, waar, teneinde vijandelijke pantserwagens en vijandelijke afdeelingen die uit Zuidelijke richting deze spoorbaan overschrijden, aan te vallen.
Een Peloton dat Oostrand Sijselt bezet had ter hoogte van pl. 79,5 van de spoorbaan, kreeg opdracht in het bedekte terrein bij Sijselt terug te gaan tot aansluiting verkregen werd met 4-4 R.H.
Het Peloton dat zich bevond bij pl. 79,5 kreeg opdracht zich te begeven naar pl. 9 aan den Kunstweg Ede - Arnhem, front Oost. De Wielrijderspatrouille kreeg opdracht aan te sluiten bij Commandopost 1-4 R.H.
Het teruggaan van het Peloton Pantserwagens en het Peloton bij pl. 79,5 heeft niet dadelijk plaats gevonden doordat de vijand op het moment waarop mijn order hen bereikte, begon op te dringen. Bovendien kwam bericht dat deze order was ingetrokken door Commandant 4 R.H. Dit bericht kwam tegelijk met het bericht tot teruggaan.
Te 18.00 uur bericht van voorste Peloton ontvangen dat vijandelijke troepen in het voorterrein zijn. Even later werden vijandelijke pantserwagens gemeld nabij het boschperceel "de Ginkel", waarschijnlijk 5 stuks.
Van evacueerende bevolking werd vernomen dat Renkum was bezet door ongeveer 200 Duitschers in autobussen; hierbij zouden zich ook pantserwagens bevinden!
Te 18.20 uur werd artillerievuur ontvangen vanuit de richting Zuid Ginkel. Waarschijnlijk was dit vuur uit 3,7 cm geschut.
Tevens melding dat sterkere vijandelijke afdeelingen naderden in tirailleur linie over Arnhemsche heide.
Te 18.30 uur kreeg 1-4 R.H. de navolgende opdracht:
Terugtrekken richting de Klomp.
Deze order is onmiddellijk daarop door mij doorgegeven aan de onderdeelen, behalve aan het 4de Peloton, dat de terugtocht van het Eskadron mogelijk moest maken.
Door het snelle oprukken van den vijand langs de kunstweg Ede - Arnhem, dreigde dit Peloton afgesneden te worden. Daarom gaf ik opdracht aan het Eskadron af te marcheeren richting de Klomp, en haalde zelf het laatste Peloton op. Bij de terugtocht hiervan bleek de vijand reeds zware mitrailleurs en licht geschut geplaatst te hebben Zuid van de nieuwe kazerne bij de Langenberg, zoodat wij van dichtbij bevuurd werden en de takken boven ons werden afgerukt. In een ren galop gelukte het echter zonder verliezen dekking te vinden.
Het Eskadron is te Leersum weer geheel verzameld geworden.

De Nacht van 10 op 11 Mei is doorgebracht in de bosschen nabij Koepel (vt. 156-448).
In den ochtend werd van Commandant 4 R.H. het navolgende bevel ontvangen:
1-4 R.H. gaat naar Maarn, teneinde eventueel landende parachutisten aan te vallen.
Commandant 1-4 R.H. kreeg beschikking over den Commando-auto ten einde ter verkenning vooruit te gaan. 1-4 R.H. volgde onder oudste Luitenant en bereikte te ongeveer 13.00 uur Maarn. Tevens was het bericht gekomen dat een vijandelijk vliegtuig gedaald was in de richting Austerlitz en werden twee Pelotons ter verkenning uitgezonden. Niets werd gevonden. Commandant 1-4 R.H. ging met enkele manschappen per auto op onderzoek uit. Nabij hotel Austerlitz werd vernomen dat bedoeld vliegtuig vermoedelijk nabij Waswater was gedaald.
Daar aangekomen zagen we parachutisten in zwart leeren pakken die voor ons weg vluchtten in de richting Sterrenbosch. Hoewel wij op hen schoten, gelukte het hun in de dichte bosschen weg te komen.
Te ongeveer 16.00 uur heb ik één Peloton plus Wielrijderspatrouille te voet doen verkennen in Zuidelijke richting Westelijke kunstweg Maarn - Huize Maarsbergen, daar nabij deze weg meerdere parachutisten gemeld waren.
Te ongeveer 19.00 uur zijn deze afdeelingen zonder resultaat teruggekeerd.
Daarna is gebivakkeerd in boschperceel Zuid spoorbaan Maarn - Maarsbergen.

's Morgens kwam bevel terug te gaan naar Leersum, teneinde het Eskadron van fietsen te voorzien, en de paarden over te geven aan Commandant 2-4-R.H.
Na ontvangst der rijwielen werd teruggemarcheerd naar Maarn. Te Maarn kwam mededeeling dat parachutisten Zuid en Noord van Maarn waren geland, zoodat twee Pelotons werden uitgestuurd.
Verdere bijzonderheden deden zich niet voor tot te ongeveer 15.00 uur opdracht kwam het Eskadron naar Leersum te doen terug gaan teneinde een opdracht te ontvangen. Aankomst te Leersum ongeveer 17.00 uur.
Eerst werd gegeten en daarna werd afgemarcheerd richting Rhenen met afstanden tusschen de Eskadrons van 300 meter. In het Eskadron beval ik afstanden van 100 meter tusschen de Pelotons.
Bij het bereiken van den driesprong (vt. 24-68) kreeg 1-4 R.H. opdracht met 1 Peloton Mitrailleur-Eskadron en 1 sectie Mortieren van 8 als reserve te gaan rusten in Remmersteinsche Bosch. Op de aangewezen plaats aangekomen bleek dat vlak daarbij artillerie zat. Naar mededeeling van één der Officieren bleek verblijf ter plaatse onmogelijk door vijandelijk artillerievuur dat veelvuldig werd afgegeven.
De door mij uitgezonden ordonnans naar Commandant 4 R.H. bracht het bevel mede dat dit onderdeel terug moest keeren naar de driesprong. Aldaar aangekomen, meldde ik mij bij Commandopost 4 R.H. Alhier kreeg 1-4 R.H. opdracht zich te begeven naar Oostzijde Remmersteinsche Bosch teneinde aldaar den nacht door te brengen. Ook de andere Eskadrons zouden daar de nacht doorbrengen.
Te 22.30 uur aangekomen op een punt ongeveer 1.5 k.m. Noord van Rhenen, bevond zich Ritmeester Baron van Palland, die mij namens Commandant 4 R.H. mededeelde dat ik hem moest volgen naar Rhenen, teneinde een loopgraaf te bezetten nabij het viaduct. De eigen Infanterie was uit deze loopgraaf teruggetrokken. Over een weg vol met afgeschoten takken bereikten we Rhenen, waar bij de Noordwestelijke uitgang van het dorp de rijwielen werden achtergelaten.
Te voet gingen we verder tot we bij het viaduct Kapitein Gelderman van de Marechaussee vonden die ons één zijner menschen mee gaf om ons naar onze stelling te brengen. Het was toen ongeveer 23.00 uur.
Met het Eskadron werd de stelling bezet en bleken nog ongeveer 10 man Infanterie met een zware mitrailleur in de loopgraaf aanwezig te zijn. Piketten werden bij de mitrailleurs geplaatst, waarna de rest van het Eskadron eenige rust kreeg. Hoewel deze nacht veel geschoten werd, merkten we niets van de vijand.

Bij het aanbreken van den dag was er nog niets te merken van de vijand. Een ordonnans bracht het mondelinge bericht dat 1-4 R.H. moest terugtrekken naar de Oostzijde Remmersteinsche Bosch, doch daar ik niet wist of het bericht juist was overgekomen, liet ik twee Pelotons onder Luitenant Bartels achter en meldde ik mij met de beide andere Pelotons op Commandopost 4 R.H. Aldaar kreeg ik opdracht mij in verbinding te stellen met majoor de Kruijff en de loopgraaf bezet te houden. Daar er voldoende ruimte was in de loopgraaf stuurde ik nog een Peloton naar de loopgraaf en liet het andere achter nabij de viersprong nabij Rhenen met opdracht de Commandopost 4 R.H., welke ongeveer 400 meter Noordelijk van dit punt lag, te beschermen en eventueel doordringende vijandelijke afdeelingen in de flank te bevuren.
Bij terugkeer in de loopgraaf was de indruk dat zich slechts zwakke vijandelijke afdeelingen tegenover ons bevonden. Wel vonden echter zeer hevige artilleriebombardementen plaats en sloegen de granaten rondom de loopgraaf in.
Bij het aanbreken van de dag zagen we enkele stukken 4,7 met trekkers aan de overzijde van de spoorweg staan. Samen met een Luitenant der Infanterie [reserve-tweede luitenant E.J. Scheepstra van 2-I-46 R.I.] heeft Dpl. Damveld, E.J. één dezer trekkers aan de eigen zijde teruggebracht, hetgeen geschiedde onder vijandelijk vuur.
De afdeeling Infanterie die zich in onze loopgraaf bevond was ondertusschen teruggetrokken nadat zij de zware mitrailleur, die ze achterlieten, onbruikbaar maakten. Door Luitenant Bartels werd deze zware mitrailleur hersteld met behulp van reserve onderdeelen, die zich bevonden op een achterwaarts gelegen wagen.
Geleidelijk kwamen er meer vijandelijke afdeelingen tegenover ons. Het vijandelijk Infanterievuur werd steeds intenser. Tegen den middag kwamen enkele gewonde Nederlandsche soldaten in onze loopgraaf aan, zoo ook aan den vijand ontvluchte gevangenen.
Steeds meer vijanden werden zichtbaar aan den overkant der spoorbaan. Te ongeveer 13.15 uur verschenen ongeveer 20 vijandelijke vliegtuigen [Stuka's]; laag over de boomen heen komende wierpen ze bommen op onze loopgraaf. Op dit zelfde moment werd het viaduct opgeblazen; zooals later bleek gebeurde dit door eigen troepen. Door den aanval der duikbommenwerpers, bleek dat een afdeeling Infanterie welke zich achter mij bevond en ongeveer 20 man sterk was, geheel vernietigd was. Dit meldde een door mij uitgezonden ordonnans.
Te ongeveer 14.00 uur kregen we ook vuur vanuit de richting [kilometer]paal 25 van de spoorbaan en uit de huizen achter ons gelegen. Vijandelijke pantserwagens verschijnen op ongeveer 600 meter voor het viaduct en gaan richting Rijn.
Bij het opnemen van verband bleek links van ons en achter ons alles te zijn teruggetrokken; rechts van ons, nabij het viaduct bevond zich nog een zwakke afdeeling, waarbij Kapitein Gelderman en Luitenant Hollertt.
Te ongeveer 14.40 uur heb ik het bevel gegeven in groepjes van drie man terug te trekken en te trachten in het bedekte terrein Noordwest van Rhenen, het Eskadron te verzamelen. Zoo dit niet mogelijk was, moest getracht worden nabij Elst, of eventueel Leersum, te verzamelen.
Daar 's vijands vuur dwong in verschillende richtingen verspreid terug te blijven trekken, en daar bovendien de rijwielen deels vernield, deels onbereikbaar waren, was verzamelen niet mogelijk. Bij het terug trekken door de bosschen werden verschillende achtergelaten rijwielen gevonden en mede genomen.
Te Elst is het gros van het Eskadron weer verzameld.
Te Leersum is in de bosschen Noordoost van Leersum overnacht.

14 Mei. Teruggaan naar Utrecht. Op de Maliebaan onder de boomen het Eskadron opgesteld. In de middag werd opdracht gegeven naar IJsselstein af te marcheeren, waar te Achtersloot tot inkwartiering werd overgegaan.

De Ritmeester,
Commandant 4e Regiment Huzaren
1e Eskadron

(get.)K.G.A. Feist.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 2.19 MB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 11.08 MB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 3
(PDF, 383.61 KB)