Verklaring van dienstplichtig ordonnans H.J. Nollen

Verklaring van de dienstplichtig ordonnans H.J. NOLLEN van 3-III-19 R.I.
afgelegd in de vergadering van de Commissie Militaire Onderscheidingen
dd. 14 Juli 1947.

Klik hier voor een uitvergroting
Hendrik Nollen (rechts) (1939-1940) » meer
Ik was ingedeeld bij de commandopost van de kapitein VAHL.
In de ochtend van de 13e Mei heeft het achter ons gelegen bataljon een aanval ingezet. De jongens waren vol moed toen zij door onze stelling kwamen. Toen zij ongeveer 700 meter verder waren kregen zij artillerie- en mitrailleurvuur en zijn zij in wanorde teruggetrokken. Wij zijn gewoon in de stelling gebleven. De kapitein VAHL wilde onder geen voorwaarde terug zonder nadere order. Toen de troep terug kwam werd de stemming wel minder. Dat kwam ook door het eigen granaatvuur dat vlak voor onze stelling viel. De telefoonverbinding met achter was verbroken. De kapitein heeft toen een ordonnans gestuurd. De kapitein heeft, nadat hij hiervoor order ontvangen had, bevel gegeven tot de terugtocht.
Op het moment dat wij de stelling verlieten was het rustig maar de kapitein verwachtte wel granaatvuur. Daarom liet hij ons in kleine groepen terugtrekken. Ik ging met 5 manschappen terug. Wij kregen artillerievuur toen wij de boerderij voorbij waren een zestig meter van de stelling af op de Weteringsteeg. Wij bleven met z'n tweeën over. Gesneuveld zijn NIJLAND en de tamboer GUICHELAAR [Guchelaar]. De kapitein was toen nog in de stelling. De granaat viel tweeënhalve meter van ons af. Wij zijn toen weer teruggelopen naar de stelling. De kapitein zei: "Wij blijven in de stelling tot het artillerievuur is afgelopen". Daarna hebben wij met de kapitein de stelling verlaten.
In het bos bij Amerongen in de buurt moesten wij stelling nemen. De kapitein heeft zoveel mogelijk de manschappen verspreid. Er werden posten uitgezet die 's nachts werden gecontroleerd. Ik ging met de kapitein mee maar wij konden niet bij hen komen want ze vuurden op ons. Er was toen geen goede leiding meer. Toen het licht begon te worden zijn wij teruggetrokken. Er kwam een bataljon van de richting Elst. De kapiteins hebben samen een onderhoud gehad. Het bataljon zou links en wij meer rechts gaan. Na ongeveer een uur kwamen enige manschappen van het bataljon naar ons toe met de mededeling dat zij op pantserwagens waren gestuit. De kapitein zei: "Ik geloof niets meer, ik ga zelf controleren of er pantserwagens zijn". Sergeant KOEKOEK ging met hem mee. De kapitein kwam terug en was van mening dat het niet veilig was. De meesten hadden hun wapens achtergelaten. Sommigen konden niet meer lopen van vermoeidheid. Burgers zeiden: het zit hier vol Duitsers. Wij hadden ook geen wapens tegen pantserwagens. De kapitein zei: "Het staat er zeer ongunstig voor. Er zitten pantserwagens in het voorterrein. Wij moeten ons overgeven of ons in de pan laten hakken. Wat is jullie oordeel?" De jongens wilden zich wel overgeven want zij zagen dat het hopeloos was.

Ik vond de kapitein een flinke compagnies-commandant. Hij was ijverig voor zijn manschappen. De kapitein was wel erg zenuwachtig als hij de secties rondging.

Ik heb bij Amerongen met sergeant KOEKOEK in de stelling gelegen. Hij was wel moedig en erg kalm.

's-Gravenhage, 14 Juli 1947.
(get.) H.J. Nollen.

Opgen. F.M.V.
Typ. E.V.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 861.22 KB)