Verhoor van reserve-kapitein Dr. A. Zaal

AFSCHRIFT.

Aanteekeningen van Majoor DE KLERCK, toegevoegd aan Kolonel Lucardie.
(Deze aanteekeningen moeten nog op juistheid worden getoetst.)

11 October 1940

Verhoor van den Reserve-Kapitein Dr. A. Zaal, van 8 R.A.,
ingedeeld als Commandant 3-I-8 R.A.
--------------

Commandant Reserve-Kapitein Dr. A. Zaal,
Batterijofficier Reserve-Eerste-Luitenant Van Joolen,
Luitenant-toegevoegd Kornet Thijssen,
Waarnemer Luitenant Statius Muller.

Mijn commandopost was gevestigd in een onderkomen; uit een huis in de onmiddellijke nabijheid was mogelijkheid tot waarneming. In de stellingbouw was zeer veel zand verwerkt.
Vele malen zijn doelen gemeld, die door den waarnemer van de batterij gezien werden. Aan de Afdeelingscommandant gemeld, duurde het vaak zeer lang voordat de machtiging tot vuuropening kwam. Dikwijls was dan het doel verdwenen.

Verbindingen.
Bovengrondsch. Op den grond gelegd. Nooit opdracht tot ingraving gegeven.
De telefonisten waren onvoldoende op de hoogte van de artillerie-commando's. De opleiding vond Afdeelingsgewijze plaats.
Doordat er steeds door artillerievuur was, was ook de verbinding met de batterij defect; ook die met den Afdeelingscommandant was veel defect.
De Afdeelingscommandant is in die dagen nooit in de batterij of bij mij geweest; ook de Luitenant-Adjudant niet.
Waar de Afdeelingscommandant gezeten heeft, of voor bij Commandant 8 R.I. of achter mij in zijn onderkomen, weet ik niet. Ik meende, dat hij achter mij zat. Van zijne verplaatsing weet ik niets.

Munitie.
Goed. Voldoende aanvoer. Altijd stond gereed een compleet stormvuur.
Aanvulling geen moeilijkheden.

Vuurwerkseinen.
"Drie witte ballen". Te zien richting Grebbesluis, dat wil zeggen over een bepaald punt van het bosch.

Weerberichten.
Ik herinner mij 1 of 2 ontvangen te hebben. Of er meer zijn geweest, weet ik niet meer; althans niet 4 x per dag.

Mededeeling van gegevens.
Weinig mededeeling ontvangen omtrent wat er eigenlijk gebeurde.

Nabijverdediging.
Niet mogelijk.
Bevel van den Afdeelingscommandant om front Zuid te maken, kan ik mij niet herinneren. Het was bovendien niet mogelijk. Het bevel heeft mij niet bereikt.

Hulpstelling.
Hulpstelling was niet voorbereid.
Plotseling kwam de order om een hulpstelling in te nemen, 2 kilometer buiten en 2 kilometer achter de batterij ten Noorden. Een kwart (ΒΌ) van den weg was ongedekt. Met behulp van een auto, waarop munitie, zijn wij daarheen gegaan.
De plaats was zoo door de telefoon op de kaart opgegeven.
Naar ik hoorde, had eerst een andere batterij het moeten doen.

Maandag 13 Mei.
Er was geen machtiging tot vuuropening.
Gemeld infanterie komende van den Cuneraweg in het bosch Noord van Leeuwendaalschen weg [Levendaalscheweg], het was al flink dag.
Van verschillende ordonnansen had ik gehoord, dat er verschillende troependeelen reeds terugtrokken.
Aan de rechterzijde van het schootsveld hebben wij gevuurd op pl.m. 1100 meter uit den boschrand komende.
Gemeld aan Afdeelingscommandant, echter niet tot stand gekomen; ik kreeg geen telefonische verbinding, geen gehoor.
Waar de Afdeelingscommandant was weet ik niet; de verplaatsing is mij niet bekend.
Toen geen telefonische verbinding tot stand kwam met de Afdeelingscentrale, op eigen gezag het vuur op korten afstand.
Naar de Afdeelingscentrale zijn toen een wachtmeester en een enkele man als ordonnans gegaan. Na eenigen tijd kwamen zij terug met de mededeeling, dat er niemand op de Afdeelingscommandopost was.
Wij voelden ons aan ons lot overgelaten.
De vuren kwamen steeds dichterbij, tot op een afstand van 500 meter, gevuurd met brisantgranaten vertraagd. Buiten het stormvuur is nagenoeg alles verschoten.

Na het verlaten van de batterij, aan den Rijksweg, aangetroffen Majoor Van der Wiel met compleete Afdeelingsstaf en de Overste De Kruijff aan den weg.
Daar geen orders gekregen; op den weg aangetroffen de paarden en gezonden naar Doorn. Steeds zonder orders.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 958.55 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 1.01 MB)