Verklaring van den kapitein J.G. Hoogland
Verklaring van den Kapitein Ir. J.G. HOOGLAND, Commandant van de
10e Batterij Luchtdoelartillerie, afgelegd in de vergadering der
Commissie Militaire Onderscheidingen d.d. 19 Mei 1947.
---
Op 6 April ben ik Commandant geworden. Ik kwam uit Hank en was daar Commandant van de 114e Batterij 6 tegen luchtdoelen (t.l.). Ik had al een opleiding voor 7.5 t.l. gehad. Ik kwam toen in Rhenen. De batterij was daar een paar dagen tevoren gekomen uit Friesland, meen ik. Generaal SILLEVIS vond het wenschelijk, dat ik het commando overnam.
De algemeene militaire vorming van de menschen liet wel te wenschen over. Er waren eenige huzaren en gele rijders bij, die niet op de hoogte waren met de stukken. Ik meen, dat de Adjudant BOSCH eenige dagen na mij gekomen is. Hij was voortreffelijk.
In April kregen wij de alarmtoestand. Deze is weer opgeheven. Vanaf begin Mei moest de batterij gereed zijn van een half uur vóór zonsopgang tot een half uur nà zonsondergang. De Generaal SILLEVIS is den ochtend van 9 Mei nog geweest.
In April is geweest de Kapitein VAN ANROOY, die de paraatheid van de batterij moest controleeren. Hij maakte aanmerking, dat de menschen in de wachtopstelling sliepen. Ik heb in het begin veel straf uitgedeeld. Het gedrag van de menschen is zoo geweest tijdens de oorlogsdagen, dat ik er geen aanmerking op behoefde te maken.
Ik meen, dat ik 9 Mei geen bericht heb gekregen van verhoogde gevechtsvaardigheid.
10 Mei. Ik sliep in Hotel "Grebbeberg". 's Nachts om 2.30 uur ben ik naar de batterij gegaan. 3.52 uur zagen wij de eerste drie vliegtuigen aankomen uit het Oosten. Op de eerste is het vuur geopend. Het heeft eenigen tijd geduurd voordat de eerste treffer kwam. Ik ben bij ieder stuk geweest om de menschen toe te spreken. Zij waren eerst nerveus. Wij hebben onafgebroken gevuurd tot de eerste stroom vliegtuigen voorbij was (tot ongeveer 10 uur). Ik had toen 3/4 van mijn patronen verschoten. Wij hadden in totaal 1.000 schoten. Ik meen wel, dat het er meer dan 700 waren. Ik had: twee trailers met munitie per stuk op 10 ton te stellen. Eén schot weegt 15 kg.
Op den 4en dag kregen wij pas een storing met het tempeertoestel. Verder hebben wij geen moeilijkheden gehad. Het tempeeren geschiedde mechanisch. Wij hebben Dinsdag een paar schoten gehad, die ontijdig sprongen. Hierna is het tempeertoestel nagezien en hersteld door BLADEL? Wij hebben achteraf gereconstrueerd, dat de opstellingen bekend waren tot 1 April. Hierdoor zijn wij in het begin met rust gelaten.
Omstreeks 9 à 10 uur hebben wij tweemaal een jageraanval gehad met lichte bommen (50 kg) en mitrailleurvuur. De bommen zijn ver overgegaan (200 à 300 meter); een paar huizen zijn geraakt.
Vrij kort daarna kregen wij een Stuka-aanval. De batterij stond boven op een zandvlakte. Deze aanval was volkomen onverwachts, met de zon mee recht op de batterij aan en ik meen, dat ik hem daarna af zag zwaaien. De bom kwam 50 meter Westelijk van de batterij; vermoedelijk ging hij af op de wachtloods.
Vrij kort daarop kwam een tweede Stuka-aanval. Toen was ik niet meer in de batterij. Ik kon mijn batterij rustig overlaten in handen van mijn plaatsvervanger Luitenant Dubois.
De eerste Stuka-aanval was schokkend voor het moreel. Eén man is er gek van geworden. Het vliegtuig wierp een bom van 500 kg, die een trechter sloeg van 5 meter breed en 2 meter diep. De tweede Stuka is beschoten door OP DE BEKE met den Luitenant DUBOIS, die later nog een kogel door zijn schoen heeft gekregen, wat veel later pas is gebleken. Ik heb dit alles niet gezien.
Naderhand is er maar zeer weinig meer gevuurd.
Ik heb één van de korporaals uitgestuurd om munitie te halen. Ik wist niet waar dat moest zijn. Hij kwam den tweeden dag met twee trailers munitie uit Halfweg terug.
In den nacht zijn wij van stelling veranderd. Er was bericht aan den Staf van de IVe Divisie, dat deze batterij volkomen vernietigd was. Het was tusschen licht en donker, toen een Kapitein van die Staf kwam. Hij vond de opstelling niet geschikt. Waarschijnlijk was de opstelling mij opgegeven door luchtverdedigingskring Utrecht of Staf IIe Legerkorps. Hij wees mij een tweede opstelling aan. Ik stelde de eisch, dat er voldoende gelegenheid moest zijn voor camouflage. 's Avonds is de batterij verplaatst.
11 Mei. Den volgenden morgen bleek mij dat de opstelling niet geschikt was (dat is dus uitgezocht op den Staf van de IVe Divisie). Wij hebben daar den heelen dag gezeten. 's Avonds ging ik naar de IVe Divisie. Men zei mij: "Een andere opstelling innemen is uitgesloten, omdat er te veel plaatsen reeds bezet zijn". Toen ging ik door naar Staf IIe Legerkorps. Ik sprak daar met Overste DE BRUIN, die mij zei, dat hij er geen bezwaar tegen had als ik een andere opstelling opzocht, mits zonder bezwaar voor andere opstellingen.
Ik heb den volgenden dag opstellingen verkend en vond een plaats op de hoek van een hei, boomgaard en dennenbosch. Dit alles ging in overleg met den Kapitein SPERNA WEILAND. Hij is één keer op bezoek geweest (11 Mei). Den daaropvolgenden nacht is de batterij verplaatst naar Plantage Willem III. Wij hebben neergeschoten een artillerieverkenner. In de tweede opstelling hebben wij wel geschoten maar ik kan mij niet herinneren, dat wij iets hebben neergehaald.
Bij de eerste opstelling heeft de Adjudant BOSCH een schijnopstelling gemaakt, die danig onder vuur is genomen. Dit was eigen initiatief.
Naderhand zijn wij gekomen op 27 neergeschoten vliegtuigen.
DUBOIS is flink geweest. De batterij is in tweeën bezet geweest. Dat was voorschrift: DUBOIS met Vaandrig MELTZER commandeerde één ploeg en Adjudant BOSCH en ikzelf de andere.
De Sectie Zoeklichten heeft niet geschenen.
Ik moest zorgen voor voedselvoorziening, munitie, enz. Hierom was ik tijdens de oorlog soms niet in de batterij.
DUBOIS heeft den mitrailleur zelf bediend. Daar was moed voor noodig en ook had hij het iemand anders kunnen laten doen.
Ik vermoed dat OP DE BEKE was ingedeeld als mitraillist.
Ik heb MELTZER wel gewaardeerd. Hij was jong in die dagen. Ik heb gezegd, dat hij zijn nieuwsgierigheid ondergeschikt moest maken aan zijn taak.
Voor Adjudant BOSCH had ik respect. Terugkomende van het IIe Legerkorps ('s avonds 11 Mei) ben ik eerst gaan kijken, of ik een andere opstelling kon vinden. Ik heb toen den Adjudant BOSCH medegenomen (den volgenden dag) om deze stelling uit te zetten. Toen waren wij weer zeer ernstig gewaarschuwd voor parachutisten. Hij zei: "Wij zullen het toch maar doen". Hij heeft de batterij uit de tweede opstelling gehaald en gebracht naar de derde opstelling onder vijandelijk vuur.
Hij is toen heel flink opgetreden. In de tweede stelling hebben wij gewonden gehad. De menschen waren toen moeilijk uit de dekking te halen. Ik denk, dat de ploeg van DUBOIS en MELTZER toen hun rustperiode hadden. Ik heb hen gebruikt om andere dingen in orde te maken. De barak moest ook nog leeggehaald worden.
Ik heb het begin medegemaakt. Toen waren er nog niet veel moeilijkheden. Ik ben met de menschen van den commandopost vooruitgegaan. Ik heb van de menschen hierover zeer uitvoerige verhalen gehoord.
Ik had respect voor de houding van de batterij op den laatsten dag (13 Mei). De Infanterie vluchtte toen ten deele. Deze menschen kwamen dwars door het terrein. Desondanks bleven onze menschen rustig op hun post tijdens een aanval door een Heinkel-eskader.
's-Gravenhage, 19 Mei 1947.
(get.) Ir. J.G. Hoogland.
Opgenomen: FMV.
Typ.: K.
|
