Verklaring van bootsman P. Monderman
Verklaring afgelegd door P. MONDERMAN, Bootsman a/b H.M. "Freijer"
[Hr.Ms. Freyr] in de vergadering van de Commissie Militaire
Onderscheidingen van 24 Juli 1947.
----
Toen de oorlog begon lag H.M. "Freijer" bij Concordia in Arnhem. Op 10 Mei 1940 moesten we naar Millingen vertrekken om een kanonneerboot aldaar af te lossen, doch onderweg werden we gewaarschuwd terug te gaan omdat er mijnen lagen. Toen we goed en wel weer onder de brug door waren, ging deze de lucht in.
We hadden aan boord een kanon van 12 c.m., een kanon van 3.7 c.m. en een mitrailleur van 40 m.m. De mitrailleur raakte al spoedig defect.
Opstoomende naar Oosterbeek, werden we door een burger op de Rijnkade te Arnhem gewaarschuwd, dat in Arnhem Duitschers waren. We zijn teruggestoomd naar de kop bij het overzetveer, waar vroeger de Schipbrug lag. Daar zijn we in gevecht geraakt met Duitschers. Ook met het kanon van 3.7 is gevuurd op Duitschers die in huizen zaten. Het kanon werd bediend door de matroos 1e klas JACOBS. Ik had de algemeene leiding. Met ongeveer 15 matrozen heb ik mij langs de verschansing opgesteld en gevuurd.
Op een gegeven moment gaf de Commandant order het vuur te staken om te zien wat het resultaat was. We hebben achter de ketelkap dekking gezocht. Een matroos (van SLOOTEN), die zich bloot gaf, werd gedood.
Het gevecht was inmiddels afgeloopen. We hebben het schip verder gevechtsklaar gemaakt en zijn naar Oosterbeek opgestoomd. Daar zijn we voor anker gegaan. De Commandant stelde voor het schip in de wal te laten loopen en te camoufleeren en als mitrailleurnest te gebruiken. De Commandant meende namelijk niet door de brug bij Oosterbeek te kunnen. Ik vond het in stelling komen daar echter te gevaarlijk, weshalve in overleg met de Commandant werd besloten terug te stoomen.
Daarna werd met volle kracht onder de brug doorgevaren. We stoomden op naar Rhenen. Onderweg hebben we nog twee soldaten opgepikt. Aanvankelijk hebben we hen gewantrouwd, doch later hebben zij deelgenomen aan het verder gevechtsklaar maken van het schip.
Aan de Grebbelinie hebben we den nacht van 10/11 Mei doorgebracht. De Commandant heeft den Kolonel van LOON bezocht teneinde om mitrailleurs te vragen. We kregen 5 lichte mitrailleurs met verschillende trommels. Ik ben aan den wal gegaan om zandzakken te halen. Ook werd er verf gehaald om het schip groen te schilderen. Het kanon mochten we van den Kolonel niet gebruiken, omdat we het doel niet konden bestrijken, we lagen te dicht tegen den berg.
Den volgenden dag hebben we geholpen bij het evacueren van burgers. Het vee konden we niet helpen afvoeren vanwege de bombardementen. We hebben daar 3 dagen gelegen. Op 12 of 13 Mei is de Commandant wederom naar Kolonel van LOON geweest om zwaardere wapens te halen. Met de lichte mitrailleurs hadden we geen succes tegen de vliegtuigen. In dien tijd vielen verschillende projectielen 50 meter voor en achter ons in het water.
Toen de Commandant weer aan boord kwam kregen we order op te stoomen naar Vreeswijk.
Ik heb gezien dat een sergeant en vier man op de Grebbeberg hun vuurmond in den steek lieten. De sergeant vroeg ons om zijn kanon te vernagelen. Een luitenant heeft hen echter weer teruggezonden.
Den eersten dag aan de Grebbelinie is de sergeant-konstabel met vier man naar den wal geweest om voedsel te halen. 's Middags 3 uur wilde de Commandant een eind afzakken, doch bedoelde sergeant en vier man waren nog niet terug. We hebben daarom nog even gewacht. Toen zij terug kwamen hadden ze een grijs uniform aan. Ze waren volgens den sergeant door eigen troepen beschoten en hadden daarom hun mariniersuniform door het veldgrijs vervangen.
FUNCKE heeft in de kombuis gewoon zijn werkzaamheden verricht. Hij heeft in Arnhem meegevochten. Ook de sergeant-konstabel en ik hebben daar met een geweer gevuurd.
De Commandant stond in de gepantserde toren orders te geven. Later hebben we gezien, dat tegen den toren kogels waren terecht gekomen.
De kanoneerboot bij Millingen - naar ik meen de "Vidar" - is bij Pannerden in den wal geloopen. Wat de boot bij Nijmegen - de "Harda" - gedaan heeft weet ik niet.
In Vreeswijk kregen we order naar Amsterdam te gaan. Aldaar aangekomen vernamen we de capitulatie.
's Gravenhage, 24 Juli 1947.
(get.) P. Monderman.
Opgen. M.
Typ. M.
|
