Verhoor van tweede luitenant-adjudant H.K. Karsen
Verhoor op 22 Augustus 1940 van den 2e luitenant op non-actief H.K. Karsen.
adres: Koninginnelaan 6, Rijswijk.
12 Mei 1940, te ongeveer 17.00 uur kreeg ik bericht van den kapitein Schuman, commandant Mitrailleurcompagnie (M.C.) III-19 R.I., dat de troepen van II-8 R.I. bij Kruiponder geheel [in] organisatorisch verband, dat wil zeggen uit elkaar geslagen en met achterlaten van wapens, teruggingen op ons rechter compagniesvak.
Naar aanleiding hiervan is door den majoor Weber persoonlijk gelast dat de kapitein Schuman deze menschen moest opvangen. Eveneens gelast, dat commandant M.C.-III-19 R.I. contact moest opnemen met het nevenbataljon II-8 R.I. (Majoor Jacometti, van wiens bevelen wij toen niet wisten).
Reeds in den aanvang van de mobilisatie is onder de oogen gezien, wat zou moeten geschieden indien Kruiponder viel. Daartoe zijn door commandant III-19 R.I. verkenningen gedaan onder andere aan de Friesesteeg en voorstellen gedaan aan commandant 19 R.I., waarvan echter niets meer gehoord is. Het is slechts verkenning gebleven door den majoor Weber met zijn ondercommandanten van het bataljon, en daarna verkend met commandant 19 R.I. Daar is het bij gebleven.
Ook is een patrouille uitgezonden onder commando van een sergeant langs de Cuneraweg richting Grebbe.
Het rapport van commandant M.C. was, dat de troepen van het nevenbataljon terugtrokken op de tusschenverdediging, bovendien meldde hij dat de kapitein Wiersinga had gezegd, dat de troepen waarschijnlijk verder zouden terugtrekken.
Het bericht van den sergeant was, dat zij op de Cuneraweg beschoten werden uit de boomen bij Heimerstein en de bosschen bij Ouwehands dierenpark.
Deze rapporten zijn doorgegeven aan commandant 19 R.I.
Iets later op den avond kreeg ik bericht uit het rechter compagniesvak, dat zij werd beschoten weer uit de rechter flank, in de duisternis reeds. Volgens luitenant Storms uit de richting Grebbe. Eveneens gemeld [aan] commandant 19 R.I.
Op initiatief van majoor Weber moest kapitein Westhoff persoonlijk het commando nemen over een sectie zware mitrailleurs uit de stoplijn en een sectie tirailleurs uit de stoplijn en front Zuid maken. Direct daarop kwam het bevel van commandant 19 R.I., dat III-19 R.I. front Zuid moest innemen en standhouden met behoud van troepen front Oost. Commandant III-19 R.I. droeg dit op aan den kapitein Vahl en den kapitein Van der Meulen. Het was toen pl.m. 23.00 uur.
Aan den kapitein Van der Meulen werd toen gelast een verbindingsdetachement onder commando van luitenant Lieneman met een sectie te vormen, dat de opdracht kreeg voor het opnemen van het verband. Hij is niet verder gekomen dan tot Viaduct (Poort) bij kilometerpaal 26. Waarom niet? Weet ik niet. Een sectie zware mitrailleurs uit kazematten 36 en 37 aan de Weteringsteeg moest zich verplaatsen naar de Poort bij kilometerpaal 26. Verband naar rechts was er nog niet.
De bevelen moesten beschouwd worden als voorloopige bevelen, ze werden rustig gegeven, doch de toestand werd op de commandopost III-19 R.I. critiek geacht. De kapitein Wiersinga ging met zijn troepen weg en de kapitein Westhoff meldde dat hij met enkele schoten, waarschijnlijk van patrouilles, bevuurd was geworden.
Gelijk met het bevel front Zuid kreeg de luitenant Grooters het bevel met een sectie front Zuid te maken langs de Snijderssteeg; links verband met den kapitein Vahl, rechts met 2 sectiƫn tirailleurs van den kapitein Van der Zijden van I-19 R.I. ter ondersteuning van III-19 R.I. Deze sectie had zeer spoedig zijn opstelling ingenomen. Tegelijkertijd was aan alle troepen bij commandopost III-19 R.I. onder leiding [van] 1e luitenant Hartgerink opdracht gegeven rondom de commandopost ter onmiddellijke beveiliging van de commandopost stellingen te betrekken.
Niet veel later nadat deze orders waren gegeven kwamen luitenant Grooters en 1e luitenant Hartgerink (commandant Verbindingsafdeeling) die aldaar de lijnen controleerden, terug [van?] de Snijderssteeg, dat de sectie beschoten werd door vijandelijke automatische wapens (de bekende snelle ratel heb ik zelf buiten komende gehoord).
Na dit bericht hoorden wij door onze eigen menschen van de commandogroep hevig vuren. Vlak daarop drongen personeelsleden, die in de omgeving van de commandopost waren, plotseling de commandopostschuilplaats binnen en schreeuwden vrij verward: "Ze zitten al om ons heen, ze zitten al boven ons". Ik ben direct de deur uitgegaan, de loopgraaf in, maar zag niets; hij was niet meer bezet. Met den sergeant Koning met een lichtpistool naar buiten gegaan om het terrein te verkennen. Het eerste wat ik constateerde was, dat de manschappen niet meer op hun plaats waren. Meenende dat in onze onmiddellijke omgeving vijand kon zijn, een lichtpistool laten afschieten in Oostelijke en in Westelijke richting, vlak langs den grond. Alle menschen waren [mijns inziens?] wel in angst en niet tot handelen geneigd, zoodat ik een vrijwilliger vroeg, dat was de sergeant Koning. Het was pl.m. 24.00 uur. Geconstateerd dat er niets te zien was en 't ook verder rustig was.
Terugkomende vond ik slechts enkelen op zijn post; zeer velen in de schuilplaatsen en in de nabijliggende boerderijen. De geestestoestand was toen zeer slecht bij de commandopost. Ik heb persoonlijk de menschen eruit gehaald en naar hunne posten gestuurd. Ik ging terug naar de commandopost en meldde aan den majoor Weber. Toen ik het aan de compagniƫn wilde melden bleek mij, dat de verbindingen waren verbroken. Persoonlijk naar de Centralist gegaan, onderweg kreeg ik het bericht dat de sergeant Sarink was doodgeschoten. Doorgegaan naar de centrale zag ik de sergeant liggen, maar heb mij aanstonds bemoeid met het herstellen van de verbindingen, eerst naar commandant 19 R.I. Dit heeft pl.m. een half uur geduurd dat ik niet getelefoneerd heb. Na pl.m. een half uur, het schemerde al, had ik persoonlijk verband met commandant 19 R.I., Kapitein-adjudant Brandt. Hem heb ik gezegd het verloop van hetgeen gebeurd was en dat de toestand op dat oogenblik zeer rustig was. Belangrijke meldingen van de compagniescommandanten hadden er niet plaatsgehad. Het was pl.m. 2.30 uur. Ik heb ook gemeld, dat een sergeant was doodgeschoten. Dit wist de kapitein al.
Ik heb den kapitein Brandt, omdat III-19 R.I. te weinig troepen had, om een sectie gevraagd, voor front Zuid. Dit naar aanleiding van een telefonische vraag van kapitein Vahl, die de bezetting naar het Zuiden veel te ijl vond. De kapitein Brandt zei: houdt stand, binnenkort komen de bataljons van de tegenaanval. - Wij wisten reeds uit een officieel bevel, dat per ordonnans om pl.m. 2.00 uur was gebracht, dat er een tegenaanval zou plaats hebben, terwijl wij uit een bezoek op den vorige avond van een luitenant van luitenant-kolonel Land wisten, dat er een tegenaanval zou plaats hebben.
Vanaf dat telefoongesprek is het op de commandopost heel rustig geweest. Om pl.m. 4.00 uur kwam kapitein Westhoff op commandopost en vroeg de majoor Weber te spreken en deelde mij - en naar alle waarschijnlijkheid daarna aan de majoor - mede dat hij (Westhoff) zijn troepen gedeeltelijk kwijt was. Een half uurtje later meldde de kapitein Westhoff dat hij zijn troepen weer terug had.
De majoor Weber heeft deze nacht niet gerust.
De sergeant [onderdeel onleesbaar?] kwam pl.m. om 4.15 uur op de commandopost en deelde mede dat hij, toen hij de sectie in de [nacht?] naar de nieuwe opstelling bracht, de Duitsche patrouilles had hooren of zien voorbijgaan... Dit bericht heb ik de majoor Weber medegedeeld.
Wij merkten niets van inzet tegenaanval, om pl.m. 5.00 uur kwam telefonisch bericht van Kapitein Van der Meulen dat luitenant-kolonel Land op commandopost [van] kapitein Van der Meulen was gearriveerd en deze commandopost werd commandopost 26 R.I. De majoor Weber was van het tumult bij de commandopost stil en pas toen de commandant van een der bataljons van de tegenaanval met de luitenant-adjudant op de commandopost kwam, kwam de majoor in actie en besprak met deze majoor en later met een der andere bataljonscommandanten de opstelling der troepen. De majoor was bij deze besprekingen wel [traag?], doch heel normaal.
De majoor Weber was zeer verbaasd over het feit dat deze beide bataljonscommandanten der tegenaanval niets van den vijand wisten, hij lichtte hen in.
Om pl.m. 10.00 uur begon een regelmatig vijandelijk artillerievuur - lag over de geheele stelling en ook op de omgeving [en] op commandopost bataljonscommandant.
Toen het bericht op de commandopost kwam dat de Doellijn 1 bereikt was, zei de majoor Weber: nu is het langzamerhand tijd om - zooals gelast is - front Oost te gaan maken.
Het was de majoor Weber bekend dat de tegenaanvalstroepen door moesten trekken, dus Doellijn 1 passeeren, en gaf hij eenige tijd later het bevel aan den kapitein Schuman en den kapitein Westhoff om weer front Oost in te nemen. Het was toen pl.m. 11.00 uur. (13 Mei)
De toestand van de majoor Weber was toen nog geheel normaal.
Daarna zijn ook de bevelen aan de andere compagniescommandanten gegeven front Oost in te nemen en kwam van deze compagniescommandanten bericht dat opstellingen ingenomen waren.
Al deze berichten en bevelen zijn doorgegeven aan den kapitein van Buuren op commandopost commandant 19 R.I.
Om pl.m. 12.00 uur kwam, juist toen er gezegd was dat er [honger?] kwam bij de officieren, onder zware artillerievuur de luitenant-adjudant van majoor Schotman en vroeg direct telefonische verbinding met luitenant-kolonel Land en zei: Overste, de troepen vliegen onder mijn handen vandaan, wij kunnen het niet meer houden, ze loopen allemaal terug. En daarna heb ik telefonisch sprekende met kapitein-adjudant Brandt aan commandant 19 R.I. gemeld: De luitenant-adjudant van majoor Schotman was zeer gehaast op commandopost gekomen, direct telefoneerde met luitenant-kolonel Land en gezegd had: wij kunnen het niet meer houden, de jongens loopen onder mijn handen weg, ik kan ze niet meer houden.
Kapitein-adjudant Brandt nam dit bericht voor kennisgeving aan.
Daarna ben ik buiten geweest en zag troepen in wanorde teruggaan, dit was pl.m. 12.15 uur. Toen ik weer binnen was, de dokter was op commandopost en zei: ze trekken terug, ik heb nog geen Duitscher gezien. Toen er iets later een officier of onderofficier in de commandopost kwam en riep: ze zitten er al tusschen in en bovenop.
De officieren gingen naar buiten en ik ging ook kijken, doch zelfs bij onderzoek op de commandopost niets gezien [dan? een kip].
Ook de majoor was buiten in de loopgraaf met pistool in zijn hand.
Daarna telefonisch bericht van commandant 19 R.I. [bij monde van] kapitein-adjudant Brandt: "Stand houden", dit naar aanleiding van uw laatste telefonische bericht.
Buiten gekomen om dit aan majoor Weber te vertellen was er geen officier meer aanwezig. Op mijn vraag waar de officieren waren zei een soldaat: ze zijn naar achteren.
Ik heb order commandant 19 R.I. niet meer aan compagniescommandanten gemeld.
Hevig artillerievuur speciaal op commandopost en omgeving.
De centralist meldde dat telefoonlijnen - behalve met kapitein Van der Meulen - stuk waren.
Ik vond geen officieren en de sergeant Koning, die ik alleen op commandopost aantrof, zei nog: alle officieren en manschappen zijn in de richting Poort gegaan.
Het is mogelijk dat de kapitein Schuman de soldaat [J. Oude Nijhuis] met het keelschot gebracht heeft op dit oogenblik, dus toen ik alleen in [de] commandopost was.
Ik ben - de majoor Weber kwijtgeraakt zijnde - naar de kapitein Van der Meulen gegaan omdat deze opvolger-bataljonscommandant was.
De kapitein Van der Meulen was op zijn commandopost; ik zei: kapitein ik meld mij als uw luitenant-adjudant, de majoor is weg.
Ik ben de kapitein Van der Meulen kwijt geraakt in het artillerievuur en vliegeraanvallen.
De majoor was, toen ik hem het laatst zag, in gezelschap van de kapitein Schuman, luitenant Hartgerink en de luitenant Nijkamp.
De bataljonsarts Dr. Oostingh is op commandopost gebleven en heeft vermoedelijk de majoor Weber het laatst gezien toen de dokter zich van de commandopost (na het verhaal dat hij nog geen Duitscher gezien had) naar de boerderij begaf.
Na voorlezing volhardt en teekent hij,
(get.) H.K. Karsen
De Kolonel
(get.) D.M. Lucardie
De Majoor
(get.) F.A.J. de Klerck
De kapitein
(get.) U. de Stoppelaar
De kapitein
(get.) J.K.H. de Roo van Alderwerelt
|
