Verhoor van reserve-eerste-luitenant Mr. M.P. Plantenga

Verhoor op Vrijdag 20 September 1940
van den reserve-eerste-luitenant Mr.
M.P. Plantenga, voormalig Commandant Staf-I-19 R.I.
van Hoeylaan 19, den Haag.
---------------------------------------------------------

Ik heb op Maandag 13 Mei jongstleden den korporaal de Reiger noch den sergeant Schapink opdracht gegeven verbindingsmaterieel in Elst te halen, noch eenige andere opdracht gegeven waardoor zij zich uit de stelling zouden hebben moeten begeven. De sergeant Schapink behoorde tot Staf-I-19 R.I. en stond als Commandant uitkijkdienst rechtstreeks onder mijn bevel, de korporaal de Reiger behoorde tot de Verbindingsafdeeling Staf-I-19 R.I. stond onder bevel van den eerste-luitenant P. Voerman (adres Rotterdam, Rodenrijsche weg). Bij terugtocht heb ik hen gemist. Ik heb hen voor het eerst teruggezien direct na de capitulatie in IJsselstein.
De sergeant Schapink deelde mij toen mede, dat hij zonder van iemand opdracht te hebben gekregen, met den korporaal de Reiger naar Veenendaal is gegaan, omdat hij op dat oogenblik niets te doen had.
De sergeant Schapink was commandant van de Uitkijkdienst van I-19 R.I. en had daar zeer zeker zijn post niet mogen verlaten. De uitkijkdienst bestond uit twaalf soldaten zonder verder kaderlid. Ik had hem reeds eerder, ik meen Vrijdag 10 Mei, op zijn post gemist, de soldaten wisten toen niet waar zij hem moesten bereiken. Hij is tusschen 10 Mei en 13 Mei wel op zijn post geweest maar hij had geen vergunning om de stelling te verlaten!
Later heeft hij mij verklaard, zulks naar aanleiding van mededeelingen, die ik van andere onderofficieren, de sergeant van Veenendaal, B.G. Tiel (p/a Watertoren) en mogelijk ook de sergeant H. Otter, sergeant-capitulant-19 R.I., ontving, dat hij tijdens de oorlogsdagen naar Elst is teruggegaan om met zijn aldaar tijdelijk verblijvende vrouw, privé aangelegenheden te regelen.
De korporaal de Reiger heeft mij in IJsselstein medegedeeld voor zoover ik mij meen te kunnen herinneren, dat hij in opdracht van een meerdere een boodschap moest doen in Veenendaal (zooals dit meermalen in de oorlogsdagen voorkwam). De sergeant Schapink heeft zich bij hem gevoegd en is medegegaan naar Veenendaal. Beiden hebben mij in IJsselstein verklaard, dat toen de korporaal de Reiger zijn opdracht in Veenendaal vervuld had en zij naar de stelling van I-19 R.I. wilden teruggaan, dit onmogelijk was vanwege de stroom ongeordende militairen die van de Grebbe of Veenendaal terugtrok. Ik beschouw dit als een bewuste onwaarheid aangezien weliswaar troepen van ons bataljon en geen andere troepen, dus in totaal niet meer dan max. 200 man langs de Parallelweg teruggetrokken zijn op Veenendaal, maar niet langs de spoorweg, die geheel vrij gebleven is. Ik heb de indruk gekregen, dat zij door de paniekstemming van de terugtrekkende troepen van ons rechter vak bevangen zijn geworden. In Veenendaal zelf was alles echter nog rustig, omdat 10 R.I. naar mij is medegedeeld nog weinig contact met de vijand had gehad.
Zij hebben mij in IJsselstein verder medegedeeld, dat zij toen uit eigen beweging naar Elst zijn gegaan, aldaar in hun kwartier zijn geweest en daar van Luitenant-Kolonel Smits Commandant 19 R.I. persoonlijk de mededeeling hebben ontvangen, dat het regiment terugtrok en dat zij maar mede moesten gaan.
Mijn indruk is dat korporaal de Reiger in deze op sleeptouw genomen is door de sergeant G.J. Schapink. Het adres van korporaal H.A. de Reiger: Coevorden, van Heutszsingel 52D.

Voorgelezen, volhard en geteekend,
w.g. M.P. Plantenga.

Aldus in onze tegenwoordigheid verklaard, goedgekeurd en geteekend,

De kapitein, w.g. U. de Stoppelaar.

Voor eensluidend afschrift,
De kapitein,
(get.) J.K.H. de Roo van Alderwerelt.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 770.17 KB)