Verklaring van dienstplichtig korporaal R. Lingeman
Verklaring van den dienstplichtig Korporaal R. LINGEMAN van de
Verbindingsafdeeling van I-8 R.I., afgelegd in de vergadering
der Commissie Militaire Onderscheidingen d.d. 13 Februari 1947.
----
Wij zijn den laatsten tijd bij het Paviljoen terechtgekomen en waren ingedeeld bij de Mortier-Compagnie van den Kapitein VAN DIJK.
De telefoonlijn is er later door de boomen heen naar toe gelegd, waardoor deze door het artillerievuur geregeld stuk was en moesten wij deze telkens herstellen door in de boomen te klimmen. Dit heeft zoo een paar dagen geduurd. De lijn was tenslotte niet meer te herstellen. Later (Zondagmiddag) heb ik met DELGIJER voor de dubbeldraads- een enkeldraadslijn in de plaats gelegd.
De mortieren hebben intusschen vuur afgegeven op de Nude en later op de Grebbesluis en toen was de munitie op. Wij lagen onder mitrailleurvuur. Kapitein VAN DIJK vroeg of er iemand naar achteren wilde gaan. De meesten voelden daar niet veel voor. Ik heb toen een rol op mijn rug genomen en ben eerst nog naar het Paviljoen teruggeweest om te berichten, dat er mortiermunitie noodig was. De lijn is nog éénmaal stuk geweest.
De Luitenant SCHLÜTER heeft ons verder bij het Paviljoen gehouden, omdat de mortieren toch geen munitie kregen, aangezien die er niet was. Wij zijn daar gebleven om het Paviljoen te verdedigen. U vraagt mij waar de Luitenant SCHLÜTER is gebleven. De Luitenant is later - naar ik meen - met een bericht gegaan naar den Regimentscommandant. De verbinding was reeds hopeloos. 'Zondagsnachts hebben wij in het Paviljoen gelegen, aan 's vijands zijde. Er is 's nachts niets gebeurd. Wel hoorden wij steeds fluiten en knallen. 's Morgens vroeg zagen wij de eerste Duitschers langs den weg en door het struikgewas langs den Rijnkant komen. Eén van ons stelde den Majoor LANDZAAT voor om terug te trekken, maar de Majoor zei: "In geen geval; wij zijn hier gezet om den Grebbeberg te houden, dus blijven wij hier".
Een achtergebleven mitrailleur langs den grooten straatweg is nog binnengehaald. Hier heeft de Majoor LANDZAAT mee geschoten. Wij konden hier niet mee schieten, omdat wij van de Verbinding waren. Wij zijn met 4 à 5 man op de 1e étage geweest. Wij hebben ons verdedigd totdat de Duitschers ons onder vuur namen met één of ander geschut. Ik zat aan den voorkant. Wij konden uit twee ramen vuren. Kees BLESS zat in het kamertje daarnaast. DELGIJER zat in de kamer bij mij. De Duitschers schoten door het lage dak heen. Wij zijn met zijn allen naar beneden gegaan en vroegen den Majoor wat we nu moesten doen. De Majoor heeft ons bedankt en zei: "Zie nu maar dat je wegkomt" of iets van die strekking. Enkelen gingen door de verbindingsloopgraaf naar Hotel "Van Noord" [Hotel De Grebbeberg], doch kwamen, daar dit bezet was, terug in het onderkomen. Ik ben niet verder geweest dan het onderkomen. Na ongeveer een kwartier of een half uur kwamen de Duitschers.
LEERINK ken ik.
Wij werden eerst op een rij gezet en gefouilleerd en moesten daarna naar Hotel "Van Noord". Duitsche en Hollandsche gewonden werden er binnengebracht. Vervolgens werden wij afgevoerd naar Wageningen. Wij hebben gewonden op tafels medegenomen. Het lag tamelijk bezaaid met Duitschers.
De houding van den Majoor LANDZAAT was prachtig.
De Kapitein HÖPINK ken ik niet. Wel heb ik een Kapitein met een leeren jas aan gezien en naar den commandopost gebracht, omdat hij dien niet wist.
Alle vijf, die het Paviljoen hebben verdedigd, scheer ik over één kam. In het heetst van den strijd waren allen zeer koelbloedig.
Er heeft ook een tamboer (dat zag ik aan zijn hoorn) geschoten met een pistool vanaf de trap. Ik weet niet of hij ROOS heette.
CHOTZEN zat beneden.
Kapitein DALES heb ik even vechtende daar gezien.
VAN HAL ken ik wel; hij zat in het Paviljoen.
's-Gravenhage, 13 Februari 1947.
(get.) R. Lingeman.
Opgenomen: FMV,
Typ.: K.
|
